RECHTBANK
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11818835 \ CV EXPL 25-2262
STAD ANTWERPEN,
te Antwerpen (België),
eisende partij,
hierna te noemen: Stad Antwerpen,
gemachtigde: D.W.J. van Leeuwen,
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: D.W.H. Brokelman.
Overwegingen
bevoegdheid en toepasselijk recht
3.1.
Deze zaak heeft een internationaal karakter en daarom dient eerst beoordeeld te worden of de kantonrechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen.
3.2.
In artikel 2.3 van het Reglement is opgenomen dat de motorvoertuigen die niet onder het toepassingsgebied van artikel 2.1 of 2.2 vallen niet zijn toegelaten tot de Lage Emissiezone. Ingeval van overtreding zijn deze motorvoertuigen onderworpen aan de sanctie van artikel 7.2 van het Reglement. Daarin is opgenomen dat voor overtredingen een administratieve geldboete wordt opgelegd van € 150,00. Het opleggen van deze sanctie na de overtreding moet gekwalificeerd worden als een verbintenis die voortvloeit uit de wet. (Voetnoot 1)
3.3.
Er is sprake van een administratiefrechtelijke zaak en daarom is de verordening (EU) Nr. 1215/2012 betreffende rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I-bis) niet van toepassing.
Ook de Verordening (EG) nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-Verordening) mist toepassing, omdat geen sprake is van een rechterlijke beslissing houdende veroordeling tot betaling van een geldboete. Nu er geen verdragen en verordeningen van toepassing zijn en [gedaagde] in Nederland woont is de kantonrechter op grond van artikel 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevoegd.
3.4.
Op grond van de verordening (EU) Nr. 864/2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II-Verordening) is Belgisch recht van toepassing. Het betreft hier een verbintenis die alleen in België kan zijn ontstaan. Nu er ook geen nauwer verband is met een ander land is Belgisch recht van toepassing.
verschuldigdheid geldboete
3.5.
[gedaagde] is volgens de brief van Stad Antwerpen van 2 augustus 2023 een boete van € 150,00 verschuldigd, omdat hij op 23 juni 2023 om 23.45 uur in de Lage Emissiezone ter hoogte van de Brusselstraat (naar Bolivarplaats, 341:1) in Antwerpen reed. Volgens artikel 7.2 van het Reglement mocht Stad Antwerpen bij de eerste overtreding deze boete van
€ 150,00 opleggen, omdat het motorvoertuig van [gedaagde] op grond van het Reglement niet voldeed aan de emissienormen en [gedaagde] op dat moment niet in het bezit was van een LEZ-dagpas.
3.6.
De gemachtigde van [gedaagde] , Brokelman, voert aan dat niet [gedaagde] maar hij op 23 juni 2023 om 23.45 uur met het voertuig dat op naam van [gedaagde] stond de emissiezone is binnengereden. Volgens Brokelman heeft hij nadien LEZ-dagpassen aangeschaft. Met Stad Antwerpen wordt geoordeeld dat hij daarmee niet heeft voldaan aan het hebben van een geldige dagpas op het moment van de overtreding. Daartoe wordt als volgt overwogen.
3.7.
Op grond van artikel 2.2 van het Reglement zijn motorvoertuigen die beschikken over een LEZ-dagpas toegelaten tot de Lage Emissiezone. Artikel 5.2 van het Reglement bepaalt dat: De LEZ-dagpas kan ten vroegste 4 maanden vóór het betreden van de lage-emissiezone en uiterlijk de kalenderdag na het betreden van de lage-emissiezone aangekocht worden. Brokelman had daarom de LEZ-dagpas uiterlijk op 24 juni 2023 aan moeten kopen. Vast staat dat Brokelman op 25 juni 2023 twee LEZ-dagpassen heeft aangekocht die geldig zijn voor 24 juni 2023 van 0.00 uur tot 25 juni 2023 om 6.00 uur en voor 25 juni 2023 van 0.00 uur tot 26 juni 2023 om 6.00 uur. Deze dagpassen waren derhalve niet geldig op het moment van de overtreding op 23 juni 2023 om 23.45 uur.
3.8.
Brokelmans heeft hiertegen namens [gedaagde] het volgende ingebracht.
In de periode van 23 juni tot en met 25 juni 2023 heeft hij twee dagen in een hotel aan de emissiezone in Antwerpen overnacht. Hij was op de hoogte van het feit dat het niet aanschaffen van een dagpas tot een boete zou leiden. Daarom heeft hij na het inchecken in het hotel herhaaldelijk getracht een LEZ-dagpas aan te schaffen, maar hij kreeg telkens foutmeldingen. Pas op 25 juni 2023 lukte het hem om twee dagpassen aan te kopen. Brokelmans is daarom welwillend geweest om de kosten te voldoen en hij zou deze, als het systeem van Stad Antwerpen niet telkens een foutmelding gaf, ook tijdig hebben betaald.
3.9.
Dit verweer slaagt niet. Stad Antwerpen heeft aangevoerd dat het tot de eigen verantwoordelijkheid van de bestuurder behoort zich vooraf te informeren over de toepasselijke regels en om tijdig een dagpas aan te schaffen. Deze dagpas kan tot vier maanden vóór het betreden van de Lage Emissiezonde worden verkregen. Ook had Brokelman volgens Stad Antwerpen van de mogelijkheid gebruik kunnen maken om de dagpas bij een parkeerautomaat te kopen. Dit staat expliciet op haar website vermeld. Brokelmans heeft daarom voldoende mogelijkheden gehad om een dagpas te kopen.
3.10.
Het voorgaande brengt mee dat de vordering van Stad Antwerpen van € 150,00 kan worden toegewezen, waarop - anders dan namens gedaagde is gesteld - geen kosten van de LEZ-dagpas van € 35,- in mindering worden gebracht.
3.11.
Stad Antwerpen vordert tevens de administratiekosten (€ 20,00), de kosten van invordering (€ 30,00) en de kosten voor de ingebrekestelling (28,60). Ook deze vorderingen kunnen op grond van artikel 3 en 4 van het Retributiereglement worden toegewezen.
3.12.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Stad Antwerpen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
120,78
- griffierecht
€
135,00
- salaris gemachtigde
€
107,50
(2,5 punt × € 43,00)
- nakosten
€
21,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
384,78
Beslissing
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Stad Antwerpen € 228,60 te betalen,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 384,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026.