RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Haarlem
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/146036-24 (P)
Uitspraakdatum: 13 februari 2026
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 29 en 30 januari 2026 in de zaak tegen:
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres]
.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie
mr. R. Funke Küpper en mr. E.V. Dam (hierna: de officier van justitie) en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. G.S.J. van Gestel, advocaat te Rotterdam, naar voren hebben gebracht.
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
feit 1 (invoer in vereniging onbekende hoeveelheid cocaïne op 20 januari 2023)
primair
hij op of omstreeks 20 januari 2023 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid, van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;
subsidiair
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 januari 2023 tot en met 21 januari 2023 te Rotterdam en/of te Schiphol, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid, cocaïne, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,
- één of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feiten heeft getracht te verschaffen en/of - voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstig redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat die feit(en)
immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (daartoe)- één of meer telefoon(s)/communicatiemiddel(en) voorhanden gehad en/of- telefonisch en/of via berichten en/of via afbeeldingen en/of video-opnamen informatie uitgewisseld over en/of afspraken gemaakt over:
• het type PMC-plaat (“pmc mix nat”) en/of het nummer van de PMC-plaat ([nummer 1]) en/of de vlucht ([nummer 2]), waarop voornoemde hoeveelheid cocaïne in Nederland zou aankomen en/of zou (zijn) aangekomen en/of • een doos op voornoemde PMC-plaat, voorzien van het airwaybill nummer ([nummer 3]) en/of• de verblijfplaats van voornoemde PMC-plaat en/of doos op de luchthaven Schiphol en/of• (het moment van) het checken van voornoemde PMC-plaat en/of doos;
feit 2 (invoer in vereniging ongeveer 30 kilogram cocaïne op 25 februari 2023)
primair
hij op of omstreeks 25 februari 2023 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 30 kilogram, althans een hoeveelheid, van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;
subsidiair
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 februari 2023 tot en met 25 februari 2023 te Rotterdam en/of te Schiphol, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer 30 kilogram, althans een hoeveelheid, van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,
- één of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feiten heeft getracht te verschaffen en/of - voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstig redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat die feit(en)
immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (daartoe)- één of meer telefoon(s)/communicatiemiddel(en) voorhanden gehad en/of- telefonisch en/of via berichten en/of via afbeeldingen en/of video-opnamen informatie uitgewisseld over en/of afspraken gemaakt over:
• het type PMC-plaat (“mix nat”) en/of het nummer van de PMC-plaat ([nummer 4]) en/of de vlucht ([nummer 5]), waarop voornoemde hoeveelheid cocaïne in Nederland zou aankomen en/of zou (zijn) aangekomen en/of• een of meer dozen op voornoemde PMC-plaat en/of• de verblijfplaats van voornoemde PMC-plaat en/of een of meer dozen op de luchthaven Schiphol en/of• (het moment van) het checken van voornoemde PMC-plaat en/of een of meer dozen.
Beslissing
De rechtbank:
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. H. Bakker, voorzitter,
mr. M.E. Francke en mr. E.L. Hoogstraate, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. Bleijendaal,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 februari 2026.