Rechtbank Noord-Nederland, eerste en enige aanleg insolventierecht

ECLI:NL:RBNNE:2026:2572

Op 8 May 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland een eerste en enige aanleg procedure behandeld op het gebied van insolventierecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is C/18/26/1133 R, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBNNE:2026:2572. De plaats van zitting was Leeuwarden.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
C/18/26/1133 R
Datum uitspraak:
8 May 2026
Datum publicatie:
2 July 2026
Verwijzingen:
Faillissementswet 288, Faillissementswet 349a

Indicatie

Toewijzing toelatingsverzoek Wsnp en eerdere ingangsdatum terwijl niet fulltime is gewerkt. Afgedragen middels loonbeslag met een foutieve beslagvrije voet waardoor evenveel is afgedragen wanneer wel fulltime zou worden gewerkt.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Nederland

Team Insolventie

Zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer: C/18/26/1133 R

Vonnis van 8 mei 2026

op het verzoek van

[verzoekster] ,

geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] ,

verzoeker, hierna te noemen [verzoekster] ,

tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Procesverloop

1
PROCESGANG
1.1.

[verzoekster] heeft op 6 maart 2026 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.

1.2.

Het verzoekschrift is behandeld ter zitting van 29 april 2026. Daarbij is [verzoekster] verschenen tezamen met de heer [schuldhulpverlener] , haar schuldhulpverlener van [schuldhulpbedrijf] en mevrouw [schuldhulpmaatje] , haar schuldhulpmaatje.

Overwegingen

2
RECHTSOVERWEGINGEN
2.1.

De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening 2015/848 van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van [verzoekster] in Nederland ligt.

2.2.

Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen.

2.3.

Gebleken is dat [verzoekster] in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat zij niet zal kunnen voortgaan met betaling van haar schulden. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.

2.4.

De Wsnp duurt in principe 18 maanden. Artikel 349a lid 1 Fw bepaalt dat de termijn van de schuldsaneringsregeling begint op de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, dan wel van de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling indien die eerder is gelegen.

2.5.

[verzoekster] heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum als bedoeld in artikel 349a lid 1 Fw, omdat zij 18 maanden (al dan niet door middel van beslag) heeft afgedragen. De afdrachten zijn met stukken, waaronder berekeningen van het vrij te laten bedrag, onderbouwd. De rechtbank ziet aanleiding om de ingangsdatum te bepalen op 18 maanden voor de datum van deze uitspraak. Hoewel [verzoekster] niet volledig heeft gewerkt zonder dat daar een medische reden aan ten grondslag lag, is dat in beginsel een reden om geen eerdere ingangsdatum te hanteren omdat er niet maximaal is afgedragen ten behoeve van de schuldeisers. In dit specifieke geval is echter gebleken dat er gedurende de periode vanaf juni 2024 loonbeslag is geweest, en dat als gevolg van een achteraf gezien onjuiste berekening van de beslagvrije voet door [verzoekster] feitelijk evenveel is afgedragen als in een situatie waarin zij een salaris zou hebben genoten op basis van een volledig dienstverband. Onder deze bijzondere omstandigheden zal de rechtbank in dit geval afwijken van het hierboven geformuleerde beginsel en de ingangsdatum van de Wsnp vaststellen op 7 november 2024.

De looptijd van de Wsnp-regeling van [verzoekster] is veel eerder ingegaan dan de datum van dit vonnis, echter de bewindvoerder kan nu pas starten met zijn taken. Daarom verlengt de rechtbank de formele looptijd van de Wsnp-regeling met zes maanden. Dat gebeurt op grond van de verlengingsbevoegdheid in artikel 349a lid 1 Fw, want als uitgangspunt wordt gehanteerd dat zes maanden een redelijke termijn is voor de bewindvoerder om zijn taken uit te voeren. Daardoor duurt de Wsnp-regeling nog zes maanden vanaf de datum van dit vonnis. [verzoekster] is gedurende de resterende periode van de Wsnp-regeling ontheven van de verplichting tot afdracht aan de boedel (artikel 295 Fw) en van zijn inspanningsverplichting (artikel 288 Fw). De medewerkings- en informatieplichten van de schuldenaar jegens de bewindvoerder (art. 327 Fw in verbinding met art. 105-105a Fw) gelden wel gedurende deze laatste maanden van de Wsnp-regeling.

BESLISSING

De rechtbank:

2.6.

spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoekster] ,

geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] ,

2.7.

stelt de termijn van de regeling vast op 18 maanden te rekenen vanaf 7 november 2024 en verlengt de termijn van deze regeling met zes maanden. Zodat deze loopt tot 7 november 2026 en ontheft [verzoekster] gedurende die periode van haar sollicitatie- en afdrachtplicht.

2.8.

benoemt tot rechter-commissaris mr. H.J. Idzenga,

en tot bewindvoerder [bewindvoerder] ,

gevestigd te [adres] ;

2.9.

geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenares gerichte brieven en telegrammen.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.J. Klijn en in het openbaar uitgesproken op

8 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.