Rechtbank Oost-Brabant, beschikking personen- en familierecht

ECLI:NL:RBOBR:2026:3980

Op 15 May 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant een beschikking procedure behandeld op het gebied van personen- en familierecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is 12004688, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBOBR:2026:3980. De plaats van zitting was 's-Hertogenbosch.

Soort procedure:
Zaaknummer(s):
12004688
Datum uitspraak:
15 May 2026
Datum publicatie:
8 June 2026

Indicatie

Verzoekster vraagt machtiging voor het opheffen van de BEM-clausule op de ten name van minderjarige

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch

zaaknummer : 12004688 UE VERZ 25-1482

dossiernummer : [beschikkingsnummer][intialen griffier]

beschikking van de kantonrechter van 15 mei 2026

op verzoek van:

[verzoeker] ,

wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,

hierna te noemen: verzoekster,

met betrekking tot:

[minderjarige] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,

hierna te noemen: minderjarige.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 4 december 2025;

de schriftelijke reactie, ontvangen per e-mail op 4 maart 2026.

Op grond van de ontvangen informatie heeft de kantonrechter afgezien van een mondelinge behandeling.

Overwegingen

beoordeling

Verzoekster vraagt machtiging voor het opheffen van de BEM-clausule op de ten name van minderjarige staande bankrekening met nummer [bankrekeningnummer] . Verzoekster geeft aan deze gelden te willen gebruiken voor onder andere kosten orthodontie en levensonderhoud van de minderjarige. Verzoekster ontvangt geen alimentatie en hierdoor is haar financiële draagkracht beperkt.

Op grond van artikel 1: 247 van het Burgerlijk Wetboek dient de ouder het kind te verzorgen en op te voeden. Verzoekster vraagt om opheffing van de BEM-clausule om het geld op de rekening te kunnen gebruiken voor orthodontie en levensonderhoud van de minderjarige. Op grond hiervan heeft de kantonrechter per e-mail van 22 januari 2026 aan verzoekster laten weten voornemens te zijn het verzoek af te wijzen. De beperkte financiële draagkracht van de moeder van betrokkene vormt onvoldoende grond voor opheffing van de BEM-clausule; die is er juist (mede) om het onmogelijk te maken het vermogen van betrokkene aan te wenden voor uitgaven die normaalgesproken voor rekening van verzoekster komen. Verzoekster heeft hierop gereageerd. In dit bericht heeft zij laten weten teleurgesteld te zijn maar heeft geen verdere gronden voor de noodzaak van de opheffing aangedragen.

Gelet op het bovenstaande is de kantonrechter van oordeel dat het verzoek dient te worden afgewezen omdat onvoldoende is aangetoond dat de ouder enkel met gelden van de minderjarige zorg kan dragen voor de verzorging van de minderjarige.

beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.T.C. Wijsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.