2.1.
In het pand aan [adres] te Groningen wordt een dagopvang voor daklozen uitgebaat door het Leger des Heils. Omdat deze locatie (inmiddels) te klein is voor het aantal daklozen en de huurovereenkomst tussen de eigenaar van het pand en het Leger des Heils per 31 december 2026 afloopt, is de Gemeente op zoek gegaan naar een andere locatie voor deze dagopvang.
2.2.
In een collegevoorstel ten behoeve van de vergadering van 4 november 2025 van het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente (hierna: het college) is hierover het volgende opgenomen:
‘Onderwerp Voorgenomen nieuwe locatie dagopvang
[…]
Voorgesteld collegebesluit
Het college besluit:
1. de Nieuwe Boteringestraat 28-30 aan te wijzen als potentiële nieuwe locatie voor de dagopvang;
2. het participatietraject zoals omschreven in dit collegevoorstel vast te stellen;
3. medio januari 2026 een besluit te nemen over de mogelijke inzet van de Nieuwe Boteringestraat 28-30 als nieuwe duurzame locatie voor de dagopvang, waarbij de inbreng van de omgeving is meegenomen;
4. de brief aan de raad over de voorgenomen nieuwe locatie voor de dagopvang vast te stellen.’
Kader
[…]
- Beleidskader Participatie
Mogelijke oplossingen
Wij stellen voor om de Nieuwe Boteringestraat 28-30 aan te wijzen als potentiële nieuwe locatie voor de dagopvang. Daarmee kan worden gestart niet een zorgvuldig en deugdelijk communicatie- en participatieproces volgens de leidraad ‘Realiseren voorzieningen voor kwetsbare groepen 2.0’. Hierdoor kunnen eventuele zorgen bij omwonenden vroegtijdig geadresseerd worden en kan er input worden opgehaald die als basis kan dienen voor een definitief collegebesluit. De inzet van de Nieuwe Boteringestraat 28-30 als duurzame locatie voor de dagopvang is in lijn met het beleid en de doelstellingen van het Gronings Actieplan dakloosheid (kenmerk [kenmerk] ) en creëert rust voor de bezoekers van de dagopvang.
Maatschappelijk draagvlak en participatie
Het is van cruciaal belang dat er zorgvuldig wordt gecommuniceerd met omwonenden en belanghebbenden in de omgeving van de Nieuwe Boteringestraat 28-30, mede gelet op het stigma van deze doelgroep. Het voorstel is om het gesprek met de omwonenden aan te gaan alvorens een definitief besluit genomen wordt. Dit beoogt de start te zijn van een zorgvuldig communicatietraject waarbij omwonenden stap voor stap meegenomen worden in de te realiseren plannen, terugkoppeling ontvangen op de door hen geleverd input en de eventuele acties en besluiten die daaruit voortkomen. Deze aanpak dient de omwonenden dusdanig te informeren dat onzekerheden waar mogelijk worden weggenomen, omwonenden zich gehoord voelen en onrust wordt voorkomen. Door de tijd te nemen om voorafgaand aan een definitief besluit met omwonenden in gesprek te gaan, kan er tijdig geanticipeerd worden op mogelijke knelpunten. Er kan dan in een vroeg stadium worden nagedacht over mogelijke oplossingen of aanvullende beheersmaatregelen. Wel is het van belang om hierbij vroegtijdig duidelijk te maken welke onderdelen openstaan voor participatie door omwonenden en belanghebbenden, en welke randvoorwaarden c.q. kaders (zoals de locatie, de doelgroep en de termijn) zijn vastgesteld door het college.
De locatie en de doelgroep staan in principe niet ter discussie, tenzij er zwaarwegende bezwaren zijn. Deze zijn in ons vooronderzoek echter niet naar voren gekomen. Doel is om omwonenden en belanghebbenden zorgvuldig
te informeren
over de komst van de geplande dagopvang aan de Nieuwe Boteringestraat 28-30 en hen uit te nodigen om
mee te denken
over die thema’s die voor hen van belang zijn.
Concreet betekent dit het volgende voor de invulling van het participatietraject. Het voorstel is om de omgeving, direct na instemming van uw college om de Nieuwe Boteringestraat 28-30 aan te wijzen als potentiële opvanglocatie, per brief op de hoogte te stellen van de voorgenomen plannen en hen uit te nodigen voor een informatiebijeenkomst in week 49. Omwonenden worden actief aangemoedigd zorgen en suggesties te delen. Het vooraf verzamelen van input van omwonenden en andere belanghebbenden stelt ons in staat om de informatieavond zo zorgvuldig mogelijk voor te bereiden en omwonenden aldaar terugkoppeling te kunnen geven. Naast terugkoppeling op vooraf aangegeven onderwerpen bieden we omwonenden de gelegenheid om in gesprek te gaan met de, bij deze informatiebijeenkomst aanwezige, betrokken ketenpartners en een brede vertegenwoordiging van de relevante afdelingen van onze gemeente (team Zorg & Veiligheid, OOV, etc.). Dit moment biedt kans om in gesprek te gaan met de omgeving over de voorwaarden waaronder de voorgenomen verhuizing van de dagopvang tot uitvoering kan worden gebracht.
Op basis van de opbrengsten uit de buurt wordt medio januari aan uw college gevraagd om een formeel collegebesluit te nemen over in de inzet van de Nieuwe Boteringestraat 28-30 als (langdurige) locatie voor de dagopvang. Wij vragen uw college dan ook om zwaarwegende belangen, eventuele bezwaren en haalbare suggesties van omwonenden mee te wegen in het definitieve besluit. Hierna zal een raadsbesluit worden gevraagd op de kredietaanvraag. In dit raadsbesluit zal ook een kredietaanvraag worden gedaan. Zie hiervoor de toelichting opgenomen onder financiële consequenties.’
2.3.
Op 4 november 2025 heeft een vergadering plaatsgevonden van het college. Tijdens die vergadering heeft het college het besluit genomen om de Nieuwe Boteringestraat 28-30 aan te wijzen als potentiële nieuwe locatie voor de dagopvang, zoals verder omschreven in voornoemd collegevoorstel.
2.4.
De omwonenden zijn woonachtig in de buurt van het pand aan de Nieuwe Boteringestraat 28-30. Bij brief van 4 november 2025 heeft de Gemeente hen geïnformeerd over het voornemen om de dagopvang aan [adres] te verplaatsen naar de Nieuwe Boteringestraat 28-30. In de brief die de Gemeente daarover naar de omwonenden heeft gestuurd, is onder meer geschreven:
‘De gemeente Groningen en het Leger des Heils zijn van plan om de bestaande dagopvang (nu gevestigd aan [adres] ) te verhuizen naar de Nieuwe Boteringestraat 28-30.
In deze brief informeren wij u over de achtergronden van dit plan. Half november ontvangt u een uitnodiging voor een informatiebijeenkomst. Deze bijeenkomst zal naar verwachting begin december plaatsvinden.
Waarom deze verhuizing?
De bestaande locatie aan [adres] is te klein, daarnaast loopt het huurcontract van het Leger des Heils af per 31 december 2026. Na een uitgebreide zoektocht naar een geschikt alternatief is de Nieuwe Boteringestraat 28-30 naar voren gekomen. Deze locatie biedt voldoende ruimte voor de dagopvang.
Wanneer komt de dagopvang?
Het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad moeten nog een definitief besluit nemen over de locatie. Daarna kan de verbouwing van het pand starten om het geschikt te maken voor de dagopvang. De verwachting is dat het pand eind 2026 in gebruik genomen kan worden.
Meedenken & contact
Wij willen graag met u in gesprek en nodigen u daarom uit om mee te denken over de verhuizing van de dagopvang. U kunt dit doen door uw aandachtspunten en suggesties met ons te delen door ze te mailen naar [mailadres 1] .
Wij baseren het programma van de informatiebijeenkomst daarop. U ontvangt op een later moment van ons een aparte uitnodiging voor de informatiebijeenkomst.
Ook wegen wij uw aandachtspunten en suggesties mee in het definitieve besluit van het college van burgemeester en wethouders. Het uitgangspunt hierbij is dat de locatie en de doelgroep niet ter discussie staan.’
2.5.
De Gemeente heeft vanwege het voornemen om de dagopvang naar de Nieuwe Boteringestraat 28-30 te verhuizen een website ontwikkeld met informatie over deze verhuizing. Daarop staat, althans stond, onder meer het volgende:
‘Op basis van de reacties uit de buurt neemt het college een definitief besluit over de verhuizing van de dagopvang.’
‘Het college neemt de opmerkingen mee bij het definitieve besluit.’
2.6.
Bij brief van 18 november 2025 zijn de omwonenden door de Gemeente uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst op 1 december 2025. Daarnaast is een aantal omwonenden uitgenodigd om op 25 november 2025 met de wethouder van de Gemeente in gesprek te gaan.
2.7.
In de omgeving van de Nieuwe Boteringestraat 28-30 is [bewonersorganisatie] actief. Deze bewonersorganisatie heeft op 18 november 2025 een brief gestuurd naar de Gemeente. Daarin heeft zij onder meer geschreven:
‘Over de wenselijkheid van een dagopvang aan de Nieuwe Boteringestraat zijn de meningen in onze buurt verdeeld: er zijn voor- en tegenstanders. Gezien die verdeeldheid nemen wij als
bewonersorganisatie geen standpunt in. De politiek is ervoor om knopen door te hakken. Wel hechten we aan een kwalitatief goed participatieproces. Vooral ook omdat de uitkomst daarvan belangrijk is voor de besluitvorming van de gemeente. Verder is voor het draagvlak essentieel dat geen twijfel mogelijk is over de democratische legitimatie van de locatiekeuze.
Ontbreken voorafgaande participatie over de locatiekeuze
Volgens de collegebrief is de gemeente al twee jaar met het Leger des Heils aan het zoeken
naar een alternatieve locatie voor [adres] .
Onze bewonersorganisatie en omwonenden zijn in tegenstelling tot de afspraken vastgelegd in de Leidraad ‘Realiseren voorzieningen voor kwetsbare groepen 2.0’ van 2020 (de Leidraad) niet vanaf het begin van dat proces betrokken. Zie daarover de toelichting op de Leidraad bij de stappen 2 en 3, blz. 9, en stap 6, blz. 10.
Gevolg hiervan is dat wij en omwonenden nu door de locatiekeuze zijn overvallen. Weliswaar
is volgens de collegebrief het besluit daarover nog niet definitief, maar in de bewonersbrief
staat dat deze keuze uitgangspunt van het participatieproces is. Wij kunnen hieruit niet anders
concluderen dan dat het van meet af aan niet de bedoeling is geweest onze bewonersorganisatie en betrokken bewoners overeenkomstig de Leidraad vanaf het begin bij de locatiewijziging te betrekken.
[…]
Wat fout is gegaan in het participatieproces m.b.t de locatiekeuze van de dagopvang kan niet meer met terugwerkende kracht worden goedgemaakt. Maar u kunt nog wel een duidelijk en overtuigend standpunt innemen over de democratische legitimatie daarvan. Daarom vragen wij u de voor bewoners, ons en, naar wij aannemen ook voor u, onverwachte invulling van de bestemming “Gemengd” aan een openbare politieke beraadslaging te onderwerpen en daarvoor de brief van B en W van 5 november 2025 op uw agenda te plaatsen.’
2.8.
Op voornoemde brief heeft de wethouder van de Gemeente onder meer als volgt gereageerd:
‘Na het collegebesluit van 4 november is het participatietraject gestart. De buurt is via een brief geïnformeerd over het voornemen om de dagopvang te verhuizen naar de Nieuwe Boteringestraat 28-30. In deze brief is ook de informatiebijeenkomst aangekondigd. Voorafgaand aan het voorgenomen besluit is al telefonisch contact geweest met direct omwonenden en heb ik op 3 november deelgenomen aan het bewonersoverleg om een toelichting te geven. De informatiebijeenkomst vindt plaats op maandag 1 december van 19.00 tot 21.00 uur in de Nieuwe Kerk. Naast collega’s uit verschillende directies zal ook het Leger des Heils aanwezig zijn om vragen te beantwoorden. Ik ben tijdens de bijeenkomst eveneens
aanwezig. Het programma van deze avond wordt samengesteld op basis van de vragen en zorgen die de afgelopen dagen via telefoon en e-mail zijn ontvangen. Vragen die tot aan
1 december binnenkomen, worden ook meegenomen.
Ook ná 1 december blijft er ruimte voor dialoog, met name over het thema veiligheid. Het gesprek stopt dus niet bij een definitief besluit. Bij een definitief besluit start juist een nieuwe fase van participatie. Zowel in de voorbereiding op de opening als tijdens de exploitatie willen wij de omgeving nauw blijven betrekken.’
2.9.
Op 21 november 2025 hebben de advocaten van de omwonenden een brief aan de Gemeente gestuurd. Daarin hebben zij onder meer geschreven:
‘Cliënten zijn overvallen door uw brieven. De door u voorgestelde informatiemomenten vinden op een te korte termijn plaats voor cliënten om zich deugdelijk te kunnen voorbereiden op het door u gewenste overleg. Ook zijn er tot op heden nog geen bescheiden gedeeld door de gemeente Groningen of het Leger des Heils op basis waarvan cliënten zich kunnen inlezen. Dat past niet bij een voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling die naar verwachting een grote impact zal hebben op het directe woon- en leefklimaat van cliënten.
Uw college en de gemeenteraad hebben voorschriften en beleidsregels gesteld over hoe de vereiste zorgvuldigheid in procedures zoals de onderhavige dient te worden ingevuld. Zo wijzen cliënten op de Participatieverordening gemeente Groningen 2025, waarin in artikel 3a — onder meer — is bepaald:
"Artikel 3a. Zorgplicht bestuursorgaan
Het bestuursorgaan zorgt ervoor dat:
a. Inwoners tijdig worden betrokken;
b. Inzichtelijk is hoe het proces van participatie eruitziet en welke vormen van participatie tijdens het proces mogelijk zijn;
c. De voor het proces van participatie benodigde stukken beschikbaar zijn voor de
deelnemers aan het participatieproces;
d. Tijdens het proces van participatie inzichtelijk is wat de stand van zaken is;
e. Het proces van participatie zorgvuldig verloopt;”
Cliënten menen dat de handelswijze van het college met betrekking tot de geplande informatiebijeenkomsten niet aan deze voorschriften voldoet.
Zo is de bijeenkomst van 25 november 2025 belegd op minder dan een week vanaf de dagtekening van de brief, waardoor van tijdige betrokkenheid geen sprake is, hetgeen ook heeft de gelden voor de bijeenkomst op 1 december 2025. Eveneens volgt niet uit de brief, noch uit gemeente.groningen.nl/dagopvang-nieuwe-boteringestraat, op welke wijze het participatieproces zal worden ingericht.
Voorts ontbreken tot op heden de voor de informatiebijeenkomst benodigde stukken. Met een
beroep op de Wet open overheid doen wij u hierdoor namens cliënten het verzoek om alle op
de dagopvang betrekking hebbende stukken te doen toekomen.
Gelet op het voorgaande, menen cliënten dat de gang van zaken omtrent de voorgenomen komst van de dagopvang aan de Nieuwe Boteringestraat tot op heden niet met de vereiste mate van zorgvuldigheid verloopt. In dat verband zien cliënten parallellen met de valse start van de komst van het AZC Eemsgolaan.
Graag verneem ik uiterlijk 25 november 2025 voor 12.00, bij voorkeur per e-mail ( [mailadres 2] ) van u of u bereid bent om de geplande informatieavonden uit te stellen behoeve van het zorgvuldige verloop van dit participatieproces en bij een nader te beleggen informatiebijeenkomst de op de zaak betrekking hebbende stukken tenminste vier weken van tevoren ter beschikking te stellen.
Voorts — subsidiair — zijn cliënten van oordeel dat de wijze waarop het proces tot op heden verlopen is, eveneens jegens hen onrechtmatig is. Immers houdt het college zich niet aan de bij de Participatieverordening gestelde voorschriften.’
2.10.
Bij brief van 25 november 2025 hebben de omwonenden die separaat waren uitgenodigd aan de Gemeente bericht dat zij niet aanwezig zullen zijn bij de bijeenkomst van diezelfde dag, omdat volgens hen geen sprake was van een tijdige uitnodiging en onvoldoende tijd en informatie is geboden voor de noodzakelijke voorbereiding. Diezelfde dag heeft de advocaat van de Gemeente namens de Gemeente gereageerd op de brief van de omwonenden van 21 november 2025 (r.o. 2.9.). Daarin heeft hij geschreven:
‘Tot mij heeft zich gewend de gemeente Groningen, met het verzoek om een reactie te geven op uw brief van 21 november 2025.
In uw brief verzoekt u aan te geven of de gemeente bereid is om de geplande informatieavonden uit te stellen. Het korte antwoord op uw vraag is dat de gemeente daartoe niet bereid is. De gemeente deelt niet uw opvatting dat uw cliënten zijn overvallen, noch dat de participatieprocedure — die overigens nog in de kinderschoenen staat — onzorgvuldig, laat staan: onrechtmatig is verlopen.
De gemeente heeft mij verzocht te reageren op uw brief, in de hoop dat de juridische discussie voorlopig gescheiden kan blijven van het participatietraject met de omwonenden. De gemeente hoopt aldus een open gedachtewisseling in het participatietraject te bevorderen door te voorkomen dat het van stonde af aan wordt gejuridiseerd.’
2.11.
De advocaten van partijen hebben nadien nader gecorrespondeerd over het verzetten van de informatiebijeenkomst van 1 december 2025 en de naleving van de Participatieverordening. De Gemeente is niet akkoord gegaan met het verzetten van deze informatiebijeenkomst.
2.12.
Op 1 december 2025 heeft de informatiebijeenkomst plaatsgevonden. Blijkens het gespreksverslag is tijdens die informatiebijeenkomst de volgende vraag gesteld door een omwonende en is daarop als volgt geantwoord door de projectleider van de Gemeente:
omwonende:
‘Kan naar aanleiding van deze avond tot een heroverweging worden besloten?’
de projectleider:
‘Het antwoord hierop is ja. Er is nog geen definitief besluit genomen.’
2.13.
De (juridisch adviseur van de) Gemeente heeft bij e-mail van 11 december 2025 de omwonenden bericht dat het verzoek gebaseerd op de Wet open overheid (hierna: Woo), gedaan bij brief van 21 november 2025, gelet op de omvang daarvan, niet voor 19 december 2025 kon worden afgerond. De juridisch adviseur heeft voorgesteld om drie deelbesluiten te nemen (uiterlijk 19 december 2025, eind januari 2026 en eind februari/begin maart 2026).
2.14.
De advocaten van de omwonenden hebben op 15 december 2025 nogmaals een brief gestuurd aan de advocaat van de Gemeente. Daarin is onder meer te lezen:
‘Tot op heden hebben cliënten echter geen informatie mogen ontvangen met betrekking tot de komst van de dagopvang, met uitzondering van hetgeen op de informatiebijeenkomst van
1 december jl. is gedeeld. Zij maken zich zorgen over de veiligheidssituatie rondom de dagopvang, temeer nu op de bijeenkomst is aangegeven in het panelgesprek dat het een illusie
is dat de huidige overlast kan worden weggenomen. Nu hierdoor blijkbaar reeds vaststaat dat
de komst van de dagopvang (ernstige) gevolgen heeft voor de directe omgeving van de dagopvang, is het belang van cliënten bij een daadwerkelijk kans tot geïnformeerde, georganiseerde en tijdige participatie des te groter.
In reactie op een Woo-verzoek (zaaknummer: [nummer] ) van cliënten heeft de gemeente Groningen laten weten dat de gevraagde documenten pas eind februari/begin maart 2026 geheel kunnen worden aangeleverd. Weliswaar wordt in deze reactie aangegeven dat met deelbesluiten kan worden gewerkt waardoor stukken gedeeltelijk eerder kunnen worden aangeleverd, maar ook daarmee komt de relevante informatie in zijn volledigheid simpelweg te laat voor cliënten om nog enige daadwerkelijk bijdrage te kunnen leveren aan het participatietraject. Dit temeer nu het college reeds heeft laten weten dat al op 13 januari 2026 een definitief besluit zal worden genomen.
Het moge hierdoor duidelijk zijn dat sprake is van een participatiegebrek, omdat het college hierdoor haar zorgplicht jegens cliënten schendt als bedoeld in artikel 3a, aanhef en onder a, b en c van de Participatieverordening gemeente Groningen 2025.
Cliënten verzoeken, en voor zover nodig sommeren zij, daarom middels deze brief de gemeente Groningen om het nemen van een definitief besluit over de komst van de dagopvang uit te stellen, totdat alle gevraagde informatie is gedeeld en tenminste vier weken daarna een bewonersbijeenkomst of andere participatiemogelijkheid is georganiseerd om te reageren op de plannen.’
2.15.
De Gemeente heeft op 17 december 2025 een brief gestuurd naar [bewonersorganisatie] , waarin onder meer is geschreven:
‘Binnen de participatieverordening kunnen keuzes worden gemaakt voor de mate van invloed en de rol van inwoners (zie Participatieverordening, artikel 4, lid 1, sub 2). Voor de locatie, doelgroep en termijn kiezen wij voor informeren en luisteren. Concreet betekent dit dat we de omwonenden en belanghebbenden hebben geïnformeerd over de voorgenomen verhuizing van de dagopvang - een verandering in de directe leefomgeving. Wij luisteren naar de vragen en zorgen van omwonenden en belanghebbenden, en maken kenbaar wat hiermee wordt gedaan. We nodigen de omwonenden en belanghebbenden uit om hun vragen en zorgen met ons te delen, en dragen zorg voor een zorgvuldige beantwoording.’
2.16.
Op diezelfde dag heeft de Gemeente ook een brief gestuurd naar de omwonenden. In die brief is te lezen:
‘In januari zal het college van B&W besluiten of de Nieuwe Boteringestraat 28-30 definitief als opvanglocatie aangewezen zal worden. Wij zien participatie als een doorlopend proces. We willen hierbij nogmaals benadrukken dat de locatie en de doelgroep niet ter discussie staan. Over de voorwaarden waaronder de voorgenomen verhuizing van de dagopvang kan plaatsvinden, vragen wij inwoners om mee te denken. Indien de Nieuwe Boteringestraat definitief wordt aangewezen als nieuwe locatie voor de dagopvang van het Leger des Heils, start een nieuwe fase van het participatieproces. Daarbij kiezen wij, voor de periode tussen besluitvorming en opening, voor de ‘Nieuwe Route’, een participatieve besluitvormingsmethode waarbij omwonenden binnen duidelijke kaders daadwerkelijk besluiten nemen over de wijze waarop de dagopvang in de wijk ingebed wordt.’
2.17.
Op 18 december 2025 heeft de Gemeente het eerste deelbesluit genomen op het Woo-verzoek. De Gemeente heeft gezocht naar de termen ‘collegebesluit’ en ‘memo’. Dit heeft 88 documenten opgeleverd. De Gemeente heeft een deel van die documenten vrijgegeven. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt.
2.18.
De advocaat van de Gemeente heeft bij brief van 19 december 2025 gereageerd op de brief van de omwonenden van 15 december 2025. In die brief heeft hij onder meer geschreven:
‘Als het college dus inderdaad op 13 januari beslist om verder te gaan met het project op deze locatie, dan is dat in werkelijkheid niet meer dan een stap in de richting van de daadwerkelijke realisatie, die nog van toekomstige omstandigheden en besluiten afhankelijk is. Het besluit betekent verder ook allerminst het einde van het nog lopende participatieproces. Wellicht dat u dat enigszins gerust kan stellen.
In uw brief komt u inhoudelijk terug op het punt dat gehandeld zou zijn in strijd met de participatieverordening, met name omdat nog niet alle informatie beschikbaar zou zijn. In dat verband doelt u dan specifiek op de in het Woo-verzoek bedoelde informatie. Graag doe ik een poging toe te lichten waarom dat niet het geval is.
Op grond van artikel 4, eerste lid, van de Participatieverordening bepaalt een bestuursorgaan voorafgaand aan de voorbereiding van (onder meer) een project óf en op welke manier bewonersparticipatie wordt toegepast. De participatieverordening verplicht dus op zichzelf niet tot participatie en bepaalt ook niet de scope daarvan. In de participatieaanpak kan het bestuursorgaan — als het besluit dat participatie inderdaad gewenst is — onder meer bepalen wat het doel en de intentie daarvan is. Dat heeft het college in dit geval gedaan. In de brief van 4 november 2025 is ondubbelzinnig duidelijk gemaakt dat “uitgangspunt hierbij is dat de locatie en de doelgroep niet ter discussie staan”.
Het college heeft besloten om wél in participatie te brengen hoe de inhuizing van deze doelgroep op deze locatie het best kan worden ingepast. Dáárover is het college het gesprek aangegaan met bewonersverenigingen en andere direct betrokken personen en instanties. Het college heeft alle informatie die in dát kader relevant is openbaar beschikbaar gesteld op de daartoe ingerichte website van de gemeente. Niet valt in te zien hoe de door u vertegenwoordigede cliënten tot nog toe gehinderd zijn in hun mogelijkheden om hun gedachten en zienswijzen te uiten over het voorwerp van de participatie.
Het voorgaande betekent dat het college niet zal ingaan op uw sommatie om zijn besluitvorming aan te houden.’
2.19.
In verband met de sneeuwval in de week van 5 januari 2026 is de geplande vergadering van woensdag 7 januari 2026 van de raadscommissie verzet naar woensdag 14 januari 2026. In verband daarmee wordt het voorstel ter definitieve besluitvorming om de dagopvang naar de Nieuwe Boteringestraat 28-30 te verhuizen behandeld op de vergadering van het college van 20 januari 2026.
Overwegingen
4.1.
De omwonenden stellen dat de Gemeente onrechtmatig jegens hen handelt door op 20 januari 2026 een definitief besluit te nemen over de verhuizing van de dagopvang naar de Nieuwe Boteringestraat 28-30 zonder de verplichtingen voortvloeiende uit de Participatieverordening (artikel 3a, artikel 4 lid 1 en 2, artikel 5 lid 1 en 2) in acht te nemen. Daardoor is eveneens sprake van een schending van de beginselen van zorgvuldigheid en fair play. Volgens de omwonenden heeft de Gemeente hen niet tijdig betrokken bij de plannen omtrent de voorgenomen verhuizing, beschikken zij niet over alle documenten, is de Gemeente niet transparant geweest over het (participatie)proces en verloopt het (participatie)proces niet zorgvuldig. De omwonenden stellen dat de Gemeente eerst de Participatieverordening moet naleven, in die zin dat zij (alle) beschikbare documenten aan de omwonenden moet verstrekken met betrekking tot de voorgenomen verhuizing van de dagopvang en de omwonenden van de Gemeente de gelegenheid krijgen om hun opvattingen te delen over de voorgenomen verhuizing, alvorens de Gemeente daarover (op 20 januari 2026) een definitief besluit neemt.
4.2.
De Gemeente betwist dat de omwonenden een spoedeisend belang hebben bij hun vordering. Volgens de Gemeente is het te nemen besluit van het college van 20 januari 2026 slechts een ‘intern’ besluit zonder rechtsgevolg en zonder praktische, feitelijke consequenties voor de omwonenden. Ook na het te nemen besluit kunnen de omwonenden volgens de Gemeente participeren op de manier die de Gemeente heeft vastgesteld. Verder betwist de Gemeente dat zij onrechtmatig handelt. Op grond van artikel 150 Gemeentewet en de Participatieverordening mag de Gemeente beslissen of en in welke mate omwonenden mogen participeren. Ten aanzien van de locatie, doelgroep en het tijdspad heeft de Gemeente vastgesteld dat er niet of nauwelijks marge bestaat voor de omwonenden om te participeren, zodat de Gemeente voor wat betreft de mate van invloed van participatie gekozen heeft voor ‘informeren en luisteren’ als genoemd in artikel 4 lid 1 onder 2a van de Participatieverordening. Binnen deze marge heeft de Gemeente zich gehouden aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 3a van de Verordening. Er bestaat volgens het aanvankelijke standpunt van de Gemeente daarom geen verplichting om de omwonenden stukken te verstrekken met betrekking tot de locatie, doelgroep en het tijdspad en er bestaat ook geen verplichting om de omwonenden de gelegenheid te geven om hun opvattingen over de voorgenomen verhuizing te delen, omdat de Gemeente niet heeft beslist dat de omwonenden invloed mogen uitoefenen (zoals meebeslissen) wat betreft de locatie, de doelgroep en het tijdspad. Ter zitting is namens de Gemeente aangegeven dat er wel stukken op de website gepubliceerd waren voorafgaand aan de informatiebijeenkomst.
4.3.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat zij bevoegd is om over onderhavige vordering te oordelen. Verder zijn de omwonenden ontvankelijkheid in hun vordering en hebben zij daarbij een spoedeisend belang. De voorzieningenrechter zal de vordering van de omwonenden (deels) toewijzen. Daartoe wordt als volgt overwogen.
De bevoegdheid van de rechter
4.4.
De bevoegdheid van de burgerlijke rechter wordt bepaald aan de hand van het recht waarop het gevorderde betrekking heeft. De omwonenden leggen aan hun vordering ten grondslag dat de Gemeente onrechtmatig jegens hen handelt (artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek, BW), zodat de voorzieningenrechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen.
Ontvankelijkheid omwonenden
4.5.
Partijen zijn het erover eens dat er geen alternatieve rechtsingang bestaat waar de omwonenden het verloop van het participatietraject aan de orde kunnen stellen, zodat de omwonenden hun geschil kunnen voorleggen aan de voorzieningenrechter als restrechter. De omwonenden zijn daarom ontvankelijk in hun vordering.
4.6.
De omwonenden stellen dat zij mogen participeren als het gaat om het te nemen besluit van de Gemeente omtrent de locatie, de doelgroep van de dagopvang en het tijdspad waarbinnen de verhuizing (eventueel) wordt gerealiseerd. Dat houdt volgens de omwonenden in dat de Gemeente hen daarover documenten moet verstrekken en de omwonenden de gelegenheid moet geven om hun opvattingen over de verhuizing met de Gemeente te delen. De voorzieningenrechter is met de omwonenden van oordeel dat zij dergelijke documenten moeten ontvangen en vervolgens hun opvattingen mogen delen voordat het college een definitief besluit neemt over de verhuizing naar de Nieuwe Boteringestraat 28-30, ook al betreft dat een besluit zonder (onmiddellijk intredend) gevolg. Het te nemen besluit van het college wordt door de Gemeente zelf omschreven als definitief besluit en is uiteindelijk, indien daartoe besloten wordt, naar het oordeel van de voorzieningenrechter gericht op feitelijke gevolgen, namelijk de verhuizing van de dagopvang eind dit jaar. De omwonenden dienen hun opvattingen voorafgaand aan het te nemen definitieve besluit over de verhuizing met de Gemeente (eventueel) te delen en niet pas – zoals de Gemeente opmerkelijk genoeg bepleit – vlak voordat de verhuizing daadwerkelijk plaatsvindt. Daarmee is een spoedeisend belang bij de vordering gegeven.
De vordering van de omwonenden
4.7.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat tussen partijen vaststaat dat de door de Gemeente per 1 mei 2025 vastgestelde Participatieverordening van toepassing is op de besluitvorming omtrent de voorgenomen verhuizing van de dagopvang van [adres] naar de Nieuwe Boteringestraat 28-30. Op grond van de artikelen 3a en 4 van de Participatieverordening dient de Gemeente voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, zoals voor de start van een proces voor de vaststelling van onder meer een visie, beleid, plan, activiteit, programma of project te bepalen óf en op welke manier inwonersparticipatie wordt toegepast. Het bestuursorgaan stelt - indien inwonersparticipatie wordt toegepast - met het oog hierop een participatieaanpak op. In de participatieaanpak kan het bestuursorgaan onder meer bepalen in welke mate kan worden geparticipeerd en welke vormen van participatie tijdens het proces mogelijk zijn, waarbij een keuze kan worden gemaakt tussen a) informeren en luisteren, b) mening vragen, c) advies vragen, d) samendoen en e) samen beslissen of een combinatie daarvan. (Voetnoot 1)
4.8.
De voorzieningenrechter is met de omwonenden van oordeel dat de Gemeente niet duidelijk is geweest in de mate waarin de omwonenden mogen participeren als het gaat om de locatie en doelgroep van de dagopvang en het tijdspad waarbinnen de voorgenomen verhuizing (eventueel) plaatsvindt. De Gemeente heeft op grond van artikel 4 van de Participatieverordening de verplichting om een participatieaanpak op te stellen waarin is omschreven in welke mate de omwonenden mogen participeren ten aanzien van de verschillende fases/onderdelen van de het project. Het is de voorzieningenrechter niet gebleken dat een dergelijke aanpak zoals voorgeschreven in de Participatieverordening is opgesteld. Laat staan dat de omwonenden deze participatieaanpak in november 2025 van de Gemeente hebben ontvangen.
In het collegevoorstel wordt zelfs niet verwezen naar de Participatieverordening, er zijn ook geen bewoordingen gebruikt die verwijzen naar deze verordening (bijvoorbeeld ‘informeren en luisteren’). Wel is verwezen naar een leidraad, maar die leidraad is niet bekend bij de omwonenden en is ook niet overgelegd door de Gemeente in deze procedure. Kennelijk is deze leidraad de voorloper van de Participatieverordening.
4.9.
In de (eerste) brief van de Gemeente aan de omwonenden van 4 november 2025 is de Gemeente niet helder geweest over de mate waarin de omwonenden mogen participeren. In die brief is weliswaar geschreven dat ‘het uitgangspunt is dat de locatie en de doelgroep niet ter discussie staan’, maar ook dat ‘aandachtspunten en suggesties van de omwonenden worden meegewogen in het definitieve besluit van het college van burgemeester en wethouders.’ Ook op de informatiewebsite van de Gemeente staat, of stond, zo hebben de omwonenden onweersproken aangevoerd, dat het college ‘op basis van de reacties uit de buurt een definitief besluit neemt over de verhuizing van de dagopvang’ en dat het college ‘de opmerkingen meeneemt bij het definitieve besluit’. Verder heeft de gemeente tijdens de informatiebijeenkomst op 1 december 2025 bevestigd dat naar aanleiding van die informatiebijeenkomst tot een heroverweging kan worden besloten.
4.10.
Ook de interne stukken van de Gemeente wekken de indruk dat de omwonenden in een verregaandere vorm mochten participeren dan de Gemeente thans bepleit. In de door de Gemeente geciteerde tekst van het collegebesluit van 4 november 2025 staat: ‘vast te stellen dat de bevindingen uit de participatie tot nu toe geen aanleiding geven om aan te nemen dat de dagopvang op die locatie niet verwezenlijkt kan worden.’ Verder is in het collegevoorstel van 4 november 2025 (r.o. 2.2.) te lezen dat het college heeft besloten om: ‘medio januari 2026 een besluit te nemen over de mogelijke inzet van de Nieuwe Boteringestraat 28-30 als nieuwe duurzame locatie voor de dagopvang, waarbij de inbreng van de omgeving is meegenomen’ en ‘Op basis van de opbrengsten uit de buurt wordt medio januari aan uw college gevraagd om een formeel collegebesluit te nemen over de inzet van de Nieuwe Boteringestraat 28-30 als (langdurige) locatie voor de dagopvang. Wij vragen uw college dan ook om zwaarwegende belangen, eventuele bezwaren en haalbare suggesties van omwonenden mee te nemen in het definitieve besluit.’ Ook voor het overige blinkt dit voorstel niet uit in duidelijkheid als het gaat om de mate waarin de omwonenden mogen participeren.
4.11.
De voorzieningenrechter is evenwel, anders dan de omwonenden lijken te stellen, van oordeel dat de Gemeente met het voorgaande geen toezegging heeft gedaan op basis waarvan de omwonenden er gerechtvaardigd op mochten vertrouwen dat zij invloed mogen uitoefenen op het besluit van de Gemeente omtrent de locatie, doelgroep en het tijdspad. De Gemeente is aanvankelijk niet duidelijk geweest over de mate van participatie, en heeft in zoverre niet zorgvuldig gehandeld, maar van een harde toezegging dat de omwonenden mogen participeren op voornoemde wijze en waaraan de omwonenden rechten mogen ontlenen, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake.
4.12.
De Gemeente heeft uiteindelijk in december 2025 (wel duidelijk) kenbaar gemaakt dat zij ter zake van de locatie, doelgroep en het tijdspad kiest voor een participatie in de vorm van ‘informeren en luisteren’. De Gemeente heeft in haar brief van 17 december 2025 nogmaals ondubbelzinnig het standpunt ingenomen dat de locatie, doelgroep en het tijdspad niet ter discussie staan en dat standpunt is nadien door de advocaat van de Gemeente herhaald. Die bevoegdheid om de participatie met betrekking tot de onderwerpen locatie, doelgroep en het tijdspad te beperken tot ‘informeren en luisteren’ heeft de Gemeente. De wetgever heeft met de wijziging van artikel 150 Gemeentewet bestuursorganen, in casu de Gemeente, immers de vergaande bevoegdheid gegeven om zelf te bepalen of en in welke mate omwonenden mogen participeren. Dat betekent in het onderhavige geval dat met betrekking tot deze drie onderwerpen, zoals de Gemeente aanvoert, de marge van participatie klein is. De Gemeente dient naar de omwonenden te luisteren, maar er bestaat geen verplichting om hen vergaande invloed te laten uitoefenen bij de besluitvorming omtrent de locatie, doelgroep en het tijdspad. De Gemeente dient, zoals ze zelf aangeeft, bij het nemen van het besluit wel rekening te houden met zwaarwegende belangen van omwonenden.
4.13.
Het voorgaande laat onverlet dat de Gemeente ook ten aanzien van de participatievorm ‘informeren en luisteren’ moet voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Participatieverordening. Dat betekent onder meer dat de Gemeente de stukken die nodig zijn om de omwonenden te infomeren over de locatie, doelgroep en het tijdspad, tijdig aan de omwonenden moet verstrekken (artikel 3 sub c van de Participatieverordening). Verder betekent ‘luisteren’ als bedoeld in artikel 4 van de Participatieverordening naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat omwonenden naar aanleiding van die stukken hun opvattingen over de locatie, doelgroep en het tijdspad mogen delen met de Gemeente.
4.14.
De omwonenden stellen dat de Gemeente aanvankelijk geen documenten heeft verstrekt, uiteindelijk naar aanleiding van het Woo-verzoek een aantal documenten zijn vrijgegeven, maar dat deze documenten onvoldoende zijn om hun opvattingen te kunnen delen. De Gemeente voert aan dat zij vanaf november 2025 documenten beschikbaar heeft gesteld op haar website, maar dat heeft zij niet nader aannemelijk gemaakt. Niet gebleken is dat de Gemeente van meet af aan de omwonenden informatie heeft verschaft waarmee zij de omwonenden heeft ‘geïnformeerd’ en naar aanleiding waarvan de omwonenden hun standpunt konden vormen waar de Gemeente naar dient te ‘luisteren’. De advocaten van de omwonenden hebben bij brief van 21 november 2025 ook te kennen gegeven dat er op dat moment nog geen bescheiden waren verstrekt.
4.15.
Hoewel de gang van zaken rond het verstrekken van stukken door de Gemeente onzorgvuldig is verlopen, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de omwonenden onvoldoende hebben onderbouwd dat de documenten die zij inmiddels op 18 december 2025 hebben ontvangen naar aanleiding van het Woo-verzoek onvoldoende zijn om te participeren op voornoemde wijze (‘informeren en luisteren’). De omwonenden stellen ter zitting dat zij over “Openbare Orde en Veiligheid (OOV)-adviezen” en (het gewijzigde) “Programma van Eisen” moeten beschikken, maar gesteld noch gebleken is dat deze documenten absoluut noodzakelijk zijn, in die zin dat de omwonenden zonder deze gegevens onvoldoende zijn geïnformeerd en geen opvattingen kunnen delen over de voorgenomen verhuizing naar de Nieuwe Boteringestraat 28-30. De voorzieningenrechter neemt daarbij in aanmerking dat de participatie van de omwonenden nog niet is afgerond en dat de Gemeente heeft toegezegd dat er met betrekking tot de veiligheid nog een participatieronde komt. Voorts wordt nog overwogen dat met betrekking tot het verstrekken van stukken en de (fictieve) weigering om stukken te verstrekken door de Gemeente de Woo bestuursrechtelijke rechtsbescherming biedt, inclusief een bestuursrechtelijke voorlopige voorziening. Een beslissing met betrekking tot het verstrekken van OOV-gegevens valt buiten het bestek van de onderhavige procedure. De voorzieningenrechter gaat er van uit dat de omwonenden thans over voldoende informatie beschikken om te kunnen participeren op de door de Gemeente vastgestelde wijze. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de Gemeente bovendien toegelicht dat er in totaal 19 locaties zijn bekeken, de locatie aan de Nieuwe Boteringestraat de enige locatie is die in aanmerking komt en – anders dan de omwonenden vrezen – de nieuwe locatie weliswaar groter is dan de locatie aan [adres] , maar dat slechts de begane grond van het pand aan de Nieuwe Boteringestraat 28 zal worden gebruikt voor de dagopvang. De bovenste verdiepingen van de Nieuwe Boteringestraat 28 en het gehele pand aan de Nieuwe Boteringestraat 30 zal een kantoorfunctie krijgen.
4.16.
Gelet op al het voorgaande heeft de Gemeente in strijd met de Participatieverordening gehandeld en daarmee is dit handelen onrechtmatig. De omwonenden dienen alsnog gelegenheid te krijgen hun opvattingen aan de Gemeente kenbaar te maken. De voorzieningenrechter zal daarom de Gemeente verbieden om het definitieve besluit over de komst van de dagopvang aan de Nieuwe Boteringestraat 28-30 (dat geagendeerd is voor de vergadering van 20 januari 2026) te nemen tot vier weken na heden, teneinde de omwonenden gedurende drie weken (tot 10 februari 2026) in de gelegenheid te stellen om over het voornemen schriftelijk hun opvattingen te delen, waarna de Gemeente een week (tot 17 februari 2026) de tijd heeft de reacties van omwonenden te verwerken. Dat betekent dat de Gemeente eerst op 17 februari 2026 definitief kan beslissen over de verhuizing van de dagopvang. Met betrekking tot deze voorgeschreven termijn en de wijze waarop de omwonenden alsnog hun opvattingen kunnen delen (schriftelijk) heeft de voorzieningenrechter enerzijds de grote gevolgen van de mogelijke verhuizing van de dagopvang voor omwonenden in aanmerking genomen en anderzijds de noodzaak van een tijdige realisatie van een dagopvang voor daklozen (waar dan ook). Aangenomen mag worden dat de Gemeente gedurende deze termijn de ingevolge artikel 4 van de Participatieverordening voorgeschreven participatieaanpak voor het verdere traject zal opstellen.
De voorzieningenrechter gaat er voorts vanuit dat de Gemeente aan de veroordeling zal voldoen en zal daarom aan de veroordeling geen dwangsom verbinden. Omdat de vordering van de omwonenden slechts in zoverre toewijsbaar is, wordt de primaire vordering op deze manier toegewezen en de subsidiaire en meer/meest subsidiaire vorderingen afgewezen.
4.17.
De Gemeente is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de omwonenden worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
148,04
- griffierecht
€
331,00
- salaris advocaat
€
1.107,00
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.764,04
Beslissing
5.1.
verbiedt de Gemeente het definitieve besluit te nemen over de komst van de dagopvang aan de Nieuwe Boteringestraat 28-30 tot 17 februari 2026, teneinde de omwonenden in de gelegenheid te stellen om over het voornemen schriftelijk hun opvattingen te delen en de Gemeente in staat te stellen deze opvattingen te verwerken, een en ander met inachtneming van hetgeen in rechtsoverweging 4.16. is overwogen,
5.2.
veroordeelt de Gemeente in de proceskosten van € 1.764,04, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als de Gemeente niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Griffioen en in het openbaar uitgesproken op19 januari 2026.
Bijlage: artikelen uit de Participatieverordening
‘Artikel 1. Onderwerp verordening
Deze verordening regelt de betrokkenheid van inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden bij de ontwikkeling - mede omvattend de voorbereiding, uitvoering en evaluatie - van gemeentelijk beleid en de rol van het college van burgemeester en wethouders, de gemeenteraad en de burgemeester in deze processen. Deze verordening is daarnaast van toepassing op de manier waarop de gemeente reageert op of ondersteuning biedt aan initiatieven van inwoners.
Artikel 3a. Zorgplicht bestuursorgaan
Het bestuursorgaan zorgt ervoor dat:
inwoners tijdig worden betrokken;
inzichtelijk is hoe het proces van participatie eruitziet en welke vormen van participatie tijdens het proces mogelijk zijn;
de voor het proces van participatie benodigde stukken beschikbaar zijn voor de deelnemers aan het participatieproces;
tijdens het proces van participatie inzichtelijk is wat de stand van zaken is;
het proces van participatie zorgvuldig verloopt;
duidelijk is waar inwoners terecht kunnen met vragen over het proces van participatie;
na afloop kenbaar is hoe het proces van participatie is verlopen, wat de uitkomsten waren en hoe deze uitkomsten een plaats hebben gekregen in de besluitvorming;
er toelichting is in begrijpelijke taal op zowel het vraagstuk als de wijze waarop inwoners bij het proces van participatie betrokken worden;
een representatieve groep inwoners betrokken wordt, waarbij er een inspanningsverplichting voor het betrekken van ondervertegenwoordigde groepen is.
Artikel 4. Participatieproces
1. Het bestuursorgaan bepaalt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, zoals voor de start van een proces voor de vaststelling van onder meer een visie, beleid, plan, activiteit, programma of project óf en op welke manier inwonersparticipatie wordt toegepast. Het bestuursorgaan stelt - indien inwonersparticipatie wordt toegepast - met het oog hierop een participatieaanpak op. In de participatieaanpak kan het bestuursorgaan onder meer over de volgende punten een besluit nemen:
1) het doel en de intentie van de participatie;
2) de mate van invloed van de participatie, waarbij een keuze wordt gemaakt uit:
a. informeren en luisteren;
b. mening vragen;
c. advies vragen;
d. samendoen;
e. samen beslissen
of een combinatie hiervan
3) de kernvragen, de beïnvloedingsruimte en/of de inhoudelijke, financiële en overige kaders voor de participatie;
4) de te betrekken doelgroepen, de wijze waarop verschillende groepen inwoners worden benaderd en de wijze waarop de deelnemers hun inbreng kunnen leveren;
5) de begrote kosten van het participatieproces;
6) de manier waarop de inbreng wordt teruggekoppeld.
2. Het bestuursorgaan maakt voor de start van het participatieproces het voornemen hiertoe bekend op de voor dat proces geschikte wijze.
3. Als het college de besluitvorming over beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college het plan op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.
4. Indien op basis van voortschrijdend inzicht blijkt dat het wenselijk is om de kaders bedoeld in het eerste lid onder 3 of de inrichting van het proces aan te passen, zorgt het bestuursorgaan ervoor dat deelnemers hierover zo snel mogelijk worden geïnformeerd.
Artikel 5. Besluitvorming participatieproces
1. Het bestuursorgaan vermeldt in de participatieaanpak en dus voorafgaand aan de start van het participatieproces, zoals bedoeld in artikel 4, lid 1 onder 2 a tot en met e van deze verordening, op welke wijze de gemeente zal omgaan met de uitkomsten van het participatieproces en op welke wijze de besluitvorming zal plaatsvinden en kiest daarbij uit de volgende mogelijkheden […]’