Rechtbank Noord-Holland, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBNHO:2026:1517

Op 13 February 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 15/146058-24, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBNHO:2026:1517. De plaats van zitting was Haarlem.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
15/146058-24
Datum uitspraak:
13 February 2026
Datum publicatie:
18 February 2026

Indicatie

Vrijspraak invoer cocaïne dan wel voorbereidings- en/of bevorderingshandelingen. Niet is komen vast te staan dat de berichten en afbeeldingen handelen over cocaïne. Ook aan de verwijzing door de ovj naar meerdere zaaksdossiers in een ander onderzoek (over welke zaaksdossiers de rechtbank niet beschikt) en naar een geanonimiseerd vonnis van – kennelijk – een medeverdachte, kan geen betekenis toekomen voor de bewijsvraag.

Bewezenverklaring, en bewijsmotivering tz gebruiker telefoonnummer en het binnendringen in een computersysteem met behulp van een valse sleutel (computervredebreuk).

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/146058-24 (P)

Uitspraakdatum: 13 februari 2026

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 29 en 30 januari 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie

mr. R. Funke Küpper en mr. E.V. Dam (hierna: de officier van justitie) en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. G.A.J. Purperhart, advocaat te Rotterdam, naar voren hebben gebracht.

1
Tenlastelegging

Aan de verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat:

feit 1 (invoer in vereniging onbekende hoeveelheid cocaïne op 20 januari 2023) primair Hij op of omstreeks 20 januari 2023 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid (van een materiaal bevattende) cocaïne, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

subsidiair hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 januari 2023 tot en met 22 januari 2023 te Rotterdam en/of te Schiphol, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid (van een materiaal bevattende) cocaïne, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- één of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feiten heeft getracht te verschaffen en/of- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstig redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat die feit(en)

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (daartoe)- één of meer telefoon(s)/communicatiemiddel(en) voorhanden gehad en/of- telefonisch en/of via berichten en/of via afbeeldingen en/of video-opnamen informatie uitgewisseld over en/of afspraken gemaakt over:• het type PMC-plaat (“pmc mix nat”) en/of het nummer van de PMC-plaat ( [nummer 1] ) en/of de vlucht ( [nummer 2] ),waarop voornoemde hoeveelheid cocaïne in Nederland zou aankomen en/of zou (zijn) aangekomen en/of• een doos op voornoemde PMC-plaat, voorzien van het airwaybill nummer ( [nummer 3] ) en/of• de verblijfplaats van voornoemde PMC-plaat en/of doos op de luchthaven Schiphol en/of• (het moment van) het checken van voornoemde PMC-plaat en/of doos;

feit 2 (invoer in vereniging ongeveer 30 kilogram cocaïne op 25 februari 2023) primair hij op of omstreeks 25 februari 2023 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 30 kilogram cocaïne, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

subsidiair hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 februari 2023 tot en met 25 februari 2023 te Rotterdam en/of te Schiphol, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer 30 kilogram cocaïne, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, - één of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feiten heeft getracht te verschaffen en/of- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstig redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat die feit(en)

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (daartoe)- één of meer telefoon(s)/communicatiemiddel(en) voorhanden gehad en/of- telefonisch en/of via berichten en/of via afbeeldingen en/of video-opnamen informatie uitgewisseld over en/of afspraken gemaakt over:• het type PMC-plaat (“mix plaat”) en/of het nummer van de PMC-plaat ( [nummer 4] ) en/of de vlucht ([nummer 14]), waarop voornoemde hoeveelheid cocaïne in Nederland zou aankomen en/of zou (zijn) aangekomen en/of• een doos met sticker, voorzien van het airwaybill nummer ( [nummer 6] ) en/of• de verblijfplaats van voornoemde PMC-plaat en/of een of meer dozen op de luchthaven Schiphol en/of• (het moment van) het checken van voornoemde PMC-plaat en/of een of meer dozen;

feit 3 (voorbereidingshandelingen invoer onbekende hoeveelheid 25 mei 2023) hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 mei 2023 tot en met 26 mei 2023 te Rotterdam en/of te Schiphol, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid (van een materiaal bevattende) cocaïne, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,- één of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feiten heeft getracht te verschaffen en/of - voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstig redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat die feit(en) immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (daartoe)

- één of meer telefoon(s)/communicatiemiddel(en) voorhanden gehad en/of- telefonisch en/of via berichten en/of via afbeeldingen en/of video-opnamen informatie uitgewisseld over en/of afspraken gemaakt over:• het nummer van de PMC-plaat ( [nummer 7] ) en/of de vlucht ( [nummer 8] ), waarop voornoemde hoeveelheid cocaïne in Nederland zou aankomen en/of zou (zijn) aangekomen en/of • dozen op voornoemde PMC-plaat met airwaybill nummers [nummer 9] en [nummer 10] en/of• (het moment van) het checken van voornoemde PMC-plaat en/of doos/dozen;

feit 4 primair hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 februari 2023 tot en met 26 mei 2023 te Schiphol, althans in Nederland, meermalen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) (een) geautomatiseerd werk, te weten een computersysteem en/of de aan [vliegtuigmaatschappij] ter beschikking staande server(s), is binnengedrongen met behulp van een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid te weten door het onbevoegd gebruik maken van het besturingssysteem “Chain” van [vliegtuigmaatschappij] Cargo (telkens) met een ander doel dan waarvoor hem die ter beschikking stonden en waarvoor hem die toegang was toegestaan;

Subsidiair hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 februari 2023 tot en met 26 mei 2023 te Schiphol, althans in Nederland, meermalen (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk niet-openbare gegevens van de [vliegtuigmaatschappij] , te weten toegang tot de gegevens met betrekking tot de afhandeling van een vrachtzending, althans (gevoelige) bedrijfsinformatie, die waren opgeslagen door middel van een geautomatiseerd werk, te weten een computersysteem en/of de aan [vliegtuigmaatschappij] ter beschikking staande server(s) waarop het softwareprogramma “Chain” was geplaatst en/of draaide, in ieder geval door middel van een geautomatiseerd werk, voor zichzelf en/of voor een ander heeft/hebben overgenomen.

2
Voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de zaak, de officier van justitie is ontvankelijk en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

Overwegingen

3
Beoordeling van het bewijs
3.1

Inleiding In het kader van een opsporingsonderzoek naar de invoer van verdovende middelen via de luchthaven Schiphol is in december 2023 door de Koninklijke Marechaussee een verdachte aangehouden wegens verdenking van overtreding van de Opiumwet. Tijdens een doorzoeking is onder deze verdachte onder andere een Iphone 7 (IMEI-nummer: [nummer 11] ) in beslag genomen. Op het geheugen van deze telefoon is een afbeelding aangetroffen van twee werkroosters over de periode van 17 juli 2023 tot en met 3 september 2023 op naam van de verdachte en zijn broer, de medeverdachte [naam] . Daarnaast is in inbeslaggenomen telefoons van voornoemde aangehouden verdachte (chat)communicatie aangetroffen met diverse telefoonnummers (waaronder met een telefoonnummer eindigend op 5554). De verdenking is ontstaan dat de verdachte en zijn broer de gebruikers zijn (geweest) van deze telefoonnummers en dat zij hebben gecommuniceerd over de invoer van cocaïne. In de (chat)communicatie zijn tevens foto’s aangetroffen van computerschermen waarop informatie uit een computersysteem van [vliegtuigmaatschappij] Cargo te zien is. De verdenking is ontstaan dat de verdachte dit computersysteem, waar hij als [vliegtuigmaatschappij] medewerker gebruik van maakte, voor andere doeleinden heeft gebruikt dan om zijn werk te doen.

3.2

Standpunten

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het gebruik van het telefoonnummer eindigend op 5554 kan worden toegeschreven aan de verdachte en dat uit de met dit telefoonnummer gevoerde chatberichten blijkt dat sprake is van invoer van cocaïne, dan wel van strafbare voorbereidings- en/of bevorderingshandelingen daartoe. Ten aanzien van feit 2 heeft de officier van justitie gerekwireerd tot vrijspraak van de primair ten laste gelegde invoer van cocaïne, omdat niet bewezen kan worden dat sprake is geweest van een voltooide invoer. Volgens de officier van justitie kunnen de ten aanzien van dit feit subsidiair ten laste gelegde voorbereidingshandelingen wel bewezen verklaard worden. Ten aanzien van de feiten 1 en 4 heeft de officier van justitie gerekwireerd tot bewezenverklaring van hetgeen ten aanzien van die feiten primair ten laste is gelegd. Feit 3 kan in de visie van de officier van justitie eveneens bewezen worden verklaard.

Standpunt van de verdediging

De verdachte ontkent iedere betrokkenheid bij de ten laste gelegde feiten. De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit, omdat niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de verdachte de gebruiker is geweest van het telefoonnummer eindigend op 5554. Daarnaast bevat het dossier onvoldoende bewijs dat in de berichten wordt gesproken over de invoer van cocaïne.

3.3

Oordeel van de rechtbank

3.3.1

Vrijspraak feiten 1, 2 en 3 De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of op de data, dan wel in periode, die in de tenlastelegging zijn vermeld, sprake is geweest van invoer van cocaïne dan wel voorbereidings- en/of bevorderingshandelingen daartoe zoals strafbaar gesteld in de Opiumwet. De rechtbank stelt vast dat in dit onderzoek geen verdovende middelen in beslag zijn genomen. Ook zonder dat daadwerkelijk cocaïne in beslag is genomen kan niettemin tot een bewezenverklaring worden gekomen. Dat is het geval indien de overige onderzoeksbevindingen de conclusie rechtvaardigen dat het niet anders kan dan dat sprake is geweest van handelingen met betrekking tot cocaïne. Naar het oordeel van de rechtbank kan deze conclusie in dit geval niet worden getrokken. Daarvoor is het volgende van belang.

De verdenking in deze zaak steunt vrijwel uitsluitend op de inhoud van chatcontacten bestaande uit tekstberichten, afbeeldingen en video’s. De video’s maken geen deel uit van het dossier, maar worden beschreven door de verbalisant, onder verwijzing naar zogenoemde ‘videostills’. De rechtbank is van oordeel dat uit de inhoud van de berichten en afbeeldingen onvoldoende kan worden afgeleid dat deze zijn te relateren aan handelingen met betrekking tot cocaïne. De berichten bevatten (al dan niet in versluierd taalgebruik) geen verwijzingen naar cocaïne en de afbeeldingen en videostills duiden evenmin op cocaïne. Op één video zouden volgens de beschrijving weliswaar “30 blokken” te zien zijn, maar de bijbehorende videostill toont een afbeelding met 28 blauw/grijze voorwerpen. Ook de videostill duidt volgens de rechtbank niet ontegenzeglijk op cocaïne. Hetzelfde geldt voor screenshots die in een chatbericht zijn verstuurd en die kennelijk de locatie van een gps tracker laten zien. Dat deze afbeeldingen duiden op een bepaalde, bij de verbalisant ambtshalve bekende modus operandi, waarbij in het bronland verdovende middelen worden verstopt in een bloemendoos met een gps-tracker, acht de rechtbank ook onvoldoende redengevend. Het dossier bevat immers geen aanwijzingen dat met dezelfde modus operandi op een ander moment wel cocaïne is aangetroffen. Voor zover door de officier van justitie wordt verwezen naar een bekende modus operandi die voorkomt in het onderzoek ‘27Signet’, merkt de rechtbank op dat de rechtbank niet beschikt over stukken die geen onderdeel uitmaken van het procesdossier tegen de verdachte. Gelet daarop kan ook aan de verwijzing door de officier van justitie naar meerdere zaaksdossiers in het onderzoek ‘27Signet’ (over welke zaaksdossiers de rechtbank niet beschikt) en naar een geanonimiseerd vonnis van – kennelijk – een medeverdachte, geen betekenis toekomen voor de bewijsvraag.

Nu niet is komen vast te staan dat de berichten en afbeeldingen handelen over cocaïne, bestaat er onvoldoende bewijs voor de tenlastegelegde invoer daarvan dan wel voorbereidings- en/of bevorderingshandelingen in de zin van de Opiumwet.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen wat de verdachte onder 1, 2 en 3 ten laste is gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

3.3.2

Bewezenverklaring feit 4

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 4 primair ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vermeld en licht dit nader toe in onderstaande bewijsmotivering.

3.3.3

Bewijsmotivering

Gebruiker [telefoonnummer] (hierna: telefoonnummer 5554)

De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen af dat de verdachte in de tenlastegelegde periode de gebruiker van telefoonnummer 5554 was en licht dit als volgt toe.

Op 11 mei 2023 schrijft de gebruiker van telefoonnummer 5554 in een chatconversatie: ‘Ik heb man dins woensdag avond...’,‘Donderdag ook avond’ en ‘Ik ga morgen voor je printen’. De volgende dag verstuurt de gebruiker van dit telefoonnummer een werkrooster, waarvan de verdachte op de zitting heeft bevestigd dat dit zijn werkrooster is. Op dat rooster is te zien dat de verdachte in de betreffende week inderdaad diensten heeft op maandag-, dinsdag-, woensdag- en donderdagavond, precies zoals beschreven in genoemd chatbericht. Ook ten aanzien van het rooster, waarvan een afbeelding op 28 mei 2023 om 18:08 uur via telefoonnummer 5554 is verstuurd, heeft de verdachte op de zitting verklaard dat het zijn werkrooster is. De diensten op dit rooster komen bovendien overeen met het rooster dat is aangetroffen in de hiervoor genoemde inbeslaggenomen Iphone 7, en waarop de naam van de verdachte is vermeld. Op diezelfde dag stuurt de gebruiker van telefoonnummer 5554 nog drie afbeeldingen van roosters, waarbij in ieder geval op één van die afbeeldingen te zien is dat de diensten op dat rooster overeenkomen met het rooster op naam van de jongere broer van de verdachte, de medeverdachte [naam] . Ook van dit rooster is een afbeelding aangetroffen op de in de Inleiding genoemde inbeslaggenomen Iphone 7 en hiervan is later door de [vliegtuigmaatschappij] bevestigd dat dat het rooster van [naam] is. De gebruiker van telefoonnummer 5554 schrijft bij dat bericht: ‘Dit is van broertje’.

Op grond van deze onderzoeksgegevens concludeert de rechtbank dat de verdachte de gebruiker was van telefoonnummer 5554. Dat hiervoor nog aanvullende gegevens nodig zouden zijn, zoals door de raadsman bepleit, volgt de rechtbank gelet op het voorgaande niet. Ook het standpunt dat de roosters door een ander dan de verdachte zouden kunnen zijn verstuurd, is niet aannemelijk geworden. Gelet op het voorgaande, in samenhang bezien en gelet op de context van de berichten, heeft de verdachte onvoldoende concrete aanknopingspunten gegeven waaruit kan worden afgeleid dat een ander dan hijzelf de berichten en afbeeldingen heeft verstuurd.

Binnendringen in Chain

Verder stelt de rechtbank op grond van de bewijsmiddelen vast dat de verdachte met het telefoonnummer 5554 afbeeldingen heeft verstuurd waarop schermen van het computersysteem Chain van [vliegtuigmaatschappij] te zien zijn, te weten op 25 februari 2023 (drie afbeeldingen) en op 26 mei 2023 (vijf afbeeldingen). In tegenstelling tot wat de raadsman heeft bepleit, is de rechtbank van oordeel dat het de verdachte zelf is geweest die op de genoemde momenten het computersysteem van [vliegtuigmaatschappij] heeft geraadpleegd ten behoeve van het delen van genoemde afbeeldingen. De rechtbank acht voor die conclusie met name de inhoud van de chatberichten van belang. Zo blijkt uit een chatgesprek op 25 februari 2023 dat de gebruiker van het telefoonnummer eindigend op 0297 de verdachte vraagt om onder meer een filmpje van ‘die plaat nr’ en ‘die offload lijst’. Eén minuut later antwoordt de verdachte ‘Oke’. Circa 12 minuten later verstuurt de verdachte drie afbeeldingen [chatregels 657-659], waarop foto's te zien zijn van het computersysteem van [vliegtuigmaatschappij] met informatie over PMC plaat [nummer 12] . Op 26 mei 2023 ontvangt de verdachte een bericht van telefoonnummer eindigend op 1971 met daarin kennelijk informatie over de plaat die bevraagd moet worden: ‘T eindigt op 508’. Vervolgens verstuurt de verdachte nog geen uur later vijf afbeeldingen [chatregels 204-208], waaronder drie afbeeldingen waarop informatie is te zien over PMC plaat [nummer 13] . In beide gevallen reageert de verdachte meteen door toezending van afbeeldingen met de gevraagde gegevens.

Over de verstuurde afbeeldingen heeft getuige [naam getuige] (security officer [vliegtuigmaatschappij] ) verklaard dat hierop het cargo systeem ‘Chain’ te zien is en dat voorts te zien is dat een PMC nummer is opgevraagd, wat betekent dat iemand dat nummer in het systeem heeft ingevoerd. Ook heeft [naam getuige] verklaard dat bij het enkele inzien van gegevens niet wordt gelogd wie dat doet. Het verweer van de raadsman dat het waarschijnlijker is dat een ander dan de verdachte was ingelogd omdat op het scherm een andere personeelscode zichtbaar is dan die van de verdachte, wordt daarom door de rechtbank niet gevolgd. Dat bij een bepaalde uitgevoerde actie een personeelscode te zien is zegt – gelet op de verklaring van [naam getuige] op dit punt – immers niets over de persoon die het systeem enkel bevraagt (hetgeen dus niet wordt gelogd) op het inzien van informatie, zoals hier het geval was.

Uit het vorenstaande leidt de rechtbank af dat de verdachte telkens heeft gehandeld in reactie op een uitdrukkelijk verzoek van een derde om informatie over een PMC plaat uit het [vliegtuigmaatschappij] systeem te verstrekken. Gelet op de korte tijd gelegen tussen de verzoeken en de concrete reacties daarop acht de rechtbank bewezen dat het telkens de verdachte zelf is geweest die in het systeem heeft ingelogd met als doel de gevraagde informatie te verkrijgen en die informatie vervolgens direct te delen.

Conclusie

De rechtbank concludeert op grond van de voornoemde feiten en omstandigheden dat de verdachte het beveiligde systeem ‘Chain’ heeft misbruikt om op verzoek van een derde informatie over PMC platen in te zien, deze informatie over te nemen en ook aan deze derde te verstrekken. De verdachte was in beginsel in het kader van zijn werkzaamheden voor [vliegtuigmaatschappij] weliswaar bevoegd om zich rechtmatig toegang tot dit systeem te verschaffen, maar niet om gegevens over te nemen voor een doel dat niets met zijn reguliere werkzaamheden te maken had. Door op deze wijze de betreffende gegevens in te zien en over te nemen, heeft de verdachte, wetende dat het een beveiligd systeem betrof, doelbewust de beveiliging van dit systeem doorbroken en is hij derhalve het systeem wederrechtelijk binnengedrongen. Deze handelwijze is naar het oordeel van de rechtbank juridisch te duiden als binnendringen in een computersysteem met behulp van een valse sleutel.

3.4

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 4 primair ten laste gelegde feit heeft begaan, in die zin dat

hij op 25 februari 2023 en 26 mei 2023 te Schiphol telkens opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerd werk, te weten een computersysteem van [vliegtuigmaatschappij] , is binnengedrongen met behulp van een valse sleutel, te weten door het onbevoegd gebruik maken van het besturingssysteem “Chain” van [vliegtuigmaatschappij] Cargo, telkens met een ander doel dan waarvoor hem die ter beschikking stond en waarvoor hem die toegang was toegestaan.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4
Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

computervredebreuk, meermalen gepleegd

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is daarom strafbaar.

5
Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is daarom strafbaar.

6
Motivering van de sanctie
6.1

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft – gebaseerd op bewezenverklaring van alle feiten – gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar met aftrek van voorarrest.

6.2

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft erop gewezen dat in het geval van een bewezenverklaring in strafmatigende zin dient mee te wegen dat de verdachte sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. De raadsman heeft verzocht de verdachte geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan de tijd die hij reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

6.3

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan computervredebreuk. Hij heeft op meerdere momenten op uitdrukkelijk verzoek van een derde het systeem van zijn werkgever [vliegtuigmaatschappij] Cargo geraadpleegd en de gevraagde informatie gedeeld met deze derde. De verdachte heeft daarmee op ernstige wijze misbruik gemaakt van zijn functie bij [vliegtuigmaatschappij] en met de aan hem uit hoofde van zijn functie verleende toegang tot het computersysteem met vrachtgegevens. Door zo te handelen heeft de verdachte het vertrouwen dat zijn werkgever in hem had ernstig beschaamd en heeft hij ook de luchthaven Schiphol – waar de veiligheid van nationaal belang is – in diskrediet gebracht.

Persoonlijke omstandigheden

Bij het bepalen van de aard en de duur van de strafoplegging heeft de rechtbank naast de ernst van de feiten ook acht geslagen op de persoon van de verdachte. Zo is de verdachte ten gevolge van de verdenkingen in de onderhavige zaak sinds zijn aanhouding op non-actief gesteld en is zijn ‘verklaring van geen bezwaar’ ingetrokken waardoor een terugkeer bij [vliegtuigmaatschappij] waarschijnlijk definitief onmogelijk is geworden.

De op te leggen straf

Gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde acht de rechtbank enkel oplegging van een gevangenisstraf gerechtvaardigd. De rechtbank heeft verder bij het bepalen van de hoogte van de straf gekeken naar straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat aan de verdachte een gevangenisstraf van twee maanden met aftrek van voorarrest moet worden opgelegd.

7
Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

138ab van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder feiten 1, 2 en 3 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 4 primair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. H. Bakker, voorzitter,

mr. M.E. Francke en mr. E.L. Hoogstraate, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. Bleijendaal,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 februari 2026.

Bijlage

De bewijsmiddelen

(….)