RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Haarlem
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15-055461-25 (P)
Uitspraakdatum: 22 januari 2026
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van
8 januari 2026 in de zaak tegen:
[de verdachte]
,
geboren op [geboortedatum] 1954 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] .
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,
mr. A.M.H.G. Peters, en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. M.G. Eckhardt, advocaat te 's-Gravenhage, naar voren hebben gebracht.
Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1
primair
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 13 augustus 2015 te Den Helder, althans in Nederland, met [aangeefster 1] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster 1] , hebbende verdachte, één of meerdere malen:
- zijn vinger tussen de schaamlippen van die [aangeefster 1] gebracht;
subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 13 augustus 2015 te Den Helder, althans in Nederland, met [aangeefster 1] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, hebbende verdachte, één of meerdere malen:
- met zijn hand de borsten en/of vagina van die [aangeefster 1] gepakt/aangeraakt;
2
primair
hij in of omstreeks de periode van 14 augustus 2015 tot en met 1 augustus 2017 te
Den Helder, althans in Nederland, met [aangeefster 1] , geboren op 14 augustus 2003, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster 1] , hebbende verdachte, één of meerdere malen:
- zijn vinger tussen de schaamlippen van die [aangeefster 1] gebracht;
subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 14 augustus 2015 tot en met 1 augustus 2017 te
Den Helder, althans in Nederland, met [aangeefster 1] , geboren op 14 augustus 2003, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte, één of meerdere malen:
- met zijn hand de borsten en/of vagina van die [aangeefster 1] gepakt/aangeraakt;
3
primair
hij in of omstreeks de periode van 25 september 2012 tot en met 12 september 2023
te Den Helder, althans in Nederland, met [aangeefster 2] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede
bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster 2] , hebbende verdachte, één of meerdere malen:
- zijn vinger tussen de schaamlippen van die [aangeefster 2] gebracht en/of
- zijn tong in de vagina van die [aangeefster 2] gebracht, althans zijn tong tussen de schaamlippen van die [aangeefster 2] gebracht;
subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 25 september 2012 tot en met 12 september 2023 te Den Helder, althans in Nederland, met [aangeefster 2] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, hebbende verdachte, één of meerdere malen:
- met zijn tong over de vagina /schaamlippen van die [aangeefster 2] gelikt.
4
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat de verdachte van alle ten laste gelegde feiten moet worden vrijgesproken en overweegt daartoe het volgende.
Het bewijs dat een verdachte een ten laste gelegd feit heeft begaan kan niet uitsluitend worden gebaseerd op de verklaring van één getuige (artikel 342, tweede lid, Wetboek van Strafvordering). Deze bepaling heeft betrekking op de tenlastelegging in haar geheel en niet op een onderdeel daarvan. De rechter kan daarom alleen tot een bewezenverklaring komen als de door de getuige genoemde feiten en omstandigheden niet op zichzelf staan en voldoende worden ondersteund door ander bewijs. Dit bewijsmateriaal moet dan wel afkomstig zijn uit een andere bron en een voldoende duidelijk verband houden met de verklaring van de getuige.
[aangeefster 1] en [aangeefster 2] hebben verklaard seksueel te zijn misbruikt door de verdachte. De rechtbank is van oordeel dat het dossier geen direct steunbewijs biedt voor deze verklaringen. Weliswaar zijn er verklaringen afgelegd door de moeder van [aangeefster 1] en [aangeefster 2] en door een vriendin van [aangeefster 1] , maar deze verklaringen zijn terug te voeren naar één bron, namelijk de verklaringen van [aangeefster 1] en [aangeefster 2] .
Als er geen direct steunbewijs is voor de betrokkenheid van een verdachte bij de tenlastegelegde feiten, dan kunnen deze feiten met zogenoemd schakelbewijs toch bewezen worden. Het gaat dan om het gebruik van bewijs van een ander, soortgelijk feit dat als steunbewijs kan dienen. Met de term schakelbewijs pleegt te worden aangeduid een bewijsvoering waarbij voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend wordt geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken was. Daarbij kan van belang zijn of en in hoeverre de wijze waarop en de omstandigheden waaronder de onderscheidene feiten zijn begaan, op essentiële punten overeenkomen.
De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van [aangeefster 1] en [aangeefster 2] te veel verschillen om te kunnen spreken van een herkenbaar en gelijksoortig patroon in het handelen van de verdachte. Niet alleen verschillen de door [aangeefster 1] en [aangeefster 2] beschreven aard van de seksuele handelingen, ook de omstandigheden waaronder en de plaats in de woning waar die handelingen zouden hebben plaatsgevonden, zijn anders. Aan de vereisten voor toepassing van schakelbewijs is daarom niet voldaan.
Concluderend is de rechtbank van oordeel dat voor de ten laste gelegde feiten onvoldoende bewijs in het dossier aanwezig is en dat de verdachte daarom van deze feiten zal worden vrijgesproken.
5
Vorderingen benadeelde partijen
De benadeelde partij [aangeefster 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 10.385,- ingediend tegen de verdachte wegens materiële (€ 385,-) en immateriële (€ 10.000,-) schade die zij als gevolg van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden.
De benadeelde partij [aangeefster 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 10.000,- ingediend tegen de verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van het onder 3 ten laste gelegde feit zou hebben geleden.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten verklaard.
De raadsman heeft primair verzocht om de vorderingen van de benadeelde partijen af te wijzen en subsidiair om de vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren.
De rechtbank is van oordeel dat nu niet wettig en overtuigend is bewezen wat aan de verdachte onder 1, 2 en 3 is tenlastegelegd, de benadeelde partijen niet in hun vorderingen, die betrekking hebben op die ten laste gelegde feiten, kunnen worden ontvangen. De rechtbank zal daarom bepalen dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zijn in de vordering.
Beslissing
De rechtbank:
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair, 2 subsidiair, 3 primair en 3 subsidiair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Verklaart de benadeelde partijen [aangeefster 1] en [aangeefster 2] niet-ontvankelijk in de vordering.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. M. Hoendervoogt, voorzitter,
mr. L. Boonstra en mr. E. van Kampen, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.L. de Vries,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 januari 2026.