6.3
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat het ten laste gelegde niet aan de verdachte kan worden toegerekend. Het opleggen van een straf is daarom niet meer aan de orde. De rechtbank moet echter wel beoordelen of aan de verdachte de tbs-maatregel moet worden opgelegd ter bescherming van de maatschappij. Daartoe heeft de rechtbank acht geslagen op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, maar heeft zich met name laten leiden door de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van het feit
De verdachte heeft tijdens zijn verblijf in een psychiatrische kliniek en onder invloed van wanen als gevolg van zijn psychiatrische stoornis, zijn moeder aangevallen door met een botermes stekende bewegingen richting haar gezicht, hoofd en hals te maken. Ook nadat zij daarbij op de grond was gevallen en personeel haar te hulp schoot heeft de verdachte nog proberen te steken. Aan het geweld is pas een einde gekomen nadat personeel van de kliniek het slachtoffer heeft weten te ontzetten. Het slachtoffer heeft door het handelen van de verdachte letsel opgelopen. Uit de verklaring van het slachtoffer bij de politie blijkt dat zij werkelijk bang was dat de verdachte, haar eigen zoon, haar wilde ombrengen.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft gekeken naar het op naam van de verdachte staand strafblad (Uittreksel Justitiële Documentatie), gedateerd 11 maart 2026. Hierop staan geen eerdere veroordelingen vermeld.
Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het hiervoor onder paragraaf 5 genoemde multidisciplinair Pro Justitia rapport van 29 december 2025. Psychiater [psychiater] en GZ-psycholoog [psycholoog] zijn op de zitting van 17 maart 2026 gehoord en zij hebben hun adviezen zoals verwoord in hun rapport gehandhaafd. Hieruit blijkt dat de verdachte een ernstige psychiatrische stoornis heeft, waarbij het ziektebeloop prognostisch ongunstig is. De verdachte heeft geen ziektebesef en staat niet open voor (medicamenteuze) behandeling. Volgens de deskundigen is hierdoor de kans op herhaling van soortgelijke gedragingen als in de onderhavige zaak, hoog. Ter vermindering van de hoge kans op toekomstig gewelddadig handelen moet er intensieve psychiatrische begeleiding en behandeling ingezet worden. Geadviseerd is de behandeling te laten plaatsvinden in een forensische klinische setting waarbij is ingeschat dat minimaal beveiligingsniveau 3 noodzakelijk is. Vanwege het gebrek aan ziektebesef kan volgens de deskundigen ook niet van de verdachte verwacht worden dat hij zich houdt aan voorwaarden. De deskundigen adviseren concluderend aan de verdachte een tbs-maatregel met dwangverpleging op te leggen.
Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 26 februari 2026 van GGZ Reclassering Fivoor, waarbij een mogelijke oplegging van een tbs-maatregel met voorwaarden is onderzocht. Hieruit blijkt dat de reclassering geen mogelijkheden ziet om met voorwaarden de als hoog ingeschatte risico's te beperken of het gedrag van de verdachte te veranderen. De reclassering heeft daarom negatief geadviseerd over tbs met voorwaarden.
De op te leggen maatregel
De rechtbank onderschrijft de conclusie van de deskundigen als het gaat om de aan de verdachte op te leggen maatregel. Vanwege de schizoaffectieve stoornis van de verdachte, het gebrek aan ziektebesef en risicovol en gewelddadig gedrag, is ter voorkoming van recidive een langdurig forensisch klinisch behandeltraject nodig. Het kader van de zorgmachtiging is niet afdoende beschermend gebleken, nu het bewezenverklaarde feit is gepleegd terwijl de verdachte op grond van een zorgmachtiging in een kliniek verbleef. De verdachte heeft zich meermalen onttrokken aan klinische opname en geweigerd zijn medicatie te nemen. Een gesloten forensische setting met een hoger beveiligingsniveau dan de reguliere GGZ kan bieden, is noodzakelijk. Naar het oordeel van de rechtbank hebben de deskundigen overtuigend uiteengezet dat minder ingrijpende maatregelen ontoereikend zijn om het gevaar dat de verdachte voor anderen vormt te verminderen. Gezien de noodzaak van behandeling en het gebrek aan andere afdoende mogelijkheden om het gevaar af te wenden, is de rechtbank van oordeel dat de terbeschikkingstelling van de verdachte moet worden gelast. De rechtbank is ook van oordeel dat verpleging van overheidswege moet worden bevolen, omdat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verpleging eist en de verdachte niet in staat wordt geacht om zich aan een tbs met voorwaarden te houden.
Nu de tbs-maatregel zal worden opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen – te weten een poging tot zware mishandeling gepleegd met voorbedachte raad en begaan tegen zijn moeder – kan de totale duur van de maatregel een periode van vier jaar te boven gaan.
Verzoeken ten aanzien van de voorlopige hechtenis
De raadsvrouw heeft namens de verdachte verzocht de voorlopige hechtenis van de verdachte op te heffen, subsidiair deze te schorsen. De rechtbank wijst deze verzoeken af.
Bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde feit maakt dat er ernstige bezwaren tegen de verdachte bestaan. Het bepaalde in artikel 67a, derde lid, Sv, is niet aan de orde gelet op de op te leggen tbs-maatregel met dwangverpleging. Ook zijn de gronden voor voortzetting van de voorlopige hechtenis nog steeds aanwezig. Er is sprake van een twaalfjaarsfeit, nu de maximale strafbedreiging voor zware mishandeling gepleegd met voorbedachte raad een gevangenisstraf van twaalf jaar bedraagt. De verdachte heeft dit gronddelict begaan in een kliniek, onder invloed van wanen en gericht tegen zijn moeder. Een schorsing zal naar het oordeel van de rechtbank dan ook leiden tot maatschappelijke onrust en onbegrip. Het recidivegevaar wordt zonder forensisch kader bovendien als hoog ingeschat. Het strafvorderlijk belang weegt daarom zwaarder dan het persoonlijk belang van de verdachte bij een schorsing.