Beslissing
De rechtbank:
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 5 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 6, 7 en 8 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat de onder 1, 2, 3, 4, 6, 7 en 8 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 WEKEN.
Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 15 WEKEN niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaar.
Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat:
de veroordeelde zich gedurende de proeftijd van twee jaar meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;
de veroordeelde zich gedurende de proeftijd laat behandelen door het Ambulant Centrum van Fivoor (ACF) of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken;
de veroordeelde gedurende de proeftijd meewerkt aan controle van het gebruik van drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd.
Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Beveelt dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.
Veroordeelt de verdachte tot het verrichten van 240 uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 120 dagen hechtenis.
Legt op de maatregel dat de veroordeelde voor de duur van drie jaar zich niet zal ophouden in de navolgende gebieden:
[adres 3] ;
[adres 4] ;
[adres 5] , voor zover het betreft het deel gelegen tussen de [straatnamen] .
Legt op de maatregel dat de veroordeelde voor de duur van drie jaar op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 2] ( [geboortedatum 2] ), [slachtoffer 6] ( [geboortedatum 3] ), [slachtoffer 7] ( [geboortedatum 4] ) en [slachtoffer 8] ( [geboortedatum 5] ).
Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan één van de maatregelen wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt zeven dagen voor iedere keer dat niet aan één van de maatregelen wordt voldaan, met een maximum van zes maanden.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.
Beveelt dat de opgelegde maatregelen, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade tot een bedrag van € 3.140,- bestaande uit € 140,- als vergoeding voor de materiële en € 3.000,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 juni 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.
Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 3.140,- bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 31 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 juni 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 6] geleden schade tot een bedrag van € 2.000,-, als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 april 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 6] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 6] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.000,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 april 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 7] geleden schade tot een bedrag van € 5.000,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 7] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.
Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 7] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 5.000,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 50 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. H. Bakker, voorzitter,
mr. A. Buiskool en mr. E.L. Hoogstraate, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.L. de Vries,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 juli 2026.
De tenlastelegging
Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
15-141242-23
1.
hij op of omstreeks 9 juni 2023 te Zandvoort, in elk geval in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in/nabij het oog, althans in het gezicht en/of in de bovenarm en/of in het (boven)lichaam van die [slachtoffer 1] heeft gestoken en/of gesneden en/of met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in zijn, verdachtes hand, heeft geslagen tegen/nabij het oog, althans het gezicht en/of tegen de bovenarm en/of tegen het (boven)lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2 .
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 juni 2023 tot en met 9 juni 2023 te Zandvoort, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een ander en/of anderen, te weten [slachtoffer 2] , (telkens)
door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander en/of derden, wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden,
te weten het vertrekken/verhuizen uit zijn woning [woonplaats] door naar de woning van voornoemde [slachtoffer 2] toe te gaan en/of handgeschreven briefjes in de brievenbus van de woning van die [slachtoffer 2] te stoppen met de volgende teksten:
- ‘ je hebt tot 1 juli om op te kankeren van het vak. Je hebt 80.000 euro gestolen van Turkse mensen word ook gestuurd ga nou anders oorlog! En/of
- jo pik ben nog flexibel is een paar keer ook wat gestolen op het kamp mensen hebben kleine kinderen. Ze lopen speed te snuiven waar kinderen bij zijn die zien het dus 1 juli eruit! Anders help ik je een handje en doe het nou! Zoek wat anders opkankeren! Plus dat andere verhaal! Kom 1 juli terug ben jij weg anders gaat het helemaal fout!
Terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
15-166923-23
3.
hij op of omstreeks 1 mei 2023 te Haarlem (voorgedraaide) joint(s) en/of wiet, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Coffeeshop [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
15-066474-25
4.
hij op of omstreeks 23 februari 2025 te Zandvoort in het besloten lokaal gelegen aan [adres 2] , bij coffeeshop [slachtoffer 4] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik meermalen wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 6 februari 2025 schriftelijk de toegang tot voornoemde coffeeshop ontzegd voor de duur van één jaar;
5.
hij op of omstreeks 23 februari 2025 te Zandvoort, in elk geval in Nederland [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 5] dreigend de woorden toe te voegen
- ' je laatste dagen zijn geteld' en/of
- ' je komt aan de beurt' en/of
- ' ik kom binnenkort terug met een bom en dan blaas ik hier alles op' althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
6.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 februari 2025 tot en met 26 juni 2025 te Haarlem, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 6] , door
- meermalen die [slachtoffer 6] briefjes en/of app-berichten en/of SMS-berichten te sturen en/of
- meermalen langs de woning van die [slachtoffer 6] te gaan en/of
- die [slachtoffer 6] indirect, via familieleden te benaderen
met het oogmerk die [slachtoffer 6] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
7.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2023 tot en met 26 juni 2025 te Haarlem, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 7] , door
- meermalen die [slachtoffer 7] briefjes te sturen en/of
- meermalen langs de woning van die [slachtoffer 7] te gaan en/of
- meermalen die [slachtoffer 7] aan te spreken en/of
- meermalen die [slachtoffer 7] indirect, via familieleden en haar (ex-) werkgever te benaderen
met het oogmerk die [slachtoffer 7] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
8.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 februari 2025 tot en met 26 juni 2025 te Haarlem [slachtoffer 8] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 8] (telkens) dreigend de woorden toe te voegen
- ' ik ga je zagen' terwijl hij, verdachte, daarbij een zagende handebweging maakte en/of
- ' jij gaat onder de grond', terwijl hij, verdachte, daarbij een handbeweging maakte al wijzend naar de grond en/of
- ' als je nog één keer naar de politie gaat steek ik je neer'
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of
- intimiderend in de nabijheid van die [slachtoffer 8] en/of diens werknemers en/of diens partner te verkeren.