2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 25 juni 2026 met producties 1 – 21,
- de incidentele conclusie tot voeging ex artikel 217 Rv aan de zijde van [naam 1] van 22 juni 2026 met producties 1 en 2,
- de e-mail van 23 juni 2026 van De Zuivelhoeve, waarin staat dat zij geen bezwaar heeft tegen voeging door [naam 1] ,
- de e-mail van 2 juli 2026 aan de zijde van [eiser] , waarin staat dat hij bezwaar heeft tegen voeging door [naam 1] ,
- de nader ingediende producties 1 – 11 aan de zijde van De Zuivelhoeve van 2 juli 2026,
- de nader ingediende productie 1 (gewijzigd) aan de zijde van de Zuivelhoeve van 6 juli 2026,
- de nader ingediende producties 1 – 8 aan de zijde van [naam 1] van 6 en 7 juli 2026,
- de e-mail van [eiser] aan de rechtbank van 7 juli 2026, waarin hij aankondigt dat er aan zijn zijde bij de mondelinge behandeling een tolk aanwezig zal zijn,
- de nader ingediende productie 22 aan de zijde van [eiser] van 7 juli 2026,
- de nader ingediende productie 9 aan de zijde van [naam 1] van 8 juli 2026.
2.2.
De mondelinge behandeling heeft op 9 juli 2026 plaatsgevonden, waarbij [eiser] , De Zuivelhoeve en [naam 1] (vertegenwoordigd) aanwezig waren en zijn bijgestaan door hun gemachtigde. Aan de zijde van [eiser] was N. Verduijn als tolk aanwezig. Partijen hebben hun standpunten toegelicht, mede aan de hand van spreekaantekeningen. De griffier heeft van de mondelinge behandeling aantekeningen gemaakt.