Rechtbank Noord-Holland, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBNHO:2026:6857

Op 1 June 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 15-140326-24, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBNHO:2026:6857. De plaats van zitting was Haarlemmermeer.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
15-140326-24
Datum uitspraak:
1 June 2026
Datum publicatie:
10 June 2026

Indicatie

Veroordeling voor het medeplegen van voortzetting van de werkzaamheid van de onherroepelijk verboden verklaarde organisaties Bandidos MC Holland. De verdachte werd tezamen met de medeverdachten aangetroffen in een motorhesje die qua kleur en vormgeving gelijk is aan het hesje van Bandidos MC Holland en met daarop expliciete verwijzingen naar Bandidos MC Holland. Naar het oordeel van de rechtbank is het dragen van een dergelijk hesje een handeling die in zodanige mate te identificeren is met de verboden organisatie Bandidos MC Holland, dat het hier gaat om een gedraging die ten dienste staat aan het voortbestaan van die verboden organisatie. De verdachte heeft het hesje opzettelijk gedragen en er was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachten, doordat zij gezamenlijk gekleed in een Bandidos hesje in het openbaar zijn aangetroffen. De rechtbank legt een voorwaardelijke gevangenisstraf op van één maand met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf voor de duur van 40 uur. Het inbeslaggenomen Bandidos hesje wordt verbeurd verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlemmermeer

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15-140326-24 (P)

Uitspraakdatum: 1 juni 2026

Verstek

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 18 mei 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. D. Sarian.

1
Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 06 april 2024 in de gemeente Beverwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, de werkzaamheid heeft voortgezet van een organisatie die bij een onherroepelijke rechterlijke beslissing verboden is verklaard, namelijk Bandidos MC Holland, door toen en daar zich met zijn mededader(s) op de openbare weg, de Laan der Nederlanden, te begeven, gekleed met een of meer (motor)hesjeswaarop (onder meer):- de teksten "Bandidos", "1%" en/of "MC", "1%-er", "v-president" en/of "road captain" en/of "Bandidos Worldwide" en/of en/of "bad company" en/of "BFFB" en/of "Bandidos national" en/of "sargento de armas" en/of "prospect" stond(en) vermeld, welke teksten qua vormgeving en kleuren (nagenoeg) gelijk was aan of sterk geleek op die van Bandidos MC Holland en/of- het logo van Bandidos MC Holland, of in elk geval een logo dat (nagenoeg) gelijk was aan of sterk geleek op dat van Bandidos MC Holland, welke Bandidos MC Holland bij onherroepelijke uitspraak van de Hoge Raad van 24 april 2020 verboden is verklaard.

2
Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Overwegingen

3
Beoordeling van het bewijs
3.1

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

3.2

Oordeel van de rechtbank

3.2.1

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen in de bijlage bij dit vonnis. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

3.2.2

Bewijsmotivering

Op basis van het dossier stelt de rechtbank het volgende vast. Met het arrest van de Hoge Raad van 24 april 2020 is de organisatie Bandidos MC Holland onherroepelijk verboden verklaard en ontbonden (ECLI:NL:HR:2020:797). Op 6 april 2024 zijn de verdachte en zijn drie medeverdachten aangehouden vanwege de motorhesjes die zij droegen. Op de drie zwarte leren hesjes van de medeverdachten stond op de achterkant ‘Bandidos’ vermeld in geel en rood met daaronder een logo dat een verbalisant, op basis van een foto van Wikipedia, herkende als zijnde het logo van Bandidos MC Holland. Onderaan op de achterkant stond op één van de hesjes de tekst ‘Sargento de Armas’ en op de andere twee ‘Amsterdam’. Ook stonden diverse teksten en logo’s in het geel en rood op de hesjes van de medeverdachten, zoals ‘Our colors don’t run’, ‘National’, ‘Bandidos’, ‘BFFB’, ‘1%er’, ‘Bad Company’, ‘City’, ‘C-City’, ‘V. President’, ‘Worldwide’ en ‘Road Captain’. De verdachte droeg een ander hesje. Dit betrof een zwart leren hesje met in geel en rood ‘Prospect’ en ‘Amsterdam’ daarop vermeld.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of het in de openbare ruimte dragen van een dergelijk hesje een gedraging is die aan te merken is als een voortzetting van de werkzaamheid van de verboden organisatie Bandidos MC Holland. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt.

In artikel 140, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) is de voortzetting van de werkzaamheid van een organisatie die bij onherroepelijke rechterlijke beslissing verboden is verklaard strafbaar gesteld. Artikel 140, tweede lid, Sr ziet daarmee op de strafbaarstelling van het negeren van een (onherroepelijke) rechterlijke beslissing. De reikwijdte van artikel 140, tweede lid, Sr is aangepast ten gevolge van de Wet tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek ter verruiming van de mogelijkheden tot het verbieden van rechtspersonen (Stb. 2021, 310), die per 1 januari 2022 in werking is getreden.

De Hoge Raad heeft zich in 2023 uitgelaten over de reikwijdte van het begrip ‘voortzetting van de werkzaamheid’. De desbetreffende zaak zag eveneens op een verdenking van voortzetting van de werkzaamheid van de verboden verklaarde organisatie Bandidos MC Holland door onder meer gekleed met een baseballpet met een opdruk van het logo en de naam van Bandidos en/of gekleed in een T-shirt met een opdruk van het logo van Bandidos naar de ingang van een gerechtsgebouw te lopen. Het Hof had de verdachte vrijgesproken. De Hoge Raad heeft – samengevat weergegeven – geoordeeld dat het Hof met zijn beslissing dat de tenlastegelegde gedraging niet kan worden aangemerkt als ‘voortzetting van de werkzaamheid’ blijk heeft gegeven van een te beperkte uitleg van dat bestanddeel. Volgens de Hoge Raad is het van belang dat de in artikel 140, tweede lid, Sr strafbaar gestelde gedraging een delict tegen de openbare orde is en dat aan ’de voortzetting van de werkzaamheid’ een ruime uitleg toe dient te komen. Daarbij overweegt de Hoge Raad dat dit betrekking heeft op iedere gedraging die ten dienste staat aan het voorbestaan van de verboden organisatie.

De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat de hesjes van de medeverdachten zeer sterke gelijkenissen vertonen met het hesje van de verboden organisatie Bandidos MC Holland. Daarbij is met name van belang dat op alle drie de hesjes van de medeverdachten op de rug expliciet in geel en rood ‘Bandidos’ staat vermeld, met een opdruk van een tekenfiguur met een Mexicaanse hoed en een groot zwaard. Dit komt overeenkom met de kleuren en vormgeving van de tekst en het logo op de hesjes van Bandidos MC Holland. Op het hesje van medeverdachte [medeverdachte] staat onderaan de rug bovendien de tekst ‘Sargento de Armas’ vermeld, wat ook te zien is op de hesjes van Bandidos MC Holland. Op de hesjes van de andere twee medeverdachten staat op de onderkant in plaats van ‘Sargento de Armas’ ‘Amsterdam’ vermeld. Daarnaast zijn ook de overige teksten en logo’s op de hesjes van de medeverdachten te herleiden naar de verboden organisatie. Uit de feiten die in het kader van de verbodenverklaring van Bandidos MC Holland zijn vastgesteld, (Voetnoot 1) blijkt dat het 1%-teken ook werd getoond op het hesje van de verboden motorclub, met de bedoeling een cultuur van wetteloosheid uit te dragen. Ook benamingen als ‘vice-president’ en ‘roadcaptain’ werden gebruikt door Bandidos MC Holland. Uit diezelfde feiten leidt de rechtbank tevens af dat hesjes belangrijke elementen zijn van de clubcultuur.

Op het hesje van de verdachte staat, zoals hiervoor aangegeven, (enkel) ‘Prospect’ en ‘Amsterdam’ vermeld. De kleuren en vormgeving van de teksten op het hesje zijn gelijk aan die van Bandidos MC Holland. De rechtbank overweegt dat uit de hiervoor genoemde vastgestelde feiten bij de verbodenverklaring, blijkt dat er sprake is van een hiërarchische cultuur bij deze verboden organisatie. Aspirant-leden moeten verschillende stadia doorlopen om volwaardig lid te kunnen worden. Het is de rechtbank bekend dat de term ‘prospect’ in de context van een motorclub staat voor een aspirant lid, wat een verwijzing is naar die hiërarchie. Nu de verdachte bij zijn aanhouding samen is aangetroffen met de medeverdachten, die allen expliciete verwijzingen naar Bandidos MC Holland op hun hesjes droegen, moet gelet op het voorgaande naar het oordeel van de rechtbank ook het hesje van de verdachte worden gezien als een uiting van Bandidos MC Holland.

Op grond van het voorgaande concludeert de rechtbank dat het dragen van een dergelijk hesje in aanwezigheid van de drie medeverdachten in de openbare ruimte – zoals in dit geval bij een benzinepomp naast een motor – een handeling is, die in zodanige mate te identificeren is met de verboden organisatie Bandidos MC Holland, dat het hier gaat om een gedraging die ten dienste staat aan het voortbestaan van die verboden organisatie. Daarmee is, naar het oordeel van de rechtbank sprake van voortzetting van de werkzaamheid van die verboden organisatie.

Het feit dat het chapter Bandidos Amsterdam als organisatie niet verboden is verklaard, doet niet af aan voorgaande conclusie, gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 14 januari 2025 (ECLI:NL:HR:2025:28).

Opzet

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte bewust de werkzaamheid van Bandidos MC Holland heeft willen voortzetten door een hesje aan te trekken met vergelijkbare kleuren en vormgeving en een tekst die te herleiden is naar (de hiërarchie) van die verboden organisatie, terwijl de verdachte dat deed in aanwezigheid van de medeverdachten, die een hesje droegen met de hiervoor genoemde teksten, logo’s en tekens. Daarmee acht de rechtbank het vereiste opzet bewezen.

Medeplegen

Verder is de rechtbank van oordeel dat door gezamenlijk in het openbaar deze hesjes te dragen sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten, zodat het tenlastegelegde medeplegen eveneens bewezen is.

3.3

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 6 april 2024 in Beverwijk tezamen en in vereniging met anderen de werkzaamheid heeft voortgezet van een organisatie die bij een onherroepelijke rechterlijke beslissing verboden is verklaard, namelijk Bandidos MC Holland, door toen en daar zich met zijn mededaders op de openbare weg, de Laan der Nederlanden, te begeven, gekleed met motorhesjes waarop:- de teksten "Bandidos", "1%" en/of "MC", "1%-er", "v-president" en/of "road captain" en/of "Bandidos Worldwide" en/of "bad company" en/of "BFFB" en/of "Bandidos national" en/of "sargento de armas" en/of "prospect" stonden vermeld, welke teksten qua vormgeving en kleuren (nagenoeg) gelijk waren aan die van Bandidos MC Holland en/of- het logo van Bandidos MC Holland stond vermeld, welke Bandidos MC Holland bij onherroepelijke uitspraak van de Hoge Raad van 24 april 2020 verboden is verklaard.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4
Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van voortzetting van de werkzaamheid van een organisatie die bij onherroepelijke rechterlijke beslissing verboden is verklaard.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5
Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

6
Motivering van de sanctie
6.1

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 60 uur.

6.2

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich samen met de medeverdachten schuldig gemaakt aan het voortzetten van de werkzaamheid van de verboden organisatie Bandidos MC Holland door zich in het openbaar te begeven met hesjes die sterke gelijkenissen vertoonden met het hesje van die verboden organisatie. Die organisatie is verboden verklaard vanwege, kort gezegd, de binnen Bandidos MC Holland bestaande cultuur waarin het plegen van (ernstig) geweld wordt gestimuleerd, waarbij de leden van Bandidos MC Holland de naam “Bandidos” en hun “colors” (kleding met naar Bandidos MC Holland verwijzende uiterlijke kenmerken) gebruiken om hun daden en woorden kracht bij te zetten. Met het in het openbaar blijven dragen van vergelijkbare hesjes van de verboden organisatie wordt gehandeld in strijd met de ten tijde van het bewezenverklaarde feit onherroepelijk geworden (rechterlijke) verbodenverklaring. Dit levert een ernstig strafbaar feit op.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 13 april 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder ter zake van een soortgelijk feit is veroordeeld. Dit weegt dus niet in het nadeel van de verdachte mee.

Verder heeft de rechtbank gelet op de brief van de GZ-psycholoog van 8 december 2025, die de verdachte bij zijn aanhoudingsverzoek heeft overlegd, waaruit blijkt dat de verdachte sinds december 2024 is uitgevallen op zijn werk vanwege een burn-out en depressieve klachten. Uit die brief blijkt dat er PTSS en een depressieve stoornis bij de verdachte is gediagnostiseerd, dat de verwachte behandelduur zes tot twaalf maanden bedraagt en dat de verdachte tweewekelijks een behandelsessie volgt.

Overschrijding van de redelijke termijn

De rechtbank heeft opgemerkt dat het in onderhavige zaak lang heeft geduurd voor er een vonnis is gewezen. In artikel 6, eerste lid, van het Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Bij de uitleg van dit grondrecht wordt als uitgangspunt genomen dat een strafzaak bij de rechtbank moet zijn afgerond met een vonnis binnen twee jaar nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. De redelijke termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Staat jegens de verdachte een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit strafvervolging zal worden ingesteld. De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak de aanvangsdatum van de redelijke termijn moet worden gesteld op 6 april 2024, de datum van het verhoor. Hoewel het eindvonnis op 1 juni 2026 wordt gewezen en dus meer dan twee jaar zijn verstreken, is de redelijke termijn naar het oordeel van de rechtbank niet overschreden. Daarbij is van belang dat de zaak binnen twee jaar had kunnen zijn afgerond, aangezien op 21 oktober 2025 een zitting was gepland. De behandeling van de zaak is echter op die datum op verzoek van de verdachte aangehouden omdat zijn advocaat verhinderd was (die zich vervolgens later heeft onttrokken).

Op te leggen straf

Gezien de aard en de ernst van het bewezenverklaarde feit is de rechtbank van oordeel dat, in lijn met de eis van de officier van justitie, een voorwaardelijke gevangenisstraf en een onvoorwaardelijke taakstraf passend en geboden zijn. Bij het bepalen van de duur van de straf heeft de rechtbank onder meer gelet op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte geven de rechtbank aanleiding om een lagere taakstraf op te leggen dan dat de officier van justitie heeft gevorderd.

Alles afwegende zal de rechtbank aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 40 uur opleggen.

7
Beslag
7.1

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd om het onder de verdachte inbeslaggenomen hesje verbeurd te verklaren, nu het voorwerp aan de verdachte toebehoort en met het dragen hiervan het strafbare feit is begaan.

7.2

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat het onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten het betreffende motorhesje (1 STK Vest), dient te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het bewezenverklaarde feit hiermee is begaan en dat het aan de verdachte toebehoort.

8
Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 47 en 140 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

9
Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.3 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand met bevel dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot het verrichten van 40 uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 20 dagen hechtenis.

Verklaart verbeurd: 1 STK Vest.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.K. Korteweg, voorzitter,

mr. I.M. Hendriks en mr. S.J. de Vries, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. W.S. Speelman,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 juni 2026.

Voetnoot

Voetnoot 1

Rechtbank Midden-Nederland (handelskamer) d.d. 20 december 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:6241