Rechtbank Noord-Holland, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig
ECLI:NL:RBNHO:2026:7604
Op 26 May 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 15/046577-23, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBNHO:2026:7604. De plaats van zitting was Alkmaar.
Indicatie
De tbs-maatregel met voorwaarden wordt met twee jaar verlengd.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige kamer
Parketnummer: 15/046577-23
Uitspraakdatum: 26 mei 2026
Beslissing ex artikel 6:6:10 eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv)
op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling (hierna: de tbs-maatregel) met voorwaarden met twee jaar van
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
thans verblijvende in de Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) GGZ Drenthe,
op het adres: Dennenweg 9, 9404 LA te Assen,
hierna: de betrokkene.
Bij vonnis van deze rechtbank van 11 juni 2024 is aan de betrokkene de tbs-maatregel met voorwaarden opgelegd wegens, kort gezegd, drie verschillende diefstallen, waaronder een diefstal met geweld.
De termijn van de tbs-maatregel is gestart op 11 juni 2024.
De onderhavige vordering is op 14 april 2026 bij de rechtbank ingediend.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder:
een advies van Verslavingsreclassering GGZ van 3 april 2026, ondertekend door [reclasseringswerker 1], reclasseringsmedewerker, en [reclasseringswerker 2], unitmanager;
een advies als bedoeld in artikel 6:6:12, tweede lid Sv van 12 maart 2026, opgemaakt door [psychiater], psychiater; en
- de voortgangsverslagen van Verslavingsreclassering GGZ over de periode 24 juni 2024 tot en met 27 februari 2026.
Op 26 mei 2026 is de vordering op een openbare terechtzitting behandeld. De betrokkene is gehoord, alsmede voornoemde [reclasseringswerker 1] als deskundige. Verder waren aanwezig de officier van justitie, mr. I. Hermans, en de raadsman van de betrokkene, mr. R. den Riet, advocaat te Amsterdam.
Van het verhandelde tijdens deze zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.
2
Het advies van de reclassering
Het advies van de reclassering houdt, samengevat en voor zover relevant, het volgende in:
De betrokkene is op 12 juni 2024 opgenomen op de FHIC van de FPK in Assen en op 15 juni 2024 overgeplaatst naar afdeling De Plecht. Het tbs-traject van de betrokkene verloopt moeizaam omdat de betrokkene vrijwel geen ziekte-inzicht en ziektebesef heeft. Daarnaast heeft de betrokkene gedurende het traject zeventien officiële waarschuwingen van de kliniek ontvangen wegens onder meer het niet opvolgen van instructies van de sociotherapie, het gebruiken of in bezit hebben van middelen en grensoverschrijdend gedrag jegens personeel en medepatiënten. Het contact met de reclassering verloopt wisselend. Wanneer de betrokkene wordt aangesproken op zijn gedrag, breekt hij het contact regelmatig voortijdig af of laat hij het escaleren.
In de behandelplanbespreking van 10 november 2025 werd een stijgende lijn in de behandeling van de betrokkene gezien. De betrokkene heeft echter aangegeven niet langer aan zijn behandeling te willen meewerken, omdat hij onvoldoende vooruitgang ziet. Daarbij doelt hij met name op (gebrek aan) het perspectief op doorstroming naar een Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) en de daarbij behorende vrijheden. De betrokkene is bij het IFZ aangemeld voor een tweede behandelpoging elders, omdat zijn behandeling stagneert. Hij is geïndiceerd voor de FPK Woenselse Poort en op 10 maart 2025 zou een online intakegesprek plaatsvinden. Dit gesprek heeft echter niet plaatsgevonden, omdat de betrokkene een dag van tevoren heeft aangegeven hier niet meer aan te willen meewerken en in de FPK in Assen te willen blijven.
Het tbs-traject van de betrokkene wordt omschreven als enerverend, waarin de nodige incidenten hebben plaatsgevonden en de behandelmotivatie wisselend is geweest. De betrokkene bevindt zich daarom kortom nog in de beginfase van zijn klinische behandeling. Het risico op recidive wordt ingeschat als hoog. Gelet op deze risicotaxatie, de aanwezige psychosociale problematiek en de fase van de behandeling waarin de betrokkene zich bevindt, wordt geadviseerd de tbs-maatregel met voorwaarden met twee jaar te verlengen.
De deskundige, [reclasseringswerker 1], heeft bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting, namens Verslavingsreclassering GGZ, dit advies gehandhaafd en nader toegelicht. Het tbs-traject van de betrokkene verloopt moeizaam en feitelijk van incident naar incident. Dat maakte de behandeling binnen een tbs met voorwaarden wel lastig. Omdat behandeling van de psychiatrische problematiek van de betrokkene gewenst is, heeft de kliniek besloten de betrokkene opnieuw aan te melden bij de FPK Woenselse Poort voor een tweede behandelpoging. Op dit moment is nog niet bekend wanneer de betrokkene zal worden overgeplaatst.
3
Het advies van de psychiater
In het rapport van de psychiater, [psychiater], is samengevat onder meer het volgende opgenomen:
Bij de betrokkene is sprake van schizofrenie en een stoornis in het gebruik van cannabis en cocaïne, gedeeltelijk in remissie in een gecontroleerde omgeving.
Het recidiverisico op een geweldsdelict wordt binnen het huidige tbs-kader, in een gestructureerde 24-uurskliniek waar sprake is van medicatiegebruik en in beperkte mate middelengebruik, als matig ingeschat. Indien de tbs-maatregel zou worden beëindigd, wordt het risico op een geweldsdelict op de korte termijn als matig en op de langere termijn als hoog ingeschat, met name indien de betrokkene zijn medicatie staakt, terugvalt in middelengebruik en toenemend psychotisch wordt.
Het risicomanagement van de betrokkene is voornamelijk gericht op de behandeling van de psychotische stoornis en de verslavingsproblematiek. Er is momenteel sprake van passend risicomanagement, waarbij op de betrokkene wordt toegezien en zijn toestandsbeeld wordt gemonitord. Tevens wordt hem begeleiding en ondersteuning geboden. Met behulp van medicatie wordt getracht de psychotische symptomatologie zo goed mogelijk onder controle te houden en wordt gestreefd naar abstinentie van middelen.
De psychiater adviseert de tbs-maatregel met twee jaar te verlengen, omdat de behandeling van de betrokkene is gestagneerd en hij wordt aangemeld voor een tweede behandelpoging. De betrokkene staat daarmee feitelijk aan het begin van zijn behandeltraject.
4
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de termijn van de tbs-maatregel met voorwaarden met twee jaar.
5
Het standpunt van de betrokkene
De raadsman heeft namens de betrokkene verzocht de verlenging van de tbs-maatregel te beperken tot één jaar, zodat toezicht kan worden gehouden op het verloop van het tbs-traject van de betrokkene, nu er nog veel onduidelijkheid bestaat over het verdere verloop daarvan.
Overwegingen
De rechtbank kan zich verenigen met de conclusies van de reclassering en de psychiater en neemt deze over.
De rechtbank is, gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de termijn van de tbs-maatregel van de betrokkene vereist. Uit het advies van de psychiater blijkt dat bij betrokkene sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens en dat het risico op recidive bij beëindiging van de tbs-maatregel als matig wordt ingeschat en op langere termijn als hoog. Ook de reclassering schat het recidiverisico als hoog in. Het tbs-kader is daarom nog noodzakelijk om het recidiverisico te beperken.
Voor wat betreft de duur van de verlenging hanteert de rechtbank het volgende uitgangspunt. Wanneer aannemelijk is geworden dat het tbs-traject van de betrokkene meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de tbs-maatregel met een termijn van één jaar, moet de tbs-maatregel worden verlengd met een termijn van twee jaar.
De rechtbank ziet geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Uit het advies van de reclassering en de ter zitting door de deskundige gegeven toelichting volgt dat de behandeling van de betrokkene, mede vanwege in de kliniek voorgevallen incidenten, is gestagneerd en dat de betrokkene zal worden overgeplaatst naar de FPK Woenselse Poort voor een tweede behandelpoging. De betrokkene bevindt zich daarmee nog aan het begin van zijn tbs-traject en zal nog verschillende stappen moeten doorlopen, waarvoor naar verwachting meer tijd nodig is dan één jaar. De rechtbank zal de tbs-maatregel met voorwaarden daarom met twee jaar verlengen.
Beslissing
De rechtbank:
Wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden van [betrokkene] met twee jaar, onder handhaving van de voorwaarden als gesteld in het vonnis van 11 juni 2024.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Deze beslissing is gegeven door
mr. P. Hesselink, voorzitter,
mr. I.A.M. Tel en mr. S.H. Bouwers, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier, mr. D. Koppe,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 mei 2026.