Rechtbank Noord-Nederland, eerste en enige aanleg insolventierecht

ECLI:NL:RBNNE:2026:2577

Op 26 May 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland een eerste en enige aanleg procedure behandeld op het gebied van insolventierecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is F.18/24/379 F en C/18/26/1161 R, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBNNE:2026:2577. De plaats van zitting was Leeuwarden.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
F.18/24/379 F en C/18/26/1161 R
Datum uitspraak:
26 May 2026
Datum publicatie:
2 July 2026
Verwijzingen:
Faillissementswet 349a

Indicatie

Omzettingsverzoek faillissement naar Wsnp, eerdere ingangsdatum.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie: Leeuwarden

zaaknummer: F.18/24/379 F en C/18/26/1161 R

vonnis van 26 mei 2026

in de zaak van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

handelend onder de naam [bedrijf], gevestigd [adres],

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [nummer],

hierna te noemen: [verzoeker].

Procesverloop

PROCESGANG

Het faillissement van [verzoeker] is op 10 december 2024 op eigen aangifte uitgesproken

met benoeming van mr. H.J. Idzenga tot rechter-commissaris en mr. R. Bremer en

mr. R.J. Duursma, advocaten te Leeuwarden, tot curatoren.

Op 9 maart 2026 heeft [verzoeker] en verzoekschrift ingediend tot opheffing van zijn faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de wettelijke schuldsaneringsregeling (hierna: Wsnp).

Op 10 maart 2026 heeft de curator advies uitgebracht over het omzettingsverzoek.

Het verzoek is behandeld op zitting van 20 mei 2026. Op zitting is [verzoeker] verschenen tezamen met zijn schuldhulpverlener de heer [schuldhulpverlener] namens [schuldhulpbedrijf] en curator mr. Duursma namens TRIP.

Overwegingen

RECHTSOVERWEGINGEN

In bepaalde gevallen kan een faillissement op verzoek van de schuldenaar worden opgeheven, terwijl gelijktijdig de toepassing van de WSNP wordt uitgesproken (artikel 15b Fw). Deze ‘omzetting’ is onder andere mogelijk wanneer het faillissement op eigen verzoek werd uitgesproken. Voorwaarde voor omzetting is dat in het faillissement nog geen verificatievergadering heeft plaatsgevonden. Ten slotte dient te worden voldaan aan de gebruikelijke toelatingseisen voor de WSNP.

Het verzoekschrift van [verzoeker] voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Er is geen grond gebleken voor afwijzing van het verzoek. De rechtbank zal het faillissement opheffen onder het gelijktijdig uitspreken van de wettelijke schuldsaneringsregeling ten aanzien van de schuldenaar.

De Wsnp duurt in principe 18 maanden. Artikel 349a lid 1 Fw bepaalt dat de termijn van de schuldsaneringsregeling begint op de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, dan wel van de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling indien die eerder is gelegen.

[verzoeker] heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum als bedoeld in artikel 349a lid 1 Fw, omdat hij 7 maanden heeft afgedragen. De afdrachten zijn met stukken, waaronder berekeningen van het vrij te laten bedrag, onderbouwd. De rechtbank ziet daarom aanleiding om de ingangsdatum te bepalen op 7 maanden voorafgaand aan dit vonnis.

De rechtbank zal het bedrag van de faillissementskosten en het salaris van de curator bij afzonderlijke beschikking vaststellen.

Beslissing

BESLISSING

De rechtbank:

- beveelt de opheffing van bovenvermeld faillissement;

- stelt het salaris en de verschotten van de curator vast bij afzonderlijke beschikking;

- spreekt de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van

[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats], wonende te [adres] en stelt de termijn van de regeling vast op 18 maanden te rekenen vanaf 25 oktober 2025 waardoor deze termijn eindigt op 25 april 2027;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. H.J. Idzenga en tot bewindvoerder [bewindvoerder]

gevestigd te [adres], telefoon: [telefoonnummer];

- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.P. Hoekstra en in het openbaar uitgesproken op

26 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.