[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 11 mei 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.F. Klunder, advocaat te Heerenveen.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H. Mous.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij in de periode van 2 februari 2023 tot en met 3 februari 2023 te Haulerwijk, gemeente Ooststellingwerf tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meetaparatuur, en
een zaagmachine, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak/verbreking;
2
hij in de periode van 26 januari 2023 tot en met 27 januari 2023 te Surhuisterveen, gemeente
Achtkarspelen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, 300 liter diesel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 2] , in
elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak/verbreking;
3
hij in de periode van 26 januari 2023 tot en met 27 januari 2023 te Harkema, gemeente Achtkarspelen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om goederen uit een bedrijfspand gelegen aan [adres] , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak/verbreking met een of meer van zijn mededaders, althans alleen,
zich naar het pand van die [slachtoffer 1] heeft begeven, en
een deur van het pand heeft geforceerd door het slot te verbreken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4
hij in de periode van 20 januari 2023 tot en met 27 januari 2023 te Harkema, gemeente Achtkarspelen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een slijpmachine,
slagmoersleutels,
boormachines,
schroefmachines,
accu's, en
acculaders,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak/verbreking;
5
hij op of omstreeks 2 februari 2023 te Grootegast, gemeente Westerkwartier tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
gereedschap, en
een kruiwagen,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak/verbreking;
6
hij in de periode van 1 februari 2023 tot en met 2 februari 2023 te Grootegast, gemeente Westerkwartier tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een laserliner,
een sleutel,
meerdere velgen, en
meerdere banden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 3]
, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)
toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak/verbreking;
7
hij op of omstreeks 3 februari 2023 te Haulerwijk, gemeente Ooststellingwerf tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om goederen uit een bedrijfspand gelegen aan [adres] , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak/verbreking met een of meer van zijn mededaders, althans alleen,
zich naar het pand van die [bedrijf 4] heeft begeven, en
een deur van het pand heeft geforceerd door het slot te verbreken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
8
hij in de periode van 25 januari 2023 tot en met 27 januari 2023 te Harkema, gemeente Achtkarspelen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
boormachine,
1200 liter diesel,
een zaag,
een accu,
kettingzaagmachines,
haakse slijper,
kettingzagen,
acculaders,
luchtafzuiger,
een aftakas, en
een kruiwagen,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak/verbreking;
9
hij op of omstreeks 3 februari 2023 te Haulerwijk, gemeente Ooststellingwerf tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een portemonnee met 100,00 contant geld,
een trilmachine,
een compressor, en
een laser,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak/verbreking.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd van feit 2 en vrijspraak gevorderd van de feiten 1, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van de feiten 1, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en
9. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met daarbij de opmerking dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van de hoeveelheid diesel (300
liter) die bij de diefstal zou zijn weggenomen.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak feiten 1, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9
Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat deze feiten niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.
Veroordeling feit 2
De rechtbank acht feit 2 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 mei 2026;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 27 januari 2023, opgenomen op pagina 28 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2023024621 d.d. 11 mei 2023, inhoudend de verklaring van [naam] ;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 28 maart 2023, opgenomen op pagina 158 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van verdachte [medeverdachte] .
Overweging hoeveelheid weggenomen diesel
Met de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat op basis van het dossier niet is vast komen te staan dat bij de diefstal 300 liter diesel uit de vrachtauto is weggenomen. De rechtbank gaat uit van de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] dat hij samen met verdachte 3 jerrycans met 25 liter diesel en 2 jerrycans met 15 liter diesel heeft weggenomen uit de vrachtauto van aangever. Het voorgaande brengt met zich dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte samen met de medeverdachte 105 liter diesel heeft weggenomen. Verdachte zal van het overige gedeelte partieel worden vrijgesproken.
Overwegingen
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van feit 2 wordt veroordeeld tot een taakstraf van 50 uren.
Standpunt van de verdediging
Indien de rechtbank komt tot strafoplegging heeft de raadsvrouw bepleit om rekening te houden met de positieve ontwikkeling die verdachte heeft doorgemaakt, de overschrijding van de redelijke termijn en zijn huidige persoonlijke omstandigheden. Verdachte is abstinent van middelen en heeft een stabiel leven.
Oordeel van de rechtbank
Algemeen
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het reclasseringsrapport van 16 februari 2026, het uittreksel uit de justitiële documentatie van 20 april 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
Ernst van het feit
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich in de periode van 26 januari 2023 tot en met 27 januari 2023 samen met de medeverdachte schuldig gemaakt aan gekwalificeerde diefstal van 105 liter diesel uit een vrachtauto. Door zijn handelen heeft verdachte aan de eigenaar van die diesel schade toegebracht en heeft hij overlast veroorzaakt. Bovendien heeft
verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor de eigendommen van anderen.
Documentatie
De rechtbank heeft kennis genomen van het uittreksel justitiële documentatie van 20 april 2026, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit. Gelet op een veroordeling in 2024 is artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing.
Persoon van verdachte
Naast de ernst van het feit houdt de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Uit het reclasseringsrapport blijkt dat het risico op recidive wordt ingeschat als laag en dat verdachte een stabiel leven leidt. Hij woont samen met zijn vriendin en werkt sinds 2022 in de binnenvaart. Verdachte verkrijgt inkomen uit zijn werk, heeft geen schulden en is abstinent van verdovende middelen. Ter zitting heeft verdachte toegelicht dat hij zijn leven op orde heeft en dat hij een opleiding tot schipper volgt. Tot slot is er geen hulpverlening betrokken bij verdachte en is er ook geen actieve hulpvraag. Gelet hierop worden er geen bijzondere voorwaarden door de reclassering geadviseerd.
Tijdsverloop
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank in strafmatigende zin rekening met het tijdsverloop tussen het gepleegde feit en de behandeling ter zitting. In artikel 6, eerste lid, van het EVRM is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn van in beginsel twee jaren te worden berecht. In dit geval is de redelijke termijn overschreden. Naar vaste rechtspraak moet overschrijding van die redelijke termijn in beginsel tot strafvermindering leiden.
Op te leggen straf
Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf voor de duur van 30 uren passend en geboden is.
Benadeelde partij
[bedrijf 2] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 489,66 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot volledige toewijzing van de vordering van [bedrijf 2] , met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft primair bepleit de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, gelet op het gebrek aan onderbouwing van de vordering. Subsidiair heeft zij zich op het standpunt gesteld dat het bedrag gematigd dient te worden, gelet op de verklaring van verdachte dat er minder dan 300 liter diesel is weggenomen.
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij een gedeelte van de gevorderde materiële schade heeft geleden, en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. De rechtbank gaat uit van de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] dat er 105 liter diesel is weggenomen van de benadeelde partij. Onbetwist is dat ten tijde van de diefstal de adviesprijs van een liter diesel 1,63 bedroeg. Dit betekent dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van 171,15. De rechtbank zal het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachte deze al heeft betaald, en andersom.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente over het toegewezen schadebedrag toewijzen vanaf de datum van het ontstaan van de schade, te weten 27 januari 2023. Ook ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel zal dit worden bepaald.
Ten aanzien van benadeelde partij [bedrijf 2] , feit 2:
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [bedrijf 2] te betalen:
het bedrag van 171,15 (zegge: honderdeenenzeventig euro en achtendertig vijftien);
de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 27 januari 2023 tot de dag van algehele voldoening;
de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Verklaart de vordering van [bedrijf 2] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Bepaalt dat [bedrijf 2] haar eigen proceskosten draagt.
Legt aan verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [bedrijf 2] aan de Staat te betalen een bedrag van 171,15 (zegge: honderdeenenzeventig euro en vijftien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 januari 2023 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat geheel uit materiële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 1 dag kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga, voorzitter, mr. O.J. Bosker en
mr. L.S. Wachters, rechters, bijgestaan door mr. S.J. Boersma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 mei 2026.
Mr. O.J. Bosker en mr. L.S. Wachters zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.