Rechtbank Oost-Brabant, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBOBR:2026:4792

Op 7 July 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 01-105619-26, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBOBR:2026:4792. De plaats van zitting was 's-Hertogenbosch.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
01-105619-26
Datum uitspraak:
7 July 2026
Datum publicatie:
7 July 2026

Indicatie

Vrijspraak brandstichting. DNA match verdachte op emmer zonder steunbewijs onvoldoende voor bewezenverklaring. Veroordeling aanwezig hebben cocaïne. Doorzoeking auto rechtmatig. Gevangenisstraf 90 dagen en tenuitvoerlegging ISD-maatregel 2 jaren.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Parketnummers vorderingen: 01.299547.24 en 96.298959.24 Parketnummers: 01.105619.26 en 01.236767.23 (ter terechtzitting gevoegd) [verdachte]

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummers: 01.105619.26 en 01.236767.23 (ter terechtzitting gevoegd)Parketnummers vorderingen: 01.299547.24 en 96.298959.24

Datum uitspraak: 07 juli 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2002,

thans gedetineerd te: P.I. [vestigingsplaats] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 23 juni 2026.

Op deze zitting heeft de rechtbank de tegen verdachte/veroordeelde, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte/veroordeelde naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaken zijn aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van telkens 20 mei 2026.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

t.a.v. 01-105619-26:

hij op of omstreeks 8 april 2026 te Eindhoven opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

- ongeveer 80 gram (1 witte brok), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of

- ongeveer 4,4 gram (17 sealbags), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne,

zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

t.a.v. 01-236767-23:

hij op of omstreeks 31 augustus 2023 te Eindhoven, althans in Nederland,

opzettelijk brand heeft gesticht aan een scooter en/of bij een woning aan [adres] , door (open) vuur en/of een brandend middel in aanraking te brengen met een scooter die nabij/tegen de (voor)gevel van voornoemde woning stond, terwijl daarvan

-gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten voornoemde woning en/of scooter te

duchten was en/of

- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten voor een

of meer bewoner(s) van en/of aanwezigen in voornoemde woning en/of naastgelegen

woning(en) te duchten was;

De vorderingen na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 01.299547.24 is aangebracht bij vordering van 13 mei 2026. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de meervoudige strafkamer te

's-Hertogenbosch van 13 februari 2025. (bijlage 1)

De zaak met parketnummer 96.298959.24 is aangebracht bij vordering van 13 mei 2026. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de politierechter te 's-Hertogenbosch

van 20 mei 2025. (bijlage 2)

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Rechtmatigheid verkregen bewijs

t.a.v. 01.105619.12

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouw heeft gesteld dat de doorzoeking van de auto van verdachte onrechtmatig

is geweest, omdat er op dat moment onvoldoende verdenking van overtreding van een strafbaar feit bestond. Dit onherstelbare vormverzuim moet in de visie van de raadsvrouw tot bewijsuitsluiting van de aangetroffen cocaïne leiden. De raadsvrouw heeft ter onderbouwing van haar standpunt verwezen naar een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 maart 2022 (ECLI:NL:GHARL:2022:2010).

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er voldoende verdenking bestond om tot doorzoeking van het voertuig over te gaan.

Het oordeel van de rechtbank.

Op grond van artikel 96b, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering (Sv) is de opsporingsambtenaar bevoegd, in geval van ontdekking op heterdaad van een strafbaar of

in geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid Sv, een vervoermiddel te doorzoeken en zich daartoe de toegang te verschaffen.

De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of – en zo ja, wanneer – ten aanzien van verdachte een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit (in casu: een Opiumwetdelict) bestond. De rechtbank dient te toetsen of de betrokken verbalisanten

tot een redelijk vermoeden hebben kunnen komen.

Zoals de raadsvrouw terecht heeft gesteld, dient een verdenking te berusten op concrete en objectiveerbare feiten. Daarmee wordt bedoeld dat het vermoeden objectiveerbaar moet zijn en in redelijkheid moet kunnen worden afgeleid uit voor het strafbare feit relevante en concrete gegevens. Uit bestendige jurisprudentie volgt verder dat ervaring en deskundigheid van de verbalisant, evenals een feit van algemene bekendheid, bijdragen aan het bestaan van een redelijke vermoeden van schuld en mitsdien van een verdenking.

De rechtbank overweegt het volgende.

Verbalisanten hebben op basis van artikel 160 van de Wegenverkeerswet 1994 het voertuig met verdachte als bestuurder aan een controle onderworpen en zijn op grond van de navolgende combinatie van feiten en omstandigheden tot een doorzoeking van het voertuig overgegaan. (proces-verbaal van bevindingen pag. 5-9)

Verbalisanten zagen dat verdachte tijdens de controle heel zenuwachtig was. Zo keek hij continu om zich heen, vermeed hij oogcontact met de verbalisanten, transpireerde hij op

zijn voorhoofd, hield hij het stuurwiel gedurende de hele controle stevig vast en vroeg hij meerdere keren naar de reden van de controle.

Verbalisanten zagen in het voertuig twee telefoons liggen en dat verdachte continu werd gebeld door nummers die hij niet als een contact had opgeslagen.

Verbalisanten zagen in de politiesystemen dat verdachte stond geregistreerd voor het

bezit en de handel in harddrugs op 19 september 2024 en het bezit van hard- en softdrugs

op 3 oktober 2023.

Verbalisant [verbalisant 1] zag ter hoogte van de voeten van verdachte meerdere biljetten geld liggen: briefjes van 50 euro, 20 euro en 5 euro. Het is verbalisanten ambtshalve bekend dat personen die handelen in verdovende middelen doorgaans contant geld bij zich dragen

of voorhanden hebben.

Verbalisant [verbalisant 2] rook een zoete, frisse lucht, die afkomstig was uit een parfumdoosje in het voertuig. Het is verbalisanten bekend dat personen die handelen in drugs een parfum in hun voertuig bij zich hebben om zo de geur van de drugs te verdoezelen.

Naar het oordeel van de rechtbank levert het algehele samenstel van deze feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, een gerechtvaardigde

en voldoende verdenking van een Opiumwetdelict op. Dat betekent dat de verbalisanten bevoegd waren om de auto van verdachte te doorzoeken op grond van artikel 96b, eerste lid, Sv. Daarmee is sprake van een rechtmatige doorzoeking. De resultaten hiervan kunnen worden voor het bewijs worden gebruikt. Het verweer van de raadsvrouw wordt dan ook verworpen.

De bewijsvraag.

Inleiding.

t.a.v. 01.105619.12

Verdachte wordt ervan beschuldigd dat hij ongeveer 84 gram cocaïne opzettelijk aanwezig heeft gehad.

t.a.v. 01.236767.23

Verdachte wordt ervan beschuldigd dat hij brand heeft gesticht, door een scooter in brand te steken.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft tot bewezenverklaringen van het Opiumwetdelict, het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne, en de brandstichting gerekwireerd. Bij de brandstichting was volgens de officier van justitie sprake van gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar dan wel gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoners van de woning.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouw heeft op gronden als verwoord in haar pleitnota op het standpunt gesteld dat het bewijs in beide zaken tekortschiet en dat verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken.

Bewijsbijlage.

De bewijsmiddelen die de rechtbank bij de beoordeling heeft gebruikt, zijn opgenomen in de bewijsbijlage die deel uitmaakt van dit vonnis. De inhoud van die bijlage dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

Het oordeel van de rechtbank.

T.av. 01.105619.26

Voor een bewezenverklaring van het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne is op grond van vaste jurisprudentie vereist dat verdachte wist van de aanwezigheid van de cocaïne in de auto en dat die cocaïne zich in zijn machtssfeer bevond.

De rechtbank overweegt daarover als volgt.

Op 8 april 2026 werd in een door verdachte bestuurde personenauto circa 84 gram cocaïne

in een verborgen ruimte in de elektrische raambediening aan de bestuurderszijde aangetroffen. Verdachte was de enige inzittende van het voertuig,

Verdachte stelt zich op het standpunt dat hij niet wist van de aanwezigheid van cocaïne. Hij heeft verklaard dat hij de auto van zijn moeder heeft geleend en dat zijn moeder de auto ook aan anderen uitleende.

De rechtbank acht niet aannemelijk dat een ander ruim 80 gram cocaïne – die een behoorlijke straatwaarde vertegenwoordigd – in een geleende auto achterlaat. Voor zover verdachte dat met zijn verklaring heeft willen zeggen, vindt de rechtbank dat dus niet aannemelijk. De rechtbank merkt daarbij op dat verdachte zijn verklaring ook niet met concrete feiten en omstandigheden heeft onderbouwd.

De rechtbank merkt verder op dat de verbalisant in het vak van het bestuurdersportier keek en zag dat het kapje van de elektrische raambediening niet goed bevestigd was. Dit was blijkbaar direct zichtbaar voor de verbalisant, nader onderzoek was kennelijk niet nodig. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat ook verdachte dit heeft gezien of in ieder geval heeft moeten zien.

Verder betrekt de rechtbank een aantal van de hiervoor genoemde omstandigheden bij haar oordeel. Namelijk dat geldbriefjes bij de voeten van verdachte lagen, dat hij twee telefoons bij zich had, waarvan een van de telefoons werd gebeld door onbekende nummers en het gedrag van verdachte: de politie omschrijft dat verdachte zenuwachtig gedrag vertoonde, namelijk oogcontact vermijden, continu om zich heen kijken en zweten.

Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat het niet anders kan dan dat verdachte wist dat cocaïne in de auto lag. Hij kon hier ook over beschikken.

De rechtbank stelt gelet op het voorgaande dus vast dat de cocaïne zich in de machtssfeer van verdachte bevond en hij hiervan wetenschap had. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte de cocaïne opzettelijk aanwezig heeft gehad.

01.236767.23

Op 31 augustus 2023, omstreeks 04:00 uur, werd een scooter die geparkeerd stond tegen de voorzijde van de woning gelegen aan [adres] in Eindhoven in brand gestoken. De brand sloeg over naar de gevel van de woning. Op de eerste etage sliepen op dat moment zowel aan de voorzijde als achterzijde de (vier) bewoners van de woning. Op camerabeelden is te zien dat een persoon vloeistof uit een witte emmer over de scooter goot en deze vervolgens in brand stak.

De rechtbank dient te beoordelen of er wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte deze brandstichting heeft gepleegd.

De rechtbank overweegt hierover als volgt.

Kort na de brandstichting werd door de politie op circa 10 meter afstand van de plaats delict een witte emmer met een benzinegeur aangetroffen. Naar alle waarschijnlijkheid gaat het hier om de emmer waarmee de vloeistof over de scooter is gegoten. Deze emmer is bemonsterd. Uit deze bemonstering is een DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal twee donoren verkregen, waaruit een DNA-profiel van één man kon worden afgeleid. Het afgeleide DNA-profiel is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer – kort gezegd – verdachte één van de donoren is dan wanneer dit niet zo is. De additionele DNA-kenmerken van de minder prominente aanwezige donoren zijn niet geschikt voor vergelijkend DNA-onderzoek.

Hoewel het opmerkelijk is dat verdachte donor is van het celmateriaal op de emmer, is de rechtbank van oordeel dat alleen deze omstandigheid onvoldoende is om verdachte als dader van de brandstichting aan te merken. De rechtbank merkt in dit verband op dat het celmateriaal is aangetroffen op een verplaatsbaar object en dat hierop ook celmateriaal van minimaal één andere donor is aangetroffen. Om vast te kunnen stellen dat verdachte degen is die de scooter in brand heeft gestoken en dus om tot een bewezenverklaring te komen, moet er naar het oordeel van de rechtbank in dit geval meer bewijs zijn waaruit blijkt dat het verdachte was die de scooter in brand heeft gestoken.

Dat bewijs is er naar het oordeel van de rechtbank niet. Daarover overweegt zij het volgende.

De ex-partner van verdachte heeft een verklaring afgelegd bij de politie. Zij heeft onder meer verklaard dat zij denkt haar ex, verdachte, te herkennen op de camerabeelden op basis van zijn postuur. Zij zag dat de persoon op de beelden ‘boven bij zijn schouders wat breder was’ en ‘dat de benen heel dun/recht waren’. Vervolgens verklaart zij dat zij de kleding en schoenen van de persoon op de beelden niet herkent. Nog los van de omstandigheid dat zij verdachte slechts denkt te herkennen, is een herkenning enkel vanwege het postuur en niet onderbouwd met specifieke kenmerken naar het haar oordeel van de rechtbank onvoldoende concreet. De verklaring van de ex-partner kan op dit punt, anders dan de officier van justitie heeft gesteld, dus niet als ondersteunend bewijs worden aangemerkt.

De ex-partner van verdachte heeft verder verklaard dat de relatie door haar is beëindigd omdat zij van verdachte niet met haar vriendin mocht omgaan. Zij denkt dat verdachte daarom in staat zou zijn om de scooter van die vriendin in brand te steken.

De rechtbank ziet anders dan de officier van justitie in deze verklaring geen steun voor het scenario dat verdachte de scooter in brand heeft gestoken. De enkele gedachte van de ex-partner dat verdachte daartoe in staat zou zijn, vindt de rechtbank daarvoor onvoldoende. De rechtbank merkt voor de volledigheid nog op dat de relatie al enige tijd beëindigd was toen de brand werd gesticht en de rechtbank ziet ook geen andere aanwijzingen in het dossier dat er sinds of vanwege de relatiebreuk sprake was van enige wrok van verdachte naar de vriendin van zijn ex-partner.

De rechtbank heeft in het dossier ook verder geen aanwijzingen aangetroffen op basis waarvan betrokkenheid van verdachte bij deze brandstichting kan worden vastgesteld.

Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs niet bewezen kan worden dat verdachte degene is die de brandstichting heeft gepleegd, zodat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierna in de bijlage uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

t.a.v. 01.105619.26

op 8 april 2026 te Eindhoven opzettelijk aanwezig heeft gehad:

-ongeveer 80 gram (1 witte brok) van een materiaal bevattende cocaïne en

-ongeveer 4,4 gram (17 sealbags) van een materiaal bevattende cocaïne,

zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie. (bijlage 3)

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf van 6 maanden met aftrek van voorarrest gevorderd. Volgens de officier van justitie is niet voldaan aan de formele vereisten voor het opleggen van een ISD-maatregel.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouw van verdachte heeft zich niet over een eventuele strafoplegging uitgelaten.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezit van ruim 84 gram cocaïne. Het is algemeen bekend dat die verdovende middelen schade toebrengen aan de gezondheid van de gebruikers van deze middelen. Bovendien bekostigen gebruikers hun drugsgebruik vaak door diefstal of ander crimineel gedrag, waardoor schade en overlast wordt toegebracht

aan anderen. Tot slot is inmiddels ook algemeen bekend dat Opiumwetdelicten veelal tot het

verdienmodel en werkterrein van zware criminaliteit behoren waarbij (vuurwapen)geweld en intimidatie niet worden geschuwd. Verdachte heeft zich kennelijk niet bekommerd om deze gevolgen.

Strafblad

Het uittreksel Justitiële Documentatie van verdachte bevat vanaf 2017 veroordelingen vanwege vermogensdelicten, geweldsdelicten, verkeersdelicten maar ook voor Opiumwetdelicten (15 april 2024, 13 februari 2025). Verdachte is bij die laatste veroordeling aangemerkt als stelselmatige dader en heeft toen – kort gezegd – een voorwaardelijke ISD-maatregel opgelegd gekregen. Deze voorwaardelijke maatregel

heeft echter niet het gewenste effect gehad, immers heeft verdachte het onderhavige

Opiumwetdelict tijdens de proeftijd van die veroordeling gepleegd. Verdachte heeft aldus die geboden kans niet aangegrepen om zijn leven een andere wending te geven. Verdachte is kennelijk niet in staat of bereid om het criminele pad te verlaten.

Oriëntatiepunten

De rechtbank heeft gekeken naar de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten voor strafbare feiten als bewezenverklaard en straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. Voor het bezit van 84 gram cocaïne is de oplegging van een taakstraf van 150 uren het uitgangspunt. Echter, verdachte is een recidivist op het gebied van drugsdelicten, hetgeen strafverzwarend doorwerkt.

Rapport reclassering d.d. 16 juni 2026

De rechtbank heeft acht geslagen op het reclasseringsrapport van 16 juni 2026. Dit rapport kent een sombere teneur. De reclassering ziet huisvesting, dagbesteding, financiën, sociaal netwerk, psychosociaal functioneren en houding als delict gerelateerde criminogene factoren. De reclassering rapporteert dat de voorwaardelijke ISD maatregel verdachte niet lijkt te motiveren zijn leven aan te passen. Verdachte is onvoldoende open geweest waardoor interventies van de reclassering onvoldoende bijdragen aan het beperken van de risico's op recidive en het stabiliseren van het leven van betrokkene, zo stelt de reclassering die dan ook het risico op recidive inschat als hoog en het risico op onttrekken aan voorwaarden als gemiddeld. De reclassering concludeert het volgende:

“ De heer [verdachte] staat te boek als stelselmatige dader en hij loopt in een voorwaardelijke ISD maatregel. De onstabiele leefsituatie van betrokkene, het psychosociaal functioneren, zijn pro criminele houding en zijn houding ten opzichte van hulpverlening, maken dat het recidive risico hoog blijft. Om de kans op recidive terug te dringen is het van belang dat betrokkene klinisch behandeld wordt. Wij zien de ISD maatregel als meest aangewezen manier of middel om dit te verwezenlijken en om het patroon van het terugvallen in delictgedrag te doorbreken.(,..) Derhalve zien wij op dit moment geen andere mogelijkheid dan de rechtbank te adviseren om bij veroordeling aan betrokkene een ISD-maatregel op te leggen. De hoge justitiële druk van de ISD-maatregel in combinatie met de duur van de maatregel is naar onzes inziens de enige mogelijkheid om een positieve gedragsverandering en stabiliteit in het leven van betrokkene te bewerkstelligen.”

Strafoplegging

Volgens de wet kan de rechter enkel op vordering van het openbaar ministerie een ISD-maatregel opleggen. De officier van justitie heeft echter op formele gronden hiervan afgezien. Hoewel de oplegging van een ISD-maatregel gezien het rapport van de reclassering de meest passende afdoening zou zijn, is de rechtbank dus gebonden aan

de strafeis van de officier van justitie. Dit brengt de rechtbank tot de volgende strafoplegging.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen met aftrek van voorarrest. Dit betekent dat een straf wordt opgelegd die is gelijk aan de duur van het ondergane voorarrest. Dat brengt met zich dat

de voorlopige hechtenis van verdachte zal worden opgeheven. In zoverre wordt het opheffingsverzoek van de raadsvrouw gehonoreerd.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst en aard van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] en

[benadeelde 4] (01.236767.23)

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vier vorderingen tot schadevergoeding integraal kunnen worden toegewezen, met telkens oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en telkens met vermeerdering van de wettelijke rente.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouw heeft onder verwijzing naar de door haar bepleite vrijspraak in de strafzaak de afwijzing van de vorderingen dan wel de niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partijen in hun vorderingen bepleit. Laatstgenoemde beslissing zou ook dienen te volgen omdat de verdediging door het late tijdstip van indienen van de vorderingen de verzoeken niet adequaat heeft kunnen voorbereiden en een aanhouding van de zaak een onevenredige belasting van het geding oplevert.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank zal de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in hun vordering aangezien verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vorderingen van de benadeelde partijen betrekking hebben. De rechtbank zal, nu de vorderingen niet worden toegewezen, de benadeelde partijen veroordelen in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vorderingen gemaakt. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

Beslag. (01.105619.26)

De rechtbank zal, overeenkomstig de standpunten van de officier van justitie en de verdediging, de teruggave aan verdachte gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen (geld en telefoon), nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen goederen.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling (01.299547.24)

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging van een ISD-maatregel van 2 jaren gevorderd.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouw heeft onder verwijzing naar de door haar bepleite vrijspraak in de onderliggende strafzaak om afwijzing van de vordering verzocht.

Het oordeel van de rechtbank.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel in de weg staan zijn niet aanwezig. Integendeel: uit het hiervoor besproken rapport van de reclassering volgt veeleer de noodzaak en het belang van een ISD-maatregel. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging van – kort gezegd- de ISD-maatregel van 2 jaren gelasten.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling (96.298959.24)

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf van 2 weken gevorderd.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouw heeft onder verwijzing naar de door haar bepleite vrijspraak in de onderliggende strafzaak om afwijzing van de vordering verzocht.

Het oordeel van de rechtbank,

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt

De rechtbank zal echter de gevorderde tenuitvoerlegging afwijzen. De rechtbank acht toewijzing van de vordering in het licht van de hiervoor onder parketnummer 01.299547.24 gelaste tenuitvoerlegging van een ISD-maatregel van 2 jaren niet opportuun.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op artikel 63 (oud) van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder het parketnummer 01.236767.23 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het ten laste gelegde onder het parketnummer 01.105619.26 bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

t.a.v. 01.105619.26

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf.

t.a.v. 01.105619.26:

Een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Heft op het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

t.a.v. beslag (01.105619.26)

Gelast de teruggave van de inbeslaggenomen goederen aan verdachte, te weten:

-0,40 EUR Geld

-1,00 EUR Geld

-10,00 EUR Geld

-50,00 EUR Geld

-10,00 EUR Geld

-80,00 EUR Geld

-1 STK GSM (G2467387)

t.a.v. de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 4] (01.236767.23)

Bepaalt dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen tot schadevergoeding. Veroordeelt de benadeelde partijen in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vorderingen gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Beslissing

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling (01.299547.24)

Beveelt de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige strafkamer te Oost-Brabant van 13 februari 2025, gewezen onder parketnummer 01.299547.24, te weten: een plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaren.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling: (96.298959.24)

Wijst af de vordering met parketnummer 96.298959.24 van de officier van justitie d.d.

13 mei 2026.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I.M. Rinzema, voorzitter,

mr. N. Flikkenschild en mr. R.J. Heuft, leden,

in tegenwoordigheid van D.A. Koopmans, griffier,

en is uitgesproken op 07 juli 2026.

<p> <?linebreak ?> </p> <p> <?linebreak ?> </p> </div></div> </div> <div class="column column-4 sidebar"> <div class="adcontainer"> <ins class="adsbybinq" id="adsbtop"></ins> </div> <div id="gerelateerdnieuws"> <h3>Gerelateerd nieuws</h3> <ul id="sblNieuws" class="sidebar-list"> </ul> </div> <div id="gerelateerdeuitspraken"> <h3 id="gerelateerdtitle">Gerelateerde uitspraken</h3> <ul id="sblUitspraken" class="sidebar-list"> </ul> </div> <div class="adcontainer"> <ins class="adsbybinq" id="adsbbottom"></ins> </div> </div> </main> <div class="adcontainer"> <ins class="adsbybinq" id="adlbbottom"></ins> </div> <footer class="bg-dark text-white py-4"> <div class="container"> <div class="row"> <div class="col-12 col-md-4 mb-5"> <h5 class="text-uppercase column-heading">Procedure soorten</h5> <ul class="list-unstyled mb-4"> <ul> <li><a href="/proceduresoort/" class="text-white text-decoration-none d-block"></a></li> <li><a href="/proceduresoort/cassatie" class="text-white text-decoration-none d-block">Cassatie</a></li> <li><a href="/proceduresoort/eerste-aanleg-enkelvoudig" class="text-white text-decoration-none d-block">Eerste aanleg - enkelvoudig</a></li> <li><a href="/proceduresoort/eerste-aanleg-meervoudig" class="text-white text-decoration-none d-block">Eerste aanleg - meervoudig</a></li> <li><a href="/proceduresoort/herziening" class="text-white text-decoration-none d-block">Herziening</a></li> <li><a href="/proceduresoort/hoger-beroep" class="text-white text-decoration-none d-block">Hoger beroep</a></li> <li><a href="/proceduresoort/hoger-beroep-kort-geding" class="text-white text-decoration-none d-block">Hoger beroep kort geding</a></li> <li><a href="/proceduresoort/kort-geding" class="text-white text-decoration-none d-block">Kort geding</a></li> <li><a href="/proceduresoort/raadkamer" class="text-white text-decoration-none d-block">Raadkamer</a></li> <li><a href="/proceduresoort/verstek" class="text-white text-decoration-none d-block">Verstek</a></li> <li><a href="/proceduresoort/verzet" class="text-white text-decoration-none d-block">Verzet</a></li> <li><a href="/proceduresoort/voorlopige-voorziening" class="text-white text-decoration-none d-block">Voorlopige voorziening</a></li> <li><a href="/proceduresoort/voorlopige-voorziening-bodemzaak" class="text-white text-decoration-none d-block">Voorlopige voorziening+bodemzaak</a></li> <li><a href="/proceduresoort/wraking" class="text-white text-decoration-none d-block">Wraking</a></li> </ul> </ul> <h5 class="text-uppercase column-heading mt-4">Zie ook</h5> <ul class="list-unstyled"> <li class="mb-2"> <a href="https://www.oozo.nl" class="text-white text-decoration-underline fw-bold">Oozo.nl</a> <span class="d-block text-white-50 small">Weet wat er in je buurt gebeurt</span> </li> <li class="mb-2"> <a href="https://www.faillissementsdossier.nl" class="text-white text-decoration-underline fw-bold">Faillissementsdossier.nl</a> <span class="d-block text-white-50 small">Alle faillissementen en surseances in Nederland</span> </li> <li> <a href="https://www.faillissementsdossier.be" class="text-white text-decoration-underline fw-bold">Faillissementsdossier.be</a> <span class="d-block text-white-50 small">Alle falingen en opschortingen in België</span> </li> </ul> <h5 class="text-uppercase column-heading mt-4">Contactinformatie</h5> <ul class="list-unstyled"> <li> <strong>Adres:</strong><br> Uitspraken.nl<br> Binq Media B.V.<br /> Mart Smeetslaan 1<br> 1217 ZE Hilversum<br> </li> <li class="mt-2"> <strong>E-mail:</strong><br> <span id="email"></span> </li> </ul> </div> <div class="col-12 col-md-4 mb-5"> <h5 class="text-uppercase column-heading">Rechtsgebieden</h5> <ul class="list-unstyled"> <ul> <!-- Make the header clickable by wrapping the Literal in a HyperLink --> <h5> <a id="rpRechtsgebieden_HoofdrechtsgebiedLink_0" class="text-white text-decoration-none" href="/rechtsgebied/bestuursrecht">Bestuursrecht</a> </h5> <li> <a href="/rechtsgebied/bestuursrecht/ambtenarenrecht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Ambtenarenrecht </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/bestuursrecht/belastingrecht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Belastingrecht </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/bestuursrecht/bestuursprocesrecht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Bestuursprocesrecht </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/bestuursrecht/bestuursrecht-overig" class="text-white text-decoration-none d-block"> Bestuursrecht overig </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/bestuursrecht/bestuursstrafrecht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Bestuursstrafrecht </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/bestuursrecht/europees-bestuursrecht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Europees bestuursrecht </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/bestuursrecht/mededingingsrecht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Mededingingsrecht </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/bestuursrecht/omgevingsrecht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Omgevingsrecht </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Socialezekerheidsrecht </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/bestuursrecht/vreemdelingenrecht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Vreemdelingenrecht </a> </li> <br /> <!-- Make the header clickable by wrapping the Literal in a HyperLink --> <h5> <a id="rpRechtsgebieden_HoofdrechtsgebiedLink_1" class="text-white text-decoration-none" href="/rechtsgebied/civiel-recht">Civiel recht</a> </h5> <li> <a href="/rechtsgebied/civiel-recht/aanbestedingsrecht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Aanbestedingsrecht </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/civiel-recht/arbeidsrecht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Arbeidsrecht </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Burgerlijk procesrecht </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/civiel-recht/civiel-recht-overig" class="text-white text-decoration-none d-block"> Civiel recht overig </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/civiel-recht/europees-civiel-recht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Europees civiel recht </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/civiel-recht/goederenrecht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Goederenrecht </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/civiel-recht/insolventierecht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Insolventierecht </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/civiel-recht/intellectueel-eigendomsrecht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Intellectueel-eigendomsrecht </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/civiel-recht/internationaal-privaatrecht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Internationaal privaatrecht </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/civiel-recht/mededingingsrecht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Mededingingsrecht </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/civiel-recht/ondernemingsrecht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Ondernemingsrecht </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/civiel-recht/personen-en-familierecht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Personen- en familierecht </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/civiel-recht/verbintenissenrecht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Verbintenissenrecht </a> </li> <br /> <!-- Make the header clickable by wrapping the Literal in a HyperLink --> <h5> <a id="rpRechtsgebieden_HoofdrechtsgebiedLink_2" class="text-white text-decoration-none" href="/rechtsgebied/strafrecht">Strafrecht</a> </h5> <li> <a href="/rechtsgebied/strafrecht/europees-strafrecht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Europees strafrecht </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/strafrecht/internationaal-strafrecht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Internationaal strafrecht </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/strafrecht/materieel-strafrecht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Materieel strafrecht </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/strafrecht/penitentiair-strafrecht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Penitentiair strafrecht </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/strafrecht/strafprocesrecht" class="text-white text-decoration-none d-block"> Strafprocesrecht </a> </li> <li> <a href="/rechtsgebied/strafrecht/strafrecht-overig" class="text-white text-decoration-none d-block"> Strafrecht overig </a> </li> <br /> </ul> </ul> </div> <div class="col-12 col-md-4"> <h5 class="text-uppercase column-heading">Vindplaatsen uitspraken</h5> <ul class="list-unstyled"> <ul> <li><a href="/vindplaats/actuele-rechtspraak-ondernemingspraktijk" class="text-white text-decoration-none">Actuele rechtspraak ondernemingspraktijk (ARO )</a></li> <li><a href="/vindplaats/belastingblad" class="text-white text-decoration-none">Belastingblad (BB )</a></li> <li><a href="/vindplaats/beslissingen-in-belastingzaken-nederlandse-belastingrechtspraak" class="text-white text-decoration-none">Beslissingen in belastingzaken / Nederlandse Belastingrechtspraak (BNB )</a></li> <li><a href="/vindplaats/bijblad-bij-de-industriele-eigendom" class="text-white text-decoration-none">Bijblad bij de Industriële Eigendom (BIE )</a></li> <li><a href="/vindplaats/bopz-jurisprudentie" class="text-white text-decoration-none">BOPZ-jurisprudentie (BJ )</a></li> <li><a href="/vindplaats/bouwrecht" class="text-white text-decoration-none">Bouwrecht (BR )</a></li> <li><a href="/vindplaats/feds-fiscaal-weekblad" class="text-white text-decoration-none">Fed's Fiscaal weekblad (FED )</a></li> <li><a href="/vindplaats/intellectuele-eigendom-en-reclamerecht" class="text-white text-decoration-none">Intellectuele Eigendom en Reclamerecht (IER )</a></li> <li><a href="/vindplaats/jurisprudentie-aansprakelijkheid" class="text-white text-decoration-none">Jurisprudentie Aansprakelijkheid (JA )</a></li> <li><a href="/vindplaats/jurisprudentie-algemene-bijstandwet" class="text-white text-decoration-none">Jurisprudentie Algemene Bijstandwet (JABW )</a></li> <li><a href="/vindplaats/jurisprudentie-arbeidsrecht" class="text-white text-decoration-none">Jurisprudentie Arbeidsrecht (JAR )</a></li> <li><a href="/vindplaats/jurisprudentie-bestuursrecht" class="text-white text-decoration-none">Jurisprudentie Bestuursrecht (JB )</a></li> <li><a href="/vindplaats/jurisprudentie-burgelijk-procesrecht" class="text-white text-decoration-none">Jurisprudentie Burgelijk Procesrecht (JBPr )</a></li> <li><a href="/vindplaats/jurisprudentie-milieurecht" class="text-white text-decoration-none">Jurisprudentie Milieurecht (JM )</a></li> <li><a href="/vindplaats/jurisprudentie-onderneming-en-recht" class="text-white text-decoration-none">Jurisprudentie Onderneming en Recht (JOR )</a></li> <li><a href="/vindplaats/jurisprudentie-ontnemingswetgeving" class="text-white text-decoration-none">Jurisprudentie Ontnemingswetgeving (JOW )</a></li> <li><a href="/vindplaats/jurisprudentie-sociale-voorzieningen" class="text-white text-decoration-none">Jurisprudentie Sociale Voorzieningen (JSV )</a></li> <li><a href="/vindplaats/jurisprudentie-verhaal-bijstand" class="text-white text-decoration-none">Jurisprudentie Verhaal Bijstand (JVB )</a></li> <li><a href="/vindplaats/jurisprudentie-vreemdelingenrecht" class="text-white text-decoration-none">Jurisprudentie Vreemdelingenrecht (JV )</a></li> <li><a href="/vindplaats/jurisprudentie-wet-werk-en-bijstand" class="text-white text-decoration-none">Jurisprudentie Wet Werk en Bijstand (JWWB )</a></li> <li><a href="/vindplaats/kort-geding" class="text-white text-decoration-none">Kort Geding (KG )</a></li> <li><a href="/vindplaats/nederlandsejurisprudentie" class="text-white text-decoration-none">Nederlandse Jurisprudentie (NJ )</a></li> <li><a href="/vindplaats/nederlandse-jurisprudentie-feitenrechtsrpaak-straf" class="text-white text-decoration-none">Nederlandse Jurisprudentie Feitenrechtsrpaak Straf (NJFS )</a></li> <li><a href="/vindplaats/nederlandse-jurisprudentie-feitenrechtspraak" class="text-white text-decoration-none">Nederlandse Jurisprudentie Feitenrechtspraak (NJF )</a></li> <li><a href="/vindplaats/nederlandse-tijdschrift-voor-fiscaal-recht" class="text-white text-decoration-none">Nederlandse Tijdschrift voor fiscaal recht (NTFR )</a></li> <li><a href="/vindplaats/nieuwsbrief-strafrecht" class="text-white text-decoration-none">Nieuwsbrief Strafrecht (NS )</a></li> <li><a href="/vindplaats/praktijkgids" class="text-white text-decoration-none">Praktijkgids (PRG )</a></li> <li><a href="/vindplaats/rechtspraak-arbeidsrecht" class="text-white text-decoration-none">Rechtspraak Arbeidsrecht (RAR )</a></li> <li><a href="/vindplaats/rechtspraak-bestuursrecht" class="text-white text-decoration-none">Rechtspraak Bestuursrecht (AB )</a></li> <li><a href="/vindplaats/rechtspraak-familierecht" class="text-white text-decoration-none">Rechtspraak Familierecht (RFR )</a></li> <li><a href="/vindplaats/rechtspraak-sociale-verzekerningen" class="text-white text-decoration-none">Rechtspraak Sociale Verzekerningen (RSV )</a></li> <li><a href="/vindplaats/rechtspraak-van-de-week" class="text-white text-decoration-none">Rechtspraak van de Week (RvdW )</a></li> <li><a href="/vindplaats/schip-en-schade" class="text-white text-decoration-none">Schip en Schade (SES )</a></li> <li><a href="/vindplaats/tijdscrift-voor-ambtenarenrecht" class="text-white text-decoration-none">Tijdscrift voor Ambtenarenrecht (TAR )</a></li> <li><a href="/vindplaats/uitspraken-sociale-zekerheid" class="text-white text-decoration-none">Uitspraken Sociale Zekerheid (USZ )</a></li> <li><a href="/vindplaats/vakstudie-nieuws" class="text-white text-decoration-none">Vakstudie Nieuws (VN )</a></li> <li><a href="/vindplaats/verkeersrecht" class="text-white text-decoration-none">Verkeersrecht (VR )</a></li> <li><a href="/vindplaats/weekblad-fiscaal-recht" class="text-white text-decoration-none">Weekblad Fiscaal Recht (WFR )</a></li> <li><a href="/vindplaats/woonrecht" class="text-white text-decoration-none">Woonrecht (WR )</a></li> </ul> </ul> </div> </div> </div> </footer> </form> <script src="https://cdn.jsdelivr.net/npm/bootstrap@5.3.0/dist/js/bootstrap.bundle.min.js"></script> </body> </html>