3.2.2
Bewijsmotivering
Op basis van het dossier stelt de rechtbank het volgende vast. Met het arrest van de Hoge Raad van 24 april 2020 is de organisatie Bandidos MC Holland onherroepelijk verboden verklaard en ontbonden (ECLI:NL:HR:2020:797). Op 6 april 2024 zijn de verdachte en zijn drie medeverdachten aangehouden vanwege de motorhesjes die zij droegen. Op de drie zwarte leren hesjes van de medeverdachten stond op de achterkant ‘Bandidos’ vermeld in geel en rood met daaronder een logo dat een verbalisant, op basis van een foto van Wikipedia, herkende als zijnde het logo van Bandidos MC Holland. Onderaan op de achterkant stond op één van de hesjes de tekst ‘Sargento de Armas’ en op de andere twee ‘Amsterdam’. Ook stonden diverse teksten en logo’s in het geel en rood op de hesjes van de medeverdachten, zoals ‘Our colors don’t run’, ‘National’, ‘Bandidos’, ‘BFFB’, ‘1%er’, ‘Bad Company’, ‘City’, ‘C-City’, ‘V. President’, ‘Worldwide’ en ‘Road Captain’. De verdachte droeg een ander hesje. Dit betrof een zwart leren hesje met in geel en rood ‘Prospect’ en ‘Amsterdam’ daarop vermeld.
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of het in de openbare ruimte dragen van een dergelijk hesje een gedraging is die aan te merken is als een voortzetting van de werkzaamheid van de verboden organisatie Bandidos MC Holland. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt.
In artikel 140, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) is de voortzetting van de werkzaamheid van een organisatie die bij onherroepelijke rechterlijke beslissing verboden is verklaard strafbaar gesteld. Artikel 140, tweede lid, Sr ziet daarmee op de strafbaarstelling van het negeren van een (onherroepelijke) rechterlijke beslissing. De reikwijdte van artikel 140, tweede lid, Sr is aangepast ten gevolge van de Wet tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek ter verruiming van de mogelijkheden tot het verbieden van rechtspersonen (Stb. 2021, 310), die per 1 januari 2022 in werking is getreden.
De Hoge Raad heeft zich in 2023 uitgelaten over de reikwijdte van het begrip ‘voortzetting van de werkzaamheid’. De desbetreffende zaak zag eveneens op een verdenking van voortzetting van de werkzaamheid van de verboden verklaarde organisatie Bandidos MC Holland door onder meer gekleed met een baseballpet met een opdruk van het logo en de naam van Bandidos en/of gekleed in een T-shirt met een opdruk van het logo van Bandidos naar de ingang van een gerechtsgebouw te lopen. Het Hof had de verdachte vrijgesproken. De Hoge Raad heeft – samengevat weergegeven – geoordeeld dat het Hof met zijn beslissing dat de tenlastegelegde gedraging niet kan worden aangemerkt als ‘voortzetting van de werkzaamheid’ blijk heeft gegeven van een te beperkte uitleg van dat bestanddeel. Volgens de Hoge Raad is het van belang dat de in artikel 140, tweede lid, Sr strafbaar gestelde gedraging een delict tegen de openbare orde is en dat aan ’de voortzetting van de werkzaamheid’ een ruime uitleg toe dient te komen. Daarbij overweegt de Hoge Raad dat dit betrekking heeft op iedere gedraging die ten dienste staat aan het voorbestaan van de verboden organisatie.
De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat de hesjes van de medeverdachten zeer sterke gelijkenissen vertonen met het hesje van de verboden organisatie Bandidos MC Holland. Daarbij is met name van belang dat op alle drie de hesjes van de medeverdachten op de rug expliciet in geel en rood ‘Bandidos’ staat vermeld, met een opdruk van een tekenfiguur met een Mexicaanse hoed en een groot zwaard. Dit komt overeenkom met de kleuren en vormgeving van de tekst en het logo op de hesjes van Bandidos MC Holland. Op het hesje van medeverdachte [medeverdachte] staat onderaan de rug bovendien de tekst ‘Sargento de Armas’ vermeld, wat ook te zien is op de hesjes van Bandidos MC Holland. Op de hesjes van de andere twee medeverdachten staat op de onderkant in plaats van ‘Sargento de Armas’ ‘Amsterdam’ vermeld. Daarnaast zijn ook de overige teksten en logo’s op de hesjes van de medeverdachten te herleiden naar de verboden organisatie. Uit de feiten die in het kader van de verbodenverklaring van Bandidos MC Holland zijn vastgesteld, (Voetnoot 1) blijkt dat het 1%-teken ook werd getoond op het hesje van de verboden motorclub, met de bedoeling een cultuur van wetteloosheid uit te dragen. Ook benamingen als ‘vice-president’ en ‘roadcaptain’ werden gebruikt door Bandidos MC Holland. Uit diezelfde feiten leidt de rechtbank tevens af dat hesjes belangrijke elementen zijn van de clubcultuur.
Op het hesje van de verdachte staat, zoals hiervoor aangegeven, (enkel) ‘Prospect’ en ‘Amsterdam’ vermeld. De kleuren en vormgeving van de teksten op het hesje zijn gelijk aan die van Bandidos MC Holland. De rechtbank overweegt dat uit de hiervoor genoemde vastgestelde feiten bij de verbodenverklaring, blijkt dat er sprake is van een hiërarchische cultuur bij deze verboden organisatie. Aspirant-leden moeten verschillende stadia doorlopen om volwaardig lid te kunnen worden. Het is de rechtbank bekend dat de term ‘prospect’ in de context van een motorclub staat voor een aspirant lid, wat een verwijzing is naar die hiërarchie. Nu de verdachte bij zijn aanhouding samen is aangetroffen met de medeverdachten, die allen expliciete verwijzingen naar Bandidos MC Holland op hun hesjes droegen, moet gelet op het voorgaande naar het oordeel van de rechtbank ook het hesje van de verdachte worden gezien als een uiting van Bandidos MC Holland.
Op grond van het voorgaande concludeert de rechtbank dat het dragen van een dergelijk hesje in aanwezigheid van de drie medeverdachten in de openbare ruimte – zoals in dit geval bij een benzinepomp naast een motor – een handeling is, die in zodanige mate te identificeren is met de verboden organisatie Bandidos MC Holland, dat het hier gaat om een gedraging die ten dienste staat aan het voortbestaan van die verboden organisatie. Daarmee is, naar het oordeel van de rechtbank sprake van voortzetting van de werkzaamheid van die verboden organisatie.
Het feit dat het chapter Bandidos Amsterdam als organisatie niet verboden is verklaard, doet niet af aan voorgaande conclusie, gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 14 januari 2025 (ECLI:NL:HR:2025:28).
Opzet
De rechtbank is van oordeel dat de verdachte bewust de werkzaamheid van Bandidos MC Holland heeft willen voortzetten door een hesje aan te trekken met vergelijkbare kleuren en vormgeving en een tekst die te herleiden is naar (de hiërarchie) van die verboden organisatie, terwijl de verdachte dat deed in aanwezigheid van de medeverdachten, die een hesje droegen met de hiervoor genoemde teksten, logo’s en tekens. Daarmee acht de rechtbank het vereiste opzet bewezen.
Medeplegen
Verder is de rechtbank van oordeel dat door gezamenlijk in het openbaar deze hesjes te dragen sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten, zodat het tenlastegelegde medeplegen eveneens bewezen is.