Rechtbank Midden-Nederland, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBMNE:2026:84

Op 19 January 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 16/003211-25, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBMNE:2026:84. De plaats van zitting was Utrecht.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
16/003211-25
Datum uitspraak:
19 January 2026
Datum publicatie:
19 January 2026

Indicatie

Veroordeling voor het meermaals plegen van ontucht met twee minderjarigen (artikel 249 Sr oud), verleiding van een minderjarige tot ontucht en een poging tot verleiding van een minderjarige tot ontucht (artikel 248a Sr oud) in zijn (voormalige) functie als docent en/of leerlingcoördinator. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het vervaardigen, verwerven en het bezit van kinderpornografische foto's en video's. De feiten hebben zich afgespeeld gedurende een periode van ongeveer zeven jaar. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaar met aftrek. De verdachte krijgt een beroepsverbod opgelegd voor de duur van negen jaar ten aanzien van beroepen waarbij sprake is van een afhankelijkheidsrelatie met minderjarigen. Daarnaast legt de rechtbank een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v Sr en een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z Sr op. De rechtbank neemt beslissingen op het beslag en de vorderingen van de benadeelde partijen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/003211-25

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 19 januari 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [1979] in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres] in [woonplaats] ,

nu gedetineerd in de [verblijfplaats] ,

hierna: de verdachte.

1
Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van

15 december 2025. Het onderzoek is gesloten op 19 januari 2026, waarna direct uitspraak is gedaan.

Op de zitting waren aanwezig:

de verdachte;

de officier van justitie: mr. F.E. Leeman;

de advocaat van de verdachte: mr. C. van Oort (hierna: de advocaat);

de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] ;

de advocaat van de benadeelde partijen: mr. P. van der Geest.

2
Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

feit 1

in de periode van 1 augustus 2017 tot en met 21 juni 2018 in Utrecht, terwijl hij werkzaam was als docent, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 1] ;

feit 2

in de periode van 1 december 2023 tot en met 31 december 2023 in Almere en Utrecht, terwijl hij werkzaam was als leerlingcoördinator, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 2] ;

feit 3

in de periode van 1 januari 2024 tot en met 30 juni 2024 in Almere en Utrecht de minderjarige [slachtoffer 2] , door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen of te dulden;

feit 4

in de periode van 1 juli 2024 tot en met 30 september 2024 in Utrecht met een kind tussen de zestien en achttien jaar oud ( [slachtoffer 2] ) seksuele handelingen heeft verricht, die (mede) bestaan uit seksueel binnendringen, terwijl dit feit werd begaan met misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht;

feit 5

in de periode van 1 september 2023 tot en met 31 januari 2024 in Almere en Utrecht heeft geprobeerd de minderjarige [slachtoffer 3] door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, opzettelijk te bewegen ontuchtige handelingen te plegen of dulden;

feit 6

in de periode van 10 april 2018 tot en met 14 januari 2025 in Utrecht en Almere kinderpornografische foto’s en video’s van negen met naam genoemde minderjarigen en van andere ongeïdentificeerde minderjarigen heeft vervaardigd, verworven en in bezit heeft gehad en van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3
Bewijs
3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 3, 5 en 6 heeft gepleegd. De verdachte moet worden vrijgesproken van feit 4.

De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank de verdachte vrij te spreken van de feiten 1 tot en met 5. Verder verzoekt zij hem gedeeltelijk vrij te spreken van feit 6, voor zover dit ziet op het vervaardigen, het bezit in de periode na 2 maart 2023, het bezit van de weergaven van [slachtoffer 1] en het bezit van de in de tenlastelegging opgenomen niet-benaderbare afbeeldingen.

De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.

3.3.

Oordeel van de rechtbank

3.3.1.

Bewijsmiddelen

De rechtbank oordeelt dat de feiten 1, 2, 3, 5 en 6 zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.

Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.

3.3.2.

Algemene bewijsoverwegingen

Inleiding

Op 31 mei 2024 benadert [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) de zedenpolitie. Zij vertelt dat zij een relatie heeft gehad met de verdachte, een docent […] van haar (voormalige) middelbare school in [plaats] . Volgens [slachtoffer 1] was zij aan het begin van de relatie 17 jaar oud en de verdachte 38 jaar oud. Op 20 december 2024 doet [slachtoffer 1] aangifte van ontucht.

De moeder van [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) en [slachtoffer 3] (hierna: [slachtoffer 3] ) doen op 3 december 2024 respectievelijk 17 december 2024 ook aangifte tegen de verdachte van – kortgezegd – (een poging tot) ontucht. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] waren leerlingen van een middelbare school in [plaats] . De verdachte werkte daar van 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2023 als leerlingcoördinator. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] waren toen 16 jaar oud en de verdachte 44 jaar oud.

Op 14 januari 2025 werd de verdachte door de politie aangehouden. Uit het onderzoek in telefoons van de verdachte bleek dat hij veel online contact had met minderjarige meisjes. Dat contact was (veelal) seksueel van aard. In de telefoons van de verdachte trof de politie daarnaast kinderpornografisch beeldmateriaal aan van zes geïdentificeerde slachtoffers en van een veelvoud aan ongeïdentificeerde slachtoffers. Een aantal van de geïdentificeerde slachtoffers deed aangifte tegen de verdachte.

Juridisch kader zedenzaken

In zedenzaken zijn vaak alleen een aangeefster en een verdachte aanwezig geweest bij de handelingen waarvan een verdachte wordt beschuldigd. Om in zo’n geval tot een veroordeling te kunnen komen, moet de rechtbank in de eerste plaats nagaan of de verklaring van de aangeefster op zichzelf voldoende betrouwbaar is. Alleen in dat geval kan de rechtbank namelijk die verklaring voor het bewijs gebruiken. Bij het beoordelen van de betrouwbaarheid kijkt de rechtbank onder andere naar de consistentie, de gedetailleerdheid en de wijze waarop de verklaring tot stand is gekomen.

Gelet op het tweede lid van artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is alleen de verklaring van de aangeefster – zelfs als die betrouwbaar is – onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Daar staat tegenover dat – op grond van vaste rechtspraak – in zedenzaken een geringe mate aan steunbewijs in combinatie met de verklaring van de aangeefster voldoende wettig bewijs kan opleveren. Of sprake is van voldoende steunbewijs is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat niet is vereist dat de gedragingen (de verweten seksuele handelingen) als zodanig bevestiging vinden in ander bewijsmateriaal. Het is genoeg wanneer de verklaring van de aangeefster – als die betrouwbaar wordt bevonden – op onderdelen steun vindt in andere bewijsmiddelen die afkomstig zijn van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd.

3.3.3.

Bewijsoverweging feit 1: aangeefster [slachtoffer 1]

Verklaringen van [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1] , geboren op [2000] , verklaarde tijdens het informatief gesprek zeden en, later, in haar aangifte dat zij in 2017 in contact kwam met de verdachte toen zij beiden in de feestcommissie van een middelbare school in Zeist zaten. [slachtoffer 1] was op dat moment leerling op die school en de verdachte werkte daar als docent. De verdachte was toen 37 jaar oud. In die periode had [slachtoffer 1] last van mentale problemen. Zij keek op tegen de verdachte en zocht steun bij hem. Er ontstond een vertrouwensband. De verdachte bood vervolgens aan haar persoonlijk te coachen. Na schooltijd spraken zij dan af in een klaslokaal, waar het fysieke contact begon. Volgens [slachtoffer 1] raakte de verdachte haar been aan en tilde hij haar op.

Het contact zette zich voort via Snapchat. Rond mei of juni 2017, in ieder geval voor de zomervakantie, begon de verdachte op Snapchat seksueel getinte opmerkingen te maken. Toen [slachtoffer 1] bijvoorbeeld een foto stuurde van haar voeten in bad, maakte hij een opmerking of hij er niet bij kon komen zitten. De verdachte probeerde volgens [slachtoffer 1] telkens een stapje verder te gaan, bijvoorbeeld door een compliment te maken over haar uiterlijk en dan te vragen om meer foto’s. Daarna werden de berichten seksueel explicieter en deelden zij over en weer (naakt)foto’s, video’s en hadden zij seksueel getinte videogesprekken met elkaar.

[slachtoffer 1] verklaarde dat zij in de zomervakantie (augustus) van 2017 voor het eerst bij de verdachte thuis kwam en seks met hem had. Op dat moment was [slachtoffer 1] 17 jaar en de verdachte 38. Die eerste keer hadden zij orale seks, de verdachte vingerde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 1] trok de verdachte af. Na die eerste keer was er zowel seksueel contact via Snapchat als wekelijks, soms twee keer per week, geslachtsgemeenschap bij de verdachte thuis.

Volgens [slachtoffer 1] hadden de verdachte en zij een langdurige relatie die zij in de zomer van 2019, met een verzonnen verhaal, bekend maakten. [slachtoffer 1] had net de middelbare school in [plaats] verlaten en was toen 19 jaar.

Betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer 1]

De verdachte erkent dat hij een langdurige seksuele relatie heeft gehad met [slachtoffer 1] . Deze relatie begon echter pas in de zomer van 2019. De verdachte ontkent dat er seksuele handelingen plaatsvonden toen [slachtoffer 1] minderjarig was en nog naar de middelbare school in [plaats] ging. Tegen deze achtergrond voert de advocaat van de verdachte, primair, aan dat [slachtoffer 1] valse verklaringen heeft afgelegd. Zij benoemt hierbij dat [slachtoffer 1] pas zeven jaar na de vermeende gebeurtenissen is gaan verklaren en nadat haar relatie met de verdachte op een vervelende manier is geëindigd. De aangifte zou kunnen zijn gedaan uit boosheid.

De rechtbank ziet geen redenen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer 1] te twijfelen en gebruikt deze dan ook voor het bewijs. [slachtoffer 1] heeft op drie momenten verklaard over wat zich heeft afgespeeld tussen haar en de verdachte, namelijk in een melding bij de zedenpolitie op 31 mei 2024, tijdens een informatief gesprek bij de politie op 12 november 2024 en bij haar aangifte op 20 december 2024. Het enkele feit dat zij verklaarde over gebeurtenissen die ongeveer zeven jaar eerder plaatsvonden maakt haar verklaringen nog niet onbetrouwbaar. De advocaat van de verdachte heeft het verweer in zoverre echter niet meer handen en voeten gegeven.

[slachtoffer 1] heeft op hoofdlijnen en op belangrijke punten gedetailleerd en consistent verklaard, zoals over de start van de (seksuele) relatie tussen haar en de verdachte toen zij nog minderjarig was en waar en de manier waarop dat is gebeurd. Dat zij en de verdachte al in de periode van mei/juni 2017 contact met elkaar hadden via Snapchat – iets dat de verdachte in eerste instantie ontkende – wordt bovendien bevestigd door een screenshot dat op de zitting is overhandigd. Hieruit blijkt dat zij een Snapchatconnectie hebben sinds 24 maart 2017, toen [slachtoffer 1] nog zestien jaar oud was.

De rechtbank ziet in het strafdossier geen aanknopingspunten voor de stelling van de advocaat van de verdachte dat de verklaringen van [slachtoffer 1] voortkomen uit boosheid of wraakgevoelens als gevolg van haar ontdekking dat de verdachte, tijdens hun relatie, seksueel contact had met [slachtoffer 2] . Onderbouwing van een andere beweegreden blijkt wel uit het dossier. [slachtoffer 1] heeft namelijk bij de politie uitgelegd dat zij zich pas realiseerde dat een relatie tussen een docent en een zeventienjarige leerling “eigenlijk niet oké” is toen zij begin 2024 inlogde in het Snapchat-account van de verdachte en ontdekte dat hij contact had met [slachtoffer 2] , toen zestien jaar oud. Daarna heeft zij melding gedaan bij de zedenpolitie.

[slachtoffer 1] beschrijft in haar verklaringen dat zij haar jongere zelf herkende in wat zij bij [slachtoffer 2] zag gebeuren. Nadat zij tegenover de politie haar zorgen uitte over dat de verdachte kennelijk vaker misbruik maakte van de kwetsbaarheid van jongere meiden, antwoordde zij op de vraag welk doel zij voor ogen had met het doen van aangifte: “Stel hij gaat nu naar een andere school dan krijgt hij zonder blikken of blozen weer een nieuwe VOG want er is niks op papier. En dat vind ik wel schadelijk want hij heeft nu steeds meer macht, want hij komt in een steeds hogere positie. Dan denk ik: hoe kan het nu dat iemand die echt gaat over het welzijn van een leerling en de veiligheid op school en hij daar zelf niet altijd aan bijdraagt.” Hieruit spreken geen wraakgevoelens, maar vooral zorg voor andere jonge, kwetsbare meiden.

Steunbewijs: modus operandi

De rechtbank moet vervolgens beoordelen of de verklaring van [slachtoffer 1] voldoende steun vindt in de overige bewijsmiddelen. De rechtbank vindt dat daarvan sprake is en maakt daarbij gebruik van schakelbewijs. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat voor het bewijs dat de verdachte een bepaald feit heeft begaan schakelbewijs is toegelaten. Daarmee wordt een bewijsvoering bedoeld waarbij voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend wordt geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken was. Daarbij is ten minste vereist dat de wijze waarop de verschillende feiten zijn begaan (de ‘modus operandi’) op essentiële punten overeenkomt. (Voetnoot 1)

In deze zaak stelt de rechtbank op basis van de bewijsmiddelen vast dat bij de ten laste gelegde (poging tot) ontucht met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] steeds dezelfde modus operandi is gebruikt. Deze modus operandi kenmerkt zich ten eerste door het feit dat het gaat om minderjarige slachtoffers. Dit past bij de seksuele voorkeur van de verdachte, die op de zitting heeft verklaard dat hij zich seksueel aangetrokken voelt tot meisjes vanaf ongeveer veertien jaar oud. Ook kenmerkend is dat de contacten tussen de verdachte en de slachtoffers telkens ontstonden op scholen waar de verdachte werkzaam was als docent of leerlingcoördinator en waar de aangeefsters leerling waren. Daarbij valt op dat de slachtoffers onzeker over zichzelf waren, daarvoor steun zochten en de verdachte zich opstelde in een coachende rol. Ook het verloop van het contact verliep volgens hetzelfde patroon. Het contact begon onschuldig, maar de verdachte ging daarna over op lichamelijke aanrakingen zoals het leggen van een arm op het been of – behoorlijk specifiek – het optillen van de aangeefsters. Er vond ook online contact plaats, via Snapchat (een applicatie waarop kan worden ingesteld dat berichten automatisch verdwijnen). Ook dat contact begon onschuldig, maar al snel plaatste de verdachte suggestieve opmerkingen, zoals “kan ik er niet bij komen zitten” als een aangeefster liet weten dat zij in bad zat, of opmerkingen over het uiterlijk of de kleding van aangeefsters gevolgd door de vraag of zij nog meer foto’s van zichzelf konden sturen. Daarna ging het online contact, in het geval van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , over op expliciet seksueel contact (‘sexting’) waarbij opvalt dat beide aangeefsters benoemen dat de verdachte hun gezicht wilde zien terwijl zij seksuele handelingen verrichtten bij zichzelf. Ten slotte is kenmerkend dat de verdachte zich seksueel dominant opstelde en ‘meneer’, ‘sir’ of ‘ daddy ’ genoemd wilde worden.

Afhankelijkheidsrelatie tussen de verdachte en [slachtoffer 1]

De advocaat voert, subsidiair, aan dat de verdachte van feit 1 moet worden vrijgesproken omdat er geen sprake was van een afhankelijkheidsrelatie in de zin van artikel 249 (oud) van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Daarvan zou alleen sprake zijn bij een geformaliseerde juridische relatie. Die was er niet, omdat de verdachte geen les gaf aan [slachtoffer 1] en hij niet haar coach was.

De rechtbank volgt de advocaat niet in dit standpunt. In de enige uitspraak waarnaar de advocaat verwijst, (Voetnoot 2) wordt het ontbreken van een geformaliseerde juridische relatie gebruikt als één van de argumenten waarom de verdachte in die zaak vrijgesproken werd van een verdenking van ontucht met een minderjarige. Daaruit kan niet het tegenovergestelde worden geconcludeerd, namelijk dat een geformaliseerde juridische relatie vereist zou zijn voor een afhankelijkheidsrelatie.

Anders dan de advocaat is de rechtbank van oordeel dat er ten tijde van de ten laste gelegde periode wel degelijk sprake is geweest van een afhankelijkheidsrelatie tussen de verdachte en [slachtoffer 1] of, zoals geformuleerd in artikel 249 Sr (oud), dat de verdachte ontucht pleegde met ‘een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige’. De rechtbank overweegt het volgende.

Vooropgesteld wordt dat artikel 249 Sr (oud), gelet op de strekking ervan, extensief moet worden uitgelegd. De strekking van artikel 249 Sr (oud) is minderjarigen te beschermen tegen ontuchtige initiatieven van hen, die misbruik maken van een uit een feitelijke verhouding voortvloeiend overwicht. De verdachte stond uit hoofde van zijn functie van docent met alle leerlingen van de school in een gezagsrelatie. Naar het oordeel van de rechtbank beschikt elke docent, direct dan wel indirect, over mogelijkheden om leerlingen op diezelfde school te beïnvloeden. Een docent heeft uit hoofde van zijn functie een bepaald overwicht op alle leerlingen. In dit geval was de verdachte ook nog eens als begeleider betrokken bij de feestcommissie van de school. Een commissie waarvan [slachtoffer 1] , als leerling, deel uitmaakte en waarin zij de verdachte heeft leren kennen. Het (eerste) lichamelijk contact vond plaats in een klaslokaal op school en, tot slot, was sprake van een aanzienlijk leeftijdsverschil, namelijk 21 jaar, tussen de verdachte en [slachtoffer 1] . Er was aldus zonder meer sprake van een afhankelijkheidsrelatie tussen de verdachte en [slachtoffer 1] .

Conclusie feit 1

De rechtbank oordeelt dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde seksuele handelingen heeft gepleegd met de (toen nog) minderjarige [slachtoffer 1] , die aan zijn opleiding en waakzaamheid was toevertrouwd. De rechtbank gaat daarbij uit van de verklaringen van [slachtoffer 1] , die zij betrouwbaar vindt. Daarnaast komt de wijze waarop de verdachte ontucht heeft gepleegd (of heeft proberen te plegen) met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op essentiële punten overeen. Deze modus operandi gebruikt de rechtbank als steunbewijs voor feit 1.

3.3.4.

Bewijsoverweging feit 2: aangeefster [slachtoffer 2]

De verklaringen van [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2], geboren op [2007] , heeft in een informatief gesprek zeden op 29 november 2024 en een getuigenverhoor op 23 december 2024 verklaringen afgelegd over de seksuele handelingen tussen haar en de verdachte in december 2023. Zij vertelde dat zij in oktober 2023 last had van een depressie en daarbij automutileerde. Zij zat toen op een middelbare school in [plaats] waar de verdachte werkzaam was als leerlingcoördinator. [slachtoffer 2] heeft contact gezocht met de verdachte en had meermalen per week gesprekken met hem. De verdachte was door de gesprekken die hij voerde met [slachtoffer 2] op de hoogte van haar kwetsbaarheid. [slachtoffer 2] verklaarde dat zij zich veilig voelde bij de verdachte. [slachtoffer 2] was op dat moment 16 jaar oud. De verdachte was 44 jaar oud.

Volgens [slachtoffer 2] kregen zij en de verdachte in december via Snapchat contact. De verdachte gaf haar complimenten over haar uiterlijk en vroeg vervolgens om naaktfoto’s en -video’s. De verdachte vroeg aan [slachtoffer 2] een filmpje te sturen terwijl zij seksuele handelingen bij zichzelf verrichte en vroeg daarbij of zij haar gezicht wilde filmen wanneer zij klaarkwam. [slachtoffer 2] heeft deze beelden gestuurd.

[slachtoffer 2] verklaarde dat zij op 20 december 2023 met de verdachte op school was in het kantoor van de verdachte. [slachtoffer 2] was haar huiswerk aan het maken. De verdachte deed zijn hand onder haar shirt en onder haar bh op haar borsten. Vervolgens zijn zij samen naar het lokaal naast het kantoor van de verdachte gegaan. [slachtoffer 2] ging met de verdachte mee en wist wat er in het lokaal ging gebeuren, omdat zij daarvoor ook al was aangeraakt door de verdachte. In het lokaal raakte de verdachte de borsten van [slachtoffer 2] aan, met zijn handen en met zijn mond. De verdachte duwde [slachtoffer 2] op haar knieën, zodat hij met zijn penis in haar mond kon. [slachtoffer 2] verklaart dat dit niet goed ging, door haar beugel. Daarna hebben de verdachte en [slachtoffer 2] gezoend met tong en heeft hij haar op haar billen geslagen. Ook heeft de verdachte zijn hand in de onderbroek van [slachtoffer 2] gedaan en over haar vagina gewreven tot zij klaarkwam.

Op 22 december 2023, de laatste dag voor de kerstvakantie, hebben [slachtoffer 2] en de verdachte samen gegeten bij een restaurant in Almere. Vervolgens heeft de verdachte [slachtoffer 2] met de auto naar haar werk gebracht. De verdachte heeft de auto geparkeerd en toen hebben de verdachte en [slachtoffer 2] seksuele handelingen verricht, de verdachte is daarbij met zijn vinger in haar vagina gegaan, aldus [slachtoffer 2] .

Betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer 2]

De rechtbank constateert dat [slachtoffer 2] gedetailleerd en consistent heeft verklaard, zowel over de seksuele handelingen als over de omstandigheden waaronder die hebben plaatsgevonden. Daarnaast komen de verklaringen overeen met wat [slachtoffer 2] heeft geschreven in haar dagboek en in het notitieboek dat zij voor de verdachte heeft gemaakt, waarin ook zeer gedetailleerd is beschreven hoe het (seksuele) contact tussen haar en de verdachte verliep. Zo schreef [slachtoffer 2] in haar dagboek over de seksuele handelingen op 20 december 2023 op school, waarbij zij ook een plattegrond heeft getekend van de school, en op 22 december 2023 in de auto van de verdachte, overeenkomstig haar verklaringen bij de politie. In het notitieboek, dat de politie in de woning van de verdachte vond, staat bijvoorbeeld bij de datum van 1 mei 2024 dat het 133 dagen geleden is dat [slachtoffer 2] en de verdachte voor het eerst kusten. 133 dagen teruggerekend vanaf 1 mei 2024 komt uit op 20 december 2023. De rechtbank gebruikt de verklaringen van [slachtoffer 2] daarom voor het bewijs.

Steunbewijs

De verdachte erkent dat hij een seksuele relatie heeft gehad met [slachtoffer 2] . Het klopt dat hij en [slachtoffer 2] in de ten laste gelegde periode regelmatig contact met elkaar hadden, maar dit werd pas seksueel toen de verdachte de school had verlaten. Dat was tegen het einde van/na de kerstvakantie, dus begin 2024. De advocaat verzoekt daarom de verdachte vrij te spreken van feit 2, waarin als pleegperiode december 2023 is opgenomen. Voor het seksueel contact in december 2023 bevat het dossier alleen de verklaring van [slachtoffer 2] . Er is geen steunbewijs, aldus de advocaat.

De rechtbank oordeelt anders. De verklaringen van [slachtoffer 2] vinden wel voldoende steun in andere bewijsmiddelen, namelijk in de verklaring van aangeefster [slachtoffer 3] (feit 5), deels in samenhang bezien met de verklaring van de verdachte zelf.

[slachtoffer 3] verklaarde bij de politie dat [slachtoffer 2] haar vertelde over het steeds verdergaande en uiteindelijk seksuele contact dat zij had met de verdachte. Zij vertelde [slachtoffer 3] ook over “seks-chatting” en “dingen” die zij en de verdachte deden toen hij [slachtoffer 2] naar haar werk bracht. De verklaring van [slachtoffer 3] bevat in de kern weliswaar overgebrachte verklaringen van [slachtoffer 2] , maar daarnaast ook eigen observaties. [slachtoffer 3] verklaarde immers dat zij heeft gezien dat er fysiek contact plaatsvond tussen [slachtoffer 2] en de verdachte in de periode voor de kerstvakantie, zoals het op speelse manier op de grond gooien van [slachtoffer 2] door de verdachte en het slaan door de verdachte op [slachtoffer 2] haar billen.

[slachtoffer 3] verklaarde dat zij in die periode ook contact had met de verdachte, voor haar eigen problematiek. Wat zij hoorde van [slachtoffer 2] over het seksuele contact met de verdachte en voor haar ogen zag gebeuren tussen de verdachte en [slachtoffer 2] , maakte haar jaloers. Zij wilde dat ook en vroeg de verdachte haar toe te voegen op Snapchat, waar [slachtoffer 3] en de verdachte seksueel getinte gesprekken met elkaar voerden. De verdachte verklaarde op de zitting dat het telefonische contact met [slachtoffer 3] , waarbij seksuele foto’s en video’s werden uitgewisseld, heeft plaatsgevonden terwijl hij leerlingcoördinator was op de middelbare school in Almere. De verdachte was daar leerlingcoördinator tot 1 januari 2024. Dat betekent dus dat de seksueel getinte gesprekken tussen de verdachte en [slachtoffer 3] voor die datum plaatsgevonden. Gelet hierop moet het seksuele contact tussen [slachtoffer 2] en de verdachte (onder andere de sexting en het vingeren in de auto toen de verdachte [slachtoffer 2] naar haar werk bracht, waarvan [slachtoffer 3] op de hoogte was en waar zij jaloers op was) wel hebben plaatsgevonden vóór 1 januari 2024. Dit geeft dan ook steun aan de verklaring van [slachtoffer 2] dat het seksuele contact tussen de verdachte en haar heeft plaatsgevonden in december 2023.

Afhankelijkheidsrelatie tussen de verdachte en [slachtoffer 2]

Hoewel de advocaat van de verdachte in het geval van [slachtoffer 2] geen subsidiair verweer voert over de afhankelijkheidsrelatie in de zin van artikel 249 (oud) Sr, ziet de rechtbank wel aanleiding daar kort het volgende over te overwegen.

De verdachte stond uit hoofde van zijn functie als leerlingcoördinator met alle leerlingen van de school in een gezagsrelatie. De verdachte had uit hoofde van zijn functie al een bepaald overwicht op alle leerlingen. In het geval van [slachtoffer 2] was dit ook zeer duidelijk, omdat de verdachte [slachtoffer 2] , in de gesprekken die hij met haar voerde over haar welzijn, een begeleidende/coachende functie vervulde, wat de verdachte op de zitting heeft bevestigd. Daarnaast zijn er seksuele handelingen op school verricht en was sprake van een aanzienlijk leeftijdsverschil.

Conclusie feit 2

De rechtbank oordeelt dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte de ten laste gelegde ontuchtige handelingen heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 2] . De rechtbank gaat daarbij uit van de verklaringen van [slachtoffer 2] , die zij betrouwbaar vindt. De verklaringen van [slachtoffer 2] vinden bovendien op essentiële punten steun in de verklaring van [slachtoffer 3] in samenhang bezien met de verklaring van de verdachte.

3.3.5.

Bewijsoverweging feit 3: aangeefster [slachtoffer 2]

Vaststelling feiten

De rechtbank stelt op basis van de stukken in het dossier en het verhandelde op de zitting de volgende feiten en omstandigheden vast.

[slachtoffer 2] is op 6 of 7 januari 2024 voor het eerst bij de verdachte thuis, in [woonplaats] , geweest, waar zij en de verdachte toen seksuele handelingen bij elkaar hebben verricht, waaronder geslachtsgemeenschap. Daarna is [slachtoffer 2] meerdere keren naar het huis van de verdachte geweest en ook dan hadden [slachtoffer 2] en de verdachte geslachtsgemeenschap. In maart 2024 was sprake van een korte onderbreking, nadat de verdachte in een telefoongesprek met de moeder van [slachtoffer 2] had beloofd het contact met [slachtoffer 2] te verbreken. Het (seksuele) contact, al dan niet via Snapchat, is echter na één of twee weken weer begonnen en ging door tot en met juni 2024.

Misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht (artikel 248a Sr (oud))

De verdediging betwist dat de verdachte [slachtoffer 2] opzettelijk heeft bewogen de ten laste gelegde seksuele handelingen te verrichten of te dulden door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, in de zin artikel 248a Sr (oud). Volgens de advocaat van de verdachte heeft de verdachte zijn voormalige functie als leerlingcoördinator of het aanzienlijke leeftijdsverschil niet opzettelijk ingezet om [slachtoffer 2] te bewegen tot ontuchtige handelingen. [slachtoffer 2] was erg verliefd op de verdachte, wilde het seksuele contact graag zelf en werd ook niet gedwongen door de verdachte. Het seksuele contact vond dus plaats op vrijwillige basis.

De rechtbank stelt voorop dat de strafbaarstelling van zedendelicten waarbij minderjarigen zijn betrokken in de eerste plaats erop is gericht die minderjarigen te beschermen, ook tegen de verleiding die van henzelf kan uitgaan. Vandaar dat het verband tussen het handelen van de dader en de medewerking van de minderjarige niet aan de strenge eisen van een causaal verband is onderworpen. Het handelen van de dader moet van betekenis zijn geweest in het geheel, maar gaat niet zover dat dat handelen de belangrijkste of enige oorzaak van het daaropvolgende seksuele contact hoeft te zijn. Het bestanddeel ‘opzettelijk bewegen tot’ in artikel 248a Sr (oud) moet ruim worden uitgelegd, zo volgt uit vaste jurisprudentie. (Voetnoot 3) Om van ‘bewegen’ kunnen spreken is niet nodig dat van het breken van psychische weerstand blijkt. Het gaat erom of voldoende aannemelijk is dat het slachtoffer mede onder invloed van het misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht is overgegaan tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen.

Naar het oordeel van de rechtbank houdt de lezing van de verdediging dan ook geen stand. De verdachte was in de bewezen verklaarde periode 44 jaar oud. [slachtoffer 2] was 16 jaar oud. Dit aanzienlijke leeftijdsverschil alleen al leidt tot een overwicht van de verdachte op [slachtoffer 2] . [slachtoffer 2] was bovendien een kwetsbaar meisje, dat kampte met een depressie en automutileerde. De verdachte was van deze kwetsbaarheid op de hoogte. Hij trad direct voorafgaand aan de ten laste gelegde periode op als coach voor [slachtoffer 2] . [slachtoffer 2] heeft verklaard dat de verdachte het lichtpuntje was in haar leven en heeft in haar dagboek geschreven dat hij de enige volwassene was die zij vertrouwde; van een gelijkwaardige relatie was in het geheel geen sprake. Hoewel de verdachte in de ten laste gelegde pleegperiode niet meer werkzaam was op de school van [slachtoffer 2] , is het contact en óók het seksuele contact (zie feit 2 hiervoor) tussen de verdachte en [slachtoffer 2] wel in die hoedanigheid ontstaan en uit die verhoudingen tussen hen voortgevloeid. Aan de bovenstaande feiten en omstandigheden, te weten het leeftijdsverschil en de voormalige hoedanigheid van de verdachte als leerlingcoördinator, verbindt de rechtbank de gevolgtrekking dat sprake was van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht van de verdachte op [slachtoffer 2] . De verdachte heeft daarvan, zo blijkt uit de hiervoor omschreven modus operandi, ook opzettelijk gebruik gemaakt. Dat [slachtoffer 2] verliefd op de verdachte is geweest, doet hier niet aan af.

Conclusie feit 3

De rechtbank oordeelt dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte de minderjarige [slachtoffer 2] door middel van misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten het aanzienlijke leeftijdsverschil en zijn voormalige positie als leerlingcoördinator, opzettelijk heeft bewogen de ten laste gelegde ontuchtige handelingen te plegen en te dulden. De rechtbank gaat uit van een pleegperiode van 1 januari 2024 tot en met 30 juni 2024. De verdachte zal van het ten laste gelegde in de periode daarna worden vrijgesproken.

3.3.6.

Vrijspraak feit 4: aangeefster [slachtoffer 2]

Onder feit 4 wordt de verdachte ervan beschuldigd dat hij in de periode van 1 juli 2024 tot en met 30 september 2024 met [slachtoffer 2] seksuele handelingen heeft verricht, waaronder seksueel binnendringen. Uit het dossier en het verhandelde op de zitting volgt dat [slachtoffer 2] en de verdachte na juni 2024 niet meer hebben afgesproken, waarbij de rechtbank in het bijzonder wijst op de verklaring van [slachtoffer 2] hierover. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank om die reden van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte het ten laste gelegde onder feit 4 heeft begaan, zodat de verdachte daarvan wordt vrijgesproken.

3.3.7.

Bewijsoverweging feit 5: aangeefster [slachtoffer 3]

De verklaring van [slachtoffer 3]

[slachtoffer 3], geboren op [2007] , heeft in haar aangifte verklaard over het seksueel contact tussen haar en de verdachte. [slachtoffer 3] had in havo 4 (de rechtbank begrijpt: vanaf september 2023) last van een depressie/burn-out. Haar vriendin [slachtoffer 2] had contact met de verdachte, die leerlingcoördinator was op hun middelbare school in [plaats] . [slachtoffer 3] is ook naar de verdachte toe gegaan om te praten. [slachtoffer 3] zag dat [slachtoffer 2] en de verdachte fysiek contact hadden en hoorde van [slachtoffer 2] dat [slachtoffer 2] en de verdachte foto’s naar elkaar stuurden en deden aan sexting. [slachtoffer 3] was daar jaloers op. Zij heeft de verdachte toen gevraagd om contact via Snapchat. De verdachte vertelde in dat Snapchatcontact over zijn ‘kinks’ en dat hij graag ‘sir’, ‘ daddy ’ of ‘master’ genoemd wilde worden. De verdachte heeft ook berichten verstuurd waarin hij benoemt dat hij [slachtoffer 3] over de tafel zou buigen, van achteren zou nemen en dat zij hem zou pijpen. De verdachte stuurde dat hij en [slachtoffer 3] zouden onderzoeken welke ‘kinks’ zij leuk zou vinden, bijvoorbeeld choken, bij haar keel vast grijpen, heel ruw doen, heel lief doen, hem zijn sletje noemen, doen alsof zij zijn speeltje was. Volgens [slachtoffer 3] hebben zij en de verdachte ook foto’s en video’s naar elkaar gestuurd. [slachtoffer 3] stuurde filmpjes van zichzelf zonder kleding en de verdachte stuurde een foto van zichzelf in onderbroek. De verdachte en [slachtoffer 3] hebben ook afgesproken om een keer af te spreken.

Betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer 3]

De rechtbank constateert dat [slachtoffer 3] op een (inhoudelijk) consistente manier heeft verklaard, zowel over wat er is gebeurd als over de omstandigheden waaronder dat heeft plaatsgevonden. Daarnaast zijn haar verklaringen op onderdelen gedetailleerd en heeft zij ook open en eerlijk over haar eigen rol verklaard, zoals dat zij jaloers was, gedrag van [slachtoffer 2] overnam en dat zij degene was die om het Snapchat-account van de verdachte heeft “gesmeekt”. De rechtbank beoordeelt de verklaring als betrouwbaar en gebruikt deze dan ook voor het bewijs.

Steunbewijs

De verklaring van [slachtoffer 3] vindt ook voldoende steun in andere bewijsmiddelen, namelijk in de verklaring van de verdachte op zitting. Hij heeft gezegd dat hij gesprekken voerde met [slachtoffer 3] en ontkent niet dat hij daarbij berichten, waaronder seksuele foto’s en video’s, heeft gewisseld met haar. Hij bekent dat hij de persoon is met wie [slachtoffer 3] de gesprekken voerde die op de door haar overhandigde screenshots in het dossier te zien zijn. De verdachte verklaart dat hij contact heeft gehad met [slachtoffer 3] terwijl hij nog werkzaam was als leerlingcoördinator. De verklaring van de verdachte levert daarmee als bewijsmiddel op zichzelf beschouwd reeds voldoende steun op.

Misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht (artikel 248a Sr (oud))

De verdediging betwist ook in het geval van [slachtoffer 3] dat de verdachte opzettelijk heeft geprobeerd te bewegen de ten laste gelegde seksuele handelingen te verrichten of te dulden door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, in de zin artikel 248a Sr (oud). De advocaat van de verdachte betoogt dat het initiatief tot online contact vanuit [slachtoffer 3] kwam; zij heeft de verdachte gesmeekt met hem contact hebben via Snapchat. [slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij het contact leuk vond. Het seksuele contact vond volgens de advocaat van de verdachte dan ook plaats op vrijwillige basis.

Naar het oordeel van de rechtbank houdt de lezing van de verdediging ook voor dit feit geen stand. De rechtbank verwijst voor de onderbouwing hiervan naar wat de rechtbank heeft overwogen en geoordeeld over hetzelfde verweer bij feit 3. Het verweer van de verdediging dat het initiatief tot contact vanuit [slachtoffer 3] kwam treft, gelet daarop, geen doel.

De rechtbank vult daarop aan dat, net als bij [slachtoffer 2] het geval was, de verdachte in de bewezen verklaarde periode 44 jaar oud was en [slachtoffer 3] 16. Bovendien was [slachtoffer 3] een kwetsbaar meisje, dat kampte met een depressie en automutileerde. De verdachte was van deze kwetsbaarheid op de hoogte. [slachtoffer 3] besprak haar problemen met de verdachte in zijn functie als leerlingcoördinator. Van een gelijkwaardige relatie was dus geen sprake. Aan de bovenstaande feiten en omstandigheden, te weten het leeftijdsverschil en de hoedanigheid van de verdachte als leerlingcoördinator van [slachtoffer 3] , verbindt de rechtbank de gevolgtrekking dat sprake was van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht bij de verdachte op [slachtoffer 3] en dat de verdachte daar ook opzettelijk gebruik van heeft gemaakt.

Conclusie feit 5

De rechtbank oordeelt dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte heeft gepoogd de minderjarige [slachtoffer 3] door middel van misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten het aanzienlijke leeftijdsverschil en zijn voormalige positie als leerlingcoördinator, opzettelijk te bewegen ontuchtige handelingen te plegen en te dulden. De rechtbank gaat daarbij uit van een pleegperiode van 15 december 2023 tot en met 24 december 2023.

Vrijspraak deel ten laste gelegde periode

Het dossier bevat screenshots van enkele gesprekken tussen de verdachte en [slachtoffer 3] . Op een screenshot met datum 15 december 2023 is een Snapchatgesprek te zien, waarin berichten worden gestuurd die, onder meer, gaan over het hebben van een “dirty mind”. De rechtbank stelt op basis van deze screenshots de begindatum van de pleegperiode vast op 15 december 2023. Het dossier bevat naast de verklaring van [slachtoffer 3] geen bewijs voor het sturen van seksueel getinte berichten in de periode voorafgaand aan 15 december 2023. Daarnaast zal de rechtbank de einddatum van de pleegperiode vaststellen op 24 december 2023, gelet op de verklaring van [slachtoffer 3] dat het contact tussen haar en de verdachte stopte na de laatste week voor de kerstvakantie in 2023 omdat het contact tussen de verdachte en [slachtoffer 2] toen fysiek werd. De rechtbank spreekt de verdachte dan ook vrij van het ten laste gelegde in de periode van 1 september 2023 tot en met 14 december 2023 en van 25 december 2023 tot en met 31 december 2023.

3.3.8.

Bewijsoverweging feit 6: kinderpornografische foto’s en video’s

Vaststelling feiten

Op basis van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte de gebruiker was van de telefoon Samsung S9 en de telefoon Samsung S10+. De politie heeft deze twee telefoons onderzocht en heeft daarop kinderpornografisch materiaal aangetroffen. Het materiaal is door de politie gecategoriseerd. Het gaat om (1) ‘reguliere’ kinderpornografische afbeeldingen – de verdachte heeft op de zitting bevestigd dat dit door hem gedownloade afbeeldingen zijn –, (2) kinderpornografische afbeeldingen van geïdentificeerde slachtoffers en (3) die van niet-geïdentificeerde slachtoffers. De laatste twee categorieën betreffen foto’s en video’s waarop minderjarigen te zien zijn die via social media (seksueel) chatcontact hadden met de verdachte.

Verklaring van de verdachte

De verdachte bekent dat hij kinderpornografische afbeeldingen heeft gedownload. Hij bekent ook dat hij online chatgesprekken heeft gevoerd met minderjarigen en dat daarin naaktfoto’s-en video’s werden uitgewisseld. De verdachte maakte met de applicatie Screenrecorder opnames van foto’s en video’s die met hem werden gedeeld.

Pleegperiode

De advocaat van de verdachte bepleit vrijspraak van het ten laste gelegde voor zover dit ziet op de pleegperiode na 2 maart 2023. Op die datum is voor het laatst ingelogd op de Samsung S10+ en niet kan worden vastgesteld dat de gebruiker na die datum nog op het toestel kon inloggen.

De rechtbank stelt het begin van de pleegperiode vast op 10 april 2018. De “last write time” van enkele kinderpornografische weergaven begint op 10 april 2018. De last write time geeft weer wanneer er voor het laatst iets met een weergave is gedaan. De laatste last write time in het dossier is 23 november 2024. Op basis hiervan stelt de rechtbank vast dat in ieder geval tot en met 23 november 2024 nog iets met kinderpornografische afbeeldingen is gedaan. Het kinderpornografisch materiaal van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , dat niet op de telefoons van de verdachte is aangetroffen maar waarover wel is verklaard, is bovendien vanaf december 2023 tot de beschikking van de verdachte gekomen. De rechtbank overweegt, tot slot, dat de telefoons van de verdachte in beslag zijn genomen bij de huiszoeking van 14 januari 2025. De verdachte heeft dus tot en met 14 januari 2025 kinderpornografisch materiaal in zijn bezit gehad. Het verweer van de verdediging wordt dan ook verworpen.

Vervaardigen

De advocaat van de verdachte verzoekt vrijspraak van het vervaardigen van kinderpornografische afbeeldingen, omdat de verdachte door het maken van schermopnames geen nieuwe kinderpornografisch materiaal heeft gemaakt, maar slechts materiaal heeft bewaard.

De rechtbank vindt op basis van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde handelingen (vervaardigen, verwerven, in bezit hebben en zich daartoe de toegang verschaffen) met het door de politie aangetroffen kinderpornografisch materiaal heeft verricht. De verdachte heeft een deel van het aangetroffen kinderpornografisch materiaal gedownload. Daarnaast heeft de verdachte kinderpornografisch materiaal verkregen toen hij in online chatgesprekken met minderjarigen naaktfoto’s, -filmpjes en filmpjes met andere seksuele inhoud ontving. Het materiaal bevatte afbeeldingen van seksuele handelingen, waaronder penetratie, ontuchtige handelingen en poseren.

De verdachte heeft bij de online gesprekken die hij voerde met de minderjarigen gebruik gemaakt van de app Screenrecorder, waarmee schermopnames werden gemaakt zonder dat het tegencontact daarvan een melding kreeg. De verdachte heeft dus heimelijk de foto’s en filmpjes, die hij voor beperkte duur ontving, van de minderjarigen opgenomen en opgeslagen.

De rechtbank oordeelt dat het handelen van de verdachte onder deze omstandigheden kan worden aangemerkt als verwerven, in bezit hebben én vervaardigen. Voor wat betreft het vervaardigen stelt de rechtbank voorop dat voor een bewezenverklaring hiervan het niet noodzakelijk is dat de verdachte zelf feitelijk de eerste opnames heeft gemaakt. In dit geval heeft de verdachte van onder andere Snapchatgesprekken met seksuele inhoud, die naar hun aard bedoeld waren om na het bekijken gewist te worden, schermopnames vervaardigd. Die schermopnames zijn nieuwe afbeeldingen die werden opgeslagen op de telefoons van de verdachte. Afbeeldingen die daarvoor nog niet bestonden. De verdachte heeft bovendien in sommige gevallen ook gerichte instructies gegeven aan minderjarigen die ontuchtige handelingen bij zichzelf moest verrichten, zoals “ik bedoelde iets dichterbij” en “je benen goed wijd”. Omdat uit de bewijsmiddelen blijkt dat ook sprake was van vervaardigen, verwerpt de rechtbank ook dit verweer van de verdediging.

Vrijspraak kinderpornografisch materiaal [slachtoffer 1]

De rechtbank is het met de advocaat van de verdachte eens dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde voor zover dit ziet op kinderpornografische afbeeldingen van [slachtoffer 1] (aangeefster feit 1). Hoewel de verdachte op de zitting heeft verklaard dat hij seksueel beeldmateriaal van [slachtoffer 1] heeft ontvangen, kan de rechtbank op basis van het dossier niet vaststellen dat zij op die momenten de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt.

Vrijspraak niet benaderbare weergaven

De advocaat van de verdachte bepleit vrijspraak van de verdachte van de ten laste gelegde handelingen met afbeeldingen die door de politie weliswaar op de telefoons zijn aangetroffen, maar voor de verdachte niet benaderbaar waren.

Op basis van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat

de foto’s 7, 8 en 9 in bijlage III,

de foto’s 4 en 5 in bijlage III SO 01;

de foto’s 3 en 5 in bijlage III SO 02;

de foto 5 in bijlage III SO 03;

de foto’s 3, 4 en 5 in bijlage III SO 04;

de foto’s 1, 2, 3, 5 en 6 in bijlage III SO 05; en

de foto’s 1, 3 en 4 in bijlage IIIB;

niet benaderbaar waren voor de verdachte, zodat de verdachte, vanwege het ontbreken van beschikkingsmacht daarover, daarvan zal worden vrijgesproken.

Gewoonte

Dat de verdachte van het bezit, verwerven en vervaardigen van kinderporno een gewoonte heeft gemaakt, leidt de rechtbank af uit het grote aantal foto’s en filmpjes en de lange periode waarin de strafbare gedragingen hebben plaatsgevonden. Verder had de verdachte vaak en intensief contact met de minderjarigen.

Conclusie feit 6

De rechtbank oordeelt dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte in de periode van 10 april 2018 tot en met 14 januari 2025 kinderpornografisch materiaal heeft vervaardigd, verworven en in bezit heeft gehad, terwijl hij daarvan een gewoonte maakte.

3.4.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

feit 1

als docent en coach op tijdstippen in de periode van 1 augustus 2017 tot en met 21 juni 2018 te Utrecht, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn opleiding en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 1] , geboren op [2000] , door

- de billen en borsten en vulva van die [slachtoffer 1] te betasten, en

- door zijn vingers en penis in de vagina van die [slachtoffer 1] te brengen, en

- door zich te laten aftrekken door die [slachtoffer 1] , en

- door zich te laten pijpen door die [slachtoffer 1] ;

feit 2

als leerlingcoördinator werkzaam op een middelbare school, op tijdstippen in de periode van 20 december 2023 tot en met 31 december 2023 te Almere, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 2] , geboren op [2007] , door

- de billen en borsten en vulva van die [slachtoffer 2] te betasten, en

- zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer 2] te brengen, en

- zich te laten pijpen door die [slachtoffer 2] ;

feit 3

op tijdstippen in de periode van 1 januari 2024 tot en met 30 juni 2024 te Utrecht, door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten door misbruik te maken van het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen hem en het slachtoffer en zijn voormalige positie als leerlingcoördinator, [slachtoffer 2] , geboren op [2007] , die de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen en van hem, verdachte, te dulden, door (meermalen)

- middels Snapchat één of meer gesprekken te voeren met die [slachtoffer 2] , en

- deze [slachtoffer 2] één of meer naaktfoto's en -filmpjes aan hem te laten sturen, en

- deze [slachtoffer 2] één of meer naaktfoto's en -filmpjes van hem te doen toekomen, en

- met deze [slachtoffer 2] af te spreken in zijn woning, en

- de billen en borsten en vulva van die [slachtoffer 2] te betasten, en

- zijn vingers en tong en penis in de vagina van die [slachtoffer 2] te brengen, en

- zich te laten aftrekken door die [slachtoffer 2] , en

- zich te laten pijpen door die [slachtoffer 2] ;

feit 5

op tijdstippen in de periode van 15 december 2023 tot en met 24 december 2023 te Almere en Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, [slachtoffer 3] , geboren op [2007] , die de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt opzettelijk te bewegen ontuchtige handelingen te plegen en van hem, verdachte, te dulden,

- met die [slachtoffer 3] gesprekken heeft gevoerd in zijn rol als leerlingcoördinator, en

- ( vervolgens) middels Snapchat een meer gesprekken heeft gevoerd met die [slachtoffer 3] , en

- met die [slachtoffer 3] heeft gepraat over kinks/seksuele fantasieën en

- tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd dat hij haar over de tafel wilde buigen en van achter zou

nemen en dat zij hem zou pijpen en dat hij haar zou laten klaarkomen zonder speeltje

en dat hij haar zijn sletje zou noemen en als zijn speeltje zou gebruiken en

- aan die [slachtoffer 3] heeft voorgesteld om in het echt af te spreken, en

- één of meer foto’s van zijn (stijve) penis in zijn onderbroek aan die [slachtoffer 3] heeft doen

toekomen, en

- die [slachtoffer 3] een of meer naaktfoto's en -filmpjes aan hem, verdachte, heeft laten

sturen,

terwijl hij, verdachte, misbruik maakte van zijn positie als leerlingcoördinator en het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen hem en die [slachtoffer 3] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 6

op tijdstippen in de periode van 10 april 2018 tot en met 14 januari 2025 te Utrecht, meermalen,

(in de periode van 10 april 2018 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)

afbeeldingen en gegevensdragers, bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achtten jaar nog niet had bereikt was betrokken, te weten

- [slachtoffer 2] , geboren op [2007] , en

- [slachtoffer 3] , geboren op [2007] , en

- [slachtoffer 4] , geboren op [2003] , en

- [slachtoffer 6] , geboren op [2006] , en

- [slachtoffer 7] , geboren op [2005] , en

- [slachtoffer 8] , geboren op [2005] , en

- [slachtoffer 9] , geboren op [2003] , en

- [slachtoffer 5] , geboren op [2004] , en

- onbekend gebleven personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet hadden bereikt,

heeft vervaardigd en verworven en in bezit heeft gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft,

en

(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 14 januari 2025, artikel 252 Wetboek van

Strafrecht)

visuele weergaven van seksuele aard en met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken, te weten,

- [slachtoffer 2] , geboren op [2007] , en

- [slachtoffer 3] , geboren op [2007] , en

- [slachtoffer 4] , geboren op [2003] , en

- [slachtoffer 6] , geboren op [2006] , en

- [slachtoffer 7] , geboren op [2005] , en

- [slachtoffer 8] , geboren op [2005] , en

- [slachtoffer 9] , geboren op [2003] , en

- [slachtoffer 5] , geboren op [2004] , en

- onbekend gebleven personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet hadden bereikt,

heeft vervaardigd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft,

te weten,

- meerdere foto's en video’s, en

- gegevensdragers, te weten een Samsung S9 en een Samsung S10+ bevattende foto's en video's,

waarop te zien is dat:

die persoon oraal en/of vaginaal wordt gepenetreerd met een penis, en/of een ander persoon vaginaal wordt gepenetreerd met een penis door die persoon, en/of het eigen lichaam vaginaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand en/of een voorwerp, door die persoon,

(Bijlage III foto 1 t/m 4; Bijlage III SO-01 foto 3; Bijlage III SO-02 foto 1 en 2; Bijlage III SO-03 foto 1 en 2; Bijlage III SO-05 foto 4; Bijlage IIIB foto 2)

en/of

die persoon het eigen geslachtsdeel en/of de eigen borsten met een vinger/hand aanraakt,

(Bijlage III foto 5; Bijlage III SO-01 foto 2; Bijlage III SO-02 foto 4; Bijlage III SO-03

foto 4; Bijlage III SO-04 foto 1; Bijlage III SO-06 foto 1 en 3; Bijlage IIIB foto 5)

en/of

die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij

- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of

- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet, en/of

- door de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht,

(Bijlage III foto 6 ; Bijlage III SO-01 foto 1; Bijlage III SO-03 foto 3; Bijlage III SO-04 foto 2; Bijlage III SO-06 foto 2, 4 en 5; Bijlage IIIB foto 6 t/m 8)

terwijl van het begaan van dit feit een gewoonte werd gemaakt.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4
Kwalificatie en strafbaarheid
4.1.

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

feit 1

ontucht plegen met een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd;

feit 2

ontucht plegen met een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd;

feit 3

door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen en van hem te dulden, meermalen gepleegd;

feit 5

poging tot door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen en van hem te dulden;

feit 6

een afbeelding/gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken, vervaardigen, verwerven, in bezit hebben, zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

en

een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken, vervaardigen, verwerven en in bezit hebben, terwijl van het begaan van het feit een gewoonte wordt gemaakt.

4.2.

Strafbaarheid feiten en de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5
Straf en maatregelen
5.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 jaar, met aftrek van het voorarrest.

De officier van justitie eist verder dat aan de verdachte wordt opgelegd:

- een contactverbod als vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v Sr voor de duur van 5 jaar, te vervangen door 2 weken hechtenis voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet;

- een beroepsverbod op grond van artikel 28 Sr voor het uitoefenen van een beroep waarbij de verdachte in contact kom met minderjarigen voor de duur van 10 jaar;

- de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking op grond van artikel 38z Sr.

De officier van justitie eist dat de maatregel van het contactverbod direct na de uitspraak ingaat (dadelijk uitvoerbaar is).

5.2.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest. Daarnaast kan aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd worden met bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de psycholoog en de reclassering en eventueel ook nog een onvoorwaardelijke taakstraf.

De advocaat verzoekt in de strafmaat te betrekken dat alleen feit 6 deels bewezen verklaard kan worden en verzoekt de verdachte, gelet op het psychologisch onderzoek, licht verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren voor dat feit. Ook verzoekt de advocaat in de strafmaat te betrekken dat de verdachte geen justitiële documentatie heeft. Hij is intrinsiek gemotiveerd voor ambulante behandeling en wil graag hulp. De verdachte verzet zich niet tegen een beroepsverbod, een contactverbod met de benadeelde partijen en een langere proeftijd. Omdat de verdachte niet op de hoogte is van de adressen van de benadeelde partijen, verzoekt de verdediging geen gebiedsverbod op te leggen.

5.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf en maatregelen houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd

De verdachte heeft zich in deze zaak schuldig gemaakt aan meerdere zedenfeiten gedurende een periode van ruim zeven jaar, met negen geïdentificeerde slachtoffers en nog een groot aantal ongeïdentificeerde slachtoffers. De slachtoffers waren allemaal minderjarig. De verdachte heeft zijn eigen seksuele behoeftes boven het belang van de slachtoffers gesteld en is daarbij volledig voorbijgegaan aan de gevolgen van zijn handelen voor hun welzijn.

De verdachte heeft gedurende bijna een jaar in zijn hoedanigheid als docent op een middelbare school in [plaats] ontucht gepleegd met [slachtoffer 1] . Zij hebben meermalen geslachtsgemeenschap gehad en andere seksuele handelingen bij elkaar verricht. De verdachte heeft later in zijn hoedanigheid als leerlingcoördinator op een middelbare school in [plaats] ontucht gepleegd met [slachtoffer 2] . Nadat de verdachte niet langer werkzaam was als leerlingcoördinator op de school van [slachtoffer 2] , heeft hij dat ontucht voorgezet en ook meerdere malen geslachtsgemeenschap met haar gehad. De verdachte heeft tot slot in zijn hoedanigheid als leerlingcoördinator op de middelbare school in [plaats] geprobeerd leerlinge [slachtoffer 3] te bewegen tot het plegen van ontuchtige handelingen.

Het waren alle drie kwetsbare slachtoffers, vanwege hun leeftijd en bijkomende problematiek. De verdachte wist dat en creëerde een vorm van afhankelijkheid. De verdachte bood zich aan als gesprekspartner, iemand met wie zij zeer persoonlijke details over zichzelf deelden. Zo wist de verdachte dat [slachtoffer 2] automutileerde en heeft hij zelfs een vragenlijst over haar ingevuld in het kader een psychologisch onderzoek. De verdachte heeft vervolgens misbruik gemaakt van het vertrouwen dat alle drie de slachtoffers in hem mochten stellen als docent, leerlingcoördinator en coach.

Voorts heeft de verdachte op een nare en indringende wijze kinderpornografisch materiaal verkregen en vervaardigd van minderjarige meisjes, door zich online voor te doen als de zestienjarige [valse naam] . De verdachte gaf zijn slachtoffers gerichte instructies voor het materiaal dat zij moesten sturen. De verdachte ging berekenend te werk, waarbij hij vaak op een zeer directe en ongevoelige wijze de slachtoffers probeerde zo ver te krijgen dat zij beeldmateriaal stuurden. Zo beschreef één van de slachtoffers in een chatgesprek met de verdachte dat zij een vervelende seksuele ervaring had gehad, waarna de verdachte haar vrijwel direct om seksueel getinte beelden vroeg. De verdachte maakte vervolgens zelf opnames van de foto’s en filmpjes die de slachtoffers hem stuurden, door schermopnames te maken met een door hem daartoe gedownloade app. Het gebruik van deze app zorgde ervoor dat de slachtoffers waarmee hij chatte, niet wisten dat hij opnames maakte.

De verdachte heeft in zijn zoektocht naar seksueel contact veel grenzen overschreden. De verdachte heeft op de zitting verklaard dat zijn behoefte naar seksuele beelden steeds extremer werd en dat hij daarbij voor zichzelf heeft gekozen, zonder de grenzen van de minderjarige slachtoffers in de gaten te houden. De verdachte heeft op een schaamteloze en onaanvaardbare manier misbruik gemaakt van de jeugdige onbevangenheid en nieuwsgierigheid van de slachtoffers. Hij heeft daarmee de psychische gezondheid van een groot aantal slachtoffers ernstig geschaad, dan wel het risico daarop op de koop toegenomen

Uit de slachtofferverklaringen die op de zitting zijn voorgelezen door of namens de geïdentificeerde slachtoffers blijkt wat de impact is geweest van het handelen van de verdachte. Voor [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] in het bijzonder geldt dat hun vertrouwen in anderen ernstig is aangetast. De slachtoffers vertelden over schaamte, dat het leven niet meer echt voelt en over de last die zij nog steeds ervaren. De slachtoffers ervaren psychische klachten en staan onder behandeling. Bij een van de slachtoffers is onlangs de diagnose PTSS vastgesteld.

Als volwassene, en zeker als docent, coach en leerlingcoördinator, had de verdachte de minderjarige slachtoffers juist moeten beschermen en veiligheid moeten bieden. In plaats daarvan heeft de verdachte het vertrouwen dat in hem werd gesteld in grove mate beschaamd.

De verdachte heeft op zitting meerdere malen gezegd dat hij “heel dom is geweest”, “moreel fout heeft gehandeld” en “dat het niet oké is wat er is gebeurd”. De verdachte heeft verder op de zitting benadrukt dat de slachtoffers de schuld niet bij zichzelf moeten leggen, maar dat er maar één persoon verantwoordelijk is voor wat er is gebeurd en dat die persoon hijzelf is. Het is nooit de schuld van de slachtoffers, zo verklaarde hij.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Uit het strafblad van de verdachte van 27 maart 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de Pro Justitia-rapportage van 14 november 2025, opgemaakt door S.A. van Groningen, GZ-psycholoog. Uit dit psychologisch onderzoek volgt dat de verdachte op cognitief gebied zeer begaafd is. De psycholoog ziet bij de verdachte een onderliggende onzekerheid, een behoefte om gezien te worden, moeite met impulsbeheersing en een hoge prikkelbehoefte. Er is sprake van enkele persoonlijkheidstrekken, kenmerken die passen bij ADHD en er zijn enkele aanwijzingen voor het bestaan van een stoornis in een afwijkende seksuele voorkeur (parafilie). De geconstateerde kenmerken en aanwijzingen behalen niet het niveau van een stoornis. De psycholoog adviseert de verdachte volledig toerekeningsvatbaar te achten voor de bewezenverklaarde feiten 2, 3 en 5. Over feit 1 doet de psycholoog geen uitspraken, omdat de verdachte dat feit geheel ontkent. Ten aanzien van feit 6 ziet de psycholoog een lichte doorwerking van voornoemde (door de psycholoog omschreven als) functionele beperkingen. Daarom adviseert zij feit 6 de verdachte in licht verminderde mate toe te rekenen. Het risico op hernieuwd seksueel contact met minderjarigen wordt ingeschat op matig.

De rechtbank is van oordeel dat het rapport zorgvuldig tot stand is gekomen en neemt de conclusies en het advies ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid van de deskundige over.

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 27 november 2025, opgemaakt door reclasseringswerker J. Folmer. Het recidiverisico wordt door de reclassering ingeschat als gemiddeld. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, bestaande uit een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, zich inspannen voor het vinden en behouden van dagbesteding, het vermijden van contact met minderjarigen en het vermijden van digitale omgevingen seksueel kindermisbruik. De reclassering adviseert de dadelijke uitvoerbaarheid van deze voorwaarden. Verder adviseert de reclassering een beroepsverbod op te leggen voor vijf jaar, waarbij de verdachte niet mag werken met doelgroepen waarbij sprake is van een afhankelijkheidsrelatie met minderjarigen. Ten slotte adviseert de reclassering een contact- en gebiedsverbod ten behoeve van de slachtoffers.

Tot slot heeft de rechtbank kennisgenomen van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze zijn gebleken op de zitting. Op de zitting heeft de verdachte verklaard dat hij zich kan vinden in het advies van de psycholoog. De verdachte beseft dat hij hulp nodig heeft en hij wil meewerken aan behandeling. Hij wil anderen geen schade meer berokkenen met zijn gedrag. De verdachte heeft zich bereid verklaard mee te werken aan de maatregel en de bijzondere voorwaarden die zijn geadviseerd.

Strafkader

Gelet op de ernst van de feiten, de gevolgen voor de slachtoffers en de straffen die doorgaans voor soortgelijke feiten worden opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat een langdurige gevangenisstraf moet worden opgelegd.

De rechtbank veroordeelt de verdachte voor het plegen van ontuchtige handelingen (met binnendringen) met twee slachtoffers en een poging daartoe. Daarvoor is, ook met het oog op soortgelijke zaken, geen andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van forse duur op zijn plaats. De rechtbank weegt in strafverzwarende zin mee dat de verdachte meerdere malen door verschillende personen is gewaarschuwd vanwege (vermeend) grensoverschrijdend gedrag. In 2014 is bij de school waar de verdachte destijds werkte melding gemaakt van seksueel grensoverschrijdend contact tussen de verdachte en een minderjarige leerlinge. De verdachte heeft op basis van onder andere deze melding zijn baan daar opgezegd. In januari 2024 heeft [slachtoffer 1] de relatie verbroken vanwege de (online) seksuele contacten die de verdachte met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] onderhield. In maart 2024 is de verdachte, tot slot, zelfs telefonisch aangesproken door de moeder van [slachtoffer 2] . In een indringend telefoongesprek met de moeder van [slachtoffer 2] gaat de verdachte door het stof, zegt dat hij fout zat en belooft geen contact meer met [slachtoffer 2] te zoeken. Nog geen twee weken na dit gesprek hervat de verdachte het contact met [slachtoffer 2] en wordt de seksuele relatie voortgezet. Ook online blijft de verdachte seksueel contact zoeken met minderjarige meisjes. In strafverminderende zin weegt de rechtbank mee dat de spijt die de verdachte op zitting heeft betuigd oprecht overkomt en hij bereid is aan zichzelf te werken om te voorkomen dat hij in de toekomst opnieuw de fout ingaat.

Gelet op de hiervoor genoemde (strafverzwarende) omstandigheden vindt de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf van een aantal jaren passend. Daarbij komt de veroordeling voor het gewoonte maken van het bezit en het vervaardigen van kinderpornografische afbeeldingen. Voor het bezit indiceren de landelijke oriëntatiepunten een gevangenisstraf van één jaar. Voor het vervaardigen is dit een gevangenisstraf van vier jaar. De rechtbank beoordeelt het handelen van de verdachte, namelijk het ‘op afstand’ vastleggen van online gedeelde afbeeldingen en video’s afkomstig van minderjarigen, – hoe verwerpelijk ook – van een andere orde dan bijvoorbeeld het (live) filmen van hands-on seksueel kindermisbruik. Daarnaast is sprake van enige samenhang tussen de feiten 1, 2, 3 en 5 enerzijds en feit 6 anderzijds, en is de verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar voor dit laatste feit. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook een gevangenisstraf van tenminste 1 jaar, maar ook niet meer dan 2 jaar passend voor het maken van een gewoonte van het bezit en vervaardigen van kinderpornografische afbeeldingen.

Alles afwegende maakt dat de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren geheel onvoorwaardelijk met aftrek van het voorarrest, passend vindt. De rechtbank ziet hierbij geen ruimte om een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen.

De rechtbank wijkt af van de eis van de officier van justitie, omdat zij uitspraken waarin een langere gevangenisstraf is opgelegd als uitgangspunt neemt. De door de officier van justitie aangehaalde uitspraken zien, onder meer, op ontucht over een langere pleegperiode (meerdere jaren), met nog jongere slachtoffers (onder de zestien) en ook op het verspreiden van kinderpornografisch materiaal.

Beroepsverbod

De rechtbank kan een beroepsverbod opleggen als de wet daarin voorziet en de verdachte het strafbare feit in de uitoefening van dat beroep heeft begaan. Daarvan is in deze zaak sprake.

De rechtbank vindt een bijkomende straf in de vorm van een beroepsverbod ten aanzien van beroepen waarbij hij werkt met doelgroepen waarbij sprake is van een afhankelijkheidsrelatie met minderjarigen voor de duur van 9 jaar op zijn plaats. Dat is de wettelijke maximale duur van een beroepsverbod in deze zaak. Er ging voor de verdachte geen preventieve werking uit van het feit dat hij eerder is aangesproken op zijn grensoverschrijdende gedrag. Daarbij komt dat de verdachte op de zitting in het kader van het beroepsverbod kenbaar heeft gemaakt dat hij zichzelf niet langer vertrouwt in een dergelijke functie. De rechtbank vindt het daarom van groot belang dat wordt verzekerd dat de verdachte voor een langere periode geen zorg en/of verantwoordelijkheid draagt voor minderjarige personen in de uitoefening van zijn beroep, om zo recidive te voorkomen.

Een vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 38v Sr)

De rechtbank ziet, ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten, aanleiding om aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen in de zin van artikel 38v Sr. De rechtbank zal bevelen dat de verdachte op geen enkele wijze – direct of indirect – contact heeft of zoekt met alle benadeelde partijen in deze zaak, zoals nader omschreven in het dictum.

De rechtbank zal deze vrijheidsbeperkende maatregel opleggen voor de duur van 5 jaar. Voor iedere keer dat de verdachte deze maatregel overtreedt, zal vervangende hechtenis worden opgelegd voor de duur van maximaal 4 weken, met een maximale totale duur van 6 maanden.

Daarbij geldt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verdachte niet ontslaat van nakoming van deze maatregel.

Gelet op de duur van de op te leggen gevangenisstraf vindt de rechtbank het bepalen van de dadelijke uitvoerbaarheid van deze maatregel niet noodzakelijk. De verdachte bevindt zich nu in voorlopige hechtenis en er zijn tot op heden geen signalen dat hij contact zal zoeken met de slachtoffers vanuit detentie. De rechtbank vindt vooral van belang dat de verdachte geen contact zoekt met de slachtoffers na zijn detentie.

De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod.

Een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 38z Sr)

Bij de terugkeer in de maatschappij na zijn detentie, zal de verdachte mogelijk in onzekerheid en daarmee een stressvolle situatie terechtkomen. Op de zitting heeft de verdachte naar voren gebracht dat hij bij spanning en stress op zoek ging naar seksueel contact, om met de spanning en stress om te kunnen gaan. Het seksuele contact was voor hem een copingmechanisme. De verdachte heeft bovendien verklaard dat hij zichzelf niet vertrouwt, dat hij behandeling nodig heeft en in het verleden niet snel hulp zocht. De verdachte kon zijn patroon van het plegen van seksuele delicten daarom niet zelf doorbreken. De pscycholoog heeft behandeling geadviseerd, gericht op de disfunctionele persoonlijkheidstrekken en de copingmechanismen, waarbij diagnostiek kan plaatsvinden gericht op het verkrijgen van meer zicht op de persoonlijkheid en de mogelijke aanwezigheid van ADHD en parafilie.

Gelet op het voorgaande, in combinatie met de ernst van de feiten, de lange periode waarin die feiten zijn gepleegd en de hardnekkigheid waarmee de verdachte zijn gedrag heeft voortgezet, is de rechtbank van oordeel dat een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z, eerste lid, Sr (hierna: GVM) noodzakelijk is. Daarmee wordt de mogelijkheid gecreëerd dat de verdachte, ook na zijn proeftijd, langdurig onder toezicht wordt gesteld en kan ook in de verdere toekomst het recidiverisico worden teruggedrongen dan wel op een aanvaardbaar niveau worden gehouden. Aan de wettelijke vereisten voor de oplegging van een maatregel langdurig toezicht is voldaan. Gelet op het voorgaande zal de GVM worden opgelegd.

Tenuitvoerlegging van de straf

De gevangenisstraf zal ten uitvoer worden gelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

6
In beslag genomen voorwerpen
6.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de Samsung S9 en Samsung S10+ verbeurd moeten worden verklaard en dat de Samsung Galaxy Z Flip 5 en de Notebook moeten worden onttrokken aan het verkeer. Wat betreft het dagboek heeft de officier van justitie geen standpunt ingenomen.

6.2.

Standpunt van de verdediging

De advocaat van de verdachte stelt zich op het standpunt dat de Samsung Galaxy Z Flip 5 en de Notebook moeten worden teruggegeven aan de verdachte. Over de overige goederen heeft de advocaat van de verdachte geen standpunt ingenomen.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank zal de in beslag genomen Samsung S9 DUOS (G3466736) en Samsung Galaxy

S10+ (G3466737) onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat

het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Met

deze voorwerpen is een deel van de bewezen verklaarde feiten begaan.

Teruggave aan de verdachte

De rechtbank zal teruggave aan de verdachte gelasten van de inbeslaggenomen Notebook (G3466741) en Samsung Galaxy Z Flip 5 (G3467947), die aan de verdachte toebehoren, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet. Uit het dossier blijkt niet dat deze voorwerpen zijn gebruikt bij de bewezen verklaarde feiten.

Bewaring ten behoeve van de rechthebbende

De verdachte heeft op de zitting afstand gedaan van het onder hem in beslaggenomen dagboek (G3466757). Met betrekking tot het dagboek kan op dit moment geen persoon als rechthebbende worden aangemerkt. De rechtbank zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbende, en dat is dus niet langer de verdachte, gelasten van het inbeslaggenomen dagboek, omdat dit goed niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen bewaring verzet.

7
Vordering benadeelde partij
7.1.

Vorderingen van de benadeelde partijen

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 41.334,19. Dit bedrag bestaat uit € 26.334,19 voor vergoeding van materiële schade en € 15.000,00 voor vergoeding van immateriële schade. De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen:

i. studievertraging: € 26.225,00. Van deze post verzoekt de benadeelde partij een bedrag van € 8.741,67 toe te wijzen en haar in een bedrag van € 17.483,33 niet-ontvankelijk te verklaren, omdat het laatstgenoemde bedrag ziet op toekomstige schade;

ii. opvragen medische factuur: € 109,19.

[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 43.725,00. Dit bedrag bestaat uit € 26.225,00 voor vergoeding van materiële schade (studievertraging) en € 17.500,00 voor vergoeding van immateriële schade. De benadeelde partij verzoekt zich in de gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk te verklaren, omdat deze post gebaseerd is op toekomstige schade.

[slachtoffer 3] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 3.829,65. Dit bedrag bestaat uit € 79,65 voor vergoeding van materiële schade (opvragen medische informatie) en € 3.750,00 voor vergoeding van immateriële schade.

[slachtoffer 7] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 2.500,00. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.

[slachtoffer 4] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 2.609,19. Dit bedrag bestaat uit € 109,19 voor vergoeding van materiële schade (opvragen medische informatie) en € 2.500,00 voor vergoeding van immateriële schade.

[slachtoffer 5] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 2.500,00. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.

[slachtoffer 8] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 2.500,00. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.

Alle benadeelde partijen verzoeken het toe te wijzen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente en zij verzoeken oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de gevorderde schadevergoedingen kunnen worden toegekend zoals door de advocaat van de benadeelde partijen is verzocht en hierboven is opgenomen, inclusief de wettelijke rente vanaf het moment dat de schade is ontstaan en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.3.

Standpunt van de verdediging

De advocaat stelt zich op het standpunt dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in de gevorderde materiële schade die ziet op de studievertraging, omdat het gaat om toekomstige schade dan wel omdat het causaal verband tussen de gestelde schade en het handelen van de verdachte niet kan worden vastgesteld. Voor de vorderingen van alle benadeelde partijen verzoekt de advocaat het bedrag aan immateriële schade lager vast te stellen. Voor het overige betwist de verdediging de vorderingen tot schadevergoeding niet.

7.4.

Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

Studievertraging – benadeelde partij [slachtoffer 1]

Anders dan door de advocaat van de verdachte bepleit, oordeelt de rechtbank dat tussen de studievertraging van [slachtoffer 1] en het bewezen verklaarde onder feit 1 voldoende causaal verband bestaat. Over de gestelde schade vanwege opgelopen studievertraging overweegt de rechtbank dat aan de benadeelde partij geen strenge eisen mogen worden gesteld met betrekking tot het te leveren bewijs voor de causaliteit tussen het bewezenverklaarde feit en de gestelde studievertraging. De benadeelde partij heeft in dit geval gemotiveerd onderbouwd dat de studievertraging is ontstaan door de gevolgen die de gedragingen van de verdachte met zich hebben gebracht, aan de hand van brieven van haar scriptiebegeleider en haar studieadviseur.

De hoogte van het bedrag, ontleend aan de Letselschade Richtlijn Studievertraging, komt de rechtbank redelijk voor. In deze richtlijn wordt een normbedrag van € 26.225,00 genoemd voor een jaar studievertraging aan de universiteit. De benadeelde partij heeft vier maanden studievertraging opgelopen, waardoor het bedrag aan vertraging tot op heden uitkomt op

€ 8.741,67 (€ 26.225,00 / 12 × 4). De rechtbank zal de schade daarom vaststellen op dit bedrag.

De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van toekomstige schade af, omdat namens de benadeelde partij op de zitting kenbaar is gemaakt dat zij per 1 januari 2026 zal afstuderen. Van toekomstige schade in de vorm van studievertraging zal dan ook geen sprake meer zijn.

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

De rechtbank overweegt over de gevorderde toekomstige schade dat nog onduidelijk is of die schade daadwerkelijk zal worden geleden. De rechtbank zal dan ook de benadeelde partij voor wat betreft de toekomstige schade niet-ontvankelijk verklaren in de vordering en zal bepalen dat de benadeelde partij zich hiervoor kan wenden tot de burgerlijke rechter.

Opvragen medische informatie – benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4]

Het gedeelte van de vorderingen dat ziet op het opvragen van de medische informatie is voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat deze schade in rechtstreeks verband staat met de onder 1, 5 en 6 bewezen verklaarde feiten. De rechtbank wijst daarom dit deel van de vorderingen toe.

Immateriële schade

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.

Gelet op de aard en ernst van de normschendingen, is de rechtbank van oordeel dat de nadelige gevolgen daarvan voor de slachtoffers zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon. De verdachte heeft met zijn handelingen ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de benadeelde partijen. De rechtbank zal hieronder per benadeelde partij een toelichting geven op de hoogte van het toe te wijzen bedrag.

[slachtoffer 1] – feit 1

Voor de vaststelling van de hoogte van de immateriële schade zoekt de rechtbank aansluiting bij de ‘Rotterdamse schaal’. Dit betreft een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen en bevat indicaties voor een passende immateriële schadevergoeding voor een bepaald gevalstype. De rechtbank hanteert de volgende uitgangspunten bij het gebruik van de Rotterdamse schaal voor de vaststelling van de immateriële schade. De Rotterdamse schaal wordt uitsluitend gebruikt als hulpmiddel. Daartoe kijkt de rechtbank naar de indicatieve smartengeldbedragen die worden genoemd bij de voor deze zaak toepasselijke categorie van de Rotterdamse schaal. Deze bedragen betrekt de rechtbank bij de billijkheidsafweging.

De Rotterdamse schaal kent geen normbedragen voor het seksuele misdrijf van artikel 249 (oud) Sr, maar geeft wel een bandbreedte voor diverse andere seksuele misdrijven. De rechtbank heeft gekeken naar de categorie ‘Ontucht met binnendringen’. De rechtbank heeft gelet op de relevante factoren voor de omvang van het smartengeld. Gelet op de duur, de intensiteit en de aard van de ontucht, komt de rechtbank uit bij de subcategorie ‘ernstig’. Daarvoor geldt een bandbreedte van € 6.000 tot 12.500. Daarbij neemt de rechtbank ook de vertrouwensband, de kwetsbaarheid van de benadeelde het leeftijdsverschil met de verdachte en de aard en de ernst van de gevolgen voor de benadeelde in aanmerking. De benadeelde heeft in het schade-onderbouwingsformulier toegelicht dat zij onder meer kampt met psychische klachten ten gevolge van het handelen door de verdachte en dat zij onder behandeling heeft gestaan bij een psycholoog. De benadeelde wordt nog altijd in verschillende facetten in haar leven geconfronteerd met wat haar is aangedaan. Daarnaast houdt de rechtbank er rekening mee dat de benadeelde zeventien jaar oud was ten tijde van de ontucht en dat deze categorie ziet op de leeftijd tot zestien jaar.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat een bedrag van € 10.000,00 aan immateriële schadevergoeding billijk is. De rechtbank wijst de gevorderde immateriële schade toe tot een bedrag van € 10.000,00 en verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk.

[slachtoffer 2] – feit 2, 3 en 6

De rechtbank zoekt voor de vaststelling van de hoogte van de immateriële schade aansluiting bij de ‘Rotterdamse schaal’. De rechtbank heeft wederom gekeken naar de categorie ‘Ontucht met binnendringen’. De rechtbank heeft gelet op de relevante factoren voor de omvang van het smartengeld. Gelet op de duur, de intensiteit en de aard van de ontucht, komt de rechtbank uit bij de subcategorie ‘ernstig’. Daarvoor geldt een bandbreedte van € 6.000 tot 12.500. Daarbij neemt de rechtbank in het bijzonder de kwetsbaarheid van de benadeelde in aanmerking; de benadeelde was depressief en automutileerde. Verder heeft de rechtbank gelet op de vertrouwensband, het grote leeftijdsverschil met de verdachte, de omstandigheid dat er heimelijk beeldmateriaal van de benadeelde is vervaardigd en in bezit is geweest en de aard en de ernst van de gevolgen voor de benadeelde in aanmerking. In het schade-onderbouwingsformulier heeft de benadeelde toegelicht dat zij zich heeft gewend tot een psychiatrische instelling en dat haar functioneren en welzijn wordt belemmerd. Op de zitting is namens de benadeelde kenbaar gemaakt dat zij onlangs de diagnose PTSS heeft gekregen. Gelet op het bovenstaande komt de rechtbank ten aanzien van de hoogte van het toe te kennen bedrag aan de bovenkant van de schaal van de genoemde categorie uit.

De rechtbank is van oordeel dat een bedrag van € 12.500,00 aan immateriële schadevergoeding billijk is. De rechtbank wijst de gevorderde immateriële schade toe tot een bedrag van € 12.500,00 en verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk.

[slachtoffer 3] – feit 5 en 6

Uit het schade-onderbouwingsformulier volgt dat de benadeelde last heeft van psychische klachten waarmee zij zich tot de huisarts heeft gewend. Door het contact met de verdachte zijn de psychische klachten van de benadeelde zich gaan opstapelen. Inmiddels is zij verwezen naar een psychiater.

De rechtbank heeft de kwetsbaarheid van de benadeelde, het leeftijdsverschil met de verdachte, de omstandigheid dat er heimelijk beeldmateriaal van de benadeelde is vervaardigd en in bezit is geweest in aanmerking genomen bij het bepalen van de hoogte van het toe te kennen bedrag. Gelet op het voorgaande, in combinatie met de aard en de ernst van de gevolgen die het handelen door de verdachte voor de benadeelde hebben gehad, is de rechtbank van oordeel dat het gevorderde bedrag van € 3.750,00 aan immateriële schadevergoeding billijk is en volledig kan worden toegewezen.

[slachtoffer 7] – feit 6

Uit het schade-onderbouwingsformulier volgt dat de benadeelde zich zorgen maakt over haar (seksuele) ontwikkeling en welke impact het handelen van de verdachte daar op zal hebben. De gevolgen van het handelen door de verdachte zijn nog altijd voelbaar en aanwezig in het leven van de benadeelde.

[slachtoffer 4] – feit 6

Uit het schade-onderbouwingsformulier volgt dat de benadeelde zich heeft gewend tot Welzijn psychologenpraktijk en daar onder behandeling is geweest. Bij de benadeelde is PTSS vastgesteld. De benadeelde heeft ook behandeling gevolgd gericht op traumaverwerking. De gevolgen van hetgeen de benadeelde is aangedaan door de verdachte zijn fors.

[slachtoffer 5] – feit 6

Uit het schade-onderbouwingsformulier volgt dat de benadeelde nog altijd met de gevolgen kampt, dat zij dagelijks schaamte- en schuldgevoelens ervaart en dat zij binnenkort zal starten met een behandeling bij een psycholoog van het Centrum voor Seksueel Geweld.

[slachtoffer 8] – feit 6

Uit het schade-onderbouwingsformulier volgt dat de benadeelde kampt met schaamte- en schuldgevoelens en dat haar gevoelens van veiligheid en vertrouwen ernstig zijn geschaad. De gevolgen van het handelen door de verdachte zijn fors en de benadeelde maakt zich zorgen over de mogelijke ontwikkeling van psychische klachten en over haar seksuele ontwikkeling.

Voor de vier hierboven genoemde benadeelde partijen, [slachtoffer 7] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 8] , geldt dat de verdachte zich in de online gesprekken voordeed als een jongen van zestien tot twintig jaar oud om seksueel beeldmateriaal van de benadeelde partijen te verkrijgen en dat de verdachte heimelijk opnames heeft gemaakt van dit beeldmateriaal. De verdachte heeft met zijn handelen het gevoel van vertrouwen, maar ook van veiligheid ernstig beschadigd. De rechtbank wijst de vorderingen van deze benadeelde partijen ten aanzien van de immateriële schade geheel toe. Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken als schadevergoeding worden toegekend, is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding van € 2.500,00 billijk is.

Wettelijke rente

De bedragen die de verdachte aan de benadeelde partijen moet vergoeden worden vermeerderd met de wettelijke rente daarover. De ingangsdatum per benadeelde partij staat vermeld in het dictum. De rechtbank stelt de ingangsdatum van de wettelijke rente als volgt vast:

- voor het bedrag aan materiële schade voor het opvragen van de medische informatie vanaf de datum van de factuur;

- voor het bedrag aan materiële schade voor studievertraging vanaf de oorspronkelijke afstudeerdatum zonder vertraging;

- voor het bedrag aan immateriële schade voor de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] vanaf de einddatum van de bewezen verklaarde pleegperiode;

- voor het bedrag aan immateriële schade voor de benadeelde partijen [slachtoffer 7] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 8] vanaf de einddatum van de periode waarin het beeldmateriaal van de benadeelde partij is gemaakt (in het dossier telkens aangeduid als de “create date”).

Proceskosten

Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vorderingen tot schadevergoeding (grotendeels) worden toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partijen hebben gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vaststaat dat de benadeelde partijen kosten hebben gemaakt voor het indienen en toelichten van hun vorderingen en begroot de kosten daarom op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Daarnaast legt de rechtbank ten behoeve van alle benadeelde partijen de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat - kort gezegd – de benadeelde partijen de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeven te incasseren, maar dat de Staat dit voor hen doet. Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast, zoals hieronder in de beslissing weergegeven. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.

De verdachte mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partijen. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen.

8
Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en maatregelen en beslissingen op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

- artikelen 28, 31, 36b, 36c, 36f, 38v, 38w, 38z, 45, 57, 240b (oud), 248a (oud), 249 (oud), 252, 254 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

9
De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 4 heeft gepleegd en spreekt hem daarvan vrij;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 3, 5 en 6 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;

- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf en maatregelen

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 4 jaar;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

38z-maatregel

- legt aan de verdachte op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht;

beroepsverbod

- bepaalt dat de verdachte wordt ontzet van het recht tot het uitoefenen van beroepen waarbij hij werkt met doelgroepen waarbij sprake is van een afhankelijkheidsrelatie met minderjarigen voor de duur van 9 jaar;

38v-maatregel

- legt aan de verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 5 jaar, inhoudende dat de verdachte;

op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met:

- [slachtoffer 1] , geboren op [2000] ;

- [slachtoffer 2] , geboren op [2007] ;

- [slachtoffer 3] , geboren op [2007] ;

- [slachtoffer 4] , geboren op [2003] ;

- [slachtoffer 6] , geboren op [2006] ;

- [slachtoffer 7] , geboren op [2005] ;

- [slachtoffer 8] , geboren op [2005] ;

- [slachtoffer 9] , geboren op [2003] ; en

- [slachtoffer 5] , geboren op [2004] ;

- beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan de maatregel wordt vervangen door maximaal 4 weken hechtenis, met een maximumduur van 6 maanden;

beslag

- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:

- een telefoontoestel Samsung S9 DUOS (G3466736);

- een telefoontoestel Samsung Galaxy S10+ (G3466737);

- gelast de teruggave aan de verdachte van de volgende voorwerpen:

- een Notebook (G3466741);

- een telefoontoestel Samsung Galaxy Zflip 5 (G3467947);

- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het volgende voorwerp:

- een dagboek (G3466757);

vorderingen tot schadevergoeding

benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1)

- wijst de vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 18.850,86, bestaande uit € 8.850,86 aan materiële schade en € 10.000,00 aan immateriële schade;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover;

- over een bedrag van € 8.741,67 met ingang van 1 september 2025;

- over een bedrag van € 109,19 met ingang van 26 november 2025;

- over een bedrag van € 10.000,00 met ingang van 21 juni 2018;

telkens tot de dag van volledige betaling;

- wijst de vordering van [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde aan materiële schade af;

- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde aan immateriële schade niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat

€ 18.850,86 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente

- over een bedrag van € 8.741,67 met ingang van 1 september 2025;

- over een bedrag van € 109,19 met ingang van 26 november 2025;

- over een bedrag van € 10.000,00 met ingang van 21 juni 2018;

telkens tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 119 dagen gijzeling;

- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 2, 3 en 6)

- wijst de vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 2] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 12.500,00 aan immateriële schade;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2024 tot de dag van volledige betaling;

- verklaart [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat

€ 12.500,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 87 dagen gijzeling;

- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

benadeelde partij [slachtoffer 3] (feit 5 en 6)

- wijst de vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 3] geheel toe tot een bedrag van

€ 3.829,65, bestaande uit € 79,65 aan materiële schade en € 3.750,00 aan immateriële schade;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 3] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover;

- over een bedrag van € 79,65 met ingang van 27 november 2025;

- over een bedrag van € 3.750,00 met ingang van 24 december 2023;

telkens tot de dag van volledige betaling;

- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de Staat

€ 3.829,65 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente

- over een bedrag van € 79,65 met ingang van 27 november 2025;

- over een bedrag van € 3.750,00 met ingang van 24 december 2023;

telkens tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 38 dagen gijzeling;

- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

benadeelde partij [slachtoffer 7] (feit 6)

- wijst de vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 7] geheel toe tot een bedrag van € 2.500,00 aan immateriële schade;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 7] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 december 2019 tot de dag van volledige betaling;

- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 7] aan de Staat

€ 2.500,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 december 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 25 dagen gijzeling;

- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

benadeelde partij [slachtoffer 4] (feit 6)

- wijst de vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 4] geheel toe tot een bedrag van € 2.609,19, bestaande uit € 109,19 aan materiële schade en € 2.500,00 aan immateriële schade;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 4] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover;

- over een bedrag van € 109,19 met ingang van 27 november 2025;

- over een bedrag van € 2.500,00 met ingang van 13 juni 2020;

telkens tot de dag van volledige betaling;

- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 4] aan de Staat

€ 2.609,19 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente

- over een bedrag van € 109,19 met ingang van 27 november 2025;

- over een bedrag van € 2.500,00 met ingang van 13 juni 2020;

telkens tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 26 dagen gijzeling;

- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

benadeelde partij [slachtoffer 5] (feit 6)

- wijst de vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 5] geheel toe tot een bedrag van € 2.500,00 aan immateriële schade;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 5] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 april 2019 tot de dag van volledige betaling;

- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 5] aan de Staat

€ 2.500,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 april 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 25 dagen gijzeling;

- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

benadeelde partij [slachtoffer 8] (feit 6)

- wijst de vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 8] geheel toe tot een bedrag van

€ 2.500,00 aan immateriële schade;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 8] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2020 tot de dag van volledige betaling;

- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 8] aan de Staat

€ 2.500,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 25 dagen gijzeling;

- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M.M. Heppe, voorzitter, mr. J.P. Verboom en

mr. G. Boonzaaijer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Benschop als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2026.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is na nadere omschrijving van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:

feit 1

hij - als docent en/of begeleider en/of coach - op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2017 tot en met 21 jun 2018 te Utrecht, althans in Nederland, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 1] , geboren op [2000] , door

- de billen en/of borsten en/of vulva van die [slachtoffer 1] te betasten, en/of

- door zijn vingers en/of tong en/of penis in de vagina van die [slachtoffer 1] te brengen, en/of

- door zich te laten aftrekken door die [slachtoffer 1] , en/of

- door zich te laten pijpen door die [slachtoffer 1] ;

feit 2

hij - als leerlingcoördinator werkzaam op een middelbare school - op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2023 tot en met 31 december 2023 te Almere en/of Utrecht, althans in Nederland, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 2] , geboren op [2007] , door

- de billen en/of borsten en/of vulva van die [slachtoffer 2] te betasten, en/of

- zijn vingers en/of tong en/of penis in de vagina van die [slachtoffer 2] te brengen, en/of

- zich te laten aftrekken door die [slachtoffer 2] , en/of

- zich te laten pijpen door die [slachtoffer 2] ;

feit 3

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2024 tot en met 30 juni 2024 te Almere en/of Utrecht, althans in Nederland, door giften en/of beloften van geld en/of goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of misleiding, te weten door misbruik te maken van het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen hem en het slachtoffer en/of zijn voormalige positie als leerlingcoördinator, [slachtoffer 2] , geboren op [2007] , die de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen en/of van hem, verdachte, te dulden, door (meermalen)

- middels Snapchat één of meer gesprekken te voeren met die [slachtoffer 2] , en/of

- deze [slachtoffer 2] één of meer naaktfoto's en/of filmpjes aan hem te laten sturen, en/of

- deze [slachtoffer 2] één of meer naaktfoto's en/of filmpjes van hem te doen toekomen, en/of

- met deze [slachtoffer 2] af te spreken in zijn woning, en/of

- de billen en/of borsten en/of vulva van die [slachtoffer 2] te betasten, en/of

- zijn vingers en/of tong en/of penis in de vagina van die [slachtoffer 2] te brengen, en/of

- zich te laten aftrekken door die [slachtoffer 2] , en/of

- zich te laten pijpen door die [slachtoffer 2] ;

feit 4

hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode 1 juli 2024 tot en met 30 september 2024 te Utrecht, althans in Nederland, met een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [2007] , een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten

- het brengen van zijn vingers en/of tong en/of penis in de vagina van die [slachtoffer 2] , en/of

- het brengen van zijn penis in de mond van die [slachtoffer 2] ,

terwijl dit feit werd begaan met misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, met gebruikmaking van giften of beloften van geld of goed of met misleiding, te weten de eerdere positie van de verdachte als leerlingcoördinator op de school van die [slachtoffer 2] en de (vertrouwens)band die daaruit was ontstaan en/of het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen hem, verdachte, en die [slachtoffer 2] ;

feit 5

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2023 tot en met 31 januari 2024 te Almere en/of Utrecht, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door giften en/of beloften van geld en/of goed misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of misleiding, [slachtoffer 3] , geboren op [2007] , die de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt opzettelijk te bewegen ontuchtige handelingen te plegen en/of van hem/haar, verdachte, te dulden,

- met die [slachtoffer 3] gesprekken heeft gevoerd in zijn rol als leerlingcoördinator, en/of

- ( vervolgens) middels Snapchat een meer gesprekken heeft gevoerd met die [slachtoffer 3] , en/of

- met die [slachtoffer 3] heeft gepraat over kinks/seksuele fantasieën en/of

- tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd dat hij haar over de tafel wilde buigen en van achter zou nemen en/of dat zij hem zou pijpen en/of dat hij haar zou laten klaarkomen zonder speeltje en/of dat hij haar zijn sletje zou noemen en als zijn speeltje zou gebruiken en/of

- aan die [slachtoffer 3] heeft voorgesteld om in het echt af te spreken, en/of

- één of meer foto’s van zijn (stijve) penis in zijn onderbroek aan die [slachtoffer 3] heeft doen toekomen, en/of

- die [slachtoffer 3] een of meer naaktfoto's en/of filmpjes aan hem, verdachte, heeft laten sturen, en/of

- terwijl hij, verdachte, misbruik maakte van zijn positie als (voormalig) leerlingcoördinator en/of het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen hem en die [slachtoffer 3] ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 6

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 april 2018 tot en met 14 januari 2025 te Utrecht en/of Almere, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,

(in de periode van 10 april 2018 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)

een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achtten jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken, te weten

- [slachtoffer 1] , geboren op [2000] , en/of

- [slachtoffer 2] , geboren op [2007] , en/of

- [slachtoffer 3] , geboren op [2007] , en/of

- [slachtoffer 4] , geboren op [2003] , en/of

- [slachtoffer 6] , geboren op [2006] , en/of

- [slachtoffer 7] , geboren op [2005] , en/of

- [slachtoffer 8] , geboren op [2005] , en/of

- [slachtoffer 9] , geboren op [2003] , en/of

- [slachtoffer 5] , geboren op [2004] , en/of

- een of meer onbekend gebleven personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet hadden bereikt,

heeft vervaardigd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft,

en/of

(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 14 januari 2025, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)

een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken, te weten,

- [slachtoffer 1] , geboren op [2000] , en/of

- [slachtoffer 2] , geboren op [2007] , en/of

- [slachtoffer 3] , geboren op [2007] , en/of

- [slachtoffer 4] , geboren op [2003] , en/of

- [slachtoffer 6] , geboren op [2006] , en/of

- [slachtoffer 7] , geboren op [2005] , en/of

- [slachtoffer 8] , geboren op [2005] , en/of

- [slachtoffer 9] , geboren op [2003] , en/of

- [slachtoffer 5] , geboren op [2004] , en/of

- een of meer onbekend gebleven personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet hadden bereikt,

heeft vervaardigd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft,

te weten,

- een of meerdere foto's en/of video’s, en/of

- een of meer gegevensdragers, te weten een Samsung S9 en/of een Samsung S10+ bevattende foto's en/of video's,

waarop te zien is dat:

die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis, en/of een ander persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis door die persoon, en/of het eigen lichaam oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand en/of een voorwerp, door die persoon,

(Bijlage III foto 1 t/m 4; Bijlage III SO-01 foto 3; Bijlage III SO-02 foto 1, 2 en 5; Bijlage III SO-03 foto 1 en 2; Bijlage III SO-04 foto 3 en 5; Bijlage III SO-05 foto 1, 2 en 4; Bijlage IIIB foto 1 t/m 3)

en/of

die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten met een vinger/hand aanraakt,

(Bijlage III foto 5; Bijlage III SO-01 foto 2 en 4; Bijlage III SO-02 foto 4; Bijlage III SO-03 foto 4 en 5; Bijlage III SO-04 foto 1; Bijlage III SO-05 foto 3; Bijlage III SO-06 foto 1 en 3; Bijlage IIIB foto 4 en 5)

en/of

die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij

- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past, en/of

- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet, en/of

- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht,

(Bijlage III foto 6 t/m 9; Bijlage III SO-01 foto 1 en 5; Bijlage IIII SO-02 foto 3; Bijlage III SO-03 foto 3 en 5; Bijlage III SO-04 foto 2 en 4; Bijlage III SO-05 foto 5 en 6; Bijlage III SO-06 foto 2, 4 en 5; Bijlage IIIB foto 6 t/m 8)

terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt.

Bijlage II: Bewijsmiddelen  (Voetnoot 4)

Ten aanzien van feit 1, 2, 3 en 5 – aangeefsters [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]

- Een proces-verbaal van bevindingen van 23 december 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

In het onderzoek contra verdachte [verdachte] , geboren op [1979] , werd een onderzoek ingesteld op welke scholen verdachte werkzaam is geweest en in welke periode.

- Sinds januari 2024; Teamleider MAVO van het [school] en [school] te [plaats] ;

- Oktober 2020 - januari 2024; Leerling coördinator bij het [school] te [plaats] ;

- Augustus 2014 - oktober 2020; […] docent op het [school]

in [plaats](Voetnoot 5)

- Een proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden met [slachtoffer 1] van 12 november 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op de middelbare school heb ik met hem (de rechtbank begrijpt: de verdachte) een relatie gekregen. Ik heb geen les van hem gehad, maar hij werkte daar dus wel. Wij zaten allebei in de feestcommissie. Hij was daar begeleider en ik was dus 1 van de leerlingen. Die relatie is gestart in augustus 2017. Ik zat toen in de 4e. (Voetnoot 6)

V: Jij zegt augustus 2017. Hoe is dat begonnen?

A: We hadden natuurlijk op school al contact vanwege die feestcommissie. Ik heb eigenlijk altijd best wel tegen hem opgekeken. Hij gaf mij ook best wel veel aandacht. Als we elkaar zagen in de schoolgangen dan knipoogde die bijvoorbeeld naar mij. Ik keek altijd tegen hem op. Toen hadden we een talentenjacht op mijn middelbare school. Ik deed daar én mee als deelnemer én de feestcommissie die alles regelde en alles opbouwde. In die voorbereidingen hebben we elkaar toegevoegd op Snapchat. Ik denk dat ik uiteindelijk wel degene was die als eerste contact zocht juist omdat ik juist best wel tegen hem opkeek. Toen zijn we eigenlijk aan de praat geraakt via Snapchat. En in het begin was het nog heel onschuldig over koetjes en kalfjes, maar naarmate de tijd vorderde was er toch vaker contact, meer contact. Je begint een vertrouwensband op te bouwen en ook kwamen er punten aan het licht waar ik tegen aan liep over mezelf mentaal bijvoorbeeld. Hij was dan altijd degene bij wie ik steun zocht. Hij gaf mij eigenlijk ook altijd die steun. En toen heeft hij mij ook nog aangeboden om mij een soort van persoonlijk te coachen op de middelbare school. Om na schooltijd een afspraak te maken en dan het erover te hebben. Dat was dan altijd op de school zelf toen afgesproken. Dan zaten we in een klaslokaal. Daar begon eigenlijk al wel fysiek contact. Toch wel een arm op mijn been. Mij optillen. En eigenlijk zette die trend zich voort op Snapchat. Ik weet bijvoorbeeld dat ik een Snapchat naar hem had gestuurd dat ik in bad zat, gewoon voor mijn voeten en dat hij een opmerking maakt in de trant van: Oh ja kan ik er niet bij komen zitten. En ik denk eigenlijk dat dat een beetje het startschot was dat er meer seksueel contact kwam. Dat was in de trant van foto's, naaktfoto's ook, video's. Uiteindelijk ging het over naar beeldbellen. Na een tijdje vroeg hij daar dan ook wel ... hij probeerde dan steeds een stapje verder te gaan. Het begon natuurlijk nooit met de vraag: 'Kun jij naaktfoto's sturen?' maar bijvoorbeeld met 'Oh wat zie je er leuk uit vandaag, kan je daar een foto van ... of 'o dat is mooi, je ziet er wel mooi uit in dat jurkje' Dat soort dingen. Naarmate de tijd vorderde dan begon hij toch een soort van 'terrein te winnen'. Die vertrouwensband werd natuurlijk toch ook steeds sterker. Tot op het moment dat we echt... volledig sexting en videogesprekken hadden.

Volgens mij was het augustus 2017. Toen kwam hij terug van vakantie. En toen ben ik naar hem thuis gegaan. Toen hebben we daar ook seks gehad. Vanaf toen hadden we én contact over Snapchat én dat ik ook wekelijks, soms twee keer per week, naar zijn huis kwam. (Voetnoot 7)

V: Waar was dat?

A: In [adres](Voetnoot 8)

O: Je zegt jullie hebben die avond geen seks gehad.

A: Maar eigenlijk alles daarvoor wel. Oraal bij mij. Oraal bij hem. Ik met mijn handen bij hem en hij bij mij.

V: In hoeverre is hij dan seksueel bij jou binnengedrongen?

A: Alleen dus met zijn vingers en niet echt penetratie zelf.

V: Wat heeft hij gedaan dan met zijn vingers?

A: Vingeren.

V: Dat was dus die avond. Hoe heeft zich dat daarna voortgezet?

A: Uiteindelijk ben ik die avond gewoon naar huis gegaan. Vanaf toen spraken we regelmatig bij hem thuis af. Het was vooral heel veel seks.

V: Je vertelde over die eerste keer bij hem thuis dat alles is gebeurd behalve geslachtsgemeenschap. Wanneer is dat dan gebeurd?

A: Volgens mij een maand later. (Voetnoot 9)

- Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 20 december 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Aangever:

Geboren: [2000]

V: Tegen wie wil je aangifte doen?

A: [verdachte] .

V: Je vertelde dat je mentaal wat dingen had in die tijd, die je met hem besprak. Wat was er mentaal aan de hand?

A: Ik was destijds best perfectionistisch. Ik wilde heel graag goede cijfers halen. Bijvoorbeeld met natuurkunde, dat leerde ik heel goed en haalde ik alsnog een 3. Dat was niet goed voor mijn zelfvertrouwen en prestatiedruk. Ik denk dat ik dat best lastig vond.

V: In hoeverre was het zijn rol om jou te coachen?

A: Dat had hij zichzelf toegeschreven. Ik had wel al contact met hem op Snapchat en toen gaf ik aan waar ik tegen aanliep en dat het veel was met school. Hij zei dat hij mij wel kon coachen. Hij zei dat hij mij daarmee kon helpen. Het was niet dat ik met mijn mentor had gesproken en dat die zei van: je kan wel naar hem toe. Hij is er echt zelf mee gekomen.

V: Met wie deelde je nog meer hoe je je voelde?

A: Ik denk nauwelijks. Zeker toen was ik niet echt een deler. Mijn ouders gaven mij wel eens advies maar dat was dan geen advies waar ik iets mee kon. Hij zei dat hij mij snapte en mij ging helpen. Ik denk dat dat ook een rol gespeeld heeft.

V: Wat voor video's heb je naar hem gestuurd?

A: Video's van mijn gezicht terwijl ik mijzelf aan het vingeren was zodat hij kon zien wat het met mij deed.

V: In hoeverre werd er door jullie over seksuele fantasieën gesproken?

A: Ik denk best wel veel. Ik weet niet hoe het tot stand was gekomen. Hij [zei] na een tijd wel dat hij ervan hield om dominant te doen in bed. Hij vroeg dat hoe ik daarin stond. Hij zei ook dat hij ervan hield om te zien hoe ik mijzelf verwen. Dat was dan om mijn vagina zelf te zijn maar ook hoe ik mijzelf vinger.

V: In hoeverre was er sprake van benamingen naar elkaar toe?

A: Ja koosnaampjes, zoals schatje. Het was ook wel vanuit dat dominante in bed dat ik hem meneer moest noemen. Wanneer dat precies begonnen is durf ik niet te zeggen.

- Een geschrift, namelijk een screenshot van [slachtoffer 1] ’s Snapchat-account zoals door de officier van justitie gedeeld tijdens de openbare zitting van 15 december 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

(de rechtbank begrijpt: het logo van Snapchat, met daaronder de tekst:)

Friends with [verdachte] since 24 March 2017.

- Een proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] van 23 december 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

De getuige:

Geboortedatum: [2007]

V: Jij hebt verteld in je informatieve gesprek dat je tijdens je depressie gesprekken gevoerd heb met [verdachte] . Wanneer was dat precies?

A: In oktober 2023, ik had een hersenschudding van het skiën, ik was gevallen en kreeg hierdoor een depressie. Ik deed mezelf pijn, ik zocht naar een lichtpuntje. Ik had voor de depressie al contact met [verdachte] , omdat ik ruzie had met een docent. Hij was leerlingcoördinator dus hij hoorde dit op te lossen. Toen ik een depressie had, heb ik contact gezocht, dat was op mijn initiatief. Ik ben naar zijn kantoor gegaan en voerde daar gesprekken. (Voetnoot 10) Dit was iedere dag behalve op maandag, want dan werkte hij niet.

V: Hoe ontwikkelden de gesprekken zich?

A: Eind november/begin december kwam hij naast mij zitten. En fysiek knuffels geven. Ik voelde me veilig. We kregen via Teams meer contact, vanaf eind november. Toen was ik 16.

V: Wat veranderde er toen?

A: Als ik slecht in mijn vel zat maakte ik foto's van mezelf en die zette ik in een persoonlijk album op snapchat. Samen met [verdachte] ben ik door dat album heen gegaan met die foto's. In dit album stond ook een foto waar ik in mijn bh zat. Die zag hij per ongeluk. In Teams kwam [verdachte] daar een andere keer op terug. Hij zei dat ik een hele mooie buik had. Ik daagde hem een beetje uit en hij zei toen dat dit niet verstandig was om via Teams te doen en toen gaf hij mij zijn Snapchat. (Voetnoot 11)

V: Hoe ging daarna jullie contact?

A: Ik weet het niet meer precies, maar hij vroeg of ik nog een foto kon sturen, zoals wat hij in mijn album had gezien. Dus die foto in mijn bh. Ik stuurde een foto van mezelf in mijn bh. Hij vroeg er één zonder bh. Ik stuurde een foto van mezelf zonder bh.

V: Hoe denk je er nu over?

A: Ik was op dat moment erg kwetsbaar en daar maakte hij misbruik van. Dat was niet okay. Hij wist dat ik kwetsbaar was, dat wist hij heel goed. Ik had hem dat verteld.

V: En toen?

A: Hij vroeg er eentje van mij in mijn onderbroek. Die heb ik ook gestuurd. Toen vroeg hij er eentje zonder onderbroek en die heb ik ook gestuurd. En toen heeft hij ook een foto van zichzelf gestuurd zonder zijn onderbroek. Daarop was zijn geslachtsdeel te zien, dat hard was. (Voetnoot 12) Hij vroeg een filmpje dat ik mezelf aanraakte zonder onderbroek. Ik heb die ook gestuurd. Ik lag en raakte mijn klit aan. Hij vroeg toen een filmpje dat ik bij mezelf naar binnen ging. Ik heb dat filmpje ook gestuurd. Ik deed dezelfde positie, dezelfde manier en ging met mijn vinger naar binnen. Ik filmde het, maar deed net alsof ik een orgasme had.

V: Waarom filmde je dat?

A: Omdat hij dat wilde. Hij wilde graag mijn gezicht zien.

V: Begrijpen we dan goed dat hij je gezicht wilde zien als je klaarkwam?

A: Ja. (Voetnoot 13)

V: Op welke manier had [slachtoffer 3] contact met [verdachte] ?

A: Zelfde wat ik had, gesprekken. En ook kreeg ze knuffels van hem.

V: En toen?

A: Het hele riedeltje heeft zich weer herhaald. Foto's, video's. En ook hij stuurde nu ook een video. Hij stuurde mij een video van zijn geslachtsdeel en van zijn hand die op en neer ging. (Voetnoot 14)

V: Hoe noemden jullie elkaar?

A: Ik moest hem daddy noem. Dat vond hij geil. En hij noemde mij slet.

V: Hoe vaak gebeurde dit?

A: Ongeveer 3 keer in de week. Het is ongeveer 6 tot 8 keer gebeurd in totaal. Tot 20 december, want toen gebeurde er wat anders. Toen had hij mij ook op school aangeraakt.

V: Hoe ging dat?

A: We zaten op zijn kantoor. Hij deed zijn hand vanaf mijn bovenkant van mijn shirt naar beneden. Hij raakte mijn borsten onder mijn bh aan. Hij stond achter mij. Toen deed hij mijn hand op mijn keel. Dit was niet dreigend bedoelt maar seksueel. Hij keek of er mensen naar binnen konden kijken in het lokaal dat naast zijn kantoor zat. Hij kwam terug en deed een knikje met zijn hoofd, en bedoelde hiermee van: "kom" Ik ben toen vrijwillig die kant op gegaan. Ik wist dat hij mij daar ging aanraken. Ik was me daar wel bewust van. (Voetnoot 15)

V: Hoe ging dat?

A: Hij deed mijn shirt omhoog om aan mijn borst te zitten en daarna met zijn mond aan mijn borsten. Daarna weer terug naar kantoor en dan weer naar het lokaal. Daarna duwde hij mij op mijn knieën en ging hij met zijn geslachtsdeel in mijn mond. Dat ging niet zo goed, ik had een beugel en dat was niet zo fijn voor hem, het heeft niet zo lang aangehouden. We gingen weer terug naar zijn kantoor, toen lokaal weer. Toen hadden we gezoend met tong. Dat was mijn eerste keer. Toen weer terug naar kantoor en weer terug naar lokaal. Hij heeft me toen voorover gebogen en op mijn billen geslagen.

V: Zijn er nog meer seksuele handelingen gebeurd?

A: Ja, hij heeft zijn hand in mijn onderbroek gedaan en met zijn hand over mijn klit gewreven tot ik klaar kwam. Hij heeft nog, voordat ik naar huis ging, mij gezoend in zijn hoekje van kantoor. (Voetnoot 16)

V: Wat is er na deze dag gebeurd?

A: Het was de laatste dag voor de kerstvakantie. Hij heeft mij weggebracht naar mijn werk, in de auto. Daar heeft hij mij toen gevingerd, dus met zijn vinger bij mij naar binnen gegaan.

V: Hoe is het daarna gegaan?

A: Via snapchat hetzelfde. Dus weer filmpjes en foto's sturen. Aan het eind van de kerstvakantie vroeg hij of ik naar zijn huis wilde komen om geslachtsgemeenschap te hebben.

V: Wat gebeurde er bij hem thuis?

A: Hij heeft mij op zijn bed geduwd, hij heeft mijn broek uitgetrokken en we hadden geslachtsgemeenschap. Hij is met zijn tong in mijn vagina gegaan.

V: Wat bedoel je met geslachtsgemeenschap?

A: Met zijn geslachtsdeel in mijn vagina naar binnen. (Voetnoot 17)

V: Hoe ging het daarna verder tussen jullie?

A: We spraken daarna meerdere malen per maand af. Zelfs een keer een paar dagen achter elkaar dat ik daar bleef slapen. We hadden dan geslachtgemeenschap. (Voetnoot 18)

V: En toen?

A: Mijn moeder heeft [verdachte] gebeld en [verdachte] heeft haar ervan overtuigd dat het een fout was geweest. Het contact is toen 1 of 2 weken verbroken geweest. Het is daarna weer verder gegaan. We hebben nog ongeveer 1 of 2 keer afgesproken. Maar na juni niet meer.

V: En wat bedoel je met afspreken?

A: Dan hadden we geslachtsgemeenschap. Ik was nog steeds 16. (Voetnoot 19)

- Een proces-verbaal van bevindingen van 4 januari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

In het dagboek van [slachtoffer 2] lees ik, verbalisant, onder de datum van 24 november 2023:

“He stood up, walked towards me and put his hands on each side of my upper body and slowly but gently started lifting me.” (Voetnoot 20)

- Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 17 december 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Aangever:

Geboren: [2007]

A: In havo 4 zat ik in een depressie/burnout. (Voetnoot 21) Op een gegeven moment ging het heel slecht met mij, ik wilde hier niet meer zijn, ging mijzelf ook snijden. Uiteindelijk ben ik ook naar de leerlingcoördinator toe gegaan, [verdachte] . We hebben ook afgesproken een keer af te spreken. (Voetnoot 22)

A: Ik zag ook dat [slachtoffer 2] wel eens op haar kont werd geslagen. De laatste week voor de kerstvakantie werd het contact met [slachtoffer 2] erger, fysiek. (Voetnoot 23)

V: Wat was de aanleiding voor het contact?

A: Ik zat niet lekker in mijn vel. Het lukte niet meer en [slachtoffer 2] was met hem aan het praten en dat hielp. Dat wilde ik ook en dat was het beginpunt.

V: Op welke school zat jij toen?

A: [school] in [plaats] , middelbare school.

V: Hoe vaak ging je naar [verdachte] ?

A: Eerst lx per week en daarna ging ik elke dag wel even langs bij hem met [slachtoffer 2] .

V: Wat was de rol van [verdachte] toen jij hem leerde kennen?

A: Eigenlijk wist ik het niet heel erg goed. Hij was leerlingcoördinator, hij moest dan gesprekken hadden met kinderen die het moeilijk hadden. Thuis of op school. Hij ging dan met je praten.

V: Wat vond je van [verdachte] ?

A: Soms glipte die “dirty mind” van hem een beetje naar boven. Ik had ook hormonen en ging er op een gegeven moment in mee. Dat vond ik spannend. (Voetnoot 24)

V: Wat voor een dirty mind heb jij dan wel van hem gezien?

A: Het fysieke contact met [slachtoffer 2] heb ik gezien. Wat hij met mij wilde doen. Hij noemde zijn kinks en over namen. Over namen hoe hij mij zou noemen tijdens de seks. Hij zei dan dat hij 'Sir' ' Daddy ' of 'Master' genoemd werden. Hij zei bijvoorbeeld ook dat hij me over de tafel zou buigen en mij van achter zou nemen.

V: Hoe is dat ontstaan?

A: [slachtoffer 2] kwam toen naar me toe dat hij via Snapchat contact hadden en dat dat geweldig

was. Toen werd ik een beetje jaloers want ik vond het ook harstikke leuk. (Voetnoot 25)

V: Welke dingen waren dat?

A: Dat hij mij van achter zou nemen en dat ik hem zou pijpen. Hij zou me laten voelen dat ik kon klaarkomen zonder speeltje. En onderzoeken welke kinks ik wel een niet leuk zou vinden. Choken, bij mijn keel vast grijpen. Heel ruw doen, of heel lief doen. Downgraden, hem zijn sletje noemen bijvoorbeeld. Doen alsof ik zijn speeltje was. Daarover werd dan via Snapchat gesproken. Normaal gaan alle Snapchats na 24 uur weg. Hij had onze instellingen zo ingesteld dat onze chatgesprekken na het lezen verwijderd zouden worden. Hij heeft dit gedaan omdat hij wilde dat die chats gelijk weg waren. Hij wilde niet dat iemand de berichten konden lezen. Hij wilde dat er geen printscreens en screen-recorder filmpjes gemaakt konden worden. Het moest geheim blijven. (Voetnoot 26)

Ik heb 1 foto van hem gehad die echt niet kon. Dat was een foto van hem in zijn bed, met de dekens half van zich af in zijn onderbroek. Hij had was opgewonden, hij had een stijve. (Voetnoot 27)

- De verklaring van de verdachte op de zitting van 15 december 2025:

Op uw vraag waarom ik contact heb met jonge meiden terwijl ik een seksuele voorkeur heb voor meisjes vanaf ongeveer 14 jaar, zie ik geen discrepantie. Ik weet niet of ik het kan uitleggen. Als ik uitzoom, gaat alles onder de 18 al te ver. Maar toen ik erin zat, dacht ik dat ik alles onder de 14 niet moest doen. Ik heb wel eens kinderporno gedownload. Ik was dan niet bewust op zoek naar kinderporno, maar wel naar jonge meisjes met een leeftijd vanaf 14 jaar.

Het klopt dat [slachtoffer 2] een aantal keren per week langskwam bij mij op school en dat ik haar verder wilde helpen. Dat is een coachfunctie. Ik ben een coach geweest voor [slachtoffer 2] .

Ik heb in de periode januari 2024 tot juni 2024 meermalen seksueel contact en seks gehad met [slachtoffer 2] . Het seksuele contact was zowel fysiek als online, onder andere via Snapchat.

Ik geloof wel dat de door [slachtoffer 3] beschreven foto’s en video’s van seksuele handelingen in het Snapchatcontact dat wij hadden zijn gestuurd. Ik was toen nog werkzaam als leerlingcoördinator op de middelbare school in [plaats] . Ik hielp [slachtoffer 3] in die tijd, met de gesprekken die ik met haar voerde. Ik ga niet ontkennen wat er in het dossier staat over de berichten die ik heb gewisseld met [slachtoffer 3] . Het staat in het dossier en dat zijn de feiten. U, voorzitter, houdt mij de screenshots voor van de gesprekken tussen [slachtoffer 3] en mij. Ik ben de persoon waar [slachtoffer 3] die gesprekken mee voerde.

Ten aanzien van feit 6 – kinderpornografisch materiaal

- Een kennisgeving van inbeslagneming van 14 januari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Omstandigheden: tijdens doorzoeken woning in beslaggenomen.

Beslagene: [verdachte]

Goednummer: 3466736

Object: Telefoon

Merk: Samsung

Goednummer: 3466737

Object: Telefoon

Merk: Samsung

- Een proces-verbaal van beschrijving kinderpornografisch materiaal inclusief bijlagen I tot en met IV van 17 juni 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

De gegevensdragers die door mij zijn onderzocht betreffen:

IBN-nummer

Soort voorwerp

3466737

Telefoon Samsung Galaxy S9

3676736

Telefoon Samsung S10

 (Voetnoot 28)

1. Reguliere kinderpornografische visuele weergaven Op de telefoons Samsung Galaxy S9 en Samsung S10 werd strafbaar materiaal aangetroffen. Er zijn kinderpornografische visuele weergaven aangetroffen.

- De laatste datum waarop er iets mee is gedaan (opgeslagen, gekopieerd etc.) is in de periode 10-04-2018 tot en met 23-11-2024. - 60% van de meisjes is vermoedelijk beneden de 12 jaar en 40% vermoedelijk tussen de 14 en 17 jaar.

Bijlage II Collectiescan – Reguliere kinderpornografische weergaven

In onderstaand overzicht zijn de in de 141 kinderpornografische afbeeldingen zichtbare (strafbare) elementen weergegeven:

Foto-nummer (de rechtbank begrijpt: het fotonummer in bijlage III)

penetratie (ongeveer 45%)

van het lichaam van een minderjarige

oraal

vaginaal

met penis

met penis

3

1-2

door een minderjarige

vaginaal

met penis

(Voetnoot 29)

Ontuchtige handelingen (ongeveer 10%)

door een minderjarige zichzelf betasten/aanraken

geslachtsdelen

met vinger/hand

5

Poseren door minderjarige, met nadruk op

geslachtsdelen/ borsten en billen (ongeveer 45 %)

geheel naakt

(Voetnoot 30)

Bijlage III – Overzicht geselecteerde visuele weergaven – Reguliere kinderpornografische weergaven

Foto 1

Bestandspad: data\media\150\Download\Samples

Gegevensdrager: Telefoon Samsung S10 (Voetnoot 31)

Foto 2

Bestandspad: data\media\150\Download\mine

Gegevensdrager: Telefoon Samsung S10

Foto 3

Bestandspad: data\media\150\Download\Samples

Gegevensdrager: Telefoon Samsung S10 (Voetnoot 32)

Foto 4

Bestandspad: data\media\150\Download\Samples

Gegevensdrager: Telefoon Samsung S10

Foto 5

Bestandspad: data\media\150\DCIM\ […]

Gegevensdrager: Telefoon Samsung S10 (Voetnoot 33)

Foto 6

Bestandspad: data\media\150\DCIM\ […]

Gegevensdrager: Telefoon Samsung S10 (Voetnoot 34)

2. Kinderpornografische visuele weergaven van geïdentificeerde slachtoffers  (Voetnoot 35)

Slachtoffer 1 – [slachtoffer 4] - De foto's/video's zijn gemaakt in de periode van 26-12-2019 tot en met 13-6-2020. Zij is in de periode 16 jaar oud.- De laatste datum waarop er iets mee is gedaan (opgeslagen, gekopieerd etc.) is in de periode 26-12-2019 tot en met 6-11-2024- De visuele weergaven zijn verstuurd via de app Snapchat en zijn door de verdachte opgenomen met een app genaamd Screenrecorder. - Op ongeveer 45% van de kinderpornografische visuele weergaven is te zien dat er geposeerd wordt door slachtoffer [slachtoffer 4] , waarbij het naakt poseren gericht is op haar geslachtsdeel, borsten en/of billen. Ook is te zien dat zij zich ontkleedt.

Voorbeelden hiervan zijn opgenomen in bijlage III Slachtoffer 1: Foto 1 en 5

- Op ongeveer 45% van de kinderpornografische visuele weergaven is te zien dat er ontuchtige handelingen plaatsvinden. Ik zag dat slachtoffer [slachtoffer 4] bij zichzelf ontuchtige handelingen verrichtte. Ik zag dat zij haar geslachtsdeel en borsten aanraakte met haar vinger/hand.

Voorbeelden hiervan zijn opgenomen in bijlage III Slachtoffer 1: Foto 2 en 4

- Op ongeveer 10% van de kinderpornografische visuele weergaven is te zien dat het slachtoffer [slachtoffer 4] zichzelf vaginaal aan het penetreren is met haar vingers en of met een voorwerp.

Voorbeeld hiervan is opgenomen in bijlage III Slachtoffer 1: Foto 3 (Voetnoot 36)

Slachtoffer 2 – [slachtoffer 6] - De foto's/video's zijn gemaakt in de periode van 22-12-2019 tot en met 8-6-2022. Zij is in genoemde periode 13 t/m 16 jaar oud.- De laatste datum waarop er iets mee is gedaan (opgeslagen, gekopieerd etc.) is in de periode 27-9-2020 tot en met 9-6-2022.- De visuele weergaven zijn verstuurd via de app Snapchat en zijn door de verdachte opgenomen met een app genaamd Screenrecorder.

- Op ongeveer 10% van de kinderpornografische visuele weergaven is te zien dat er geposeerd wordt door slachtoffer [slachtoffer 6] waarbij het naakt poseren gericht is op haar geslachtsdeel en borsten. Ook is te zien dat zij in haar ondergoed staat.

Voorbeeld hiervan is opgenomen in bijlage III Slachtoffer 2: Foto 3

- Op ongeveer 10% van de kinderpornografische visuele weergaven is te zien dat er ontuchtige handelingen plaats vinden. Ik zag dat slachtoffer [slachtoffer 6] bij zichzelf ontuchtige handelingen verrichtte. Ik zag dat zij haar geslachtsdeel en borsten aanraakte met haar vinger/hand.

Voorbeeld hiervan is opgenomen in bijlage III Slachtoffer 2: Foto 4

- Op ongeveer 80 % van de kinderpornografische visuele weergaven is te zien dat het slachtoffer [slachtoffer 6] zichzelf vaginaal aan het penetreren is met een voorwerp.

Voorbeelden hiervan zijn opgenomen in bijlage III Slachtoffer 2: Foto 1, 2 en 5 (Voetnoot 37)

Slachtoffer 3 – [slachtoffer 7] - De foto's/video's zijn gemaakt in de periode van 1-12-2019 tot en met 15-12-2019. Zij is in genoemde periode 14 jaar oud.- De laatste datum waarop er iets mee is gedaan (opgeslagen, gekopieerd etc.) is in de periode 17-11-2019 tot en met 6-11-2024- De visuele weergaven zijn verstuurd via de app Snapchat en zijn door de verdachte opgenomen met een app genaamd Screenrecorder. - Op ongeveer 50% van de kinderpornografische visuele weergaven is te zien dat er geposeerd wordt door slachtoffer [slachtoffer 7] , waarbij zij dan wel geheel als gedeeltelijk naakt te zien is. Het naakt poseren gericht is op haar geslachtsdeel, borsten en/of billen. Ook is te zien dat zij zich ontkleed.

Voorbeeld hiervan is opgenomen in bijlage III Slachtoffer 3: Foto 3

- Op ongeveer 10% van de kinderpornografische visuele weergaven is te zien dat er ontuchtige handelingen plaats vinden. Ik zag dat slachtoffer [slachtoffer 7] bij zichzelf ontuchtige handelingen verrichtte. Ik zag dat zij haar geslachtsdeel en borsten aanraakte met haar vinger/hand.

Voorbeeld hiervan is opgenomen in bijlage III Slachtoffer 3: Foto 4

- Op ongeveer 40% van de kinderpornografische visuele weergaven is te zien dat het slachtoffer [slachtoffer 7] zichzelf vaginaal aan het penetreren is met haar vingers en of met een voorwerp.

Voorbeelden hiervan zijn opgenomen in bijlage III Slachtoffer 3: Foto 1 en 2 (Voetnoot 38)

Slachtoffer 4 – [slachtoffer 8]

- De foto's/video's zijn gemaakt in de periode van 3-3-2020 tot en met 5-6-2020. Zij was toen 14 jaar oud.- De laatste datum waarop er iets mee is gedaan (opgeslagen, gekopieerd etc.) is in de periode 3-3-2020 tot en met 28-2-2022.- De visuele weergaven zijn verstuurd via de app Snapchat en zijn door de verdachte opgenomen met een app genaamd Screenrecorder. - Op ongeveer 30% van de kinderpornografische visuele weergaven is te zien dat er geposeerd wordt door slachtoffer [slachtoffer 8] , waarbij zij dan wel geheel als gedeeltelijk naakt te zien is. Het naakt poseren gericht is op haar geslachtsdeel en borsten. Ook is te zien dat zij zich ontkleed.

Voorbeelden hiervan zijn opgenomen in bijlage III Slachtoffer 4: Foto 2 en 4

- Op ongeveer 35% van de kinderpornografische visuele weergaven is te zien dat er ontuchtige handelingen plaatsvinden. Ik zag dat slachtoffer [slachtoffer 8] bij zichzelf ontuchtige handelingen verrichtte. Ik zag dat zij haar geslachtsdeel en borsten aanraakte met haar vinger/hand.

Voorbeeld hiervan is opgenomen in bijlage III Slachtoffer 4: Foto 1

- Op ongeveer 35% van de kinderpornografische visuele weergaven is te zien dat het slachtoffer [slachtoffer 8] zichzelf vaginaal aan het penetreren is met haar vingers en of met een voorwerp.

Voorbeelden hiervan zijn opgenomen in bijlage III Slachtoffer 4: Foto 3 en 5 (Voetnoot 39)

Slachtoffer 5 – [slachtoffer 9] - De foto's/video's zijn gemaakt in de periode van 6-3-2019 tot en met 14-4-2019. Zij was toen 15 jaar.- De laatste datum waarop er iets mee is gedaan (opgeslagen, gekopieerd etc.) is in de periode 23-5-2019 tot en met 4-11-2020- De visuele weergaven zijn verstuurd via de app Snapchat en zijn door de verdachte opgenomen met een app genaamd Screenrecorder.

- Op ongeveer 30% van de kinderpornografische visuele weergaven is te zien dat er geposeerd wordt door slachtoffer [slachtoffer 9] , waarbij zij dan wel geheel als gedeeltelijk naakt te zien is. Het naakt poseren gericht is op haar geslachtsdeel.

Voorbeelden hiervan zijn opgenomen in bijlage III Slachtoffer 5: Foto 5 en 6

- Op ongeveer 10% van de kinderpornografische visuele weergaven is te zien dat er ontuchtige handelingen plaats vinden. Ik zag dat slachtoffer [slachtoffer 9] bij zichzelf ontuchtige handelingen verrichtte. Ik zag dat zij haar geslachtsdeel aanraakte met haar vinger/hand.

Voorbeeld hiervan is opgenomen in bijlage III Slachtoffer 5: Foto 3

- Op ongeveer 35 % van de kinderpornografische visuele weergaven is te zien dat het slachtoffer [slachtoffer 9] zichzelf vaginaal aan het penetreren is met haar vingers en of met een voorwerp.

Voorbeelden hiervan zijn opgenomen in bijlage III Slachtoffer 5: Foto 1, 2 en 4 (Voetnoot 40)

Slachtoffer 6 – [slachtoffer 5]

- De foto's/video's zijn gemaakt in de periode van 13-4-2019 tot en met 30-4-2019. Zij was toen 15 jaar.- De laatste datum waarop er iets mee is gedaan (opgeslagen, gekopieerd etc.) is in de periode 23-5-2019 tot en met 6-11-2020.- De visuele weergaven zijn verstuurd via de app Snapchat en zijn door de verdachte opgenomen met een app genaamd Screenrecorder.

- Op ongeveer 50% van de kinderpornografische visuele weergaven is te zien dat er geposeerd wordt door slachtoffer [slachtoffer 5] , waarbij zij dan wel geheel als gedeeltelijk naakt te zien is. Het naakt poseren gericht is op haar geslachtsdeel en borsten. Het gedeeltelijk naakt poseren is gericht op haar billen in ondergoed.

Voorbeelden hiervan zijn opgenomen in bijlage III Slachtoffer 6: Foto 2, 4 en 5

- Op ongeveer 50% van de kinderpornografische visuele weergaven is te zien dat er ontuchtige handelingen plaats vinden. Ik zag dat slachtoffer [slachtoffer 5] bij zichzelf ontuchtige handelingen verrichtte. Ik zag dat zij haar geslachtsdeel aanraakte met haar vinger/hand.

Voorbeelden hiervan zijn opgenomen in bijlage III Slachtoffer 6: Foto 1 en 3 (Voetnoot 41)

Bijlage IIA Collectiescan – kinderpornografische visuele weergaven geïdentificeerde slachtoffers

In onderstaand overzicht zijn de in de 1006 kinderpornografische afbeeldingen zichtbare (strafbare) elementen weergegeven:

Bijlage III

Foto-nummer

penetratie

door een minderjarige bij zichzelf

vaginaal

met vinger/hand

met voorwerp

SO-01

SO-02

3

1, 2 (Voetnoot 42)

ontuchtige handelingen

door een minderjarige zichzelf betasten/aanraken

geslachtsdelen

borsten

met vinger/hand

met vinger/hand

SO-02

SO-02

4

4

Poseren door minderjarige, met nadruk op

geslachtsdelen/ borsten en billen (ongeveer 45 %)

geheel naakt

SO-03

(Voetnoot 43)

Bijlage III – SO 01 – [slachtoffer 4] – Overzicht geselecteerde visuele weergaven

Foto 1

Bestandspad: data\media\150\ScreenRecordings

Gegevensdrager: Telefoon Samsung S10 (Voetnoot 44)

Foto 2

Bestandspad: data\media\150\ScreenRecordings

Gegevensdrager: Telefoon Samsung S10

Foto 3

Bestandspad: data\media\150\ScreenRecordings

Gegevensdrager: Telefoon Samsung S10 (Voetnoot 45)

Bijlage III – SO 02 – [slachtoffer 6] – Overzicht geselecteerde visuele weergaven

Foto 1

Bestandspad: data\media\150\ScreenRecordings

Gegevensdrager: Telefoon Samsung S10 (Voetnoot 46)

Foto 2

Bestandspad: data\media\150\ScreenRecordings

Gegevensdrager: Telefoon Samsung S9 (Voetnoot 47)

Foto 4

Bestandspad: data\media\150\DCIM\super_screenshot\screen_record

Gegevensdrager: Telefoon Samsung S10 (Voetnoot 48)

Bijlage III – SO 03 – [slachtoffer 7] – Overzicht geselecteerde visuele weergaven

Foto 1

Bestandspad: data\media\150\ScreenRecordings

Gegevensdrager: Telefoon Samsung S10 (Voetnoot 49)

Foto 2

Bestandspad: data\media\150\ScreenRecordings

Gegevensdrager: Telefoon Samsung S10

Foto 3

Bestandspad: data\media\150\ScreenRecordings

Gegevensdrager: Telefoon Samsung S10 (Voetnoot 50)

Foto 4

Bestandspad: data\media\150\ScreenRecordings

Gegevensdrager: Telefoon Samsung S10 (Voetnoot 51)

Bijlage III – SO 04 – [slachtoffer 8] – Overzicht geselecteerde visuele weergaven

Foto 1

Bestandspad: data\knox\sdcard\150\ScreenRecordings

Gegevensdrager: Telefoon Galaxy S9 (Voetnoot 52)

Foto 2

Bestandspad: data\knox\sdcard\150\ScreenRecordings

Gegevensdrager: Telefoon Galaxy S9 (Voetnoot 53)

Bijlage III – SO 05 – [slachtoffer 9] – Overzicht geselecteerde visuele weergaven (Voetnoot 54)

Foto 4

Bestandspad: data\knox\sdcard\150\ScreenRecordings

Gegevensdrager: Telefoon Galaxy S9 (Voetnoot 55)

Bijlage III – SO 06 – [slachtoffer 5] – Overzicht geselecteerde visuele weergaven

Foto 1

Bestandspad: data\knox\sdcard\150\ScreenRecordings

Gegevensdrager: Telefoon Galaxy S9 (Voetnoot 56)

Foto 2

Bestandspad: data\knox\sdcard\150\ScreenRecordings

Gegevensdrager: Telefoon Galaxy S9 (Voetnoot 57)

3. Kinderpornografische visuele weergaven van (nog) niet geïdentificeerde slachtoffers

- De laatste datum waarop er iets mee is gedaan (opgeslagen, gekopieerd etc.) is in de periode 10-4-2018 tot en met 23-11-2024. - De meisjes op de visuele weergaven hebben vermoedelijk de leeftijd tussen de 8 en 17 jaar.

Bijlage IIB Collectiescan –kinderpornografische visuele weergaven (nog) niet geïdentificeerde slachtoffers

In onderstaand overzicht zijn de in de 815 kinderpornografische afbeeldingen zichtbare (strafbare) elementen weergegeven:

Foto-nummer (de rechtbank begrijpt: het fotonummer in bijlage IIIB)

penetratie

door een minderjarige bij zichzelf

vaginaal

met vinger/hand

(Voetnoot 58)

ontuchtige handelingen

door een minderjarige zichzelf betasten/aanraken

geslachtsdelen

met vinger/hand

5

Poseren door minderjarige, met nadruk op

geslachtsdelen/ borsten en billen (ongeveer 45 %)

geheel naakt

gedeeltelijk naakt

striptease-act/houding

6

8

(Voetnoot 59)

Bijlage IIIB – Overzicht geselecteerde visuele weergaven – Kinderpornografische weergaven van (nog) niet geïdentificeerde slachtoffers (Voetnoot 60)

Foto 2

Bestandspad: data\media\150\Download\ [naam]

Gegevensdrager: Telefoon Samsung S10 (Voetnoot 61)

Foto 5

Bestandspad: data\media\150\Download\ [naam]

Gegevensdrager: Telefoon Samsung S10 (Voetnoot 62)

Foto 6

Bestandspad: data\media\150\DCIM\Snapchat

Gegevensdrager: Telefoon Samsung S10

Foto 7

Bestandspad: data\media\150\Documents\ScreenRecordings

Gegevensdrager: Telefoon Samsung S10 (Voetnoot 63)

Foto 8

Bestandspad: data\media\150\DCIM\Snapchat

Gegevensdrager: Telefoon Samsung S10 (Voetnoot 64)

- Een proces-verbaal van bevindingen van 18 april 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Onderzoek bestandspaden Samsung S10+ telefoon

Benaderbaar:

- data\media\150\Download\Samples

- data\media\150\Download\mine

- data\media\150\DCIM\ […] (Voetnoot 65)

- data\media\150\super_screenshot\screen_record (Voetnoot 66)

- Een proces-verbaal van bevindingen van 30 mei 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Onderzoek bestandspaden Samsung S9 telefoon

Benaderbaar (mogelijk) door de applicatie ScreenRecordings te openen:

- data\knox\sdcard\150\ScreenRecordings (Voetnoot 67)

Onderzoek bestandspaden Samsung S10+ telefoon

Benaderbaar:

- data\media\150\Download\mine

- data\media\150\DCIM\ […] + andere submappen zoals: \Screenrecordings, \Documents, \Snapchat, \super_screenshot (Voetnoot 68)

- Een proces-verbaal van bevindingen van 31 december 2024 met bijlagen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

In januari 2024 heeft aangeefster [slachtoffer 1] in de telefoon van de verdachte gezien dat hij contact had met meisjes/vrouwen. [slachtoffer 1] heeft toen screenshots gemaakt en overhandigd aan de politie. De screenshots waar [slachtoffer 2] een rol in heeft worden in dit proces-verbaal opgenomen. (Voetnoot 69)

Er is een filmpje aangetroffen van [slachtoffer 2] met tekst en foto's. In het filmpje is een

berichtenwisseling te zien tussen verdachte en [slachtoffer 2] . In het filmpje staan een aantal foto's van [slachtoffer 2] waarop ze geheel naakt of deels naakt is te zien. Negen van deze foto's zijn van een filmpje waarop [slachtoffer 2] (deels) naakt te zien is. De overige vijf foto's zijn foto's en geen filmfragmenten. Bij de eerste naaktfoto's van [slachtoffer 2] is te zien dat deze door verdachte zijn ontvangen op 12 januari 2024. [slachtoffer 2] is geboren op [2007] . Op de foto's/filmpjes waarop [slachtoffer 2] is te zien is zij dus maximaal 16 jaar oud. (Voetnoot 70)

Foto 5 (twee foto’s), bovenaan staat de naam [slachtoffer 2] in het blauw:

Foto boven: Foto van een filmpje (55 seconden) van [slachtoffer 2] . Te zien is dat [slachtoffer 2] met, de duim en wijsvinger van haar rechterhand, haar linker tepel vast heeft. [slachtoffer 2] heeft haar mond deels open. In de seconde waarin het filmpje voorbijkomt is te zien dat [slachtoffer 2] schijnbaar kreunt. (Voetnoot 71)

- Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 17 december 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

[verdachte] en ik hebben veel geappt en foto's gestuurd. Ook stuurde ik foto’s en filmpjes van mezelf, zonder kleding. (Voetnoot 72)

- Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] van 24 april 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik heb via Snapchat video’s en foto’s gestuurd. Ik was toen 16 en 17 jaar oud. (Voetnoot 73) Ik ben de persoon op de foto’s die mij worden getoond vanuit de toonmap. Ik moest van de man die zich voordeed als [valse naam] foto’s sturen van mijn lichaam en ik moest mijzelf bevredigen met mijn vingers. (Voetnoot 74) Ik moest mijn gezicht laten zien. (Voetnoot 75)

- Een proces-verbaal van bevindingen van 29 april 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Bij het onderzoek aan de inhoud van de Samsung Galaxy S9+ bleek dat er tussen 2019 en 2022 via de app Snapchat in de jaren 2019 tot en met 2022 seksueel getinte afbeeldingen en video’s waren gestuurd door een meisje die gebruik maakt van de Snapchataccountnamen ‘ [Snapchat account naam slachtoffer 6] ’ en ‘ [slachtoffer 6] ’. Aangezien [slachtoffer 6] is geboren op [2006] was zij tussen de 13 en de 16 jaar oud toen zij tussen 2019 en 2022 via Snapchat het seksuele beeldmateriaal verstuurde. (Voetnoot 76)

Op 24 april 2025 werd er telefonisch gesproken met [slachtoffer 6] . [valse naam] vroeg haar om naaktbeelden en wilde met haar facetimen, waarbij ze dan seksuele handelingen bij zichzelf verrichte. Ze moest dan haar gezicht laten zien als ze klaar kwam. (Voetnoot 77)

- Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] van 20 juni 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik ben de persoon op de foto’s die mij worden getoond vanuit de toonmap. Ik denk dat ik 13 jaar oud was, in ieder geval niet ouder dan 14 jaar oud. (Voetnoot 78) De beelden zijn verstuurd via Instagram, Snapchat of Yubo (de rechtbank: Yubo is een app dat een platform creëert waar jonge mensen, voornamelijk tussen de 16 en 25 jaar oud, kunnen socializen en nieuwe contacten kunnen leggen). (Voetnoot 79) Ik heb denk ik foto’s en video’s waarop seksuele handelingen te zien zijn gestuurd naar de man die zich voordeed als [valse naam](Voetnoot 80) Ik doe aangifte dat hij zonder mijn toestemming mijn foto’s heeft opgeslagen, en omdat hij over zijn leeftijd heeft gelogen want anders had ik het ook niet gestuurd. Ik heb foto’s en video’s gestuurd waarop ik naakt te zien ben. (Voetnoot 81)

- Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 8] van 27 mei 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik ben de persoon op de foto’s die mij worden getoond vanuit de toonmap. Ik was toen 14 jaar oud. (Voetnoot 82) De beelden zijn verstuurd via Snapchat. (Voetnoot 83) Ik heb foto’s en video’s waarop seksuele handelingen te zien zijn gestuurd naar de man die zich voordeed als [valse naam](Voetnoot 84)

- Een proces-verbaal van bevindingen van 3 juni 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Bij het onderzoek aan de inhoud van de Samsung Galaxy S9+ bleek dat er tussen 2019 en 2020 verschillende foto’s en video’s werden aangetroffen behorende bij een Instagram account met de naam: [Instagram account slachtoffer 9] . Na onderzoek in de beschikbare politiesystemen werd de gebruikster van het account geïdentificeerd als: [slachtoffer 9] , geboren op [2003] te [geboorteplaats] .

Aangezien [slachtoffer 9] is geboren op [2003] , was zij tussen de 15 en 17 jaar oud toen zij tussen 2019 en 2020 via Instagram het seksueel beeldmateriaal verstuurde. (Voetnoot 85)

- Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] van 25 juni 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik ben de persoon op de foto’s die mij worden getoond vanuit de toonmap. Ik was toen 15 jaar oud. Ik heb foto’s en video’s waarop seksuele handelingen te zien zijn gestuurd naar de man die zich voordeed als [valse naam] . Ik stuurde filmpjes van zelfbevrediging. (Voetnoot 86) [valse naam] gaf ook orders, van ‘dit is nice, dus doe dit’. Het contact met [valse naam] kwam tot stand via Yubo. De beelden zijn verstuurd via Snapchat en Instagram. (Voetnoot 87)

- Een proces-verbaal van bevindingen van 14 maart 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 14 januari 2025 werd in de woning van de verdachte [verdachte] , aan de [adres] te [woonplaats] , onder andere, een mobiele telefoon van het merk Samsung, type Galaxy S10 + aangetroffen en in beslag genomen. De inhoud van de Samsung Galaxy S10 + is onderzocht. (Voetnoot 88)

Uit onderzoek in de chats via WhatsApp werden chats tussen [valse naam] en een ander persoon, die bijna allen een vrouwelijke (gebruikers)naam hadden, aangetroffen. Vrijwel alle chats waren van seksueel getinte aard. De conclusie uit het onderzoek naar de chats:- de chats vonden plaats met minderjarige meisjes.- de meisjes woonden in Engeland, de Verenigde Staten of Zuid-Afrika.- de verdachte [verdachte] deed zich voor als [valse naam] , die uit Nederland kwam en 16 jaar oud was. [valse naam] gebruikte verschillende profielfoto's van dezelfde jongen.- de verdachte hanteerde in elke chat dezelfde vragen en dezelfde ‘Modus Operandi’ (MO) hanteerde om de meisjes zover te krijgen om naaktfoto's/filmpjes van zichzelf te sturen. Uiteindelijk stuurden meerdere meisjes ook naaktfoto's en/of een video('s) waarin zij zichzelf aan het bevredigen waren.- de meeste meisjes spraken de verdachte [verdachte] in de chat aan met " Daddy ", of de verdachte noemde zichzelf " Daddy ". (Voetnoot 89)

Vanuit het onderzoek in meerdere chats bleek dat er door de meisjes meerdere naaktfoto’s en/of video’s werden verstuurd. Deze zijn opgenomen in een toonmap van de Samsung

S10+. (Voetnoot 90)

- De verklaring van de verdachte op de zitting van 15 december 2025:

De telefoon Samsung S9 en de telefoon Samsung S10+ die door de politie zijn onderzocht en waar kinderpornografisch materiaal op is aangetroffen zijn van mij. Ik betwist niet wat er in het dossier staat. Ik downloadde kinderpornografisch materiaal. Ik ging steeds op zoek naar nieuw materiaal. Het is mogelijk dat ik daar in 2018 mee ben begonnen.

Ik heb mij in online gesprekken voorgedaan als [valse naam] , een jongen van 16 jaar oud. Ik wilde foto’s en filmpjes verkrijgen van de meisjes met wie ik chatte. Ik legde, onder andere, contact via het online platform Yubo.

Ik maakte gebruik van de Screenrecorder app. Dat deed ik zodat de meisjes niet wisten dat ik opnames maakten van de beelden die zij mij stuurden.

Ik geloof wel dat de door [slachtoffer 3] beschreven foto’s en video’s van seksuele handelingen in het Snapchatcontact dat wij hadden zijn gestuurd.

Voetnoot

Voetnoot 1

Bijv. Hoge Raad 12 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3118.

Voetnoot 2

ECLI:NL:GHSHE:2008:BC1239.

Voetnoot 3

Hoge Raad 26 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:1013 en Hoge Raad 3 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1881.

Voetnoot 4

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Midden-Nederland met onderzoeksnummer MDRBC24141 en proces-verbaalnummer PL0900-2024088358 (onderzoek Middleton), doorgenummerd pagina 1 tot en met 808. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

Voetnoot 5

Pagina 40.

Voetnoot 6

Pagina 57.

Voetnoot 7

Pagina 58.

Voetnoot 8

Pagina 59.

Voetnoot 9

Pagina 60.

Voetnoot 10

Pagina 100.

Voetnoot 11

Pagina 101.

Voetnoot 12

Pagina 102.

Voetnoot 13

Pagina 103.

Voetnoot 14

Pagina 104.

Voetnoot 15

Pagina 105.

Voetnoot 16

Pagina 106.

Voetnoot 17

Pagina 107.

Voetnoot 18

Pagina 108.

Voetnoot 19

Pagina 109.

Voetnoot 20

Pagina 158.

Voetnoot 21

Pagina 207.

Voetnoot 22

Pagina 208.

Voetnoot 23

Pagina 208.

Voetnoot 24

Pagina 209.

Voetnoot 25

Pagina 210.

Voetnoot 26

Pagina 211.

Voetnoot 27

Pagina 212.

Voetnoot 28

Pagina 478.

Voetnoot 29

Pagina 499.

Voetnoot 30

Pagina 500.

Voetnoot 31

Pagina 509.

Voetnoot 32

Pagina 510.

Voetnoot 33

Pagina 511.

Voetnoot 34

Pagina 512.

Voetnoot 35

Pagina 481.

Voetnoot 36

Pagina 484.

Voetnoot 37

Pagina 485.

Voetnoot 38

Pagina 486.

Voetnoot 39

Pagina 487.

Voetnoot 40

Pagina 488.

Voetnoot 41

Pagina 489.

Voetnoot 42

Pagina 502.

Voetnoot 43

Pagina 503.

Voetnoot 44

Pagina 514.

Voetnoot 45

Pagina 515.

Voetnoot 46

Pagina 517.

Voetnoot 47

Pagina 518.

Voetnoot 48

Pagina 519.

Voetnoot 49

Pagina 520.

Voetnoot 50

Pagina 521.

Voetnoot 51

Pagina 522.

Voetnoot 52

Pagina 523.

Voetnoot 53

Pagina 524.

Voetnoot 54

Pagina 526.

Voetnoot 55

Pagina 528.

Voetnoot 56

Pagina 530.

Voetnoot 57

Pagina 531.

Voetnoot 58

Pagina 505.

Voetnoot 59

Pagina 506.

Voetnoot 60

Pagina 533.

Voetnoot 61

Pagina 534.

Voetnoot 62

Pagina 535.

Voetnoot 63

Pagina 536.

Voetnoot 64

Pagina 537.

Voetnoot 65

Pagina 546.

Voetnoot 66

Pagina 547.

Voetnoot 67

Pagina 549.

Voetnoot 68

Pagina 550.

Voetnoot 69

Pagina 190.

Voetnoot 70

Pagina 191.

Voetnoot 71

Pagina 192.

Voetnoot 72

Pagina 208.

Voetnoot 73

Pagina 573.

Voetnoot 74

Pagina 574.

Voetnoot 75

Pagina 575.

Voetnoot 76

Pagina 597.

Voetnoot 77

Pagina 598.

Voetnoot 78

Pagina 625.

Voetnoot 79

Pagina 626.

Voetnoot 80

Pagina 627.

Voetnoot 81

Pagina 633.

Voetnoot 82

Pagina 649.

Voetnoot 83

Pagina 652.

Voetnoot 84

Pagina 653.

Voetnoot 85

Pagina 674.

Voetnoot 86

Pagina 715.

Voetnoot 87

Pagina 716.

Voetnoot 88

Pagina 368.

Voetnoot 89

Pagina 369.

Voetnoot 90

Pagina 372.