[verzoeker]
[verzoeker]
[verzoeker] ,
hierna te noemen: bewindvoerder,
met betrekking tot
Overwegingen
beoordeling
Bij beschikking van de kantonrechter van 28 mei 2021 is het vermogen van betrokkene tijdelijk onder bewind gesteld, te weten tot 28 mei 2026. De grondslag van het bewind is verkwisting of het hebben van problematische schulden. Het bewind staat ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 Burgerlijk Wetboek.
Bij beschikking van de kantonrechter van 12 november 2025 is een verzoek tot wijziging van de grondslag, voortkomende uit een Tussentijdse evaluatie van het bewind, afgewezen, in verband met het uitblijven van een schriftelijke onderbouwing van een lichamelijke of geestelijke toestand van betrokkene. Daartegen is geen hoger beroep ingesteld.
Bij beschikking van de kantonrechter van 20 mei 2026 is op het verzoek d.d. 18 februari 2026 om verlenging van het bewind op grond van het nog steeds aanwezig zijn van de grondslag verkwisting of het hebben van problematische schulden, positief beslist voor de duur van twee jaar, te weten tot 28 mei 2028.
Ongeveer gelijktijdig lag het onderhavige verzoek om de grondslag naar lichamelijke / geestelijke toestand te wijzigen voor. Op dit verzoek wordt in deze beschikking beslist. Aan het verzoek wordt, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd: “Betrokkene kampt al langere tijd met verslavingsproblematiek. Deze problematiek beïnvloedt zijn functioneren en speelt een belangrijke rol in het ontstaan en het in stand blijven van zijn financiële problemen. Daarnaast is hij in het verleden afgewezen voor toelating tot de WSNP, mede vanwege deze omstandigheden. Er vinden op dit moment behandelingen plaats gericht op het verbeteren van zijn situatie. De behandelende instantie gaat echter zeer zorgvuldig om
met het delen van informatie, waardoor de benodigde verklaring tot op heden nog niet
is opgesteld. Betrokkene is op de hoogte van het verzoek. Gezien de huidige situatie, de kwetsbaarheid van betrokkene en de blijvende noodzaak tot bescherming, verzoek ik u
om het beschermingsbewind alsnog om te zetten naar een passende grondslag die aansluit bij zijn problematiek.”
De kantonrechter overweegt als volgt.
Op grond van artikel 1:431, lid 1 sub a, van het Burgerlijk Wetboek kan de kantonrechter
een bewind instellen over één of meer van de goederen die een meerderjarige als betrokkene toebehoren of zullen toebehoren voor een bepaalde of onbepaalde tijdsduur indien de meerderjarige tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand.
De kantonrechter stelt voorop dat een bewind uitsluitend bedoeld is ter bescherming
van de betrokkene. De vraag in deze zaak is of er voldoende redenen zijn om een bewind
in te stellen op grond van een lichamelijke of geestelijke toestand. Het is aan verzoeker
en betrokkene om voldoende concrete feiten en omstandigheden aan te voeren die een bewind op grond van een lichamelijke of geestelijke toestand rechtvaardigen.
Uit de stukken is niet gebleken dat sprake is van een lichamelijke of geestelijke toestand
die het instellen van een bewind ten behoeve van betrokkene op die grond noodzakelijk maakt. De kantonrechter heeft betrokkene en de bewindvoerder de gelegenheid geboden
om een lichamelijke of geestelijke toestand van betrokkene aan te tonen, maar er is tot
op heden geen onderbouwing ontvangen. Er is voorts niet gebleken van nieuwe feiten en omstandigheden sinds de beschikking van 12 november 2025. De kantonrechter zal daarom het verzoek tot wijziging van de grondslag afwijzen.
Beslissing
- wijst het verzoek tot wijziging van de grondslag af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.G.P.A. Burghoorn, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.