Procesverloop
PROCESGANG
Bij vonnis van deze rechtbank van 3 mei 2023 is de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van de schuldenaar.
Door de bewindvoerder, mevrouw [bewindvoerder] , is op 4 februari 2026 schriftelijk verslag uitgebracht ten aanzien van de beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
Op 25 maart 2026 heeft een verificatievergadering plaatsgevonden in de schuldsaneringsregeling van de schuldenaar.
De rechter-commissaris heeft vervolgens de voordracht gedaan de schuldsaneringsregeling te beëindigen.
De zaak is behandeld ter zitting van 8 mei 2026, alwaar de schuldenaar is verschenen, vergezeld door zijn beschermingsbewindvoerder de heer [beschermingsbewindvoerder] . Ook de bewindvoerder mevrouw [bewindvoerder] is verschenen.
Overwegingen
RECHTSOVERWEGINGEN
De rechtbank dient te beoordelen of de schuldenaar toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. Ingeval van een toerekenbare tekortkoming zal de rechtbank vervolgens beoordelen of dat tot beëindiging van de schuldsaneringsregelingen moet leiden onder onthouding van ‘de schone lei’.
Uit de verslagen van de bewindvoerder en het verhandelde ter zitting is onder meer het volgende gebleken.
Enkele maanden voorafgaande aan de uitspraak WSNP heeft de schuldenaar op zijn leefgeldrekening gelden ontvangen betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van zijn moeder. Het gaat om een bedrag van € 14.589,58. Hiervan heeft de schuldenaar een groot gedeelte contant opgenomen en uitgegeven. Het restant van de nalatenschap van bijna € 7.000,00 is op 29 september 2023 overgemaakt naar de beheerrekening bij de beschermingsbewindvoerder.
Ter zitting heeft de schuldenaar aangegeven dat hij al sinds 2016 beschermingsbewind heeft en dat zijn toenmalige beschermingsbewindvoerder hem had gezegd dat hij een deel van de erfenis zou mogen besteden aan onder meer (de inrichting van) zijn woning. De schuldenaar heeft voorts verklaard dat hij niet wist dat zijn handelen invloed kon hebben op de WSNP, en dat hij vertrouwde op het advies van zijn beschermingsbewindvoerder.
De huidige beschermingsbewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat de schuldenaar met de gelden vanuit de erfenis slechts uitgaven heeft gedaan die waren gericht op zijn toekomst alsmede andere noodzakelijke uitgaven. Van verkwisting is geen sprake geweest. De beschermingsbewindvoerder heeft voorts aangegeven dat het dossier van de schuldenaar een modeldossier is, en dat hij daar weinig werk aan heeft.
De bewindvoerder heeft ter zitting aangegeven dat de schuldenaar zich gedurende de looptijd van de WSNP keurig aan de regels en afspraken heeft gehouden. De bewindvoerder heeft voorts verklaard dat de schuldenaar graag tot een oplossing van het gerezen probleem wil komen, en dat hij een bedrag van € 3.000,00 wil aanbieden als een soort van afkoop. Dit bedrag staat op de beheerrekening en zal naar de boedelrekening worden overgemaakt. Gebleken is dat dit het maximale is wat de schuldenaar kan missen.
De rechtbank overweegt het volgende. Gelet op het gedrag van de schuldenaar gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling, op het feit dat de besteding van de erfenis in overleg is gegaan met de toenmalige beschermingsbewindvoerder, alsmede op het aangeboden afkoopbedrag, zal de rechtbank de schuldsaneringsregeling met ‘schone lei’ beëindigen.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder vaststellen. De vergoeding voor de bewindvoerder is berekend op € 5.456,51 (inclusief onkosten en omzetbelasting).
Voor zover actief aanwezig is, kan de bewindvoerder de vergoeding als salaris opnemen. Voor zover de kosten van het griffierecht ad € 820,00 voor het deponeren van de slotuitdelingslijst niet uit de boedel kunnen worden voldaan, komen deze ten laste van de Staat.
Ingevolge artikel 356 lid 2 van de Faillissementswet (Fw) zal de schuldsaneringsregeling van rechtswege geëindigd zijn, zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.
Alsdan zijn de vorderingen die vallen onder de werking van de schuldsaneringsregeling van de schuldenaar krachtens artikel 358 lid 1 Fw niet langer afdwingbaar.
Beslissing
BESLISSING
- verstaat dat de schuldsaneringsregeling van rechtswege zal zijn geëindigd zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden;
- stelt vast dat de schuldenaar niet is tekortgeschoten in de nakoming van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen;
- stelt het salaris voor de bewindvoerder, een en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezige actief tot een bedrag van maximaal € 5.456,51.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.P.D. Bal en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026 door mr. H.J. Idzenga, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.