Rechtbank Noord-Nederland, eerste aanleg - enkelvoudig bestuursrecht overig
ECLI:NL:RBNNE:2026:3448
Op 31 July 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van bestuursrecht overig, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is 25.1794 en 25.1797, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBNNE:2026:3448.
Indicatie
Eiser vroeg in 2024 inzage in zijn dossier. De Raad wees deze verzoeken gedeeltelijk toe, maar verklaarde later de bezwaren niet-ontvankelijk omdat het geen besluiten zouden zijn. Eiser ging in beroep. In 2026 erkende de Raad dat het wel besluiten zijn, waardoor de beroepen gegrond zijn. Omdat eiser inmiddels inzage heeft gekregen, verklaart de rechtbank de bezwaren niet-ontvankelijk, vernietigt de besluiten en veroordeelt de Raad tot kostenvergoeding en terugbetaling van griffierecht.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
zaaknummers: LEE 25/1794 en LEE 25/1797
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 juli 2026 in de zaken tussen
[naam], uit [woonplaats], eiser,
Raad voor Rechtsbijstand, de Raad,
(gemachtigden: J.A.M. Dankers en H.J. Spiegelenberg).
Procesverloop
Procesverloop
1. Eiser heeft op 22 september 2024 (LEE 25/1794) en 4 november 2024 (LEE 25/1797) een verzoek om inzage van zijn dossier ingediend op grond van het Protocol gegevenswerking rechtzoekende (Protocol). De beide verzoeken hebben betrekking op verschillende periodes.
1.1.
Bij besluiten van 16 oktober 2024 (LEE 25/1794) en 23 december 2024 (LEE 25/1797) heeft de Raad op de verzoeken beslist.
1.2.
Eiser heeft op 22 november 2024 (LEE 25/1794) en 20 januari 2025 (LEE 25/1797) afzonderlijk bezwaar ingediend. Op 10 maart 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden en is de gemachtigde van eiser op (onder meer) beide bezwaren (telefonisch) gehoord.
1.3.
Bij afzonderlijke besluiten van 7 april 2025 heeft de Raad op beide bezwaren beslist en deze niet-ontvankelijk verklaard. De Raad stelt zich op het standpunt dat de in bezwaar aangevallen beslissingen geen besluiten zijn als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht. Het verzoek om een proceskostenvergoeding in bezwaar is afgewezen.
1.4.
Eiser heeft tegen de besluiten op bezwaar afzonderlijk beroep ingesteld. In beroep heeft zich geen gemachtigde namens eiser gesteld.
1.5.
De rechtbank heeft de beide beroepen op 7 juli 2026 gevoegd behandeld. Hieraan hebben de gemachtigden van de Raad deelgenomen. Eiser is niet verschenen. Het onderzoek ter zitting is gesloten.
Overwegingen
Beoordeling door de rechtbank
2. Bij brief van 24 juni 2026 heeft de Raad de rechtbank laten weten dat de Raad in beide zaken niet langer het standpunt handhaaft dat geen sprake is van een besluit. Daarmee is de dragende overweging van de bestreden besluiten weggevallen en erkent de Raad dat aan de bestreden besluiten een gebrek kleeft. Reeds hierom zijn de beroepen van eiser gegrond. Nu de Raad de bestreden besluiten niet heeft ingetrokken, zullen deze worden vernietigd. De (overige) beroepsgronden van eiser behoeven geen bespreking meer.
3. Het is de rechtbank ambtshalve bekend (Voetnoot 1) dat eiser op 24 november 2025 op zijn verzoek op grond van het Protocol inzage gekregen heeft in zijn dossier. Op het kantoor van de Raad heeft eiser alle aan hem verstrekte toevoegingen, bijbehorende declaraties en eventuele telefoonnotities kunnen inzien. Bij hiervoor aangehaald schrijven heeft de Raad ook nog een lijst met de nummers van de toevoegen bijgevoegd. Dat maakt dat eiser naar het oordeel van de rechtbank thans geen belang meer heeft bij zijn beide verzoeken en er aanleiding bestaat de bezwaren niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan procesbelang.
Conclusie en gevolgen
4. De beroepen zijn gegrond, nu de Raad erkent dat aan de bestreden besluiten een motiveringsgebrek kleeft. Nu de besluiten op bezwaar zullen worden vernietigd bestaat er aanleiding de Raad te veroordelen tot vergoeding van de door een professionele gemachtigde gemaakte kosten in bezwaar. Eiser heeft zich ten behoeve van de hoorzitting in beide zaken laten bijstaan door mr. J-A.J. Brahm. Omdat de door eiser gemaakte bezwaren door de Raad gelijktijdig zijn behandeld en de rechtsbijstand is verleend door dezelfde persoon en van wie de werkzaamheden in elk van de zaken nagenoeg identiek konden zijn, neemt de rechtbank samenhang aan voor de beide bezwaren. (Voetnoot 2) Om die reden zal een bedrag van € 647,- worden toegekend (1 punt voor het bijwonen van de hoorzitting, met een waarde per punt van € 647,- en een wegingsfactor 1). Omdat het procesbelang om opnieuw op de beide bezwaren van eiser te beslissen ontbreekt zal de rechtbank deze niet-ontvankelijk verklaren.
5. Omdat beide beroepen gegrond zijn moet de Raad het door eiser in beide beroepen betaalde griffierecht vergoeden. Voor het overige zijn er geen kosten die voor vergoeding in aanmerking komen.
Beslissing
Beslissing
verklaart de beide beroepen gegrond;
vernietigt de beide bestreden besluiten van 7 april 2025;
verklaart de bezwaren van 22 november 2024 en 20 januari 2025 niet-ontvankelijk;
veroordeelt de Raad tot betaling van € 647,- aan proceskosten in bezwaar aan eiser;
bepaalt dat de Raad het griffierecht in beide zaken van € 388,- (2x € 194,-) aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2026.
de griffier is verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Voetnoot
Voetnoot 1
ECLI:NL:RBNNE:2026:2334.
Voetnoot 2
Als bedoeld in artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht.