Rechtbank Noord-Nederland, eerste aanleg - enkelvoudig insolventierecht

ECLI:NL:RBNNE:2026:2510

Op 23 April 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van insolventierecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is C/18/249129 / FT RK / 25/1112, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBNNE:2026:2510. De plaats van zitting was Assen.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
C/18/249129 / FT RK / 25/1112
Datum uitspraak:
23 April 2026
Datum publicatie:
30 June 2026
Verwijzingen:
Faillissementswet 287

Indicatie

Afwijzing toelatingsverzoek WSNP. Niet gestaakte buitenlandse onderneming. Zakelijke geldstromen op privérekening. Verzoek niet voldoende transparant.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie: Assen

zaaknummer: C/18/249129 / FT RK / 25/1112

vonnis van 23 april 2026

in de zaak van:

[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1944 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,verzoeker, hierna te noemen: [verzoeker] .

Procesverloop

PROCESGANG

[verzoeker] heeft op 14 oktober 2025 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot vaststelling van een dwangakkoord als bedoeld in artikel 287a van de Faillissementswet en tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp).

Bij vonnis van deze rechtbank van 22 december 2025 is het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord afgewezen.

Op 8 januari 2026 heeft [verzoeker] de rechtbank bericht zijn verzoek tot toelating tot de Wsnp te handhaven.

Het verzoekschrift tot toelating tot de Wsnp is behandeld ter zitting van 9 april 2026. Daarbij is [verzoeker] verschenen tezamen met zijn buurman, de heer [naam] , en zijn schuldhulpverlener, de heer [schuldhulpverlener] van de Gemeentelijke Kredietbank.

Overwegingen

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening 2015/848 van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van [verzoeker] in Nederland ligt.

Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen.

Gebleken is dat [verzoeker] in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden.

Op grond van artikel 288, eerste lid, aanhef en onder c Faillissementswet (Fw) wordt een verzoek tot toepassing van de Wsnp slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat dat de schuldenaar de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.

[verzoeker] heeft een schuldenlast van ruim € 410.000,00. Uit het verzoekschrift is verder gebleken dat [verzoeker] op dit moment beheerder is van een beleggingsfonds, te weten [bedrijf] B.V. In de eigen verklaring over het ontstaan van de schulden heeft [verzoeker] verklaard dat hij heeft geprobeerd om voor dit beleggingsfonds een aparte bankrekening te openen om de opbrengsten van de beleggingen te kunnen uitkeren aan de participanten. Omdat het bij verschillende banken niet is gelukt om hiervoor een bankrekening te openen heeft [verzoeker] de opbrengsten op zijn privérekening ontvangen. Uit de bij het verzoekschrift gevoegde bankrekeningen is gebleken dat [verzoeker] op 25 juli 2025 op zijn privérekening twee bedragen van € 6.394,95 en € 11.510,92 heeft ontvangen.

[verzoeker] heeft op de zitting verklaard dat hij bestuurder is van het beleggingsfonds. Volgens [verzoeker] worden hieruit geen inkomsten verkregen, maar gaat het puur om een beleggingsdoel. Door wet- en regelgeving lukt het [verzoeker] niet om zich als bestuurder terug te trekken uit de oudste onderneming. De forse bedragen die op de rekening zijn ontvangen, zijn bedoeld om door te betalen aan de investeerders. Hoewel het volgens [verzoeker] niet de bedoeling is dat er meer opbrengsten op zijn privérekening worden ontvangen, kan dit niet volledig worden uitgesloten nu de banken weigeren om hiervoor een bankrekening te openen.

De rechtbank is van oordeel dat het verzoek op dit moment te veel vragen oproept om het te kunnen toewijzen. De rechtbank overweegt dat [verzoeker] tot op heden bestuurdersactiviteiten verricht. De rechtbank stelt vast dat de privérekening van [verzoeker] nu kennelijk als beheerrekening ter beschikking wordt gesteld, waarop in ieder geval twee forse bedragen zijn ontvangen, die daar nu al ruim 8 maanden geparkeerd staan. Gelet op de geldstromen die via de rekening van [verzoeker] plaatsvinden, de gestelde bijzonderheid dat [verzoeker] niet van zijn bestuurderstaken af kan en het feit dat niet bekend is welke risico’s de bestuurdersactiviteiten met zich meebrengen, vindt de rechtbank het verzoek niet transparant genoeg. De rechtbank kan daarmee niet vaststellen dat de financiële situatie van [verzoeker] wat dat betreft stabiel genoeg is. De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen. [verzoeker] dient eerst orde op zaken te stellen, waarna het hem vrijstaat om een nieuw verzoek tot toelating tot de Wsnp in te dienen.

Beslissing

BESLISSING

De rechtbank:

- wijst het verzoek af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Idzenga en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier. (Voetnoot 1)

Voetnoot

Voetnoot 1

Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.