Rechtbank Noord-Nederland, eerste aanleg - enkelvoudig bestuursrecht overig

ECLI:NL:RBNNE:2026:3296

Op 27 July 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van bestuursrecht overig, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is LEE 24/4964, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBNNE:2026:3296. De plaats van zitting was Groningen.

Soort procedure:
Zaaknummer(s):
LEE 24/4964
Datum uitspraak:
27 July 2026
Datum publicatie:
7 August 2026

Indicatie

Opiumwet. Sluiting woning voor drie maanden wegens professionele hennepkwekerij. Burgemeester bevoegd tot sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet. Sluiting geschikt, noodzakelijk en evenwichtig. Geen aanleiding voor waarschuwing of kortere sluitingsduur. Geen strijd met artikel 8 EVRM. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 24/4964

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 juli 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. A. Sarioglu),

en

De burgemeester van de gemeente Tytsjerksteradiel, de burgemeester

(gemachtigden: mr. A.R. Visser en R. van der Hoek).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de sluiting van eisers woning. De burgemeester heeft eisers woning voor drie maanden gesloten naar aanleiding van de vondst van 3.490 gram gedroogde hennep en een in werking zijnde hennepkwekerij in de woning. Volgens eiser had de burgemeester niet tot sluiting van de woning mogen overgaan, maar moeten volstaan met een minder ingrijpende maatregel. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de burgemeester de woning voor drie maanden heeft mogen sluiten.

1.1.

De rechtbank komt tot het oordeel dat de burgemeester bevoegd was om de woning te sluiten en dat hij in redelijkheid gebruik heeft mogen maken van die bevoegdheid. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

Procesverloop

2. Bij het primaire besluit van 5 juni 2024 heeft de burgemeester besloten de woning van eiser aan [adres] te [plaats] met ingang van 24 juni 2024 voor de duur van drie maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De woning is vervolgens gedurende deze periode gesloten geweest.

2.1.

Met het bestreden besluit van 7 november 2024 heeft de burgemeester het bezwaar van eiser tegen de sluiting van zijn woning ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd.

2.2.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De burgemeester heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

2.3.

De rechtbank heeft het beroep op 8 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser (met W. Hassoo als tolk) en de gemachtigde van eiser deelgenomen. Namens de burgemeester hebben zijn gemachtigden deelgenomen.

Overwegingen

Beoordeling door de rechtbank

Bevoegdheid

3. De burgemeester is op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Voetnoot 1) volgt dat als uitgangspunt geldt dat bij aanwezigheid van meer dan 0,5 gram harddrugs of 5,0 gram softdrugs, of vijf (hennep)planten (het criterium van het openbaar ministerie voor eigen gebruik) de aangetroffen hoeveelheid drugs in beginsel (mede) bestemd wordt geacht voor de verkoop, aflevering of verstrekking. De burgemeester heeft zich, naast de Opiumwet, gebaseerd op het 'Damoclesbeleid van de gemeente Tytsjerksteradiel'. Blijkens dit beleid volgt bij de kwalificatie van een 'ernstig geval' binnen het regime van softdrugs een sluiting voor de periode van drie maanden. Bij een eerste overtreding wordt in beginsel niet tot sluiting overgegaan, maar bij ernstige gevallen kan daarvan worden afgeweken (artikel 9b, eerste lid, van het Damoclesbeleid). Als een 'ernstig geval' geldt, volgens het beleid bij softdrugs, onder andere: als een hoeveelheid van minimaal 30 gram of minimaal 20 cannabis/hennepplanten wordt aangetroffen. (Voetnoot 2)

3.1.

In de bestuurlijke rapportage van de politie van 18 april 2024 staat dat op 7 april 2024 een bestuurder naar aanleiding van een verkeerscontrole werd aangehouden op verdenking van rijden onder invloed van verdovende middelen. Naar aanleiding van deze verkeerscontrole werd er een nader onderzoek ingesteld op [adres] te [plaats] (destijds het adres van eiser). In de woning zijn 3.490 gram gedroogde hennep en 32 hennepplanten aangetroffen. Dit wordt door eiser ook niet betwist. Deze hoeveelheid overschrijdt de door het Openbaar Ministerie gehanteerde gebruikershoeveelheid ruimschoots. De burgemeester heeft daarom mogen aannemen dat de aangetroffen hennep bestemd was voor verkoop, aflevering of verstrekking (Voetnoot 3), zodat de burgemeester in beginsel bevoegd is de woning te sluiten. Op grond van het Damoclesbeleid van de gemeente heeft de burgemeester kunnen afwijken van het beleid dat bij een eerste overtreding in beginsel niet tot een sluiting wordt overgegaan. Er is hier namelijk sprake van een ‘ernstig geval’.

Geschiktheid en noodzaak

4. Als de burgermeester bevoegd is om een woning te sluiten, is vervolgens de vraag of dit middel ook geschikt is en of het noodzakelijk is om de woning te sluiten. De burgemeester dient zich ervan te vergewissen dat de sluiting redelijkerwijs zal bijdragen aan het bereiken van de doelen die met een dergelijke sluiting worden gediend. Verder is van belang of de burgemeester met een minder ingrijpend middel dan een sluiting had kunnen en moeten volstaan omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. (Voetnoot 4) Bij de beoordeling of het noodzakelijk is om tot sluiting van de woning over te gaan zijn verschillende omstandigheden van belang. Bijvoorbeeld de aard en de hoeveelheid aangetroffen drugs en de daarmee mogelijk gepaard gaande risico’s op verdere criminaliteit, wat gevolgen heeft voor de veiligheid en de openbare orde in de omgeving. Ook is relevant of de drugs feitelijk in of vanuit de woning worden verhandeld en of de woning feitelijke bekendheid heeft als drugspand. Wanneer sprake is van toeloop, overlast of (gevoelens van) onveiligheid in de omgeving, kan het noodzakelijk zijn om die met sluiting van de woning ongedaan te maken. Sluiting van een woning kan noodzakelijk zijn als op grond van concrete feiten en omstandigheden aannemelijk is dat deze een rol vervult binnen de keten van drugshandel. Met de sluiting wordt de woning aan de keten van drugshandel onttrokken. (Voetnoot 5)

4.1.

Eiser heeft in dat kader aangevoerd dat er geen noodzaak was om de woning te sluiten. Eiser heeft geen strafblad, er was sprake van een eenmalige misstap. Hij stelt dat de hennepkwekerij door een derde was opgezet, dat geen sprake was van handel vanuit de woning en dat geen overlast is veroorzaakt. Er had daarom kunnen worden volstaan met een waarschuwing of last onder dwangsom.

4.2.

Naast de grote hoeveelheid hennep en de 32 planten zijn onder meer een kweektent, assimilatielampen, koolstoffilters, ventilatoren, droogrekken en een cannacutter aangetroffen. Verder blijkt uit de bestuurlijke rapportage dat sprake was van aanwijzingen voor eerdere oogsten en van een illegaal aangepaste elektriciteitsvoorziening, waardoor een brandgevaarlijke situatie was ontstaan. De mantel van de bedrading in de meterkast was door de hitte volledig versmolten. Deze omstandigheden wijzen op een professioneel en bedrijfsmatig karakter van de hennepteelt. Door de sluiting is de woning niet meer beschikbaar in de keten van de drugshandel en is er geen brandgevaarlijke situatie meer. Hiermee wordt een zichtbaar signaal afgegeven aan de buitenwereld dat er geen drugs meer aanwezig zijn in de woning en dat de burgemeester optreedt in dit soort gevallen. De burgemeester heeft daarom ook kunnen besluiten dat de door eiser geopperde minder verstrekkende maatregelen als een last onder dwangsom of een waarschuwing daartoe niet voldoende zijn.

4.3.

De burgemeester heeft gelet op deze omstandigheden overeenkomstig Damoclesbeleid mogen aannemen dat sprake was van een ernstig geval, waarvoor het beleid direct in een sluiting van drie maanden voorziet. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat de burgemeester nader had moeten motiveren waarom niet met een waarschuwing kon worden volstaan. Juist de combinatie van de zeer grote hoeveelheid hennep, de professionele inrichting van de kwekerij en de gevaarzetting door de illegale elektriciteitsaansluiting heeft de burgemeester voldoende mogen achten om sluiting van de woning noodzakelijk te achten. De rechtbank ziet in de aangevoerde omstandigheden ook geen aanleiding voor het oordeel dat de burgemeester had moeten volstaan met een kortere sluitingsduur.

4.4.

Dat eiser stelt dat sprake was van een eenmalige misstap, dat hij niet eerder met politie of justitie in aanraking is geweest en dat geen concreet recidivegevaar bestaat, leidt niet tot een ander oordeel. De burgemeester heeft daarbij mogen betrekken dat uit de bestuurlijke rapportage blijkt dat sprake was van aanwijzingen voor eerdere oogsten. Reeds daarom heeft de burgemeester zich niet op het standpunt hoeven stellen dat het risico op herhaling of voortzetting van de overtreding was uitgesloten. Dat eiser de hennepkwekerij naar eigen zeggen niet zelf heeft geëxploiteerd, maakt dit niet anders. Gelet op de ernst van de overtreding, heeft de burgemeester daaraan geen doorslaggevend gewicht hoeven toekennen.

4.5.

De rechtbank concludeert dat de burgemeester zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat sluiting geschikt en noodzakelijk was om de openbare orde te herstellen.

Evenwichtig

5. Als de burgemeester zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de sluiting van de woning geschikt en noodzakelijk is, komt vervolgens de vraag aan de orde of de sluiting ook evenwichtig is. Er moet evenwicht zijn tussen de bescherming van het algemeen belang, in dit geval de bescherming of het herstel van de openbare orde en de woon- en leefomgeving, en de te respecteren grondrechten van verzoeker. Of de sluiting evenwichtig is, hangt af van verschillende omstandigheden. De duur van de sluiting moet evenwichtig zijn, ook als de burgemeester daarin zijn eigen beleid heeft gevolgd. Of de sluiting evenwichtig is hangt ook af van de (mate van) verwijtbaarheid van de aangeschreven persoon, of er een bijzondere binding met de woning is en de mogelijkheid om weer van de woning gebruik te kunnen maken. De gevolgen van de sluiting worden afgewogen tegen de omstandigheden die maken dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk mocht vinden. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig. (Voetnoot 6)

5.1.

Eiser voert aan dat de sluiting van zijn woning onevenredig/onevenwichtig is. Als gevolg van de sluiting is eiser dakloos geworden. Volgens eiser is de sluiting daarom ook in strijd met artikel 8 van het EVRM.

5.2.

De rechtbank is van oordeel dat de sluiting van drie maanden niet onevenwichtig is. De rechtbank begrijpt dat de sluiting voor eiser ingrijpende gevolgen heeft gehad. Ter zitting heeft eiser toegelicht dat hij als gevolg van de sluiting enige tijd dakloos is geweest en achtereenvolgens op straat, in de nachtopvang en in de crisisopvang heeft verbleven. Inmiddels verblijft hij opnieuw in een opvangvoorziening. De rechtbank ziet dat deze situatie eiser nog steeds emotioneel raakt.

5.3.

Daartegenover staat het algemene belang bij het herstel en behoud van de openbare orde, dat de burgemeester voorstaat. Door de sluiting wordt de woning uit het criminele milieu onttrokken. Hiermee kunnen ook potentiële, openbare orde verstorende situaties, zoals bijvoorbeeld ripdeals of inbraken (gelet op de straatwaarde), worden voorkomen. Ook is op deze wijze geen sprake meer is van een brandgevaarlijke gevaarzettende situatie. Deze belangen heeft de burgemeester naar het oordeel van de rechtbank zwaarder mogen wegen.

5.4.

De burgemeester heeft deze gevolgen kenbaar in zijn belangenafweging betrokken. Daarbij heeft hij mogen betrekken dat geen sprake is van bijzondere medische omstandigheden of andere omstandigheden die maken dat sprake is van bijzondere binding met de woning. Er is ook geen sprake van aanwezigheid van minderjarige kinderen of andere gezinsleden. De burgemeester heeft in de besluitvorming betrokken dat voor eiser alternatieve opvang beschikbaar was, waaronder opvang bij familie en een crisisopvang. Dat eiser uiteindelijk niet bij familie heeft verbleven en het verblijf in de crisisopvang is beëindigd, maakt niet dat de burgemeester onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn woonbelang. Dat eiser zich niet kon vinden in de aangeboden opvang, omdat er daar volgens hem niet goed voor hem gezorgd werd en stelt dat de gemeente hem onvoldoende heeft begeleid, geeft de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel.

5.5.

Ook de omstandigheid dat eiser stelt dat hij de hennepkwekerij niet zelf heeft opgezet en dat sprake was van een eenmalige misstap, maakt de sluiting niet onevenredig. Hoewel deze omstandigheden - wat daar ook van zij - in het voordeel van eiser kunnen meewegen, heeft de burgemeester daaraan in dit geval geen doorslaggevend gewicht hoeven toekennen. Eiser heeft een derde toegang gegeven tot zijn woning en daarmee het risico aanvaard dat zijn woning voor een omvangrijke en professionele gevaarzettende hennepkwekerij werd gebruikt.

5.6.

De rechtbank is daarom van oordeel dat de burgemeester zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het belang van bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat in dit geval zwaarder weegt dan eisers belang bij het ongestoord gebruik van zijn woning. Van strijd met artikel 8 van het EVRM is daarom geen sprake. De rechtbank is van oordeel dat de sluiting niet onevenwichtig is. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. De burgemeester was bevoegd de woning voor drie maanden te sluiten en er is niet gebleken van strijd met het evenredigheidsbeginsel. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Ook krijgt hij geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Broere, rechter, in aanwezigheid van mr. K. Lenting, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoot

Voetnoot 1

Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 2 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1698.

Voetnoot 2

Artikel 9b. Indicatoren ernstig geval, Damoclesbeleid gemeente Tytsjerksteradiel | Lokale wet- en regelgeving.

Voetnoot 3

Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3265.

Voetnoot 4

Zie overweging 9.2 van de uitspraak van de Afdeling van 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285.

Voetnoot 5

Zie overweging 10.2 van de uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922.

Voetnoot 6

Zie de uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1910.