Rechtbank Noord-Nederland, voorlopige voorziening insolventierecht

ECLI:NL:RBNNE:2026:2588

Op 25 June 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland een voorlopige voorziening procedure behandeld op het gebied van insolventierecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is NL:TZ:2606345:R-RK, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBNNE:2026:2588. De plaats van zitting was Groningen.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
NL:TZ:2606345:R-RK
Datum uitspraak:
25 June 2026
Datum publicatie:
2 July 2026
Verwijzingen:
Faillissementswet 287b

Indicatie

Verlenging moratorium met twee maanden na eerder afgegeven moratorium voor twee maanden. Voldaan aan voorwaarden tussenvonnis. Onduidelijkheid over stabiliteit inkomen uit eigen onderneming.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Nederland

Team Insolventie

Zittingsplaats Groningen

Rekestnummer: NL:TZ:2606345:R-RK

Uitspraak van 25 juni 2026

In de zaak van

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] ,

verzoeker, hierna te noemen: [verzoeker] ,

tegen

Stichting Actium,

gevestigd en kantoorhoudende te Assen,

gemachtigde: Agin Pranger,

hierna te noemen: Stichting Actium,

tot het treffen van een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b lid 1 Faillissementswet (Fw).

Samenvatting

[verzoeker] heeft verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De rechtbank wijst het verzoek toe.

1
De procedure
1.1

De procedure bestaat uit:

- het verzoek voorlopige voorziening op grond van artikel 287b lid 1 van de Fw inclusief bijlagen, waaronder het ontruimingsvonnis van 10 februari 2026 en het exploot van 20 februari 2026 waarin de ontruiming is aangezegd tegen 18 maart 2026, ingediend samen met een verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling;

- het tussenvonnis van de rechtbank van 16 maart 2026, waarbij de aangezegde ontruiming (voorlopig) is verboden onder de voorwaarde dat de lopende verplichtingen door [verzoeker] worden nagekomen;

- het tussenvonnis van de rechtbank van 15 maanden 2026, waarbij de voorlopige voorziening ex artikel 287b lid 1 Fw tot 1 juli 2026 is verlengd;

- de zitting van donderdag 18 juni 2026, waarbij aanwezig waren:

- de heer [verzoeker] , voornoemd;

- mevrouw [schuldhulpverlener van schuldhulpbedrijf] .

1.2

De uitspraak is bepaald op vandaag.

2
Het verzoek
2.1

[verzoeker] verzoekt de rechtbank om Stichting Actium te verbieden over te gaan tot de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis van 10 februari 2026. [verzoeker] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat hij probeert tot een minnelijke schuldregeling met zijn schuldeisers te komen.

3
Het verweer
3.1

Stichting Actium stelt zich op het standpunt dat het verzoek van [verzoeker] dient te worden afgewezen.

4
Het tussenvonnis van 15 mei 2026
4.1

Bij tussenvonnis van 15 mei 2026 rechtbank heeft het moratoriumverzoek toegewezen en voorlopig tot 1 juli 2026 verlengd. De rechtbank heeft in haar beslissing overwogen dat de huur van de afgelopen periode weliswaar tijdig en volledig is voldaan, maar ook dat er niet voldoende duidelijkheid is over de financiële stabiliteit van [verzoeker] . Daarom is [verzoeker] tot 11 juni 2026 in de gelegenheid gesteld om aan te tonen dat hij hulp krijgt bij zijn financiën alsmede dat zijn financiële situatie stabiel is.

4.2

De rechtbank heeft op 15 juni 2026 bericht van de schuldhulpverlener ontvangen, waaruit blijkt dat zij van het schuldhulpmaatje van [verzoeker] heeft vernomen dat op basis van de huidige inkomstensituatie de schulden naar verwachting binnen 36 maanden kunnen worden voldaan via betalingsregelingen. Op de ochtend van de zitting is een budgetplan verstrekt, waaruit blijkt dat [verzoeker] maandelijks € 1.146,10 voor zijn schuldeisers kan reserveren.

Overwegingen

5
De beoordeling
5.1

Nu [verzoeker] heeft aangetoond dat zijn financiële situatie is gestabiliseerd, zal de rechtbank het verzoek toewijzen. Door de toewijzing van het verzoek is Stichting Actium tot en met 16 september 2026 niet bevoegd om de door [verzoeker] gehuurde woning vanwege de huidige huurachterstand te ontruimen. Wel geldt de uitdrukkelijke voorwaarde dat de huur door [verzoeker] steeds tijdig en volledig wordt voldaan. Als [verzoeker] hier niet aan voldoet, kan Stichting Actium de ontruiming opnieuw aanzeggen.

5.2

Op het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling zal nu nog niet worden beslist. De mondelinge behandeling van dit verzoek zal plaatsvinden op een nader te bepalen datum en tijdstip.

5.3

Als [verzoeker] tijdens de looptijd van dit moratorium een minnelijke schuldregeling met zijn schuldeisers tot stand brengt, moet hij dit uiterlijk vier weken voor het aflopen van de voorziening aan de rechtbank melden en daarbij het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling intrekken. Indien er geen minnelijke schuldregeling tot stand wordt gebracht en het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling vervolgens behandeling behoeft, dient dit ook uiterlijk vier weken voor het aflopen van de voorziening aan de rechtbank te worden gemeld.

Beslissing

6
De beslissing

De rechtbank:

6.1

schorst de tenuitvoerlegging van het op 10 februari 2026 door de kantonrechter van de rechtbank Assen gewezen vonnis tot ontruiming van de woning aan het adres [adres] voor de duur van deze voorziening en verlengt de huurovereenkomst zoals deze tussen partijen bestaat of bestond voor de duur van deze voorziening;

6.2

bepaalt dat deze voorziening slechts geldt onder de voorwaarde dat de periodiek

verschuldigde huurtermijnen tijdig zullen worden voldaan;

6.3

bepaalt dat de genoemde voorziening geldt voor de duur van maximaal zes maanden met ingang van 16 maart 2026;

6.4

bepaalt dat de voorziening in elk geval vervalt op het moment dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt ingetrokken, dan wel dat een beslissing daarop in kracht van gewijsde is gegaan;

6.5

bepaalt dat [schuldhulpbedrijf] , die namens [verzoeker] de buitengerechtelijke schuldregeling uitvoert, uiterlijk vier weken voor het aflopen van de voorziening verslag uitbrengt als bedoeld in artikel 287b lid 6 Fw.

Dit is de beslissing van mr. M.C. Groenewegen, rechter, bijgestaan door de griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.