Rechtbank Midden-Nederland, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBMNE:2026:5688

Op 17 July 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 16-321612-25; 21-001897-22 (vord. tul), bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBMNE:2026:5688. De plaats van zitting was Lelystad.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
16-321612-25; 21-001897-22 (vord. tul)
Datum uitspraak:
17 July 2026
Datum publicatie:
19 August 2026

Indicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het dealen in en bezit van harddrugs. Oplegging van een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaren. Aan het voorwaardelijk strafdeel zijn zowel algemene als bijzondere voorwaarden verbonden

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16-321612-25; 21-001897-22 (vord. tul)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 17 juli 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [2002] in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres] in [woonplaats] ,

gedetineerd in de [verblijfplaats]

hierna: de verdachte.

1
Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 3 juli 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

de verdachte;

de officier van justitie: mr. V. van der Horst;

de advocaat van de verdachte: mr. S.J. Nijhof (hierna: de advocaat).

2
Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

feit 1

in de periode van 22 april 2022 tot en met 26 november 2025 in Zeewolde samen met een ander heeft gehandeld in cocaïne;

feit 2

op 26 november 2025 in Zeewolde 154 gram cocaïne aanwezig heeft gehad.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3
Bewijs
3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd.

De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 4.3.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte gedeeltelijk vrij te spreken van feit 1 en gedeeltelijk van feit 2. Ten aanzien van feit 1 vraagt hij om vrijspraak voor zover de tenlastelegging ziet op de periode vóór 10 juli 2025. Ten aanzien van het tweede feit verzoekt hij de verdachte vrij te spreken van het bezit de cocaïne die is gevonden in het bedrijfspand aan de [adres] in Zeewolde.

De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 4.3.

3.3.

Oordeel van de rechtbank

3.3.1.

Bewijsmiddelen feit 1 en feit 2

De rechtbank oordeelt dat feit 1 en 2 zijn bewezen, maar zal de verdachte – ten aanzien van feit 1 – vrijspreken voor de periode van 22 april 2022 tot en met 30 november 2023.

De rechtbank baseert haar oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan. Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.

3.3.2.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 1 (medeplegen cocaïnehandel)

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij ongeveer vanaf augustus 2025 in cocaïne heeft gehandeld. Niettemin acht de rechtbank bewezen dat de verdachte al vanaf 1 december 2023 heeft gehandeld in cocaïne. De rechtbank legt hieronder uit waarom.

Een van de afnemers, [afnemer 1] , heeft verklaard dat hij al vanaf 2019 cocaïne afneemt van de verdachte. Zijn verklaring is specifiek en komt de rechtbank voldoende geloofwaardig voor. Als dit het enige bewijsmiddel was geweest voor de periode van vóór augustus 2025 vindt de rechtbank dit onvoldoende. Echter, uit de chats die in de dealertelefoon (met telefoonnummer [dealertelefoon] ) zijn aangetroffen en waarvan de verdachte ter terechtzitting heeft bekend dat hij die heeft gebruikt, blijkt ook van cocaïnehandel in de periode vóór augustus 2025. Het eerste bericht dateert van 1 december 2023. Uit de berichten die volgen blijkt dat de gebruiker van de telefoon een aantal keer ‘eentje’ bij [afnemer 2] heeft langsgebracht, en ook dat [afnemer 2] voor € 50,- ‘versneden’ afneemt. De rechtbank stelt vast dat deze en de andere op de telefoon aangetroffen gesprekken over de leveringen van cocaïne gaan.

De rechtbank merkt de verdachte aan als de gebruiker van de telefoon, ook al op 1 december 2023. De gebruiker van de telefoon wordt in 2022 en ook in de jaren daarop volgend met ‘ [verdachte] ’ aangesproken. Dat is de voornaam van de verdachte. Ook zijn er meerdere chats aangetroffen van vóór de zomer 2025 tussen de gebruiker van de telefoon en de telefoon die bij medeverdachte [medeverdachte] , destijds de zwager van de verdachte, is aangetroffen. In die chats wordt gesproken over klanten die naar ‘de zaak’ komen. De rechtbank kan die chats niet anders lezen dan dat over het bedrijfspand aan de [adres] in Zeewolde ging. Dat pand stond op naam van [medeverdachte] , afnemer [afnemer 1] verklaarde dat dat daar de basis voor de drugslijn lag, de verdachte verklaarde op zitting dat er ook afnemers bij dit pand van cocaïne werden voorzien en in het pand is een handelshoeveelheid cocaïne aangetroffen (zie feit 2 hierna). De kans dat een andere [verdachte] de telefoon in gebruik had, die [medeverdachte] kende en die ook bij het bedrijfspand aan de [adres] in Zeewolde dealde, acht de rechtbank verwaarloosbaar klein. De verdachte heeft daar tegenover niets willen zeggen dat zijn verhaal, dat hij de telefoon pas in de zomer van 2025 van een ander heeft gekregen, controleerbaar maakt. Hij heeft geen namen of andere details willen geven. De rechtbank vindt dat verhaal, in het licht van het gehele strafdossier, niet geloofwaardig en gaat daaraan voorbij.

De rechtbank acht op basis van de bewijsmiddelen daarom wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich vanaf 1 december 2023 – samen met medeverdachte [medeverdachte] – schuldig heeft gemaakt aan de handel in cocaïne.

3.3.3.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 2 (bezit cocaïne)

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte vrijgesproken moet worden van het bezit van 135,06 gram cocaïne. Deze hoeveelheid is in het kistje in het bedrijfspand aan de [adres] in Zeewolde aangetroffen. De verdediging heeft betoogd dat de verdachte geen wetenschap had van de aanwezigheid van deze verdovende middelen en dat het hem ontbrak aan beschikkingsmacht over die verdovende middelen.

De rechtbank volgt dit verweer niet. Verbalisanten die de auto en het pand hebben doorzocht hebben geconstateerd dat in het voertuig waarin de verdachte zich verplaatste een sleutel in het middenconsole lag. Deze sleutel bleek te passen op het kistje dat door de verbalisanten werd ontdekt boven het systeemplafond in het pand aan de [adres] in Zeewolde. Dat van het aantreffen van de sleutel geen foto is gemaakt – zoals door de verdediging is aangevoerd – doet hieraan niets af. De verdachte heeft verklaard dat hij beschikte over een sleutel van het bedrijfspand, hier geregeld aanwezig was en ook dat hij daar aan afnemers leverde. Getuige [afnemer 1] noemt het de basis van de drugslijn. Dit alles in samenhang bezien maakt dat de rechtbank van oordeel is dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte zowel wetenschap als beschikkingsmacht had over het kistje met daarin 135,06 gram cocaïne. Dit betekent dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte in totaal ongeveer 154 gram cocaïne opzettelijk aanwezig heeft gehad.

3.4.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

feit 1op meerdere tijdstippen in de periode van 1 december 2023 tot en met 26 november 2025 te Zeewolde in vereniging opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, hoeveelheden, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

feit 2 op 26 november 2025 te Zeewolde opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer, 154 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, in ieder geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4
Kwalificatie en strafbaarheid
4.1.

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

feit 1: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

feit 2: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

4.2.

Strafbaarheid feiten en verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5
Straf
5.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 (vier) jaar, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 1 (één) jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar, met als bijzondere voorwaarden de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

5.2.

Standpunt van de verdediging

De advocaat heeft aangevoerd dat de verdachte een kwetsbare jonge man is. Door zijn licht verstandelijke beperking, ADD en antisociale persoonlijkheidstrekken is hij erg beïnvloedbaar en heeft hij zich laten verleiden tot het verdienen van snel geld. De verdediging ziet nog steeds meerwaarde in structurele begeleiding en behandeling door de reclassering. Ook al heeft dat tot op heden – in het kader van een vorige veroordeling – nog niet het resultaat gehad zoals gehoopt. Het verzoek is om geen langere gevangenisstraf op te leggen dan het voorarrest tot op heden heeft geduurd, zodat de verdachte niet langer in de gevangenis hoeft te blijven.

5.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich gedurende nagenoeg twee jaar schuldig gemaakt aan het, samen met een ander, verhandelen van cocaïne. Hij heeft hiermee langdurig personen van verdovende middelen voorzien en daarmee de gezondheid van deze personen benadeeld. Met zijn handelen heeft de verdachte bovendien een bijdrage geleverd aan de met cocaïnehandel gepaard gaande gevaren voor de openbare orde en de maatschappelijke veiligheid. De rechtbank gaat ervan uit dat een snelle manier van geldelijk gewin zijn belangrijkste drijfveer was, wat ook blijkt uit zijn verklaring op zitting.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Bij haar beslissing heeft de rechtbank acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie over de verdachte van 3 februari 2026, waarop meerdere strafbare feiten staan. Het strafblad bevat ook een veroordeling voor een soortgelijk feit van slechts twee jaar geleden waarbij een proeftijd van drie jaar is opgelegd. De rechtbank vindt dit strafverhogend.

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het rapport van Reclassering Nederland van 19 juni 2026. De reclassering concludeert dat de verdachte is gediagnosticeerd met ADD, antisociale persoonlijkheidstrekken en een licht verstandelijke beperking. De reclassering ziet dat de verdachte zich bewust was van het feit dat handel in cocaïne strafbaar is, maar dat hij vanwege zijn beïnvloedbaarheid, dat onderdeel is van de vastgestelde problematiek, niet bestand bleek tegen de invloed van pro-criminele contacten. De reclassering ziet een hoog risico op herhaling indien er geen passende interventies worden ingezet.

De reclassering ziet meerwaarde in structurele begeleiding en behandeling, met name gericht op de problematiek en verdachtes bijkomende kwetsbaarheden. Eerdere begeleiding en behandeling (gericht op agressieproblematiek) hebben onvoldoende blijvende gedragsverandering opgeleverd, waardoor recidive blijft bestaan. Die behandeling was ook nog niet afgerond toen de verdachte in deze zaak in voorlopige hechtenis werd genomen. Zo was de Cova+ training nog niet gestart. Een nieuw traject, met de focus op de onderliggende problematiek en bijkomende kwetsbaarheden van de verdachte, biedt mogelijk meer kans op het beperken van herhaling van delictgedrag. Het doel hiervan is het vergroten van de weerbaarheid van de verdachte ten aanzien van zijn sociale netwerk en het verbeteren van inzicht in zijn eigen denk- en handelingspatronen. De reclassering ziet voldoende aanknopingspunten en motivatie bij de verdachte om een nieuwe behandeling te starten.

Strafkader

Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen voor handel in harddrugs voor de duur van 12 maanden is één jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Enerzijds moet deze straf hoger uitvallen, omdat de verdachte niet één maar bijna twee jaar heeft gehandeld in cocaïne en hij bovendien tijdens een proeftijd voor een ander opiumdelict en dus tijdens lopend toezicht door de reclassering opnieuw in de fout is gegaan.

Anderzijds vindt de rechtbank dat de straf moet worden verminderd, gelet op de vrij jonge leeftijd en de persoonlijkheidsproblematiek van de verdachte. Hij moet nog kunnen leren van het leven en zijn fouten, en heeft daar ook hulp bij nodig. Ook heeft de verdachte ter terechtzitting aangegeven dat hij vader is geworden en hij beseft dat hij thuis hard nodig is en hij er voor zijn dochtertje en vriendin wil zijn. De rechtbank ziet daarin een omstandigheid voor de verdachte om in de toekomst zich niet meer bezig te houden met criminele zaken.

Straf

Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf op van 18 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

De straf wijkt af van de eis van de officier van justitie omdat de rechtbank - kennelijk - een lager vertrekpunt voor de strafoplegging hanteert en de verdachte ook voor een kortere periode veroordeelt dan de officier van justitie bewezen vindt.

Tenuitvoerlegging van de straf

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting totdat aan de verdachte, als hij daarvoor in aanmerking komt, voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

6
In beslag genomen voorwerpen
6.1.

Vordering van de officier van justitie

Het dossier bevat een recente beslaglijst, gedateerd 5 juni 2026. De officier van justitie vordert de inbeslaggenomen auto verbeurd te verklaren. De auto staat weliswaar op naam van de vriendin van de verdachte, maar deze was feitelijk in gebruik bij de verdachte. Hij werd gebruikt bij dealactiviteiten. En anders kan het niet anders dan dat de vriendin van de verdachte weet moet hebben gehad van dit gebruik van de auto. Ook het in beslag genomen geldbedrag van € 200,- vordert de officier van justitie verbeurd te verklaren. Dat geld is met de verkoop van cocaïne verdiend. Tot slot vordert zij de inbeslaggenomen verdovende middelen te onttrekken aan het verkeer. Dat geld is met de verkoop van cocaïne verdiend. Tot slot vordert zij de inbeslaggenomen verdovende middelen te onttrekken aan het verkeer.

6.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair verzocht de auto terug te geven aan de rechthebbende, zijnde de vriendin van de verdachte. De auto staat immers op haar naam. Subsidiair heeft de verdediging verzocht om – bij verbeurdverklaring – de vriendin van de verdachte een vergoeding toe te kennen om haar te compenseren voor het nadeel dat zij daardoor ondervindt. Zij wordt, volgens de verdediging, disproportioneel getroffen door de verbeurdverklaring.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Op grond van artikel 33a Wetboek van Strafvordering zijn voorwerpen die de veroordeelde toebehoren, vatbaar voor verbeurdverklaring. Onder ‘toebehoren’ wordt niet alleen de economische eigendom bedoeld, maar ook het hebben van zodanige zeggenschap over het voorwerp dat het gebruik met eigenaarschap gelijkgesteld kan worden. De rechtbank ziet op grond van het dossier geen aanwijzingen dat hiervan sprake is. Dat tijdens observaties is gezien dat de verdachte (een aantal keer) in de auto reed, is daarvoor onvoldoende. In dit geval behoort de auto aan de vriendin van de verdachte toe. Zij is de kentekenhouder.

Op grond van hetzelfde artikel zijn voorwerpen die een ander toebehoren vatbaar voor verbeurdverklaring voor zover die ander bekend was met het (criminele) gebruik of dat redelijkerwijs had kunnen vermoeden. De auto is gebruikt om vanuit te dealen. De rechtbank is van oordeel dat het dossier echter geen aanknopingspunten bevat dat de vriendin van de verdachte daarvan op de hoogte was of dat redelijkerwijs had kunnen vermoeden.

Dit betekent dat de rechtbank de teruggave aan de rechthebbende zal gelasten van het inbeslaggenomen voertuig, te weten een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] .

Verbeurdverklaren

De rechtbank zal het inbeslaggenomen geld (€ 200,-) verbeurdverklaren. Dit geld is verdiend met de handel in cocaïne.

Onttrekken aan het verkeer

Tot slot zal de rechtbank de inbeslaggenomen verdovende middelen onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Met behulp van deze voorwerpen is het onder 1 en 2 bewezenverklaarde begaan.

7
Vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft aan de verdachte in de zaak met parketnummer 21-001897-22 op 19 juni 2024 een gevangenisstraf van 300 dagen voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van 3 jaar.

7.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de rechtbank de vordering toewijst, zodat de voorwaardelijk aan de verdachte opgelegde straf ten uitvoer wordt gelegd. Volgens de officier van justitie heeft de verdachte zich niet gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig mag maken aan een strafbaar feit.

7.2.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de vordering tot tenuitvoerlegging gedeeltelijk toe te wijzen, namelijk voor 120 dagen, waarbij hij verzoekt die 120 dagen gevangenisstraf om te zetten in een taakstraf van 240 uur.

7.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij arrest van 19 juni 2024 is de verdachte een gevangenisstraf van 300 dagen voorwaardelijk opgelegd. De verdachte heeft zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig gemaakt aan strafbare feiten. De rechtbank zal de tenuitvoerlegging slechts voor een gedeelte gelasten. Bij die beslissing is rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte. Van de 300 dagen zullen 150 dagen gevangenisstraf ten uitvoer worden gelegd. Dat betekent dat de verdachte nu 150 dagen in de gevangenis dient uit te zitten en de resterende 150 dagen gedurende het restant van de proeftijd boven het hoofd van de verdachte blijven hangen. De rechtbank ziet geen aanleiding om het toegewezen deel om te zetten in een taakstraf.

8
Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 47, 57 artikelen van het Wetboek van Strafrecht;

2 en 10 van de Opiumwet.

Beslissing

9
De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;

verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder feit 1 en 2 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht,

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- als algemene voorwaarden gelden dat verdachte:

zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte gedurende de proeftijd:

zich meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres Middendreef 293, 8233 GT Lelystad;

zich laat behandelen door de Waag of een soortgelijke zorgverlener waarbij er een diagnostisch onderzoek wordt ingezet en indien geïndiceerd ambulante behandeling (waarbij er gedacht kan worden aan psycho-educatie) of een gedragsinterventie ingezet wordt, nader te bepalen door de reclassering. De duur van de behandeling wordt bepaald door de reclassering. De behandeling start zo spoedig mogelijk. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden en/of andere problematiek. De behandeling wordt (voor zover dat mogelijk is) uitgevoerd door een organisatie,

gelet op de problematiek van de verdachte, die beschikt over specialistische kennis en expertise. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken;

? op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachte [medeverdachte] , geboren op [1989] ,

zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. De politie houdt toezicht op de naleving

van dit contactverbod;

zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, met een vaste structuur;

meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs), en lijst II (softdrugs) en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek, ademonderzoek of een speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;

beslag

- gelast de teruggave aan [A] als kentekenhouder en rechthebbende van het volgende voorwerp:

? personenauto met kenteken [kenteken] en met goednummer 3562966;

- verklaart het volgende voorwerp verbeurd:

? een geldbedrag van € 200,- met goednummer 3625790;

- onttrekt de volgende voorwerpen aan het verkeer:

? verdovende middelen met de goednummers: 3625754; 3625761; 3625798 en 3625795;

vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 21-001897-22

- wijst de vordering gedeeltelijk toe;

- gelast de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij arrest 19 juni 2024 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf, te weten voor een gedeelte van 150 dagen;

- wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.P. Verboom, voorzitter, mrs. C.S.K. Fung Fen Chung en J. Wiersma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T. Lap als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026.

De jongste rechter en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is na nadere omschrijving van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:

1.hij op, een of meerdere tijdstippen, in de periode van 22 april 2022 tot en met 26 november 2025 te Zeewolde, althans in Nederland, in verenigingopzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,grote hoeveelhe(i)d(en), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.hij op of omstreeks 26 november 2025 te Zeewolde, althans in Nederland,opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer, 154 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, in ieder geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Bijlage II: Bewijsmiddelen  (Voetnoot 1)

- de verklaring van de verdachte op de zitting van 3 juli 2026:

Ik heb in cocaïne gehandeld. De dealertelefoon was bereikbaar op nummer [dealertelefoon] . Ik dealde vanuit mijn auto, bezorgde aan de deur en ook kwamen mensen voor cocaïne langs bij het pand aan de [adres] in Zeewolde. Dat pand staat op naam van [medeverdachte] . Hij heeft mij de sleutel van het pand gegeven. Met [medeverdachte] stemde ik af over het dealen.

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, genummerd 2025248005-49, opgemaakt door [verbalisant 1] , hoofdagent bij politie Midden-Nederland en gesloten op 12 december 2026 [de rechtbank begrijpt: 2025]:

Ik zag dat de telefoon de volgende eigenschappen had: telefoonnummer: + [dealertelefoon] .

De berichten welke afkomstig zijn van de verdachte zullen gearceerd worden (Voetnoot 2).

[telefoonnummer afnemer 2] @s.whatsapp.net [afnemer 2] 1-12-2023 00:30:16(UTC+l) kan je nog brengen [dealertelefoon] @s.whatsapp.net A 1-12-2023 00:33:40 (UTC+1) Lig in me nest voor 2 kom ik

[telefoonnummer afnemer 2] @s.whatsapp.net [afnemer 2]

2-12-2023 20:37:13(UTC+l)

Maat kan je 1 tje neerleggen

[telefoonnummer afnemer 2] @s.whatsapp.net [afnemer 2]

2-12-2023 20:38:21(UTC+l)

Onder bloempot svp

[telefoonnummer afnemer 2] @s.whatsapp.net [afnemer 2]

9-12-2023 19:58:44(UTC+1)

Ik leg even 50,- neer voor je. Bloempot  (Voetnoot 3)

[telefoonnummer afnemer 2] @s.whatsapp.net [afnemer 2]

25-12-2023 22:23:37(UTC+1)

Heb jet veel versneden maat?

[telefoonnummer afnemer 2] @s.whatsapp.net [afnemer 2]

25-12-2023 22:23:40(UTC+l)

Proeft heel zoet  (Voetnoot 4)

[dealertelefoon] @s.whatsapp.net

23-5-2025 12:24:16(UTC+1)

Beste mensen?

vandaag aanbieding!?

Direct afrekenen?

Bericht me voor mooie prijzen?  (Voetnoot 5)

[telefoonnummer afnemer 3] @s.whatsapp.net [afnemer 3]

23-5-2025 17:23:26(UTC+1)

Jo had je ff

[dealertelefoon] @s.whatsapp.net A

23-5-2025 17:24:02 (UTC+1)

Ja man ben straat wel gelijk betalen aub is druk

[dealertelefoon] @s.whatsapp.net A

23-5-2025 17:24:13(UTC+1)

Je mag 4 voor 160 als je wilt

[dealertelefoon] @s.whatsapp.net A

21-11-2025 18:58:36(UTC+1)

Heb je vandaag wat voor mij

[telefoonnummer afnemer 3] @s.whatsapp.net [afnemer 3]

22-11-2025 17:10:52 (UTC+1)

Jo man ik bel je zo terug  (Voetnoot 6)

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, genummerd 2025248005-41, opgemaakt door [verbalisant 2] en [verbalisant 1] , beiden hoofdagent bij politie Midden-Nederland en gesloten op 29 november 2025:

Ik gebruik al meer dan tien jaar cocaïne (Voetnoot 7). Ik kocht cocaïne bij een dealer. Ik ken hem als [verdachte] . Ik gebruik alleen maar halve grammen en [verdachte] is één van de weinigen die deze halve grammen verkoopt. Ik koop al ruim zes jaar cocaïne bij [verdachte] . Ik weet dit, omdat ik al cocaïne bij hem kocht, toen ik nog samen was met mijn ex-partner en deze relatie is al zes jaar uit. [verdachte] is altijd actief geweest. De afgelopen zes jaar heb ik op regelmatige basis cocaïne gekocht bij [verdachte] . Vaak sprak ik af bij dat bedrijfspand waar jullie mij gezien hebben op de Mast. Daar ligt de basis voor deze drugslijn (Voetnoot 8).

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, genummerd 2025248005-62, opgemaakt door [verbalisant 3] , en gesloten op 29 januari 2026:

Bijlage

- Whatspp berichten

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, genummerd 2025248005-63, opgemaakt door [verbalisant 2] , hoofdagent bij politie Midden-Nederland en gesloten op 26 januari 2026:

Door de rechter-commissaris werd er een bevel gegeven om onderzoek te doen in de

mobiele telefoon van [verdachte] .

Datum: 11/01/24

[medeverdachte] : " […] 19 Ptje. Hoe laat?"

[verdachte] : "10 min" “Ben er”

Datum: 16/02/24

[medeverdachte] : " […] vraag of die 1 maar later floes?" "Ga jij. Of moet ik gaan?"

[verdachte] : "Ga jij. Ik sta bij [B](Voetnoot 9)

Datum: 10/04/24

[medeverdachte] : "Broer. Zijn 2 zakjes. Neem alles mee."

[verdachte] : "Bro. 2 Zakjes? Zitte 4 zakjes bro." "Met die losse erbij 5"

[medeverdachte] : "Klopt ja 1 grote zak." "En nog een kleine zakje" "Broer, in die ene zak zitten 4 zakjes! En dat losse zakje zaten er 10 stuks in"

[verdachte] : "Ja broski totaal 5 zakjes" "Alle zakjes gaan per 10 is makkelijk bijhouden"

Datum: 21/04/24

[verdachte] : "Kan je aub die tuinman helpen van me"

[medeverdachte] : "Ja. Ik ben met 10min [straat] "

[verdachte] : "Oke bro. Hij moet nog 250 betalen" "En wil er nog 2. Dus 350" (Voetnoot 10)

Datum: 26/04/24

[verdachte] : "Heey mensen! Vandaag 2 voor ?80 tot 00:00. Actie telt alleen als jet

direct afrekent. Fijne koningsdag!" "Dit is wat ik stuur na mensen bro" "Dus niet raar kijken na hun mochten ze je 80 geven"

Datum: 07/08/24

[medeverdachte] : 'Kan je P'tje brengen bij die jongens van me werk morgen betalen ze"

[verdachte] : "Ik heb geen p bro ik heb er nog maar 3 heb zo klantje, ga morgen nieuwe halen moet egt geld hebben"

Datum: 15/03/25

[verdachte] : "Komt een klant naar de zaak"

[medeverdachte] : “Ja prima”

[verdachte] : "Hij is er. Hij betaald later" "Niet die P. Gewoon normale." (Voetnoot 11)

Datum: 24/06/25

[verdachte] : "Red jij half 6 voor jochie bij argos?" "3 stuks 120 hij betaalt 40pp"

"Of moet ie zaak"

[medeverdachte] : “Laat hem hier komen aub"

[verdachte] : "Ja ik zeg hem zaak" "3 Ptjes" "Maar als hij met 110 komt" "Dan 2P en 1Mix" "Laat me ff weten aub" (Voetnoot 12)

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, genummerd -2025248005-23, opgemaakt door [verbalisant 1] , hoofdagent bij politie Midden-Nederland en gesloten op 26 november 2025:

Toen verbalisanten op deze stoel gingen staan en de systeemplaat opzij schoven, werd er een metalen kistje aangetroffen. Dit metalenkistje was afgesloten middels een slot. In het voertuig waarin verdachte [verdachte] zich verplaatste werd een sleutel aangetroffen. Met deze sleutel werd het kluisje geopend (Voetnoot 13). De volgende goederen werden inbeslaggenomen:- 1x brok vermoedelijk cocaïne (netto gewicht 100,01 gram)- 1x brok vermoedelijk cocaïne (netto gewicht 35,77 gram). (Voetnoot 14)

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, genummerd 2025248005-28, opgemaakt door [verbalisant 4] en [verbalisant 1] , respectievelijk agent en hoofdagent bij politie Midden-Nederland en gesloten op 26 november 2025:

In het voertuig werden 2 gevulde ponypacks met vermoedelijk cocaïne aangetroffen in het tussenconsole tussen de bestuurder- en bijrijdersstoel. Ik zag dat beide ponypacks gemerkt waren met een roodgekleurde letter 'P'. Ook werd er in het middenconsole 4 x 50.00 euro biljet aangetroffen (Voetnoot 15).

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, genummerd -2025248005-19, opgemaakt door o.m. [verbalisant 2] en [verbalisant 5] , hoofdagenten bij politie Midden-Nederland en gesloten op 26 november 2025:

Vervolgens zagen wij dat [verdachte] het bedrijfspand aan de [adres] te Zeewolde

verliet en in de richting van de eerder genoemde Renault liep. Wij zagen dat [verdachte]

contact maakte met de bestuurder van het voertuig. Wij zagen dat [verdachte]

zijn arm uitstak naar de bestuurder in het voertuig en er een kort contactmoment

plaatsvond. Na dit contactmoment van ongeveer vijf seconden zagen we dat [verdachte]

weer wegliep en het bedrijfspand aan de [adres] betrad. Wij zagen dat [verdachte] het bedrijfspand aan de [adres] lopend verliet. Wij zagen dat [verdachte] het bedrijfspand middels een sleutel afsloot. Wij zagen dat [verdachte] plaatsnam in zijn Volkswagen Golf en enkele meters voorruit reed. Vervolgens zagen wij dat er een witte bedrijfsbus voorzien van het kenteken [kenteken] stopte naast de Volkswagen Golf van [verdachte] . Wij zagen dat [verdachte] uitstapte en contact maakte met de bijrijder van het voertuig. Wij zagen dat [verdachte] een overdracht van iets kleins deed naar de bijrijder van dit voertuig (Voetnoot 16).

- In de kennisgeving van inbeslagneming van 26 november 2025 is onder meer opgenomen:

Omstandigheden : Aangetroffen op de verdachte [verdachte]

Goednummer : 3625798

Object : verdovende middelen

Aantal : 21 stuks (Voetnoot 17)

- In de kennisgeving van inbeslagneming van 26 november 2025 is onder meer opgenomen:

Omstandigheden : 2x ponypack aangetroffen in het voertuig

Goednummer : 3625795

Object : verdovende middelen

Aantal : 2 stuks (Voetnoot 18)

- In de kennisgeving van inbeslagneming van 26 november 2025 is onder meer opgenomen:

Omstandigheden : Aangetroffen in een grijskleurig geldkistje

Goednummer : 3625754

Object : verdovende middelen

Inhoud : Wit poeder (vermoedelijk cocaine) doorzichtig folie (Voetnoot 19)

- In de kennisgeving van inbeslagneming van 26 november 2025 is onder meer opgenomen:

Omstandigheden : Aangetroffen in een grijskleurig geldkistje

Goednummer : 3625761

Object : verdovende middelen

Inhoud : Wit poeder verpakt in een doorzichtig zakje (Voetnoot 20)

- Uit het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 28 november 2025 volgt dat de verbalisanten onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, hebben gerelateerd:

SIN : AATF5033NLGoednummer : G3625798Object : 13 grote en 8 kleine wikkels met wit poeder/brokjesAantal : 21Nettogewicht : 14,84 gram (Voetnoot 21)

SIN : AATF5035NL

Goednummer : G3625795Object : Wikkels met wit poederAantal : 2 Nettogewicht : 2,08 gram (Voetnoot 22)

SIN : AATF5032NLGoednummer : G3625754Object : Plastic zakje met wit poeder/brokAantal : 1Nettogewicht : 99,68 gram

SIN : AATF5031NLGoednummer : G3625761Object : Plastic zakje met wit poeder/brokjesAantal : 1Nettogewicht : 35,38 gram (Voetnoot 23)

- Door de deskundige van het Nederlands Forensisch Instituut, ing. N. van Doorn, zijn op 28 november 2025 meerdere rapporten opgemaakt, hierin concludeert hij onder meer:

Kenmerk Omschrijving FO Conclusie

AATF5033NL poeder en brokvormig, wit, uit 14,84 gram bevat cocaïne (Voetnoot 24)

Kenmerk Omschrijving FO Conclusie

AATF5035NL poeder, wit, uit 2,08 gram bevat cocaïne (Voetnoot 25)

Kenmerk Omschrijving FO Conclusie

AATF5032NL poeder en brokvormig, wit, uit 99,68 gram; bevat cocaïne (Voetnoot 26)

Kenmerk Omschrijving FO Conclusie

AATF5031NL poeder en brokvormig, wit, uit 35,38 gram; bevat cocaïne (Voetnoot 27)

Voetnoot

Voetnoot 1

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie-eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer 2025248005. Het dossier is niet doorgenummerd. Het bevat de pagina’s 100 tot en met 419, pagina 500 tot en met 529, pagina 601 tot en met 609, pagina 700 tot en met 715 en pagina 800 tot en met 818. Daarom wordt ook verwezen naar de digitale paginanummers.

Voetnoot 2

Pagina 218 (digitaal 127)

Voetnoot 3

Pagina 219 (digitaal 128)

Voetnoot 4

Pagina 222 (digitaal 131)

Voetnoot 5

Pagina 230 (digitaal 139)

Voetnoot 6

Pagina 231 (digitaal 140)

Voetnoot 7

Pagina 214 (digitaal 123)

Voetnoot 8

Pagina 215 (digitaal 124)

Voetnoot 9

Pagina 255 (digitaal 164)

Voetnoot 10

Pagina 256 (digitaal 165)

Voetnoot 11

Pagina 257 (digitaal 166)

Voetnoot 12

Pagina 259 (digitaal 168)

Voetnoot 13

Pagina 165 (digitaal 75)

Voetnoot 14

Pagina 166 (digitaal 76)

Voetnoot 15

Pagina 157 (pagina 67)

Voetnoot 16

Pagina 137 (digitaal 47)

Voetnoot 17

Pagina 604 (digitaal 377)

Voetnoot 18

Pagina 605 (digitaal 378)

Voetnoot 19

Pagina 606 (digitaal 379)

Voetnoot 20

Pagina 607 (digitaal 380)

Voetnoot 21

Pagina 194 (digitaal 103)

Voetnoot 22

Pagina 197 (digitaal 106)

Voetnoot 23

Pagina 196 (digitaal 105)

Voetnoot 24

Pagina 203 (digitaal 112)

Voetnoot 25

Pagina 200 (digitaal 109)

Voetnoot 26

Pagina 201 (digitaal 110)

Voetnoot 27

Pagina 202 (digitaal 111)