Rechtbank Oost-Brabant, beschikking personen- en familierecht

ECLI:NL:RBOBR:2026:1845

Op 18 March 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant een beschikking procedure behandeld op het gebied van personen- en familierecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is 11834565 TE VERZ 25-982 - 11834566 TE VERZ 25-983, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBOBR:2026:1845. De plaats van zitting was Eindhoven.

Soort procedure:
Zaaknummer(s):
11834565 TE VERZ 25-982 - 11834566 TE VERZ 25-983
Datum uitspraak:
18 March 2026
Datum publicatie:
20 March 2026

Indicatie

Verzoek van vader om tot mede-mentor (en mede-bewindvoerder) van betrokkene te worden benoemd afgewezen. Op dit moment is er onvoldoende contact tussen vader en betrokkene waardoor een benoeming tot mede-mentor niet in het belang van betrokkene zou zijn. De klachten van vader over de mentor, tevens moeder, zijn ongegrond verklaard omdat er geen redenen zijn om aan te nemen dat moeder tekort schiet in haar rol als mentor. Mogelijkheid tot contactherstel zal jaarlijks worden geëvalueerd door middel van een onafhankelijk rapport van een behandelaar of gedragsdeskundige van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Toezicht

zaaknummers : 11834565 TE VERZ 25-982 (verzoek benoeming mede-mentor)

11834566 TE VERZ 25-983 (verzoek benoeming mede- bewindvoerder)

11821951 TE VERZ 25-959 (klacht)

Dossiernummer s: MB 13115

BM 43620

[initialen griffier]

beschikking van de kantonrechter van 18 maart 2026

op verzoek van:

[naam] ,

wonende te [adres] ,

hierna te noemen: vader,

met betrekking tot:

[naam] ,

geboren te [woonplaats] op [datum] ,

wonende te [adres] ,

hierna te noemen: betrokkene, dan wel [betrokkene] .

met als bewindvoerder en mentor:

[naam] ,

wonende te [adres] ,

hierna te noemen: de bewindvoerder en mentor, dan wel moeder.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

De klacht over de bewindvoerder en mentor ingediend door vader, ontvangen op 1 augustus 2025;

Het verzoek van vader tot benoeming van een tweede mentor en bewindvoerder, ontvangen op 8 augustus 2025;

De mail van vader aan de griffier, ontvangen op 20 september 2025;

De mail van de griffier aan vader, verzonden op 6 oktober 2025;

Het bericht van de griffier aan de bewindvoerder en mentor, verzonden op 6 oktober 2025;

De reactie van de bewindvoerder en mentor, ontvangen op 13 oktober 2025;

Het bericht van de griffier aan de bewindvoerder en mentor, verzonden op 22 oktober 2025;

De verklaring van [naam zorginstelling] , verstuurd door de bewindvoerder en mentor, ontvangen op 23 november 2025;

De mail en de brief van de griffier aan vader, verzonden op 28 november 2025;

De mail van vader aan de griffier, ontvangen op 28 november 2025;

De mail van vader aan de griffier, ontvangen op 16 december 2025.

Het verzoek tot benoeming van een tweede mentor en bewindvoerder en de klacht van vader over de mentor zijn mondeling behandeld op de zitting van 25 februari 2026. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. Op de zitting zijn verschenen: moeder, zijnde bewindvoerder en mentor, en vader.

Overwegingen

beoordeling

Eerdere verzoeken

Bij beschikking van 2 augustus 2022 zijn, op hun gezamenlijk verzoek, vader en moeder benoemd tot bewindvoerder en mentor van [betrokkene] met ingang van de datum waarop [betrokkene] 18 jaar wordt.

Op 14 november 2022 heeft de rechtbank een verzoek van moeder ontvangen om een curatele in te stellen ten behoeve van [betrokkene] . Moeder voerde als onderbouwing aan dat door de echtscheiding van vader en moeder en de daardoor hoogopgelopen spanningen, een ernstige verstoorde communicatie tussen hen is ontstaan en het welzijn van [betrokkene] hierdoor in gevaar komt. Daarbij verwees moeder naar het formulier ‘Verzoek tot onderzoek’ (VTO) van 28 september 2022, waarin meerdere zorginstanties betrokken bij het gezin (Veilig Thuis en Zorg in [woonplaats] ) hun visie en zorgen hebben geuit. De kantonrechter heeft bij beschikking van 13 januari 2023 (en bijhorende herstelbeschikking van 19 januari 2023) het verzoek van moeder tot ondercuratelestelling van [betrokkene] afgewezen, omdat er geen noodzaak is voor een dergelijke vergaande maatregel. De kantonrechter heeft toen geoordeeld dat het in het belang van [betrokkene] is dat het bewind en mentorschap wordt voortgezet door een onafhankelijke derde. Op die manier kunnen emoties en/of (tegenstrijdige) belangen van een van de ouders geen rol meer spelen bij de uitoefening van het bewind en mentorschap. Ouders zouden zich dan kunnen richten op de afwikkeling van hun echtscheiding en de nadere invulling van hun ouderschap. De kantonrechter heeft Dinamis Bewind B.V. (hierna te noemen: Dinamis) aangezocht en bereid gevonden om de belangen van [betrokkene] te behartigen. Moeder is na een kennismaking schriftelijk akkoord gegaan met de benoeming van Dinamis. Vader heeft zich vanwege ziekte afgemeld voor de kennismaking. Hij heeft later geen akkoordverklaring ingediend, maar ook geen bezwaren geuit tegen deze benoeming.

De kantonrechter heeft daarom met ingang van 1 februari 2023 vader en moeder ontslagen en Dinamis per dezelfde datum benoemd tot opvolgend bewindvoerder en mentor voor [betrokkene] .

Bij verzoek ontvangen op 17 februari 2025 heeft Dinamis verzocht om haar ontslag en gelijktijdige benoeming van moeder tot opvolgend bewindvoerder en mentor van [betrokkene] . Als onderbouwing geeft Dinamis aan dat zij betrokken is geweest gedurende de echtscheiding van de ouders, en dat met moeder in de tussentijd een prettige samenwerking is ontstaan. Moeder heeft zich volgens Dinamis goed ontwikkeld en het belang van [betrokkene] vooropgezet. De band tussen vader en [betrokkene] is in de tussenliggende tijd nog problematisch gebleven, aldus Dinamis. Bij beschikking van 27 februari 2025 is ontslag verleend aan Dinamis en is moeder wederom benoemd tot mentor en bewindvoerder van [betrokkene] .

Het huidige verzoek

Het huidige verzoek van vader strekt tot benoeming van hem tot tweede mentor en bewindvoerder van [betrokkene] .

Verder heeft vader een klacht ingediend over moeder in haar hoedanigheid van mentor, omdat zij niet mee zou werken aan het herstel van een band tussen aan de ene kant vader en [betrokkene] en zijn broer [naam] aan de andere kant.

De kantonrechter heeft bij berichten van 6 en 22 oktober 2025 moeder verzocht om op de klacht te reageren, ten eerste in haar hoedanigheid van mentor en ten tweede door middel van overhandiging van een verslag over [betrokkene] en contact met vader, opgesteld door een behandelaar dan wel gedragspsycholoog die betrokken is bij [betrokkene] .

De mentor heeft een verklaring van [naam zorginstelling] overgelegd en daarbij aangegeven het niet eens te zijn met het verzoek van vader. Uit de verklaring opgesteld door [naam zorginstelling] , betrokken bij [betrokkene] in de periode van januari 2023 tot juli 2025, komt naar voren dat er in het verleden meerdere malen is geprobeerd om in overleg met moeder het contact tussen vader en [betrokkene] te herstellen. In eerste instantie is laagdrempelig contact in aanwezigheid van begeleiding voorgesteld, maar deze vorm van contact is door vader geweigerd. Hierdoor is het contact niet tot stand gebracht. Na herhaalde navraag door de begeleiding en moeder, heeft [betrokkene] consistent en duidelijk aangegeven geen contact met vader te willen. Het sporadische contact dat er heeft plaatsgevonden, was ongepland en heeft voor veel onrust bij [betrokkene] gezorgd. In de verklaring van [naam zorginstelling] wordt verder ten aanzien van [betrokkene] het volgende geschreven: “Vader heeft op verjaardagen af en toe een attentie gestuurd. Dit is wisselend, de ene verjaardag wel en het ene kind wel en het andere weer niet. [betrokkene] heeft inmiddels twee keer voor zijn verjaardag een kaart en een ballon gekregen en hier toen [betrokkene] zich realiseerde van wie de kaart en de ballon was reageerde hij hier bijzonder heftig op. De kaart werd verscheurd en de ballon moest kapot.”

Op de zitting heeft vader aangegeven nu wel open te staan voor contactmomenten in aanwezigheid van begeleiding.

De kantonrechter overweegt als volgt.

De kantonrechter interpreteert het verzoek van vader om tot tweede mentor en bewindvoerder te worden benoemd, als zijnde enkel een verzoek om tot mede-mentor te worden benoemd. Op de zitting heeft vader namelijk aangegeven geen belangstelling te hebben om tot mede-bewindvoerder te worden benoemd.

De rol van moeder als bewindvoerder staat daarom niet ter discussie.

Ten aanzien van het mentorschap overweegt de kantonrechter het volgende.

De kantonrechter is op de hoogte van het belast verleden tussen ouders en de gevoelige situatie die hierdoor voor de kinderen, waaronder [betrokkene] , is ontstaan. Er is inmiddels al drie jaar geen sprake van (structureel) contact tussen [betrokkene] en vader. Er hebben slechts onverwachte ontmoetingen tussen vader en [betrokkene] plaatsgevonden op openbare plekken. De sporadische spontane contacten hebben veel spanningen bij [betrokkene] veroorzaakt blijkens de verklaring van [naam zorginstelling] . Na de spontane ontmoetingen heeft [betrokkene] aangegeven geschrokken te zijn van het zien van zijn vader en hij heeft meerdere malen bij de begeleiding de bevestiging gevraagd dat vader toch niet naar huis zou komen.

De kantonrechter vindt het zorgelijk dat vader een heel andere kijk heeft op die spontane ontmoetingen met [betrokkene] . Het is op dit moment dan ook te voorbarig om vader te benoemen tot mede-mentor. Er is immers reeds geruime tijd geen sprake van contact en [betrokkene] heeft in het recente verleden veel spanningen ervaren van de spontane ontmoetingen met vader. Het verzoek van vader om hem te benoemen als mede-mentor zal daarom worden afgewezen. Dat is op dit moment niet in het belang van [betrokkene] .

Vader heeft op zitting aangegeven ook niet per se mentor te willen worden, zijn enkele wens is om zijn zoon weer te zien. Of het in het belang van [betrokkene] is dat hij zijn vader ziet, is gelet op de grote lichamelijke en geestelijke beperkingen van [betrokkene] en de gebeurtenissen uit het verleden, niet aan vader alleen om te bepalen. Ook moeder, hoewel zij aangeeft altijd contact te hebben gestimuleerd, is hierin niet objectief. De kantonrechter heeft daarom op zitting besproken dat in ieder geval de komende jaren een gedragsdeskundige/hulpverlener van de onafhankelijke en professionele organisatie die betrokken is (of recent is geweest) bij de zorg van [betrokkene] zich jaarlijks uit moet laten over de wenselijkheid, de gevolgen en de mogelijkheid van contactherstel tussen [betrokkene] en vader.

Met het bovenstaande hebben vader en moeder ingestemd op zitting. De kantonrechter zal daarom aan de mentor vragen om, tot nadere orde van de kantonrechter, jaarlijks in maart een onafhankelijk rapport van een behandelaar of gedragsdeskundige betrokken bij [betrokkene] over te leggen waarin de wenselijkheid, de gevolgen en de mogelijkheid van contactherstel tussen [betrokkene] en vader worden aangegeven. Dit onafhankelijk rapport zal ook aan vader worden doorgestuurd door de rechtbank. De mentor dient het onafhankelijke rapport te gebruiken ter ondersteuning van de mening van [betrokkene] en aan de hand daarvan te kijken of, en op welke manier, contactherstel tussen vader en [betrokkene] mogelijk is. De kantonrechter zal hier jaarlijks toezicht op houden en zal bij aanleiding daartoe de mentor opdragen dat zij het contact bevordert/mogelijk maakt met [betrokkene] en vader. Nieuwe verzoeken van vader om tot (mede-)mentor te worden benoemd, zullen niet in behandeling worden genomen bij het ontbreken van nieuwe feiten en/of omstandigheden.

Tot slot, vader heeft verzocht om een ouderschapsplan. Omdat [betrokkene] inmiddels meerderjarig is, kan er geen ouderschapsplan meer worden opgesteld. De kantonrechter kan hierin dus niet voorzien.

klacht

Meer specifiek gaat de kantonrechter hieronder nog in op de klacht van vader dat de mentor niet meewerkt aan herstel van contact tussen vader en [betrokkene] .

In de Aanbevelingen Meerderjarigenbewind, Curatele en Mentorschap (vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Toezicht op 3 april 2025) zijn de taken van een mentor vastgelegd. De mentor is een regisseur van de zorg, die in actie dient te komen wanneer dat nodig is en die erop toeziet dat de gemaakte afspraken worden opgevolgd door een goede uitvoering. Tijdens het mentorschap is betrokkene handelingsonbevoegd in aangelegenheden betreffende zijn verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding. De mentor dient de keuzes wel te nemen in lijn met de persoonlijke overtuiging van betrokkene. De kantonrechter houdt enkel toezicht op de mentor door te toetsen of de mentor in de zorg van een goede mentor tekortschiet.

De kantonrechter heeft op basis van de aanwezige stukken, en in het bijzonder de verklaring van [naam zorginstelling] , geen reden om aan te nemen dat moeder tekortschiet in haar rol als mentor. Regelmatig is aan [betrokkene] gevraagd of hij behoefte had om contact te hebben met vader en er is in overleg tussen de begeleiding en moeder nagedacht over verschillende vormen om dit mogelijk te maken. De wens van [betrokkene] was hierin duidelijk en is terecht door de mentor opgevolgd. De klachten van vader verklaart de kantonrechter daarom ongegrond.

beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek van vader om tot mede- mentor en mede- bewindvoerder van [betrokkene] te worden benoemd af;

- verzoekt de mentor om jaarlijks, tot nadere orde van de kantonrechter, in maart een onafhankelijk rapport van een behandelaar of gedragsdeskundige, die betrokken is bij [betrokkene] , over te leggen waarin de wenselijkheid, de gevolgen en de mogelijkheid van contactherstel tussen [betrokkene] en vader worden aangegeven;

- verklaart de klachten van vader ongegrond;

- wijst al het meer verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.C.E.F. Moulen Jansen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.