Rechtbank Oost-Brabant, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBOBR:2021:7220

Op 16 December 2021 heeft de Rechtbank Oost-Brabant een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 01.879435.17, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBOBR:2021:7220. De plaats van zitting was 's-Hertogenbosch.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
01.879435.17
Datum uitspraak:
16 December 2021
Datum publicatie:
8 April 2026

Indicatie

Verdachte heeft zich meerdere keren (vijfmaal) schuldig gemaakt aan (gekwalificeerde) diefstal en eenmaal aan het medeplegen van opzetheling. Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat. waar in beginsel voor de onderhavige feiten slechts een onvoorwaardelijke gevangenis op zijn plaats is. gelet op de schending van artikel 6 van liet EVRM en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, een taakstraf voor de duur van 240 uur met aftrek van het voorarrest passend is. Daarnaast legt de rechtbank aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van 4 maanden met een proeftijd van twee jaren om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie ‘s-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01/879435-17

Datum uitspraak: 16 december 2021

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1997] ,

wonende [adres]

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 2 december 2021.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding 27 oktober 2021.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 27 oktober 2016 te Lommel (België)

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

(personen)auto (merk Volkswagen, type Tiguan, kenteken [kenteken 1] ),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen

(personen)auto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

braak en/of verbreking en/of door middel van een valse sleutel, te weten een

geknipte sleutel en/of een digitale sleutel;

subsidiair:

hij op of omstreeks 27 oktober 2016 te Bergeijk en/of Valkenswaard en/of

elders in Nederland en/of te Lommel (België),

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een goed, te weten een (personen)auto (VW Tiguan) heeft verworven, voorhanden

gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de

verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans

redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen

goed betrof;

2.

hij op een tijdstip gelegen in de periode van 12 april 2017 tot en met 13

april 2017 te Bergeijk tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen een (personen)auto (merk VW, type Golf, kenteken [kenteken 2] ), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van

het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen (personen)auto

onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of

verbreking en/of door middel van een valse sleutel, te weten een geknipte

sleutel en/of een digitale sleutel;

subsidiair:

hij op (een) tijdstip(pen) gelegen in de periode van 12 april 2017 tot en met

20 april 2017 te Bergeijk en/of te Eindhoven en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te

weten een (personen)auto (merk VW, type Golf, [kenteken 2] ) heeft verworven,

voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten

tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en),

althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf

verkregen goed betrof;

3.

hij op een tijdstip gelegen in de periode van 9 mei 2017 tot en met 10 mei

2017 te Mierlo, gemeente Geldrop-Mierlo,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een bestelbus (Mercedes Vito, [kenteken 3] ), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen

bestelbus onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak

en/of verbreking en/of door middel van een valse sleutel, te weten een

geknipte sleutel en/of een digitale sleutel;

subsidiair:

hij op een of meer tijdstippen gelegen in de periode van 9 mei 2017 tot en met

11 mei 2017 te Mierlo en/of te Geldrop en/of te Leende, in elk geval in

Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een goed, te weten een bestelbus (Mercedes Vito, [kenteken 3] ) heeft verworven,

voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten

tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en),

althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf

verkregen goed betrof;

4.

hij op of omstreeks 2 juni 2017 te Aalst Waalre

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

bestelbus (Mercedes Vito, [kenteken 4] , in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte

en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf

heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen bestelbus onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of door middel

van een valse sleutel, te weten een geknipte sleutel en/of een digitale

sleutel;

subsidiair:

hij op of omstreeks 02 juni 2017 te Aalst, gemeente Waalre,,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een goed, te weten een bestelbus (Mercedes Vito, [kenteken 4] heeft verworven,

voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten

tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en) dat

het een door misdrijf verkregen goed betrof;

5.

hij op of omstreeks 23 mei 2017 te Bladel

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

bestelbus (Mercedes Vito, [kenteken 5] ), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben

verschaft en/of die weg te nemen bestelbus onder zijn/hun bereik heeft/hebben

gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of door middel van een

valse sleutel, te weten een geknipte sleutel en/of een digitale sleutel;

subsidiair:

hij op of omstreeks 23 mei 2017 te Bladel en/of te Riethoven en/of elders in

Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een goed, te weten een bestelbus (Mercedes Vito, [kenteken 5] ) heeft verworven,

voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten

tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van die bestelbus wist(en),

althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf

verkregen goed betrof;

6.

hij op een tijdstip gelegen in de periode van 6 mei 2017 tot en met 8 mei 2017

te Eindhoven, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

bestelbus (Mercedes Vito, [kenteken 6] ), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of

die weg te nemen bestelbus onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door

middel van braak en/of verbreking en/of door middel van een valse sleutel, te

weten een geknipte sleutel en/of een digitale sleutel;

subsidiair:

hij op een of meer tijdstippen gelegen in de periode van 6 mei 2017 tot en

met 8 mei 2018 te Eindhoven en/of te Best en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een goed, te weten een bestelbus (Mercedes Vito, [kenteken 6] ) heeft verworven,

voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten

tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en),

althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf

verkregen goed betrof;

De voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsvraag.

Ten aanzien van feit 1 primair

De rechtbank is, net als de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat er onvoldoende bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring te komen van het onder 1 primair ten laste gelegde. Uit het dossier blijkt onvoldoende dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstal van het voertuig in België. De rechtbank zal verdachte hiervan dan ook vrijspreken.

Ten aanzien van de overige feiten

De rechtbank acht de feiten 1 subsidiair en 2 tot en met 6, telkens primair wettig en overtuigend bewezen.

Indien tegen dit verkort vonnis een rechtsmiddel wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op dit verkort vonnis. Deze aanvulling wordt alsdan aan dit verkort vonnis gehecht.

In het bijzonder overweegt de rechtbank ten aanzien van die feiten nog als volgt.

Ten aanzien van feit 2: De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de primair ten laste gelegde diefstal, omdat de enkele omstandigheid dat verdachte in de nacht van 12 op 13 april 2017 medeverdachte [medeverdachte 1] heeft opgehaald, onvoldoende is om uit af te leiden dat verdachte een strafbaar aandeel in de diefstal zou hebben gehad.

De rechtbank overweegt als volgt. Vast staat dat het voertuig in Bergeijk is gestolen. Uit de bakengegevens blijkt dat de auto van verdachte zowel een week voor de diefstal als de nacht van de diefstal in Bergeijk is geweest. Daarnaast blijkt uit tapgesprekken dat verdachte op de avond van 12 april 2017 iets na half elf bij medeverdachte [medeverdachte 1] . in het [woonwagenkamp] aankwam, dat het voertuig van verdachte zich vervolgens naar Bergeijk verplaatste, dat [medeverdachte 1] op 13 april 2017 om 00.09 uur zijn zus [zus medeverdachte] heeft gebeld met de vraag of ze even naar beneden wilde komen, en dat om 00.30 uur het voertuig van verdachte zich vanaf Bergeijk naar het woonwagenkamp in [plaats] , waar verdachte verbleef, verplaatste. Uit de tapgesprekken blijkt dat de vriendin van verdachte, [vriendin verdachte] , van verdachte doorkreeg dat [zus medeverdachte] in zijn auto naar het woonwagenkamp zou komen. [vriendin verdachte] kreeg de opdracht daar samen met [zus medeverdachte] in de auto op hem te wachten. Het voertuig kwam om 00.42 bij het woonwagenkamp in [plaats] aan; de gestolen auto is later die dag om 16.00 uur door de politie daar in de buurt aangetroffen.

Op grond van bovenstaande feiten en omstandigheden stelt de rechtbank niet alleen vast dat de verdachte [medeverdachte 1] . heeft opgehaald, maar ook dat hij de week voor de diefstal een voorverkenning heeft gedaan, en dat hij in de nacht van de diefstal met het gestolen voertuig vanaf de plaats delict achter [zus medeverdachte] aan naar het woonwagenkamp in [plaats] is gereden. Daarmee acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde.

Ten aanzien van feit 5:

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van hetgeen aan verdachte onder 5 is ten laste gelegd, nu enkel vastgesteld kan worden dat de telefoon van verdachte in de buurt is geweest van de plaats delict maar niet is gebleken dat verdachte die avond daadwerkelijk gebruik maakte van de telefoon.

De rechtbank is van oordeel dat, op basis van mastgegevens en de gesprekken met medeverdachten [medeverdachte 1] ., [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , voldoende wettig en overtuigend bewijs voor het primair ten laste gelegde voorhanden is. Uit de telefoongesprekken is gebleken dat verdachte in de avond voor de diefstal samen met [medeverdachte 2] op pad is gegaan. Op 22 mei 2017 om 23.07 uur, terwijl zijn telefoon een mast aanstraalde in Soerendonk, zei verdachte over de telefoon tegen een zekere [naam] dat hij samen met iemand ‘effe iets aan het kijken was ergens’. Hierna verplaatste dezelfde telefoon zich via Valkenswaard naar Bladel, waar de telefoon om 23.45 uur en 00.44 uur een mast aanstraalde exact op het adres van de diefstal van het voertuig. Van het tijdstip van de diefstal, die op 23 mei 2017 om 01.54 uur plaatsvond, zijn er geen mastgegevens omdat er geen telefoonverkeer was. Wel straalde de telefoon zeven minuten voor de diefstal nog een mast in Bladel aan. Daarnaast volgen uit de GPS gegevens van het gestolen voertuig en de mastgegevens van de telefoon dat deze nagenoeg dezelfde route hebben afgelegd.

Op grond van het bovenstaande stelt de rechtbank vast dat verdachte de nacht van de diefstal de gebruiker was van de telefoon, en dat hij die nacht samen met een ander naar Bladel is gereden om de diefstal te plegen. Daarmee acht de rechtbank het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte:

1.

subsidiair:

op 27 oktober 2016 te Bergeijk en Valkenswaard en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, een personenauto (VW Tiguan) heeft voorhanden gehad, terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wisten dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.

primair:

op 13 april 2017 te Bergeijk, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk VW, type Golf, kenteken [kenteken 2] ), toebehorende aan [slachtoffer 2] ;

3.

primair:

op 10 mei 2017 te Mierlo, gemeente Geldrop-Mierlo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bestelbus (Mercedes Vito, [kenteken 3] ), toebehorende aan [slachtoffer 3] , waarbij verdachte en zijn mededader(s) die weg te nemen bestelbus onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking;

4.

primair:

op 2 juni 2017 te Aalst Waalre, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bestelbus (Mercedes Vito, [kenteken 4] ,

toebehorende aan [slachtoffer 4] , waarbij verdachte en zijn mededaders die weg te nemen bestelbus onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en verbreking en een valse sleutel, te weten een geknipte sleutel;

5.

primair:

op 23 mei 2017 te Bladel, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bestelbus (Mercedes Vito, [kenteken 5] ), toebehorende aan [slachtoffer 5] , waarbij verdachte en zijn mededader(s) die weg te nemen bestelbus onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en verbreking en een valse sleutel, te weten een geknipte sleutel;

6.

primair:

op 8 mei 2017 te Eindhoven, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bestelbus (Mercedes Vito, [kenteken 6] ), toebehorende aan [slachtoffer 6] , waarbij verdachte en zijn mededader(s) die weg te nemen bestelbus onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een geknipte sleutel.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard. Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn, gevorderd aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 8 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft de rechtbank verzocht om te volstaan met een werkstraf met daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich meerdere keren (vijfmaal) schuldig gemaakt aan (gekwalificeerde) diefstal en eenmaal aan het medeplegen van opzetheling.

Heling en diefstal zijn hinderlijke feiten, die overlast en schade veroorzaken. Heling bevordert diefstal en zorgt voor een illegaal circuit van goederen waardoor de reguliere, eerlijke (detail)handel wordt verstoord. Uit het handelen van verdachte spreekt minachting voor andermans eigendom. Verdachte heeft de feiten in samenwerking met anderen gepleegd, kennelijk gedreven door de zucht naar geldelijk gewin.

De rechtbank houdt in het voordeel van verdachte rekening met zijn jonge leeftijd ten tijde van de delicten. Verdachte is na de pleegdatum van het eerste feit één keer veroordeeld voor heling, daarvoor was hij niet eerder veroordeeld voor vermogensdelicten, en sinds het tijdstip waarop de door hem gepleegde strafbare feiten hebben plaatsgehad is geruime tijd verstreken. Verdachte heeft, voor zover nu bekend, in deze periode afgezien van een verkeersovertreding geen nieuwe strafbare feiten gepleegd. Daarnaast heeft verdachte, zo heeft hij op zitting verklaard, zelf hulp gezocht bij verschillende instanties en beschikt hij thans over een woning en een uitkering. Hij hoopt op korte termijn aan het werk te kunnen. Doordat verdachte een woning en een inkomen heeft, kan hij bijdragen aan de zorg voor zijn kinderen.

Ten aanzien van het tijdsverloop overweegt de rechtbank het volgende. Artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) waarborgt het recht van een verdachte op behandeling van zijn strafzaak binnen een redelijke termijn. Wat betreft de berechting van de zaak in eerste aanleg heeft, volgens de uitleg die de Hoge Raad aan de redelijke termijn heeft gegeven, als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak ter terechtzitting is afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de termijn is aangevangen, behoudens bijzondere omstandigheden die maken dat van deze termijn in redelijkheid kan worden afgeweken. De termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens verdachte een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting heeft kunnen ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit een strafvervolging zal worden ingesteld.

Verdachte is op 27 oktober 2016 op verdenking van feit 1 in verzekering gesteld en is drie dagen later weer in vrijheid gesteld. Op 8 maart 2018 is verdachte voor het eerst als verdachte gehoord over de overige ten laste gelegde feiten. De rechtbank neemt niet de eerstgenoemde maar deze laatste datum als uitgangspunt, omdat niet onredelijk is dat het eerste feit door de officier van justitie op de dagvaarding ter gelijktijdige berechting bij de overige feiten is gevoegd.

De rechtbank stelt vast dat de termijn van twee jaren aldus met ruim één jaar en negen maanden is overschreden. Niet is gebleken dat de overschrijding aan de verdediging is toe te rekenen of dat zich anderszins omstandigheden hebben voorgedaan die een dergelijke overschrijding rechtvaardigen. Geconcludeerd moet worden dat verdachtes recht op berechting binnen een redelijke termijn als beschermd door artikel 6 van het EVRM is geschonden, hetgeen matiging van de op te leggen straf tot gevolg moet hebben.

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat, waar in beginsel voor de onderhavige feiten slechts een onvoorwaardelijke gevangenis op zijn plaats is, gelet op de schending van artikel 6 van het EVRM en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, een taakstraf voor de duur van 240 uur met aftrek van het voorarrest passend is. Daarnaast legt de rechtbank aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van 4 maanden met een proeftijd van twee jaren om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .

Namens [slachtoffer 1] is een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 3.415,77 ingediend verband houdende met het onder 1 ten laste gelegde. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering; de raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij in de vordering niet ontvankelijk is.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in de vordering, omdat deze onvoldoende is onderbouwd. Niet is duidelijk geworden waaruit de gevorderde materiële schade is opgebouwd. Een expertiseverslag, dat zou worden nagestuurd, ontbreekt in het dossier. Aanhouding van de zaak om de benadeelde in de gelegenheid te stellen de vordering alsnog nader te onderbouwen zou een onevenredige belasting van het strafproces vormen. De benadeelde partij kan de vordering alsnog bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal, nu de vordering niet wordt toegewezen, de benadeelde partij veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] .

Namens [slachtoffer 5] is een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 5.095,16 ingediend verband houdende met het onder 5 ten laste gelegde. De officier van justitie en de raadsman hebben het standpunt ingenomen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaard dient te worden bij gebreke van een voldoende onderbouwing van de vordering.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in de vordering, omdat de vordering teveel vragen oproept. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is niet vast te stellen of een deel van de goederen waarvan de benadeelde vergoeding vordert inmiddels niet aan de benadeelde is geretourneerd. Een groot deel hiervan is immers, zo blijkt uit het dossier, door de politie kort na de diefstal aangetroffen. Bovendien dateren sommige van de aankoopbonnen die bij de vordering zijn gevoegd van maanden na de diefstal. Aanhouding van de zaak uitsluitend voor een nader onderzoek naar de juistheid en omvang van de vordering zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal, nu de vordering niet wordt toegewezen, de benadeelde partij veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 63, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair ten laste is gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair en 6 primair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 subsidiair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair en 6 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

ten aanzien van feit 1 subsidiair:

? medeplegen van opzetheling

ten aanzien van feit 2 primair:

? diefstal door twee of meer verenigde personen

ten aanzien van feit 3 primair:

? diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking

ten aanzien van feit 4 primair:

? diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking en een valse sleutel

ten aanzien van feit 5 primair:

? diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking en een valse sleutel

ten aanzien van feit 6 primair:

? diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen:

een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht;

een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Benadeelde partijen

ten aanzien van feit 1

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet ontvankelijk in de vordering

veroordeelt de benadeelde partij in de door de verdediging reeds gemaakte en nog te maken kosten, tot op heden begroot op nihil

ten aanzien van feit 5

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 5] niet ontvankelijk in de vordering

veroordeelt de benadeelde partij in de door de verdediging reeds gemaakte en nog te maken kosten, tot op heden begroot op nihil

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.A. Mandemakers, voorzitter,

mr. K.G. Witteman en mr. C.M. Salemans, leden,

in tegenwoordigheid van mr. G.H.P. van den Berkmortel, griffier,

en is uitgesproken op 16 december 2021.

mr. K.G. Witteman en mr. C.M. Salemans zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.