RECHTBANK
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 11967647 \ EJ VERZ 25-314
Beschikking van 30 april 2026
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
gemachtigde: mr. M.L. de Jong,
TALEN 4G B.V.,
gevestigd te Staphorst,
verwerende partij,
hierna te noemen: Talen,
niet verschenen.
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met vijf bijlagen,
- de per e-mail van 28 november 2025 door [verzoeker] overgelegde correspondentie tussen partijen,
- de mondelinge behandeling van 23 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij [verzoeker] pleitaantekeningen heeft overgelegd.
1.2
De beschikking is bepaald op vandaag.
2.1
[verzoeker] was via uitzendbureau B+B gedetacheerd bij Talen. Zijn werkzaamheden bestonden onder meer uit het in elkaar zetten van pallets met behulp van een nietpistool.
2.2
Op 23 april 2025 was [verzoeker] aan het werk bij Talen. Tijdens het werk is [verzoeker] een bedrijfsongeval overkomen. [verzoeker] is met zijn rug tegen een nietpistool gebotst, waardoor een kram van 45 mm zijn long heeft geperforeerd. Als gevolg daarvan heeft [verzoeker] een klaplong opgelopen.
2.3
Op 30 april 2025 heeft [verzoeker] Talen aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van het bedrijfsongeval.
2.4
Talen is voor aansprakelijkheid verzekerd bij MSIG (voorheen: MS Amlin). De verzekeraar heeft Sedgwick ingeschakeld om onderzoek te doen naar het bedrijfsongeval. Op 22 juli 2025 is de heer [naam] van Sedgwick op bezoek geweest bij [verzoeker]. In het rapport van het huisbezoek is het volgende opgenomen over het ongeval:
‘De tacker die werd gebruikt had een lange steel die aan een katrol was bevestigd op ongeveer anderhalve meter hoogte. Daardoor kon ergonomisch worden gewerkt, zodat de tacker niet steeds opgetild hoefde te worden. De steel die aan de tacker was bevestigd diende ervoor het nieten in licht gebogen houding te kunnen uitvoeren.
De Oekraïense collega die overigens via en ander uitzendbureau te werk gesteld was bij uw verzekerde (uitzendbureau Bikkel?) had al lange tijd het plan opgevat om sneller te werken door de beveiliging van de trekker van het nietpistool te omzeilen, althans te modificeren door een elastiek om de trekker heen te doen. Daarmee kon forse tijdwinst behaald worden.
Door het omzeilen van deze beveiliging ontstond er een extra risico, een risico dat belanghebbende al ettelijke keren bij zowel de Oekraïense collega alsook bij het management van Talen kenbaar heeft gemaakt, maar hier werd niets tegen gedaan. Belanghebbende heeft ettelijke keren het elastiek van de tacker verwijderd.
Een aantal weken voor het ongeluk heeft de Oekraïense collega op deze manier zichzelf al verwond door in zijn vinger te nieten.
Op de dag van het ongeval bukte belanghebbende om een doos te pakken en liep daarbij met zijn rug onder de tacker door. Daarmee kwam zijn rug in aanraking met de beugel van het nietpistool, waardoor deze afging aangezien de trekker in de schietstand stond. Een niet van 4,5 centimeter (een U-vorm) boorde zich in zijn rug.’
2.5
Na afloop van huisbezoek hebben de gemachtigde van [verzoeker] en de verzekeraar over en weer gecorrespondeerd over de aansprakelijkheid. Per e-mail van 12 november 2025 laat MSIG het volgende weten aan [verzoeker]:
‘Wij zijn van mening dat de aansprakelijkheid wel gegeven is maar begrepen dat onze verzekerde deze mening niet deelt.
Nu wij het dossier weer zelf behandelen hebben wij onze verzekerde zelf nogmaals meegedeeld dat naar onze mening de aansprakelijkheid is gegeven. Zij dragen een hoog eigen risico dus uiteindelijk is het aan hen om te willen regelen of niet.’
2.6
De gemachtigde van [verzoeker] heeft Talen meermaals verzocht om de aansprakelijkheid te erkennen en de schade te regelen, maar daar heeft Talen geen gehoor aan gegeven.
Overwegingen
4.1
[verzoeker] heeft zich tot de kantonrechter gewend met een verzoek als bedoeld in artikel 1019w Rv. In dit artikel is de mogelijkheid van een deelgeschilprocedure opgenomen. De deelgeschilprocedure biedt betrokkenen bij een geschil over schade als gevolg van dood of letsel in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase een eenvoudige en snelle toegang tot de rechter, om de totstandkoming van een minnelijke regeling te bevorderen. In verband hiermee moet de kantonrechter eerst beoordelen of de verzochte beslissing kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Als dit onvoldoende het geval is, moet het verzoek worden afgewezen (artikel 1019z Rv).
4.2
In dit geval verschillen partijen – kort gezegd – van mening over de vraag of Talen aansprakelijk is voor de schade die [verzoeker] heeft geleden als gevolg van het bedrijfsongeval. Met een oordeel hierover kan de ontstane impasse tussen partijen worden doorbroken en kunnen de onderhandelingen in principe worden voortgezet. Dit betekent dat de kantonrechter het verzoek inhoudelijk zal bespreken.
4.3
Talen is niet op de mondelinge behandeling verschenen en heeft ook geen verweerschrift ingediend. Het is de kantonrechter bekend dat Talen wel is opgeroepen voor de mondelinge behandeling door middel van een aangetekende brief die geadresseerd is aan het juiste adres van Talen en dat deze brief ook is ontvangen door Talen. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat Talen op de hoogte was van de mondelinge behandeling die heeft plaatsgevonden op 26 maart 2026. Nu Talen niet is verschenen en de stellingen van [verzoeker] niet heeft weersproken, staan die stellingen daarmee vast.
[verzoeker] heeft schade opgelopen tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden
4.4
Op grond van artikel 7:658 BW is de werkgever aansprakelijk jegens de werknemer voor schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij de werkgever aantoont dat hij heeft voldaan aan zijn zorgplicht of er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid aan de kant van de werknemer. Gelet op de strekking van artikel 7:658 BW is het aan [verzoeker] om te stellen en zo nodig te bewijzen dat hij schade heeft opgelopen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. In dit geval is het ontstaan van schade bij de uitvoering van de werkzaamheden komen vast te staan. [verzoeker] heeft namelijk gesteld dat hem op 23 april 2025 een ongeval is overkomen op het werk en dat hij daarbij letselschade aan zijn rug en long heeft opgelopen. Talen heeft dat niet betwist. Dit betekent dat Talen als werkgever in aansprakelijk is voor de schade die [verzoeker] als werknemer heeft opgelopen, tenzij Talen aan haar zorgplicht heeft voldaan of wanneer er aan de zijde van [verzoeker] sprake zou zijn geweest van opzet of bewuste roekeloosheid.
Talen heeft niet aan haar zorgplicht voldaan
4.5
Om aan te tonen dat Talen aan de zorgplicht van artikel 7:658 BW heeft voldaan, moet zij stellen en zo nodig bewijzen dat zij al die maatregelen heeft genomen en al die aanwijzingen heeft gegeven die redelijkerwijs nodig zijn om de schade te voorkomen. De zorgplicht van de werkgever beoogt niet een absolute waarborg te scheppen voor de bescherming van de werknemer tegen het gevaar van arbeidsongevallen. Gelet op de ruime strekking van de zorgplicht kan niet snel worden aangenomen dat de werkgever daaraan heeft voldaan en als gevolg daarvan niet aansprakelijk is voor door de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden geleden schade. (Voetnoot 1)
4.6
Nu Talen niet is verschenen gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de stellingen van [verzoeker]. [verzoeker] stelt dat het nietpistool gemodificeerd is door een collega als gevolg waarvan de kans op het ontstaan van letsel aanzienlijk is vergroot. Talen had erop moeten toezien dat het nietpistool niet gemodificeerd werd en collega’s moeten waarschuwen. Niet is gebleken dat Talen deze of andere maatregelen heeft getroffen. Daarom oordeelt de kantonrechter dat Talen niet aan haar zorgplicht heeft voldaan.
Geen sprake van opzet of bewuste roekeloosheid
4.7
Tussen partijen staat niet ter discussie of er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid aan de kant van [verzoeker].
Conclusie: Talen is aansprakelijk
4.8
[verzoeker] heeft letsel opgelopen tijdens zijn werk en Talen heeft haar zorgplicht geschonden. Dat leidt tot het oordeel dat Talen aansprakelijk is voor de schade die [verzoeker] lijdt als gevolg van het ongeval dat hem op 23 april 2025 bij de uitvoering van zijn werkzaamheden is overkomen. De verzochte verklaring voor recht wordt daarom toegewezen.
Voorschot op de schadevergoeding
4.9
[verzoeker] heeft voldoende gemotiveerd onderbouwd dat hij als gevolg van het ongeval schade heeft geleden. Zo heeft hij onder meer zijn eigen risico voor zijn zorgverzekering moeten betalen ter hoogte van € 385,00 vanwege behandeling van het letsel in het ziekenhuis. Daarnaast heeft de gemachtigde van [verzoeker] tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat [verzoeker] als gevolg van het letsel langdurig hersteld is en daarvan last heeft ondervonden en als gevolg daarvan recht heeft op een smartengeldvergoeding. Ook is voldoende concreet geworden dat er gedurende zes maanden sprake is geweest van inkomensschade. Deze schadeposten zijn door Talen niet weersproken. Het verzochte voorschot op de schadevergoeding van € 3.500,00 is dan ook toewijsbaar.
4.10
De kantonrechter moet op grond van artikel 1019aa lid 1 Rv de kosten van de deelgeschilprocedure begroten.
4.11
Bij de begroting van de kosten moet de kantonrechter de redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW) in aanmerking nemen. Daarbij moet de kantonrechter de dubbele redelijkheidstoets hanteren; zowel het inroepen van de rechtsbijstand als de daarvoor gemaakte kosten moeten redelijk zijn.
4.12
De kantonrechter is van oordeel dat het door de gemachtigde van [verzoeker] gehanteerde uurtarief, gelet op de door hem gevolgde specialisatieopleiding redelijk is. De tijd (7,8 uren exclusief de mondelinge behandeling) die de gemachtigde van [verzoeker] heeft besteed aan deze deelgeschilprocedure acht de kantonrechter ook redelijk. De redelijke kosten voor het opstellen van het verzoekschrift en de verdere behandeling van de zaak, inclusief de mondelinge behandeling, als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW zullen door de kantonrechter worden begroot op 10 uren × € 283,00 exclusief btw. Inclusief 21% btw gaat het om een bedrag van € 3.424,30, nog te vermeerderen met het door [verzoeker] betaalde griffierecht van € 257,00, totaal: € 3.681,30. Talen zal tot betaling daarvan aan [verzoeker] worden veroordeeld.
Voorschot op de buitengerechtelijke incassokosten
4.13
Tot slot verzoekt [verzoeker] om betaling van een voorschot op de gemaakte buitengerechtelijke kosten van € 5.000,00. Volgens [verzoeker] bedraagt de totale post buitengerechtelijke kosten inclusief de kosten van het deelgeschil € 6.511,01 inclusief 21% btw. Hiervoor is door de kantonrechter reeds een bedrag van € 3.424,30 toegewezen. Uit de door [verzoeker] overgelegde urenoverzichten blijkt dat na aftrek van de kosten voor het deelgeschil nog een bedrag van € 3.086,71 inclusief 21% btw aan buitengerechtelijke kosten resteert. Dit bedrag komt de kantonrechter redelijk voor en zal dan ook als voorschot worden toegewezen.
Beslissing
5.1
verklaart voor recht dat Talen aansprakelijk is voor de door [verzoeker] geleden schade als gevolg van het bedrijfsongeval dat [verzoeker] is overkomen op 23 april 2025,
5.2
gelast Talen om mee te werken aan een schaderegeling in verband met de schade die [verzoeker] stelt te hebben geleden en/of in de toekomst nog zal lijden als gevolg van het hiervoor genoemde bedrijfsongeval,
5.3
veroordeelt Talen tot betaling van een bedrag van € 3.500,00 aan [verzoeker] als zijnde een voorschot op zijn materiële en immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW indien Talen dit bedrag niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis voldoet,
5.4
begroot de kosten van dit deelgeschil op € 3.424,30 inclusief btw te vermeerderen met het door [verzoeker] betaalde griffierecht van € 257,00 en veroordeelt Talen tot betaling daarvan aan [verzoeker],
5.5
veroordeelt Talen tot betaling aan [verzoeker] van € 3.086,71 inclusief btw als voorschot op de buitengerechtelijke kosten,
5.6
gelast Talen de onder 5.3. tot en met 5.5. toegewezen bedragen aan [verzoeker] te betalen binnen veertien dagen na de datum van deze beschikking,
5.7
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.N. Bartels en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2026.