Beslissing
verklaart bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 4.4 is omschreven;
verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit en verdachte
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 5.1 is vermeld;
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 36 maanden;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- ontzet de verdachte van het recht tot uitoefening van het beroep als gevangenismedewerker of medewerker in een andere gesloten instelling voor de duur van 5 jaren;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer]
- wijst de vordering van [slachtoffer] gedeeltelijk toe tot een bedrag van
€ 10.666,58, bestaande uit € 10.000,00 immateriële schade en € 666,58 materiële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente:
- over een bedrag van € 10.000,00 met ingang van 12 juni 2010 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 666,58 met ingang van elke afzonderlijke factuurdatum van de betreffende behandeling, zoals blijkt uit de onderbouwing van het verzoek tot schadevergoeding tot de dag van volledige betaling;
verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 10.666,58 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente
- over een bedrag van € 10.000,00 met ingang van 12 juni 2010 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 666,58 met ingang van elke afzonderlijke factuurdatum van de betreffende behandeling, zoals blijkt uit de onderbouwing van het verzoek tot schadevergoeding tot de dag van volledige betaling;
indien de verdachte niet betaalt, wordt de betalingsverplichting aangevuld met 78 dagen gijzeling;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.S.K. Fung Fen Chung, voorzitter, mr. E.H.M. Druijf en mr. M.J. Westerink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.M.L. den Hoedt als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 12 juni 2010 te [plaats] , in elk geval in Nederland, doorgeweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld en/of(een) andere feitelijkhe(i)d(en), [slachtoffer] meermalen, in elk geval eenmaal,heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uitof mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die[slachtoffer] , immers heeft verdachte,meermalen, in elk geval eenmaal:- in de nek van die [slachtoffer] gezoend,- de vagina, althans de schaamstreek van die [slachtoffer] aangeraakt/betast,- met zijn, verdachtes, penis over het lichaam van die [slachtoffer] gewreven,- getracht om zijn, verdachtes, penis in de anus van die [slachtoffer] teduwen/brengen en/of- zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/ofgehoudenen bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreigingmet geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) hieruit dat verdachte:- terwijl verdachte in de hoedanigheid van gevangenisbewaarder werkzaam was inde PI [locatie] en die [slachtoffer] gedetineerd zat in voornoemde PI,- terwijl die [slachtoffer] zich bevond in een (afgesloten) cel,- meermalen, in elk geval eenmaal, die [slachtoffer] heeft geduwd en/of(vervolgens) boven op het lichaam van die [slachtoffer] is gaan zitten, in elk gevalhet lichaam van die [slachtoffer] heeft (vast)geklemd,- misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke en/of feitelijke overwicht op die[slachtoffer] ,- die [slachtoffer] in een door hem, verdachte, gecontroleerde situatie en/of eenafhankelijke positie heeft gebracht en/of gehouden,- meermalen, in elk geval eenmaal, is doorgegaan, in elk geval niet is gestopt, methet verrichten van seksuele handelingen, die mede bestonden uit het seksueelbinnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , ondanks (meerdere en opverschillende momenten) verbale uitingen, zoals “Niet doen” , in elk geval woordenvan die strekking en/of non-verbale uitingen, waaruit (ondubbelzinnig) bleek datdie [slachtoffer] die seksuele handelingen niet (meer/verder) wilde ondergaan en/ofverrichten, in elk geval dat het de wil van die [slachtoffer] was dat die seksuelehandelingen zouden stoppen, in ieder geval niet (langer) door zouden gaan,- de kleding van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en/of- tegen die [slachtoffer] had gezegd dat als zij iets zou vertellen, zij overgeplaatst zouworden, althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
Een proces-verbaal van bevindingen van 21 augustus 2010, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
[slachtoffer] verklaarde dat zij in de inrichting te [plaats] was verkracht door een bewaarder en verklaarde dat:
Zij aangifte wil doen tegen de bewaker [verdachte] .
Hij heeft de Nederlandse nationaliteit en is donker van kleur, Afrikaans.
Zij zit een straf uit van zes jaar in verband met medeplichtigheid aan moord. (Voetnoot 2)
[getuige 3] zei dat zij aangifte moest doen.
Dit durfde zij niet omdat [verdachte] haar onder druk zette dat zij zou worden overgeplaatst. (Voetnoot 3)
- Hij zei ook altijd dat ik zou worden overgeplaatst en dat ik het niet verder mocht vertellen. (Voetnoot 4)
Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] van 22 september 2010, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Dit was op 12 juni 2010 omstreeks twaalf (12) uur. Aangeefster lag op bed in haar cel en verdachte kwam binnen en zei: "liggen, liggen" hierbij drukte hij haar op het bed en zoende haar in de nek en wreef haar over de vagina. Verdachte (Voetnoot 5) lag daarbij bovenop haar en zij voelde zijn erectie. Voorts draaide hij haar snel op de buik en zij hoorde dat hij zijn rits opendeed. Tevens trok de verdachte haar broek tot halverwege haar bovenbenen. Hierop voelde zij zijn penis tegen haar anus aanduwen, maar het lukte niet om binnen te dringen. Vervolgens is de verdachte vaginaal binnengedrongen en stootte drie maal alvorens hij een orgasme had. De aangeefster verklaarde te weten dat hij was klaargekomen omdat zij voelde dat het nat was in haar boxer en op haar benen. Tijdens de penetratie was aangeefster zelf droog geweest. Aangeefster voelde zich door de hele situatie niet lekker. Vervolgens is aangeefster zich gaan wassen op haar cel en is naar de openbare telefoon gelopen om haar penvriend de heer [getuige 3] te bellen. Zij verklaarde direct aan de heer [getuige 3] te hebben verteld dat zij was verkracht en door wie. (Voetnoot 6)
Een proces-verbaal van 24 januari 2011 van het studioverhoor van aangeefster [slachtoffer] van 23 december 2010, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
I: Dan komt ie op je kamer en dan ga je opstaan.[slachtoffer] : Ja, ik probeerde opstaan. En hij zegt, nee, lig, lig, maar ik wist niet wat is aan de hand.I: En dat hij dan naar je toe komt en zegt, zit, zit.[slachtoffer] : Ja, en liggen, liggen, liggen.I: Oh, liggen.[slachtoffer] : Toen pusht ie me gewoon op de buik.I: Hoe doet ie dat?[slachtoffer] : Met zijn handen.
[slachtoffer] : Hij begon te liggen op mij, laat ik maar zeggen.
[slachtoffer] : En hij wrijft, laat ik maar zeggen met, eh hoe moet ik dat zeggen, op mijn vaginaI: Hij wrijft waarmee op je vagina?[slachtoffer] : Met zijn pik.
I: Oké, en dan?
[slachtoffer] : Ja, ik wou gaan pushen, maar dat kan niet, want hij was, hoe moet ik dat zeggen, sterk. Hij was sterk. (Voetnoot 7)
I: Jij wilde gaan duwen?
[slachtoffer] : Ja, dat hij gewoon weggaat. Dat hij me niets doet.I: En waar duw jij dan mee?
[slachtoffer] : Met mijn, met mijn handen.
I: En waar kom je met je handen tegen zijn lichaam dan aan?
[slachtoffer] : Nou, naar die schouders.
I: En raak je die schouders dan ook aan?[slachtoffer] : Ja.I: Ja? En dan?[slachtoffer] : Ja, lukt niet.I: Zeg je daar iets bij? [slachtoffer] : Ik zeg, niet doen. Hij luistert niet.I: Hmhm. Maar wat doet ie dan?[slachtoffer] : Hij gewoon gaat door.I: Waar gaat ie mee door?[slachtoffer] : Met eh wrijven en het hoe moet ik dat zeggen, met aaien, laat ik maar zeggen. En met zoenen in mijn nek.I: Ja, dus hij zoent je en hij wrijft. Waar wrijft ie mee?[slachtoffer] : Met zijn pik.I: Ja. En waar aait ie mee?[slachtoffer] : Met zijn pik.
I: En dan, wat gebeurt er dan?[slachtoffer] : Hij heeft mijn broek naar beneden gedaan. (Voetnoot 8)I: En dan?[slachtoffer] : Hij stoot in mij. Hij wou eerst een stoot in mijn anus, maar dat, dat lukte hem niet. (Voetnoot 9)
I: Want dan, dan ligt ie op je, waar zijn zijn benen dan als jij op hem ligt?
[slachtoffer] : Mijn benen zijn tussen zijn benen. (Voetnoot 10)
I: Wat gebeurt er dan?
[slachtoffer] : Hij trekt mijn onderbroek samen met mijn legging.???????I: Ja, dus jouw legging en je onderbroek trekt ie in een keer?[slachtoffer] : Uit. Tot mijn benen.???????I: Dus tot iets boven je knieën.
I: En dan?
[slachtoffer] : Hij wil stoten in m’n anus. Maar dat was niet gelukt. Dus hij stoot in mijn vagina.
I: Hij stootte in jou. Wordt daar nog iets bij gezegd?
[slachtoffer] : Nee.
[slachtoffer] : Ik duw hem weg.
I: Hoe vaak heb je hem weggeduwd?
[slachtoffer] : Een paar keer.
???????I: Waar zijn op het moment dat jij op je buik ligt, waar zijn dan jouw handen? (Voetnoot 11)[slachtoffer] : Mijn handen zijn boven.???????I: ??????Boven je hoofd.[slachtoffer] : Ja.???????I: Hmhm. En weet je waar zijn handen zijn?[slachtoffer] : Ja hij heeft mijn handen, hoe moet ik dat zeggen, met een hand van hem houdt hij mijn handen, maar hij probeert met de andere hand mijn billen te openen. (Voetnoot 12)
Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 12 november 2010, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Over hetgeen aangeefster haar verteld had kon getuige vertellen dat aangeefster huilde en dat zij zei dat zij verkracht was. Getuige had gevraagd door wie zij verkracht was. Aangeefster vertelde dat het [verdachte] was. Aangeefster vertelde dat [verdachte] bij haar gekomen was. Dat [verdachte] aangeefster op het bed gestoten had. (Voetnoot 13)
Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] van 3 december 2010, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik hoorde van haar dat zij rond een uur of 12.00 uur is verkracht door haar bewaker. Dit was in juni of juli dit jaar. In een weekend op een zondag belde zij mij eerst heel vrolijk. Dit was in de ochtend rond een uur of 10.00 uur. Op dezelfde middag belde zij weer en helemaal overstuur. Zij vertelde dat zij was verkracht. Ik kan mij nog herinneren dat zij echt helemaal overstuur was. Zij vertelde drie keer heel zacht dat zij was verkracht.
Ik werd door haar gebeld tussen 13.00 uur en 13.30 uur met het bericht dat zij was verkracht. Het was na de middag maaltijd. Ik weet niet hoe laat zij is verkracht. Ik merkte wel aan haar emotie dat het net was gebeurd. Zij huilde. (Voetnoot 14)
Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] van 29 november 2010, , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
V: [slachtoffer] heeft aangifte gedaan van een zedenmisdrijf. Wat weet jij daarvan?
A: [slachtoffer] belde mij op, ik hoorde dat [slachtoffer] huilde. [slachtoffer] kon niet uit haar woorden komen, daarom heeft [getuige 1] de telefoon overgenomen. [getuige 1] vertelde mij dat [slachtoffer] toch verkracht was. (Voetnoot 15)
A: Ik heb volgens mij daarna [slachtoffer] nog wel gesproken, maar [slachtoffer] kon niet uit haar woorden komen. (Voetnoot 16)
A: Tijdens het telefoongesprek was [slachtoffer] heel huilerig. Wat ik weet is dat ik [getuige 1] gesproken heb. Ik weet ook dat [slachtoffer] aan het huilen was. (Voetnoot 17)