Rechtbank Midden-Nederland, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBMNE:2026:3229

Op 12 June 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 16/118150-25, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBMNE:2026:3229. De plaats van zitting was Lelystad.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
16/118150-25
Datum uitspraak:
12 June 2026
Datum publicatie:
12 June 2026

Indicatie

Veroordeling voor voorbereiding van een ontploffing, het teweegbrengen van een ontploffing en het voorhanden hebben van een geïmproviseerd explosief apparaat. De strafbare feiten worden in verminderde mate aan de verdachte toegerekend. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden en oplegging van tbs met voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/118150-25

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 12 juni 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [2001] in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres] in [woonplaats] ,

gedetineerd in de [verblijfplaats] ,

(hierna: de verdachte).

1
Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 22 mei 2026. Het onderzoek is gesloten op 12 juni 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

de verdachte;

de officier van justitie: mr. L.H.J. Verheijden;

de advocaat van de verdachte: mr. T.S.S. Overes (hierna: de advocaat);

de benadeelde partij: [benadeelde] .

2
Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

feit 1

op 15 april 2025 te [woonplaats] opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht in een woning aan de [adres] door een Super Cobra 6 aan de deur van de woning te plakken en deze te doen ontsteken, waardoor gemeen gevaar voor goederen en zwaar lichamelijk letsel voor personen te duchten was;

feit 2

op 15 april 2025 te Almere, ter voorbereiding van een ontploffing waardoor gevaar voor goederen, levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten is, voorwerpen verworven, vervaardigd en/of voorhanden gehad, te weten een Super Cobra 6waar lucifers aan vast getapet waren, twee flessen butaangas, waaraan Spanish crackers vast getapet waren, een Flare, ongeveer 10 gram van een explosieve stof, een glazen pot en een jerrycan met brandbare vloeistof, een fles terpentine, een geïmproviseerde wrijvings-trekontsteker en lucifers ;

feit 3

op 15 april 2025 te Almere een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een IED (Improviced Explosieve Device) voorhanden heeft gehad.

De volledige tekst van de ter terechtzitting gewijzigde beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3
Bewijs
3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 en 3 heeft gepleegd.

De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De advocaat voert ten aanzien van de feiten 1 en 3 geen verweer over het bewijs.

De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van feit 2, omdat er geen sprake zou zijn van opzet.

De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.

3.3.

Oordeel van de rechtbank

3.3.1.

Bewijsmiddelen

Ten aanzien van feit 1 en 3

De verdachte bekent dat hij de feiten 1 en 3 heeft gepleegd, zoals deze hieronder bewezen zijn verklaard. Door of namens hem is ook niet om vrijspraak van die feiten gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert. De bewijsmiddelen staan in bijlage II van dit vonnis.

Ten aanzien van feit 2

De rechtbank oordeelt dat ook feit 2 is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.

Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.

3.3.2.

Bewijsoverwegingen

Inleiding

Vaststaat dat er op 25 april 2025 een ontploffing heeft plaatsgevonden op de [adres] te [woonplaats] . De verdachte heeft, toen alle bewoners van het gebouw buiten waren, tegen een begeleider gezegd dat hij de ontploffing heeft veroorzaakt. Toen de hulpdiensten aanwezig waren, heeft hij tevens verklaard dat er nog meer explosief en brandbaar materiaal in zijn woning aanwezig was. Op zitting heeft de verdachte verklaard dat hij een boobytrap had gebouwd, omdat hij bang was dat er personen ongewenst zijn kamer in zouden komen en hem iets aan zouden doen. De genoemde middelen in de tenlastelegging stelde hij op zodanige wijze op dat, als iemand de deur zou openen, een kettingreactie van explosies zou volgen. Zijn doel was om, zodra de deur open zou gaan, een ontploffing teweeg te brengen waardoor zowel hij als de indringers om het leven zouden kunnen komen.

Opzet

De advocaat heeft primair aangevoerd dat de verdachte geen opzet zou hebben gehad om een ontploffing teweeg te brengen, hij zou enkel zichzelf willen beschermen. Een ontploffing kon daar wel het gevolg van zijn.

Gelet op de verklaring van de verdachte op zitting slaagt het verweer van de advocaat niet. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er sprake is geweest van vol opzet.

Levensgevaar

De advocaat verzoekt subsidiair om de verdachte partieel vrij te spreken van het bestandsdeel ‘levensgevaar’. Zij stelt dat niet kan worden vastgesteld dat er ten aanzien van het voorbereiden onder feit 2 een explosie werd voorbereid waardoor levensgevaar te duchten was. Uit het forensisch onderzoek ter plaatse blijkt volgens de advocaat dat er bij dit soort explosies gevaar voor (zwaar) lichamelijk letsel te duchten was, maar uit dit onderzoek zou niet blijken dat er ook levensgevaar te duchten was.

De rechtbank volgt ook dit verweer niet. De rechtbank is van oordeel dat het op deze wijze plaatsen van brandbare middelen en het maken van een geïmproviseerd explosief apparaat (IED) bedoeld is om ontploffingen teweeg te brengen waardoor naar algemene ervaringsregels ook levensgevaar voorzienbaar is. Dit geldt in deze zaak des te meer nu de verdachte tijdens de zitting heeft verklaard dat het zijn bedoeling was dat zowel hijzelf als degene die de deur zou openen, zouden overlijden.

3.4.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

feit 1

op 15 april 2025 te [woonplaats] opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht in een woning gelegen aan de [adres] , door een Super Cobra 6 aan de deur van die woning vast te plakken en te ontsteken, waardoor er een ontploffing is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning en het complex en in die woning en het complex aanwezige goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer personen die zich op dat moment in het complex bevonden te duchten was;

feit 2

op 15 april 2025 te Almere ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten opzettelijk een ontploffing teweegbrengen waardoor gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is, opzettelijk een Super Cobra 6, met daaraan vast getapet lucifers, en twee flessen butaangas, met daaraan vast getapet Spanish crackers, en een Flare, ongeveer 10 gram van een explosieve stof, een glazen pot en een jerrycan met brandbare vloeistof, een fles terpentine, een geïmproviseerde wrijvings-trekontsteker en lucifers, kennelijk bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd en voorhanden heeft gehad;

feit 3

op 15 april 2025 te Almere een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een IED (Improviced Explosieve Device), zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4
Kwalificatie en strafbaarheid
4.1.

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

feit 1

opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;

de eendaadse samenloop van:

feit 2

met het oogmerk om een in artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf voor te bereiden, voorwerpen en stoffen die bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf voorhanden hebben, verwerven en vervaardigen;

en

feit 3

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

4.2.

Strafbaarheid feiten en verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5
Straf en maatregel
5.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:

- een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest.

De officier van justitie eist dat daarnaast aan de verdachte wordt opgelegd:

- tbs met voorwaarden, waarbij het - kort samengevat - gaat om de volgende voorwaarden:

? meewerken aan reclasseringstoezicht;

? meewerken aan time-out;

? een verbod voor het reizen naar het buitenland;

? meewerken aan opname in [instelling] te [plaats] ;

? meewerken aan ambulante behandeling;

? meewerken aan verblijf in begeleid wonen of een maatschappelijke opvang;

? verbod verdovende middelen;

? alcoholverbod;

? meewerken aan het vinden van dagbesteding.

De officier van justitie eist dat deze maatregel direct na de uitspraak ingaat (dadelijk uitvoerbaar is).

5.2.

Standpunt van de verdediging

De advocaat voert aan dat uit de rapportages van het NIFP blijkt dat er sprake is van een stoornis en dat de verdachte heeft gehandeld vanuit grotendeels psychotische overtuigingen. De advocaat verzoekt daarom om de ten laste gelegde feiten in sterk verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen. De advocaat verzoekt om bij een oplegging van een straf rekening te houden met het feit dat de verdachte al 14 maanden in detentie zit. Daarnaast is hij een first offender en heeft hij direct een eerlijke verklaring afgelegd bij de politie.

De advocaat voert aan dat de straf niet langer moet zijn dan noodzakelijk. De advocaat merkt echter wel op dat de verdachte 24-uurs begeleiding wenst, dat er nu nog geen zicht is op een plaats en het niet wenselijk is als hij niet direct door kan stromen. Er is tevens sprake van samenhang van de feiten.

5.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf en maatregelen houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft op een begeleid wonen locatie, waar meerdere mensen wonen, een cobra tot ontploffing gebracht. Daarnaast heeft hij een boobytrap geplaatst en een geïmproviseerd explosief apparaat (IED) gemaakt. De verdachte heeft hierdoor niet alleen zijn eigen leven in gevaar gebracht, maar ook het leven van de andere bewoners en de begeleiders. De verdachte zegt dit gedaan te hebben om zichzelf te beschermen. Het uiteindelijke doel van de verdachte was dat hij ook zou komen te overlijden door de ontploffing, zodat hij niet door een ander meegenomen kon worden. Op de vraag van de rechtbank of hij nagedacht heeft over wat voor gevolgen dit voor anderen kon hebben, reageert de verdachte - naar het oordeel van de rechtbank- vrij laconiek. Als een persoon zou komen te overlijden door de explosie, zou het volgens de verdachte de schuld zijn van die persoon, omdat zij niet zomaar zijn kamer ongevraagd binnen mogen komen. De rechtbank weegt dit alles mee in haar oordeel.

De rechtbank betrekt in de strafmaat verder dat ten aanzien van de feiten 2 en 3 sprake is van eendaadse samenloop voor wat betreft het voorhanden hebben van het explosief.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 23 juni 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Rapportages

De rechtbank heeft ten aanzien van de persoon van verdachte onder meer en voor zover hier van belang kennisgenomen van:

een rapport betreffende een Pro Justitia psychiatrisch onderzoek van 2 maart 2026;

een rapport betreffende een Pro Justitia psychologisch onderzoek van 30 september 2025;

een rapport van de reclassering van 7 mei 2026.

Uit voornoemde Pro Justitia rapportages volgt dat er bij de verdachte sprake is van zwakbegaafdheid, ADHD, een psychotische stoornis met onbekende onderliggende pathologie en een stoornis in het gebruik van alcohol, in remissie in een gereguleerde omgeving. Uit de rapportages volgt ook dat tijdens de ten laste gelegde feiten er bij de verdachte sprake was van een psychotisch toestandsbeeld met paranoïde wanen die van sterke invloed was op zijn dagelijks functioneren. Betrokkene heeft daarnaast een verminderde empathie en gebrekkige gewetensfunctie, waardoor hij onvoldoende rekening houdt met de ander en hierin dus niet geremd wordt in het overwegen van minder schadelijke alternatieven voor anderen. De psychiater en psycholoog adviseren om de feiten, indien bewezen, in (sterk) verminderde mate toe te rekenen.

De rechtbank neemt de conclusies van deze deskundigen ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid over en maakt die tot de hare. De rechtbank concludeert dat de bewezen verklaarde feiten in verminderde mate aan verdachte kunnen worden toegerekend.

De psychiater en de psycholoog adviseren om aan de verdachte een tbs-maatregel met voorwaarden op te leggen, indien de feiten bewezen worden verklaard. Na klinische behandeling van zijn psychotische klachten en middelenmisbruik kan er diagnostiek worden ingezet op de gedragskenmerken. Indien dit goed verloopt is er uitstroom mogelijk naar een beschermde woonvorm met 24 uurszorg. Indien toch blijkt dat de verdachte niet wil meewerken of zich onvoldoende houdt aan de voorwaarden kan de maatregel worden omgezet naar een gedwongen kader, waardoor de verdachte niet onbehandeld zal terugkeren in de maatschappij.

De reclassering ziet mogelijkheden om verdachte te begeleiden in het kader van een tbs-maatregel met voorwaarden.

De op te leggen straf

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank gelet op straffen die voor soortgelijke zaken worden opgelegd.

Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden – in het bijzonder de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte – is de rechtbank van oordeel dat de gevorderde gevangenisstraf passend en geboden is. De rechtbank legt de verdachte daarom een gevangenisstraf op voor de duur van 18 maanden.

De op te leggen maatregel

Naar het oordeel van de rechtbank dient ook een maatregel te worden opgelegd.

Maatregel tbs met voorwaarden

De rechtbank stelt vast dat de bewezenverklaarde feiten misdrijven zijn als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, onder 2, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) waarvoor de tbs-maatregel kan worden opgelegd. De rechtbank baseert het oordeel dat de verdachte tijdens het plegen van de feiten een ziekelijke stoornis had op de conclusies van de deskundigen uit de Pro Justitia rapportages. Verder is de rechtbank van oordeel dat ook is voldaan aan het wettelijke vereiste dat de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel eist. Daartoe is redengevend wat de deskundigen hebben gerapporteerd over de stoornissen van de verdachte en het daarmee samenhangende recidiverisico.

Dat de veiligheid van anderen oplegging van de tbs-maatregel vereist, volgt verder uit de aard van de bewezen verklaarde feiten. Het is niet verantwoord de verdachte zonder behandeling terug te laten keren in de maatschappij. Een tbs-maatregel met voorwaarden biedt voldoende zekerheid dat de verdachte de nodige behandeling krijgt en dat de kans op recidive voldoende zal worden ingeperkt.

Op de zitting heeft de verdachte zich bereid verklaard de door de reclassering voorgestelde voorwaarden, waaronder opname in de Forensisch Psychiatrische Kliniek [instelling] te [plaats] en een eventuele overbruggingskliniek, na te leven als een tbs-maatregel wordt opgelegd. De rechtbank is derhalve van oordeel dat voldaan is aan de voorwaarden voor oplegging van de tbs-maatregel met voorwaarden en dat dit hier passend en opportuun is. De rechtbank zal de voorwaarden opleggen, zoals deze door de reclassering zijn geadviseerd.

De tbs met voorwaarden heeft, gelet op hetgeen is bepaald in artikel 38e, tweede lid, Sr, een maximale duur van negen jaren. De bewezenverklaarde teweeg brengen van een ontploffing en voorbereiding van het teweeg brengen van een ontploffing zijn misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Mocht de behandeling niet goed verlopen, omdat de verdachte de opgelegde voorwaarden niet naleeft, dan kan alsnog worden bevolen dat verdachte van overheidswege wordt verpleegd. In dat geval is de duur van de maatregel ongemaximeerd.

Dadelijk uitvoerbaarheid maatregel tbs met voorwaarden

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat is gericht tegen dan wel gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Gelet op hetgeen de deskundigen hebben gerapporteerd omtrent het recidivegevaar is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een dergelijk misdrijf zal begaan. De rechtbank oordeelt dat het in het belang van de veiligheid van de samenleving is dat het toezicht en de behandeling onder de tbs-maatregel met voorwaarden onafhankelijk van een eventueel hoger beroep kunnen worden gestart. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de tbs-maatregel met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.

Voorlopige hechtenis

Gelet op de duur van de op te leggen gevangenisstraf van 18 maanden en het na aftrek van het voorarrest resterende deel van ongeveer 4 maanden detentie, ziet de rechtbank geen aanleiding een beslissing te nemen over een schorsing van de voorlopige hechtenis. Indien hoger beroep wordt ingesteld tegen deze uitspraak, kan het gerechtshof beslissen over het voortduren of schorsen van de voorlopige hechtenis.

6
In beslag genomen voorwerpen
6.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie verzoekt om de twee inbeslaggenomen messen te onttrekken aan het verkeer.

6.2.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt namens de verdachte om de messen terug te geven aan de verdachte.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten twee messen, onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. De voorwerpen zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar het door verdachte begane feit aangetroffen. Deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven. De rechtbank overweegt hierbij dat de verdachte een geïmproviseerd explosief apparaat heeft gemaakt om zichzelf te verdedigen en de messen voor eenzelfde doel gebruikt kunnen worden.

7
Vordering benadeelde partij
7.1.

Vordering van de benadeelde partijen

Vordering benadeelde partij [benadeelde]

heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 2.000,- vermeerderd met de wettelijke rente voor feit 1. Dit bedrag bestaat uit vergoeding van immateriële schade.

Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Vordering benadeelde partij Ambulante hulpverlening Midden-Nederland

Ambulante hulpverlening Midden-Nederland heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 4.000,- voor feit 1, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit vergoeding van materiële schade.

Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

7.2.

Standpunt van de officier van justitie

Vordering benadeelde partij [benadeelde]

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat er sprake is van aantasting in de persoon, gelet op de aard van de feiten, waardoor een vergoeding van de immateriële schade kan worden toegewezen. De officier van justitie verzoekt om de vordering volledig toe te wijzen inclusief de wettelijke rente en de oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.

Vordering benadeelde partij Ambulante hulpverlening Midden-Nederland

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaard dient te worden, nu niet blijkt of [benadeelde] gemachtigd is om namens de stichting de vordering in te dienen.

7.3.

Standpunt van de verdediging

Vordering benadeelde partij [benadeelde]

De advocaat stelt zich primair op het standpunt dat niet [benadeelde] de vordering ten aanzien van de immateriële schade heeft ingediend, maar de stichting Ambulante hulpverlening. Aangezien de stichting een rechtspersoon betreft zou deze geen aanspraak kunnen maken op een vergoeding van de verzochte immateriële schade. De advocaat verzoekt om de benadeelde partij voor dit gedeelte van de vordering dan ook niet-ontvankelijk te verklaren dan wel de vordering af te wijzen.

Indien de rechtbank van oordeel is dat de vordering door [benadeelde] is ingediend, verzoekt de advocaat subsidiair om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering nu de vordering onvoldoende onderbouwd is.

Vordering benadeelde partij Ambulante hulpverlening Midden-Nederland

De advocaat stelt zich ook op het standpunt dat [benadeelde] niet gemachtigd is om namens de stichting een vordering in te dienen en verzoekt de rechtbank dan ook om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering. Daarnaast zou de gevorderde schade onduidelijk zijn, waardoor de vordering ook een onevenredige belasting van het strafproces zou opleveren. De opgenomen bijlagen zien tevens op offertes, waarvan niet duidelijk is of de in deze offertes genoemde bedragen ook daadwerkelijk betaald zijn. Ook is een aantal van deze offertes gericht aan Vestaal Vastgoed BV en niet aan Ambulante hulpverlening Midden-Nederland.

7.4.

Oordeel van de rechtbank

Vordering benadeelde partij [benadeelde]

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij onvoldoende gegevens heeft verstrekt waaruit blijkt dat zij door het strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen. Ook kan de rechtbank niet vaststellen dat anderszins sprake is van een aantasting in de persoon, omdat de benadeelde partij onvoldoende met concrete gegevens heeft onderbouwd welke gevolgen het strafbare feit voor haar heeft gehad. Alhoewel de rechtbank niet betwist dat dit feit impact heeft kunnen hebben op de benadeelde partij, heeft zij geen concrete stukken overlegd, waaruit blijkt welke impact dat is geweest. Zonder deze stukken kan de rechtbank het bestaan van geestelijk letsel niet naar objectieve maatstaven vaststellen. Van een uitzonderlijke situatie waarin geen onderbouwing nodig is, is in dit geval geen sprake, gelet op rechtspraak van de Hoge Raad.

De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

Vordering benadeelde partij Ambulante hulpverlening Midden-Nederland

De rechtbank verklaart de benadeelde partij Ambulante hulpverlening Midden-Nederland niet-ontvankelijk in de vordering nu de vordering niet op de door de wet voorgeschreven wijze is ingediend. De rechtbank overweegt daarbij dat er een machtiging ontbreekt, waarin [benadeelde] gemachtigd is om de vordering namens de stichting in te dienen. De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om dit te corrigeren, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

8
Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en maatregelen en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

artikelen 36b, 36d, 38, 38a, 46, 55, 57 en 157 van het Wetboek van Strafrecht;

artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Beslissing

9
De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 en 3 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;

verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf en maatregel

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 (achttien) maanden;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en stelt daarbij de volgende voorwaarden betreffende het gedrag van de ter beschikking gestelde:

Geen strafbare feiten plegen

De verdachte zal zich niet schuldig maken aan een strafbaar feit.

Meewerken aan reclasseringstoezicht

De verdachte zal meewerken aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in dat de verdachte:

* zich meldt op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt waar en hoe vaak dat nodig is;

* een of meer vingerafdrukken laat nemen en een geldig identiteitsbewijs laat zien. Dit is nodig om de identiteit van verdachte vast te stellen;

* zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om verdachte te helpen bij het naleven van de voorwaarden;

* de reclassering helpt aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is, die nodig is voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;

* meewerkt aan huisbezoeken;

* inzicht geeft aan de reclassering in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;

* zich niet op een ander adres vestigt zonder toestemming van de reclassering;

* meewerkt aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met de verdachte, als dat van belang is voor het toezicht.

Meewerken aan time-out

Als de reclassering dat nodig vindt en de verdachte daarmee instemt, kan de verdachte voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of de verdachte deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar.

Niet naar het buitenland

De verdachte gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering.

Opname in een zorginstelling

De verdachte laat zich opnemen in en behandelen door zorginstelling forensisch Psychiatrische Kliniek [instelling] te [plaats] , dan wel in een soortgelijke instelling ter overbrugging, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, seksueel grensoverschrijdend gedrag, schuldenproblematiek, woonoverlast en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken.

De verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt de verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing.

Ambulante behandeling

De verdachte laat zich aansluitend aan de klinische behandeling, behandelen door een forensische polikliniek, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.

Begeleid wonen of maatschappelijke opvang

De verdachte verblijft in een nader te bepalen instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.

Verbod verdovende middelen

De verdachte gebruikt geen verdovende middelen genoemd in lijstI (harddrugs), en lijst II (softdrugs) en/of geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De verdachte moet meewerken aan controles.

De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.

Alcoholverbod

De verdachte gebruikt geen alcohol, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De verdachte moet meewerken aan controles.

De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd.

Dagbesteding

De verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van een zinvolle dagbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.

- geeft opdracht aan de Forensisch Psychiatrische Kliniek [instelling] te [plaats] en aan de reclassering de ter beschikking gestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

- beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is;

Beslag

- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:

1 STK mes, omschrijving: PL0900-2025122192-3513740, met hoes, zwart;

1 STK mes, omschrijving: PL0900-2025122192-3514246, lang zwaard met hoes;

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde]

- verklaart [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij Ambulante hulpverlening Midden-Nederland

- verklaart Ambulante hulpverlening Midden-Nederland niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.T. Pouw, voorzitter, mr. A.J. Reitsma en

mr. S.R. van Breukelen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.D. Brenker als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026.

Mr. A.J. Reitsma en mr. S.R. van Breukelen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:

Feit 1 hij op of omstreeks 15 april 2025 te [woonplaats] , in elk geval in Nederland, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht in een woning gelegen aan de [adres] , door een Super Cobra 6, althans een stuk (zwaar) vuurwerk en/of een explosief, aan de deur van die woning vast te plakken en/of te ontsteken, waardoor er een ontploffing is ontstaan, terwijl daarvan -gemeen gevaar voor die woning en/of het complex en/of in die woning en/of het complex aanwezige goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of -gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer perso(o)n(en) die zich op dat moment in het complex bevond(en), althans gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

Feit 2 hij op of omstreeks 15 april 2025 te Almere, in elk geval in Nederland, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten opzettelijk een ontploffing teweegbrengen waardoor gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is (ex artikel 157 lid 1 en lid 2 Wetboek van Strafrecht), opzettelijk - een Super Cobra 6, althans (zwaar) vuurwerk, met daaraan vast getapet lucifers en/of - twee flessen/spuitbussen butaangas, althans drukhouders, met daaraan/daartussen vast getapet Spanish crackers, althans vuurwerk, en/of - een Flare en/of - ongeveer 10 gram, althans een hoeveelheid, van een explosieve stof en/of - een glazen pot en/of een vaas en/of een jerrycan met brandbarevloeistof en/of - een fles terpentine en/of - een geïmproviseerde wrijvings-trekontsteker en/of - lucifers, kennelijk bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;

Feit 3 hij op of omstreeks 15 april 2025 te Almere, in elk geval in Nederland, een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een IED (Improviced Explosieve Device), zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad;

Bijlage II: Bewijsmiddelen  (Voetnoot 1)

Feit 1 en 3

de bekennende verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 22 mei 2026;

het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte (Voetnoot 2) door [benadeelde] van 16 april 2025, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal forensisch onderzoek woning (Voetnoot 3), inclusief bijlagen, van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van 13 juli 2025, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (Voetnoot 4) van verbalisant [verbalisant 3] van 13 juli 2025, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland;

Feit 2

De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 22 mei 2026, zakelijk weergegeven:

Ik plakte eerst de gasflessen tegen de deur, daarna de 2 cobra’s en dan een kussentje, waar ik de vaas met benzine opzette. Ik had een strijkvlak bij mijn deur geplakt en op de cobra had ik lucifers geplakt. Als de deur dan open ging, zou de cobra ontploffen. Ik vond het ook prima als ik er zelf bij om het leven zou komen. Dat was het doel ook. Ik weet dat als er genoeg warmte bij de gasflessen komt, deze kunnen ontploffen. Je kan het inderdaad zien als een voorbereiding voor een ontploffing. Het verzamelen van alle extra brandbare middelen was om er zeker van te zijn dat ik zou komen te overlijden, mochten er indringers binnenkomen. Zij moesten ook tegengehouden worden. Ik wilde niet dat het misschien zou gebeuren, maar dat als er iemand binnenkwam er echt een ontploffing zou zijn, waardoor ik zou komen te overlijden. Als iemand mijn kamer in zou zijn gelopen, zou het hun eigen schuld zijn geweest als hen iets zou overkomen.

Een deskundigenrapport van het NFI: “Explosievenonderzoek aan een monster

van een vermeende explosieve stof die is aangetroffen in een woning in [woonplaats] op

15 maart 2025” van 24 juni 2025 opgesteld door ing. H. Woortmeijer, voor zover inhoudende als verklaring van voornoemde deskundige:

Het door de EODD genomen monster [AAPO2975NL] is gezien de samenstelling en

het brandgedrag een pyrotechnisch mengsel op basis van kaliumchloraat, een hars

en in zeer geringe mate bariumnitraat. Van een dergelijk mengsel zijn mij geen toepassingen bekend anders dan in pyrotechniek. Gezien het waargenomen brandgedrag is dit mengsel bij voldoende opsluiting zeker

deugdelijk (tot ontploffing te brengen)  (Voetnoot 5)

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben in een proces-verbaal van bevindingen (Voetnoot 6) van 13 juli 2025 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

Op dinsdag 15 april 2025 kwamen wij, naar aanleiding van een brandstichting op diezelfde dag, voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres] te [woonplaats] . Door de ploegcommandant van de EODD werd ons de Super Cobra 6 en Flare getoond welke afkomstig waren van de verdachte. Wij hoorde hem zeggen dat zij op een röntgenfoto zagen dat deze Super Cobra 6 een reguliere inhoud had en zagen aan de binnenzijde verder geen bijzonderheden. Wij zagen dat de Super Cobra 6 was omwikkeld met grijze, verstevigde tape. Wij zagen een blauwe dop en typerende rode tekst welke wij herkende als de tekst van een Super Cobra 6. Wij zagen dat de lont van de Super Cobra 6 was geklemd tussen vijf lucifers welke aan de Super Cobra 6 waren vastgemaakt met tape. Tevens zagen wij een grijze buis met aan beide zijdes een groene afsluitdop. Op het etiket zagen wij, onder andere, de tekst "MR SMOKE" staan.  (Voetnoot 7) Links van deze kleding zagen wij 2 drukhouders met

daaromheen meerdere lagen tape. Wij zagen dat er tussen deze lagen tape meerdere

stukken vuurwerk geklemd zaten. Wij zagen dat er aan een zijde een lont van één van

de stukken vuurwerk geklemd was tussen twee luciferkopjes. Wij zagen

dat het om acht stuks Spanish Crackers ging welke aan de drukhouders bevestigd waren. Wij zagen op de buitenzijde van de drukhouders dat het ging om twee gasflesjes met butaangas. Wij hoorde de ploegcommandant van de EODD zeggen dat hij op een röntgenfoto kon zien dat beide drukhouders voor minimaal 80 procent gevuld waren. In de kledingkast zagen wij een glazen pot en vaas. In deze pot en vaas zagen wij een gele vloeistof welke het uiterlijk had van benzine of iets soortgelijks. Wij roken bij de pot en vaas ook een benzine-achtige geur. De ploegcommandant EODD vertelde ons dat zij een zwarte jerrycan uit de kast hadden

gehaald voor controle op explosieven. In de jerrycan hadden zij geen explosieven

aangetroffen, alleen gevuld met een benzine-achtige vloeistof. Wij zagen dat het een

jerrycan met inhoud van 5 liter betrof. Bij de televisie zagen wij een literfles liggen met een etiket van terpentine. Wij zagen een zwarte leren tas staan met aan de bovenzijde een ritssluiting. In deze tas zaten meerdere goederen, waaronder een zakje met bruin  (Voetnoot 8) poeder en een geïmproviseerde wrijvings-trekontsteker. Wij zagen dat er vier lucifers aan visdraad bevestigd waren en dat de kopjes van de lucifers in een omhulsel waren. Wij zagen dat het omhulsel bestond uit een naar binnen gekeerd strijkvlak van een luciferdoosje met grijs tape. Aan het omhulsel zagen wij ijzerdraad wat verbogen was, mogelijk een verbogen paperclip.  (Voetnoot 9)

Monster sporen:

Spoornummer: PL0900-2025122192-215131

SIN: AAP02975NL

Spooromschrijving: Overige, explo

Wijze veiligstellen: Glas pot

Datum/tijd veiligstellen: 15 april 2025 om 22:10 uur

Plaats veiligstellen: Uit totale hoeveelheid, woonkamer, leren tas

Bijzonderheden: Door eodd veiliggesteld  (Voetnoot 10)

Voetnoot

Voetnoot 1

Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreffen dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 17 april 2025 (PV voorgeleiding), genummerd PL0900-2025123067 , opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, genummerd 1 tot en met 134. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

Voetnoot 2

Pagina 11.

Voetnoot 3

een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal forensisch onderzoek woning, inclusief bijlagen, van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van 13 juli 2025, genummerd PL0900-2025122192-17, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, doorgenummerde 1 tot en met 40.

Voetnoot 4

een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen verbalisanten [verbalisant 3] van 16 september 2025, genummerd PL0900-2025122192-49, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, doorgenummerde 1 tot en met 6.

Voetnoot 5

Een geschrift, te weten een rapportage van het NFI: “Explosievenonderzoek aan een monster

van een vermeende explosieve stof die is aangetroffen in een woning in [woonplaats] op 15 maart 2025” van 24 juni 2025, opgesteld door ing. H. Woortmeijer, pagina 5.

Voetnoot 6

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal forensisch onderzoek woning, inclusief bijlagen, van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van 13 juli 2025, genummerd PL0900-2025122192-17, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, doorgenummerde 1 tot en met 40.

Voetnoot 7

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal forensisch onderzoek woning, inclusief bijlagen, van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van 13 juli 2025, genummerd PL0900-2025122192-17, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, pagina 2.

Voetnoot 8

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal forensisch onderzoek woning, inclusief bijlagen, van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van 13 juli 2025, genummerd PL0900-2025122192-17, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, pagina 3.

Voetnoot 9

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal forensisch onderzoek woning, inclusief bijlagen, van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van 13 juli 2025, genummerd PL0900-2025122192-17, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, pagina 4.

Voetnoot 10

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal forensisch onderzoek woning, inclusief bijlagen, van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van 13 juli 2025, genummerd PL0900-2025122192-17, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, pagina 6.