Rechtbank Noord-Holland, eerste aanleg - enkelvoudig personen- en familierecht

ECLI:NL:RBNHO:2026:12543

Op 2 July 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van personen- en familierecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is C/15/377499, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBNHO:2026:12543. De plaats van zitting was Haarlem.

Soort procedure:
Zaaknummer(s):
C/15/377499
Datum uitspraak:
2 July 2026
Datum publicatie:
18 September 2026
Advocaat:
[bijzondere curator] uit [plaats]

Indicatie

Benoemen bijzondere curator; minderjarige is slachtoffer in strafzaak vader.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

Locatie Haarlem

benoeming bijzondere curator

zaak-/rekestnr.: C/15/377499 / FA RK 26-2366

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 2 juli 2026

in de zaak van

[de moeder] ,

wonende in [plaats] ,

hierna te noemen: de moeder,

in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige:

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige] ,

advocaat: [bijzondere curator] uit [plaats] ,

tegen

[de vader] ,

wonende in [plaats] , feitelijk verblijvende in de Penitentiaire Inrichting [PI] ,

hierna te noemen: de vader,

hierna samen met de moeder ook te noemen: de ouders.

1
De procedure
1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

? het verzoek, met producties, van de moeder, ontvangen op 19 maart 2026;

? de e-mail van de advocaat van de moeder, ontvangen op 12 juni 2026.

1.2.

De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 26 juni 2026. Daarbij was de moeder met haar advocaat (per videobelverbinding) aanwezig. Vanuit de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad) was [vertegenwoordiger van de raad] (per telefonische verbinding) aanwezig als informant.

1.3.

De vader is behoorlijk opgeroepen. Hij is, met afmeldbericht, niet verschenen.

2
De feiten
2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .

2.2.

[de minderjarige] woont bij de moeder.

2.3.

Bij beschikking van deze rechtbank van 11 november 2025 is [bijzondere curator] benoemd tot bijzondere curator voor [de minderjarige] om [de minderjarige] in rechte te vertegenwoordigen bij de behandeling van de strafzaak tegen de vader op 13 november 2025, zodat [de minderjarige] zich als benadeelde partij kan voegen in het strafproces (in eerste aanleg). [bijzondere curator] wordt van haar verplichtingen als bijzondere curator voor [de minderjarige] ontslagen vanaf de datum waarop de strafkamer in de strafzaak tegen de vader eindvonnis heeft gewezen.

2.4.

Bij vonnis van de rechtbank Den Haag van 27 november 2025 is – voor zover hier van belang – de vader veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van de tijd die hij vóór de tenuitvoerlegging van de uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 12 maanden voorwaardelijk onder een algemene voorwaarde en onder bijzondere voorwaarden. De vordering van de benadeelde partij [de minderjarige] is gedeeltelijke toegewezen voor een bedrag van € 2.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 mei 2025.

2.5.

De vader heeft hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis. De rechtbank heeft begrepen dat de behandeling van de strafzaak in hoger beroep (parketnummer [parketnummer] ) plaats zal vinden op [datum] .

3
Het verzoek
3.1.

De moeder verzoekt [bijzondere curator] te benoemen tot bijzondere curator voor [de minderjarige] om [de minderjarige] in en buiten rechte te vertegenwoordigen in de strafzaak in hoger beroep en eventueel cassatie, voor de zedenmisdrijven die richting [de minderjarige] zijn gepleegd waarin de vader als verdachte is aangemerkt. Zij verzoekt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

De moeder onderbouwt haar verzoek als volgt. Voor het handhaven van [de minderjarige] ’ vordering in hoger beroep heeft zij toestemming nodig van haar wettelijk vertegenwoordigers, maar de belangen van [de minderjarige] en de vader botsen met elkaar. Daarom verzoekt de moeder [bijzondere curator] opnieuw tot bijzondere curator voor [de minderjarige] te benoemen. Zo kan [de minderjarige] ook haar spreekrecht uitoefenen. [bijzondere curator] moet benoemd worden om [de minderjarige] in rechte bij te staan en zo nodig te vertegenwoordigen in de gehele strafzaak tegen de vader, te weten in hoger beroep, cassatie en als dat nodig is een 12 Sv-procedure. Daarbij is expertise van een slachtofferadvocaat nodig en [bijzondere curator] is al eerder benoemd tot bijzondere curator. Uitbetaling van [de minderjarige] ’ vordering zal worden verzocht op een bankrekening met een BEM-clausule.

4
Het verweer
4.1.

De vader heeft daartegen geen verweer gevoerd.

5
De visie van de Raad
5.1.

De Raad heeft tijdens de zitting aangegeven het eens te zijn met het verzoek, omdat dit in het belang is van [de minderjarige] . Voor [de minderjarige] is het fijn dat zij dezelfde bijzondere curator houdt.

6. De beoordeling

6.1.

Op grond van artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank – voor zover hier van belang – een bijzondere curator benoemen wanneer in aangelegenheden over de verzorging en opvoeding van het kind de belangen van de met het gezag belaste ouders in strijd zijn met die van het kind, en zij die benoeming in het belang van het kind noodzakelijk acht. Daarbij neemt de rechtbank in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking.

6.2.

De rechtbank stelt vast dat in deze procedure over [de minderjarige] sprake is van een belangenstrijd zoals bedoeld in artikel 1:250 BW, omdat [de minderjarige] en de vader tegenstrijdige belangen hebben. Bij voornoemd vonnis van de rechtbank Den Haag is de vader namelijk onder andere veroordeeld voor strafrechtelijke (zeden)feiten gepleegd richting [de minderjarige] . Aan [de minderjarige] is hiervoor een schadevergoeding van € 2.500,00 toegewezen. De vader heeft hoger beroep ingesteld tegen dat vonnis. [de minderjarige] is en blijft dan ook aangemerkt als slachtoffer in een strafzaak waarin de vader als verdachte is aangemerkt, zodat sprake blijft van een duidelijk tegenstrijdig belang. [de minderjarige] moet begeleid worden in de mogelijkheid om gebruik te maken van haar spreekrecht en schadevergoedingsrecht. Het is van belang dat een neutrale derde [de minderjarige] daarbij kan begeleiden, zodat [de minderjarige] niet in een strijd van de ouders wordt getrokken.

De rechtbank is daarom van oordeel dat het in het belang is van [de minderjarige] dat een bijzondere curator haar belangen als slachtoffer/benadeelde partij in de verdere strafzaak tegen de vader behartigt en [de minderjarige] in verband hiermee in en buiten rechte kan vertegenwoordigen.

6.3.

De bijzondere curator moet als wettelijke vertegenwoordiger van [de minderjarige] alleen haar belangen in het kader van de strafzaak tegen de vader behartigen.

6.4.

De rechtbank benoemt [bijzondere curator] uit [plaats] (opnieuw) tot bijzondere curator voor [de minderjarige] en draagt [bijzondere curator] op de belangen van [de minderjarige] te behartigen in de gehele verdere strafzaak tegen de vader. Zoals tijdens de zitting besproken, en waarmee [bijzondere curator] heeft ingestemd, zal de rechtbank de werkzaamheden van [bijzondere curator] als beëindigd beschouwen als het vonnis in de strafzaak tegen de vader onherroepelijk is geworden. Vanaf die datum zal [bijzondere curator] worden ontslagen van haar verplichtingen als bijzondere curator voor [de minderjarige] .

Beslissing

7
De beslissing
7.1.

benoemt tot bijzondere curator voor de minderjarige [de minderjarige] , geboren op

[geboortedatum] in [plaats] :

[bijzondere curator] uit [plaats] ,

om [de minderjarige] in de strafzaak, zoals hierboven omschreven, tegen [de vader] in rechte te vertegenwoordigen, zodat [de minderjarige] zich als benadeelde partij kan voegen in het strafproces;

7.2.

ontslaat [bijzondere curator] van haar verplichtingen als bijzondere curator voor [de minderjarige] met ingang van de datum waarop het vonnis in de strafzaak, zoals hierboven omschreven, tegen [de vader] onherroepelijk is geworden;

7.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.K. Mireku, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.G. van der Erve, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2026.