verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht (150 dagen), bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 7 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 3 jaren vast;
als algemene voorwaarden gelden dat de verdachte:
zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
zich ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
als bijzondere voorwaarden gelden dat de verdachte:
zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met bij Reclassering Nederland, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. Hieronder valt ook het meewerken aan huisbezoeken. De reclassering bepaalt welke gespreksonderwerpen van belang zijn om een inschatting te kunnen maken van de recidive- en veiligheidsrisico’s. De verdachte moet meewerken aan deze gesprekken en openheid van zaken geven over de door de reclassering bepaalde gespreksonderwerpen, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
zich gedurende de proeftijd laat behandelen door De Waag Utrecht of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt. Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van de verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/observatie/diagnostiek/crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat de verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;
zich inspant voor het behouden van zinvolle dagbesteding, zolang de reclassering dat nodig vindt;
- waarbij de Reclassering Nederland opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering dadelijk uitvoerbaar zijn;
- gelast de teruggave aan de verdachte van de telefoon met goednummer PL0900-2025017503-3469481;
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. O. Böhmer, voorzitter, mr. L.R.H. Koekoek en mr. C. Van Wambeke, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.C. van Grinsven als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1
zij op of omstreeks 17 januari 2025 te Utrecht, althans in Nederland, medewerkers van Politie Midden-Nederland en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] , althans een of meerdere personen heeft bedreigd met een terroristisch misdrijf en/of met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen of gemeen gevaar voor de verlening van diensten ontstaat en/of met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door
- de ontvangsthal van het politiebureau aan de [adres] binnen te lopen en/of
- ( vervolgens) tegen een medewerkster te zeggen "ik heb een bom" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- ( vervolgens) een tas op de grond te zetten en/of bij de tas te gaan zitten en/of liggen en/of de woorden “Allahu Akbar" en/of “Asha do anna la elahe ellallho” en/of “ik heb een bom" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking te zeggen/roepen en/of
- ( vervolgens) een telefoon op de balie te leggen en/of de tas in het politiebureau achter te laten en/of
- ( vervolgens) nadat zij het bureau had verlaten tegen politie-ambtenaren te zeggen “ik heb de bom op de balie gelegd", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
2
zij op of omstreeks 17 januari 2025 te Utrecht een of meerdere voorwerp(en), te weten een mobiele telefoon (merk Nokia) en/of een tas met inhoud, op een al dan niet voor het publiek toegankelijke plaats, te weten in het politiebureau aan de [adres] , heeft achtergelaten en/of geplaatst, met het oogmerk (een) ander(en) ten onrechte te doen geloven dat daardoor een ontploffing kon worden teweeggebracht.
Ten aanzien van feiten 1 en 2:
1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 19 juni 2026, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
Op 17 januari 2025 ben ik het politiebureau op het [locatie] in Utrecht binnengelopen. Ik zei tegen de mevrouw achter de balie: “Ik kom mezelf aangeven”. Ik heb toen een valse bommelding gedaan. Ik heb het woord bom gezegd, of iets wat daarop leek. Ik had geloofskleding aan en ik riep in het Arabisch “God is groot”.
2. Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 3] , opgemaakt op 17 januari 2025, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
Op vrijdag 17 januari 2025 omstreeks 14:00 uur was ik aan het werk op het politiebureau aan de [adres] te Utrecht. Ik zag dat er een vrouw naar mijn balie toeliep met gezichtsbedekkende kleding, waardoor ik alleen haar ogen kon zien. Ze was donker gekleed en droeg volgens mij een boerka. De vrouw zei tegen mij “ik heb een bom”. Ik zag dat de vrouw haar handen naast haar hoofd hield en 3 keer met luide stem "Allah u akbar" riep. (Voetnoot 2)
3. Het proces-verbaal van bevindingen van meerdere verbalisanten, opgemaakt op 17 januari 2025, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
Op vrijdag 17 januari 2024 waren wij, verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] ,
van [verbalisant 3] , [verbalisant 4] , [verbalisant 5] en [verbalisant 6] , aanwezig in het hoofdbureau van
politie te Utrecht. Wij zagen dat een persoon geknield op de grond zat. Voor haar lag een tas. Wij hoorden dat de persoon “Allahu Akbar” en met verheven stem “ik heb een bom” zei. (Voetnoot 3)
4. Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] , opgemaakt op 17 januari 2025, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
Ik was in het politiebureau in Utrecht en zag een vrouw met hoofddoek en gezichtsbedekking waardoor alleen haar ogen zichtbaar waren. De vrouw zei eerst rustige Koranteksten en riep toen meerdere keren hard Allah ho Akbar. Daarna zei ze “Asha do anna la elahe ellallho”. Ik zag dat een agent wegrende. Ik zag dat hij zijn hand op zijn pistool legde om actie te ondernemen als het nodig was. Wij herkenden de situatie als een aanslag. (Voetnoot 4)
5. Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] , opgemaakt op 17 januari 2025, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
Ik was op 17 januari 2025 in het politiebureau in Utrecht. Ik zag een vrouw compleet bedekt met kleding en een boerka het bureau inlopen. Ik hoorde dat de vrouw in het Arabisch “god is groot” en “ik accepteer dat er alleen één god bestaat” zei. Ze zei het twee keer met zachte stem en daarna schreeuwde ze dit meerdere malen hard. Ik zag dat er meerdere mensen schrokken van de schreeuwende vrouw. Ik zag dat een vrouw trilde van angst. Ik zag dat zelfs politieagenten wegliepen van het incident. (Voetnoot 5)
6. Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 7] , opgemaakt op 18 januari 2025, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
Op vrijdag 17 januari 2025 zag ik dat uit het politiebureau [locatie] een volledig gesluierde vrouw naar buiten kwam lopen. (Voetnoot 6) Ik hoorde haar zeggen: “ik heb het binnengelaten op de balie. De telefoon, hij ligt op de balie! De bom, de bom heb ik binnen bij de balie achtergelaten!”. (Voetnoot 7)
7. Proces-verbaal van het uitkijken van camerabeelden, opgemaakt op 18 januari 2025, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
Op vrijdag 17 januari 2025 liep een vrouw bij het politiebureau [locatie] te Utrecht naar binnen die vertelde dat zij een bom bij zich had. (Voetnoot 8) De beelden daarvan zijn uitgewerkt. (Voetnoot 9)
Tijd: 13:51:03: Te zien is dat de verdachte het politiebureau in loopt richting een balie. Te zien is dat de verdachte gezichtsbedekking draagt en twee tassen met zich meevoert. (Voetnoot 10)
Tijd: 13:52:30: Te zien is dat de verdachte een tas op de grond plaatst. (Voetnoot 11)
Tijd: 13:52:45: Te zien is dat de verdachte op de grond bij haar spullen gaat zitten. Te zien is dat zij met haar boven lichaam naar voren en achter beweegt. (Voetnoot 12)
Tijd: 14:02:52: Te zien is dat het voorwerp, wat eerder door de verdachte uit de bruine tas gehaald is, op de balie gelegd wordt. Zeer waarschijnlijk betreft het hier de Nokia telefoon die later in beslag werd genomen, echter dit is op de beelden niet goed te zien. (Voetnoot 13)
Tijd: 14:03:48: Te zien dat de verdachte haar bruine en witte tas op de grond legt en naar buiten loopt. (Voetnoot 14)
8. Het proces-verbaal van forensisch onderzoek plaats delict, opgemaakt op 19 januari 2025, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
Op zaterdag 18 januari 2025 kwamen wij, naar aanleiding van een bommelding, voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres] te Utrecht. (Voetnoot 15) Op de balie zagen wij een Nokia telefoon liggen. (Voetnoot 16)
9. Het proces-verbaal van aangifte namens de Nationale Politie, opgemaakt op 24 januari 2025, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
Op 17 januari 2025 werd een melding gedaan dat een vrouw het politie bureau aan de [adres] te Utrecht was binnen komen lopen welke geheel gesluierd was en aangaf een bom met zich mee te voeren.
Door deze melding zijn zeer veel politie processen binnen en buiten het bureau verstoord of zelf stil komen te liggen, met grote gevolgen voor de maatschappij. Het volledige bureau is ontruimd, waarbij circa 150 medewerkers van de politie en partners zijn onder gebracht in een opvang locatie bij evenementen locatie Tivoli.
Onder andere de navolgende processen weden stil gelegd:
- Incident afhandeling: Door de melding zijn zeer veel eenheden van het district ingezet bij de afzetting en ontruiming van het bureau. De daadwerkelijke aansturing van de incident afhandeling (Voetnoot 17) van het basisteam Utrecht Centrum, welke plaats vindt vanuit dit bureau werd stilgelegd.
- Openbaar ministerie ZSM: Daar de afdeling ZSM voor de gehele eenheid is gevestigd in het bureau, werd dit proces stil gelegd en konden zaken in de gehele eenheid niet worden afgerond. Binnen het proces van ZSM zijn eveneens diverse ketenpartners werkzaam, zoals de reclassering en raad van de kinderbescherming.
- Service afdeling: Alle medewerkers vielen onder het personeel dat werd ontruimd/
geëvacueerd. Hierdoor zijn geplande aangiftes afgezegd en zijn direct burgers
geschaad.
- Ophoudgebied: Ten tijde van de melding zaten er 2 verdachten ingesloten en deze zijn geëvacueerd door de Dienst Arrestenvervoer en overgebracht naar het cellencomplex in Houten.
Pas na vele uren en onderzoek, door onder andere de Explosieve opruimingsdienst, kon het bureau, rond 17.00 uur weer vrijgegeven worden en konden de processen worden opgestart. (Voetnoot 18)