Beslissing
verklaart bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft gepleegd, zoals hierboven is omschreven;
verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor is vermeld;
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 2 maanden;
bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;
stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 200 uren;
bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag;
beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht, de taakstraf wordt vervangen door 100 dagen hechtenis;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer]
wijst de vordering van [slachtoffer] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 23.195,85, bestaande uit € 3.195,85 aan materiële schadevergoeding en € 20.000,- aan immateriële schadevergoeding;
veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] het toegewezen bedrag aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 135 dagen gijzeling;
bepaalt dat de verdachte van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij en/of een mededader, op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- heft op het (eerder al geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P. den Otter, voorzitter, mr. D.S. Terporten-Hop en mr. S. Ourahma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van der Steege als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.
De oudste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
zij op of omstreeks 4 oktober 2024 te [woonplaats] , althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
opzettelijk
[slachtoffer]
wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd heeft gehouden,
door
- die [slachtoffer] naar de woning aan de [adres] te lokken,
- die [slachtoffer] tegen zijn wil binnen in de woning te houden,
- die [slachtoffer] op de bank en/of de grond te laten zitten,
- tegen die [slachtoffer] "Jij gaat het vandaag niet meer halen", "Je weet niet wie wij
zijn" en/of "Ik ga je mond afplakken met Duck tape." te schreeuwen en/of te
zeggen, in ieder geval tegen hem te schreeuwen,
- een of meerdere geweldshandelingen tegen die [slachtoffer] te verrichten,
- de handen en/of voeten van die [slachtoffer] aan elkaar vast te binden en/of
- steeds in dezelfde ruimte, althans in de driecte omgeving van die [slachtoffer] te
verkeren, in elk geval gedurende enig tijd ervoor te zorgen dat die [slachtoffer] zich niet
vrij kon bewegen en/of zich niet uit de woning kon verwijderen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] op of omstreeks 4 oktober 2024 te Almere, althans in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd heeft/hebben
beroofd en/of beroofd gehouden, door
- die [slachtoffer] tegen zijn wil binnen in de woning te houden,
- die [slachtoffer] op de bank en/of de grond te laten zitten,
- tegen die [slachtoffer] "Jij gaat het vandaag niet meer halen", "Je weet niet wie wij
zijn" en/of "Ik ga je mond afplakken met Duck tape." te schreeuwen en/of te
zeggen, in ieder geval tegen hem te schreeuwen,
- de handen en/of voeten van die [slachtoffer] aan elkaar vast te binden,
- een of meerdere geweldshandelingen tegen die [slachtoffer] te verrichten en/of
- steeds in dezelfde ruimte, althans in de directe omgeving van die [slachtoffer] te
verkeren, in elk geval gedurende enig tijd ervoor te zorgen dat die [slachtoffer] zich niet
vrij kon bewegen en/of zich niet uit de woning kon verwijderen,
tot en/of bij het plegen van welk feit, zij, verdachte, op of omstreeks 4 oktober 2024
te Almere, althans in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of
inlichtingen heeft verschaft en/of behulpzaam is geweest door
- via het account van [getuige] die [slachtoffer] te lokken naar de woning aan de
[adres] ,
- steeds in dezelfde ruimte, althans in de directe omgeving van die [slachtoffer] te
verkeren, in elk geval gedurende enig tijd ervoor te zorgen dat die [slachtoffer] zich niet
vrij kon bewegen en/of zich niet uit de woning kon verwijderen en/of
- tijdens voorgenoemde handelingen in het huis aanwezig te blijven en/of bij te
dragen aan een numeriek overwicht ten opzichte van die [slachtoffer] en/of een
dreigende situatie te creëren voor die [slachtoffer] en/of niet in te grijpen.
Bijlage II: Bewijsmiddelen
(Voetnoot 1)
-
een proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1] , zakelijk weergegeven:
-
een proces-verbaal van verhoor verdachte, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 2] , zakelijk weergegeven:
Gisteren (de rechtbank begrijpt: 4 oktober 2024) zag ik zag een worsteling tussen mijn schoonzoon (de rechtbank begrijpt [medeverdachte 1] ) en een jongen. Ik heb de veters van de jongen vastgemaakt. Gewoon zijn veters aan elkaar zodat hij niet weg kon rennen.
Mijn schoonzoon heeft zijn handen vastgebonden met een touwtje.
(Voetnoot 3)
Ik zag dat mijn schoonzoon die jongen aan het slaan was en mijn schoonzoon riep: “Ik heb jou op een filmpje gezien”. Toen snapte ik dus dat die jongen via social media was. Ik heb mijn schoen uitgetrokken en hem ook twee of drie keer geslagen met mijn schoen.
(Voetnoot 4)
Ik heb op zijn benen, billen geslagen en in zijn gezicht. Mijn zoon zei dat ze een filmpje hadden dat hij iets deed bij een meisje.
(Voetnoot 5)
Ik heb hem met de schoen geslagen en met de paraplu.
(Voetnoot 6)
- een proces-verbaal van aangifte, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] , zakelijk weergegeven:
Op 4 oktober 2024 reed ik in Almere. Ik had contact met [getuige] via Instagram. [getuige] gaf haar straatnaam op. Toen ben ik naar de straat gereden waar [getuige] zou wonen.
(Voetnoot 8)
Ik liep de [straat] in. Ik las op Instagram dat [getuige] mij een bericht stuurde, dat de voordeur open zou staan. Daarom dacht ik dat ik bij deze woning moest zijn.
Ik liep de woning in. Ik hoorde opeens achter mij een geluid van voetstappen. Ik draaide mij om en er werd direct een hand voor mijn ogen gehouden. Ik voelde dat ik werd vastgepakt om mijn middel. Ik ben op de grond gegooid. Ik zag twee mannen en een vrouw voor me staan. Ik hoorde een man zeggen: “Jij gaat het vandaag niet meer halen”.
Ik zag dat beide mannen mij sloegen. Ik voelde dat één van die mannen mij aan mijn haar trok. Dit zag ik ook. De andere man bleef met vuisten op mijn hoofd slaan.
(Voetnoot 9)
Persoon 1 noem ik ‘vader’.
Persoon 2 noem ik ‘broer’.
Persoon 3: vrouw, had een baby in haar handen, leeftijd ongeveer 50 jaar.
Persoon 3 noem ik ‘moeder’
(Voetnoot 10)
Ik hoorde broer zeggen: “Je weet niet wie wij zijn”. Ik voelde en zag dat broer mij op mijn hoofd trapte. Ik hoorde de broer zeggen: “Ik ga je mond afplakken met Duck tape”.
(Voetnoot 11)
Ik zag dat de broer mij bij mijn keel vastpakte. Ik voelde een sterke greep om mijn keel heen. Ik kreeg bijna geen adem.
(Voetnoot 12)
Ik zag vader met een paraplu op mijn beide enkels slaan. Ik zag dat broer mijn haar vastpakte met zijn rechterhand en ik zag dat broer mij met zijn linkerhand sloeg op mijn hoofd.
(Voetnoot 13)
Ik zag en voelde dat vader en broer mij ook trapten. In mijn gezicht, mijn buik en op mijn rug. Ik zag dat vader zijn hand naar achter bracht met daarin het witte snoer en zag dat vader met kracht met dit snoer op mijn knieën sloeg. Ik zag dat ik met mijn polsen aan elkaar werd vastgebonden met een wit touw. Ik zag dat dit ook gebeurde met mijn enkels. Dit ook met een wit touw. Dit werd gedaan door een vrouw. Ik zag dat vader mij met één hand bij mijn haren vasthield en trok over de vloer van de woonkamer richting de bank. Ik zag dat vader een schoen uittrok. Ik zag dat vader mij met deze schoen hard in mijn gezicht sloeg.
(Voetnoot 14)
- een proces-verbaal van bevindingen, inhoudende aanvullende informatie van de aangever [slachtoffer] , zakelijk weergegeven:
Op 11 oktober 2024 sprak ik telefonisch met het slachtoffer [slachtoffer] .
Hij vertelde de volgende informatie die voor het onderzoek van belang is:
De zus van [getuige] had in de woning zijn voeten met een verlengsnoer bij elkaar gebonden.
(Voetnoot 15)
- een proces-verbaal van bevindingen, inhoudende contact slachtoffer [slachtoffer] , zakelijk weergegeven:
Het slachtoffer verklaarde dat hij op 5 oktober 2024 zag dat er een bericht op Snapchat was van [getuige] .
Hierop zag hij een tekst welke hij nog niet eerder had gezien. In de tekst stond dat hij niet naar de woning moest komen omdat de vader en de broer hem naar de woning zouden hebben gelokt.
(Voetnoot 16)
-
een proces-verbaal van bevindingen, inhoudende de verklaring van verbalisant [verbalisant 2] , zakelijk weergegeven:
Op 4 oktober 2024 zag ik dat de overbuurman (de rechtbank begrijpt de medeverdachte [medeverdachte 2] ) voor de deur stond.
Zijn woning is [adres] . Ik holde met de buurman mee naar de overkant van de straat. Ik hoorde buurman [verdachte] iets zeggen van “die jongen appt ook steeds met dochter”.
(Voetnoot 17)
Ik zag dat de jongeman aan handen en voeten gebonden was middels veters en ik zag ook dat de jongeman meerdere verwondingen aan zijn gezicht had. Achter de jongen zag ik een deel van een paraplu liggen.
(Voetnoot 18)
Buurman [verdachte] liep op de jongen af en gaf hem een klap vol in zijn gezicht. Buurman [verdachte] gebruikte hiervoor een schoen.
(Voetnoot 19)
Ik zag in de keuken nog twee personen staan, die ik herkende als de oudste dochter van buurman [verdachte] (de rechtbank begrijpt [verdachte] , [1998] ) en zijn echtgenote.
-
een proces-verbaal van bevindingen met fotobijlagen, inhoudende de verklaring van verbalisant [verbalisant 3] , zakelijk weergegeven:
Op 4 oktober 2024 was ik aan de [adres] in [woonplaats] .
Ik zag in de woonkamer een jongen op de grond liggen. Deze jongen bleek mij te zijn: [slachtoffer] . Ik zag dat [slachtoffer] divers zichtbaar letsel had.
Verder zag ik in de ruimte op de grond een wit verlengsnoer liggen. Ook lag er een paraplu op de grond.
(Voetnoot 20)
- een proces-verbaal van bevindingen, inhoudende de verklaring van verbalisant [verbalisant 1] , zakelijk weergegeven:
Op 4 oktober 2024 was ik in de [adres] in [woonplaats] .
Ik zag verschillende personen op de begane grond. Deze bleken later te zijn:
(Voetnoot 21)
[slachtoffer]
[medeverdachte 2]
[verdachte]
[medeverdachte 1]
(Voetnoot 22)
Hierop ben ik naar de eerste verdieping gelopen. Aldaar zag ik een vrouw die bleek te zijn:
[A] , geboren op [1979] .
Ik zag dat zij een kind van ongeveer 1 jaar oud op haar arm hield.
(Voetnoot 23)
-
een proces-verbaal van bevindingen, inhoudende de verklaring van verbalisant [verbalisant 4] , zakelijk weergegeven:
Op 4 oktober 2024 kwam ik ter plaatse op de [adres] te [woonplaats] . Ik zag een zwarte autosleutel op tafel liggen. Ik vroeg van wie de sleutel was. Ik
hoorde [slachtoffer] zeggen dat dit zijn autosleutel was. Ik besloot samen met een man naar de auto te lopen. Die man gaf aan dat hij wist waar de auto stond. Deze man bleek later te zijn:
* [medeverdachte 1] , geboren op [1992] *
Hij is later als verdachte aangemerkt. Ik vond het vreemd dat hij precies wist waar het voertuig van [slachtoffer] stond. De sleutel werkte en de auto ging van zijn vergrendeling af.
(Voetnoot 24)
-
een proces-verbaal van bevindingen, inhoudende de bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] , zakelijk weergegeven:
NOOT verbalisant: Getuige [getuige] heeft verklaard dat zij de onderstaande berichten niet heeft verstuurd.
(Voetnoot 25)
Chat 202 [chatnaam] – [getuige] 4-10-2024 19:59:03 “Wil je komen”
Chat 205 [chatnaam] – [getuige] 4-10-2024 20:25:19 “Ja ben alleen”
Chat 208 [chatnaam] – [getuige] 4-10-2024 20:27:36 “ [straat] ”
Chat 223 [chatnaam] – [getuige] 4-10-2024 21:02:23 “Je kan komen babe”
Chat 236 [chatnaam] – [getuige] 4-10-2024 21:07:27 “Kom eventjes binnen”
(Voetnoot 26)
-
een proces-verbaal van verhoor verdachte bij de rechter-commissaris van 9 oktober 2024, inhoudende de verklaring van de verdachte [medeverdachte 1] , zakelijk weergegeven:
Vraag: Is die jongen die in het huis was ( [slachtoffer] ) met een soort smoes naar de [adres] in [woonplaats] gekomen?
Antwoord: Ja.