Rechtbank Overijssel, eerste aanleg - enkelvoudig civiel recht overig

ECLI:NL:RBOVE:2026:5793

Op 15 September 2026 heeft de Rechtbank Overijssel een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van civiel recht overig, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is C/08/349837 / FA RK 26-1739, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBOVE:2026:5793. De plaats van zitting was Zwolle.

Soort procedure:
Zaaknummer(s):
C/08/349837 / FA RK 26-1739
Datum uitspraak:
15 September 2026
Datum publicatie:
30 September 2026
Advocaat:
mr. C.A.F Schoemaker;mr. A.J.M. van Drost

Indicatie

Wijziging omstandigheden, kind naar middelbare school. Doordeweekse dag bij vader te belastend voor kind, mede i.v.m. reistijd van een uur

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Zwolle

team familie- en jeugdrecht

zaaknummer: C/08/349837 / FA RK 26-1739

beschikking van 15 september 2026

in de zaak van

[de moeder] ,

verder te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats 1] ,

advocaat: mr. C.A.F. Schoemaker,

en

[de vader] ,

verder te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats 2] ;

advocaat: mr. A.J.M. van Drost.

1
De procedure
1.1

De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:

het verzoekschrift (met bijlagen), binnengekomen op 16 juli 2026;

het gewijzigde verzoekschrift, binnengekomen op 17 augustus 2026;

het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek (met bijlagen), binnengekomen op

18 augustus 2026;

- het verweerschrift op de zelfstandige verzoeken, binnengekomen op 23 augustus 2026;

1.2.

De rechtbank heeft op 20 augustus 2026 met na te noemen minderjarige gesproken. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechter samengevat wat de minderjarige heeft verteld. De aanwezigen hebben hierop kunnen reageren.

1.3.

De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:

de moeder, bijgestaan door mr. Schoemaker;

de vader, bijgestaan door mr. Van Drost;

[naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad).

Tijdens de mondelinge behandeling heeft mr. Schoemaker het woord gevoerd aan de hand van pleitnotities, welke door mr. Schoemaker zijn overgelegd.

2
De feiten
2.1

De ouders hebben een relatie met elkaar gehad.

2.2

Zij hebben samen een kind:

[minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2014, verder te noemen: [minderjarige] .

De vader heeft [minderjarige] erkend. De vader en de moeder hebben samen het gezag over [minderjarige] . Dit betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over [minderjarige] nemen. [minderjarige] staat ingeschreven op het adres van de moeder.

2.3

Bij beschikking van 14 november 2018 heeft deze rechtbank een zorgregeling van beide ouders met [minderjarige] vastgesteld.

2.4

Bij beschikking van 17 september 2020 heeft deze rechtbank de bij beschikking van 14 november 2018 vastgestelde zorgregeling gewijzigd en opnieuw vastgesteld.

2.5

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, heeft bij beschikking van 26 oktober 2021 de beschikking van deze rechtbank van 17 september 2020 vernietigd, de bij beschikking van 14 november 2018 vastgestelde zorgregeling tussen de vader en [minderjarige] gewijzigd en de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders met betrekking tot [minderjarige] als volgt verdeeld:

* [minderjarige] verblijft in de oneven weken van vrijdagmiddag uit school tot maandagochtend voor

schooltijd bij de vader;

* [minderjarige] verblijft in de oneven weken van woensdagmiddag tot donderdagochtend voor

schooltijd bij de vader;

* als het begin van de kerstvakantie op een vrijdag in een oneven weken valt, verblijft

[minderjarige] van vrijdag uit school tot tweede kerstdag 12.00 uur bij de vader, daarna verblijft

[minderjarige] bij de moeder tot nieuwjaarsdag om 17.00 uur en daarna verblijft hij bij de vader tot de

eerstvolgende schooldag;

* als het begin van de kerstvakantie op een vrijdag in een even weken valt, verblijft

[minderjarige] van vrijdag uit school tot tweede kerstdag 12.00 uur bij de moeder, daarna verblijft hij

bij de vader tot nieuwjaarsdag om 17.00 uur, waarna hij bij de moeder verblijft tot de

eerstvolgende schooldag;

* als het begin van de herfstvakantie, de voorjaarsvakantie en de meivakantie van één week

op een vrijdag in de oneven weken valt, verblijft [minderjarige] van vrijdag uit school tot woensdag

12.00

uur bij de vader;

* als het begin van de herfstvakantie, de voorjaarsvakantie en de meivakantie van één week

op een vrijdag in de even weken valt, verblijft [minderjarige] van vrijdag uit school tot woensdag

12.00

uur bij de moeder, en verblijft hij daarna tot maandagochtend voor schooltijd bij de

vader;

* als de meivakantie twee weken duurt en het begin ervan op een vrijdag in de oneven weken

valt, verblijft [minderjarige] bij de vader van vrijdag uit school tot de daarop volgende vrijdag 12.00

uur, waarna hij bij de moeder verblijft;

* als de meivakantie twee weken duurt en het begin ervan op een vrijdag in de even weken

valt, verblijft [minderjarige] bij de moeder van vrijdag uit school tot de daarop volgende vrijdag 12.00

uur, waarna hij bij de vader verblijft;

* als het begin van de zomervakantie op een vrijdag in de oneven weken valt, verblijft [minderjarige]

van vrijdag uit school tot de daarop volgende vrijdag 12.00 uur bij de vader, vervolgens eer

week bij de moeder, twee weken bij de vader en twee weken bij de moeder en wel tot vrijdag

12.00

uur, gevolgd door een regulier omgangsweekend bij de vader;

* als het begin van de zomervakantie op een vrijdag in de even weken valt, verblijft [minderjarige]

van vrijdag uit school twee weken bij de moeder, vervolgens twee weken bij de vader, één

week bij de moeder en één week bij de vader en wel tot vrijdag 12.00 uur;

* in het paasweekend en pinksterweekend verblijft [minderjarige] tot dinsdagochtend voor schooltijd

bij de ouder waar hij volgens de reguliere weekendregeling verblijft;

* wanneer [minderjarige] school heeft, wordt [minderjarige] steeds door de vader bij de school opgehaald en

naar de school gebracht;

* wanneer [minderjarige] geen school heeft, is de overdracht steeds bij het Stadskantoor in Deventer;

* wanneer [minderjarige] vrij heeft van school op een wisseldonderdag of wisselmaandag vindt de

wissel plaats op de daaropvolgende ochtend bij school, met dien verstande dat de

zwemlessen bij de moeder door moeten kunnen gaan;

* wanneer [minderjarige] vrij heeft van school op een wisselwoensdag of wisselvrijdag vindt de

wissel op die wisseldag plaats bij het Stadskantoor om 14.15 uur, met dien verstande dat de

zwemlessen bij de moeder door moeten kunnen gaan;

* [minderjarige] is op zijn verjaardag bij de ouder waar hij volgens de zorgregeling verblijft;

* [minderjarige] verblijft op Vader- of Moederdag bij de ouder waar hij volgens de weekendregeling

verblijft.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, heeft bij deze beschikking als

verstaansverplichting opgenomen dat partijen tussen de zomervakantie in 2024 en het einde

van dat jaar de zomerregeling evalueren en in onderling overleg tot nieuwe afspraken over de

zomerregeling kunnen komen, en dat voor zover partijen alsdan geen overeenstemming

bereiken genoemde verdeling van de zomervakantie blijft gelden.

3
Het verzoek

De moeder verzoekt de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad, de beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 oktober 2021 te wijzigen en:

a. a) de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders met betrekking tot [minderjarige] als volgt te verdelen:

regulier:

[minderjarige] verblijft in de oneven weken van zaterdag na de voetbal tot zondag 18 uur bij vader. Op de zaterdag de wisseling bij de voetbalclub, op de zondag wisseling bij het Stadskantoor. Als er geen voetbalwedstrijd is op de zaterdag wisseling bij het Stadskantoor om 12 uur;

vakanties:

zomervakantie: in en na overleg nader te bepalen;

kerstvakantie en meivakantie: in en na overleg nader te bepalen;

voorjaarsvakantie en herfstvakantie: bij de vrouw;

overige vrije dagen: bij de vrouw;

bijzondere dagen

verjaardag [minderjarige] : bij de ouder bij wie hij op dat moment verblijft;

Vader- of Moederdag: bij de ouder bij wie hij op dat verblijft;

althans de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders met betrekking tot [minderjarige]

te verdelen als de rechtbank juist voorkomt;

b) te bepalen dat de vader ervoor zorg dient te dragen dat sporttraining/wedstrijden, schoolactiviteiten van [minderjarige] doorgang kunnen vinden, ook al is [minderjarige] op dat moment bij de vader;

c) voorwaardelijk:

vervangende toestemming te verlenen voor inschrijving en deelname van [minderjarige] aan het traject KIK;

d) de proceskosten te compenseren.

4
Het verweer met zelfstandige verzoeken

De vader verzoekt de rechtbank om de verzoeken van de moeder af te wijzen. Hij verzoekt de rechtbank om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:

- te bepalen dat het verblijf bij vader altijd voorgaat op activiteiten bij moeder, waaronder sporttraining, wedstrijden en naschoolse activiteiten;

- de moeder te veroordelen tot betaling aan de vader van een dwangsom van € 250,- per dag of dagdeel dat zij de door het Gerechtshof d.d. 26 oktober 2021 vastgestelde zorgregeling of - subsidiair - een mogelijk nog nader vast te stellen zorgregeling niet nakomt dan wel per dag of dagdeel dat de zorgregeling niet doorgaat door omstandigheden aan de moeder te wijten;

- de Raad voor de Kinderbescherming te gelasten een onderzoek in te stellen naar de oorzaken van de gesignaleerde problematiek van [minderjarige] en advies uit te brengen over de wijze waarop de problematiek het hoofd kan worden geboden;

- indien en voorzover de zorgregeling wijziging behoeft, de reguliere zorgregeling in stand te laten en de vakantieregeling en de regeling van overige vrije dagen, studiedagen en feestdagen vast te stellen conform de door vader in het verweerschrift onder punt 47 t/m 56 opgenomen regeling.

5
Het verweer op de zelfstandige verzoeken

De moeder verzoekt de rechtbank om de verzoeken van de vader af te wijzen

Overwegingen

6
De beoordeling
6.1.

Tussen partijen is in geschil verdeling van de zorg- en opvoedingstaken met betrekking tot [minderjarige] .

Het wettelijk criterium

6.2.

Ingevolge artikel 1:253a leden 1 en 2 BW in samenhang met artikel 1:377e BW kan de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen een beslissing inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag, waaronder een toedeling aan ieder der ouders van de zorg- en opvoedingstaken wijzigen op de grond van nadien gewijzigde omstandigheden of vanwege het feit dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechter neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. De rechter dient bij de beslissing alle omstandigheden van het geval in acht te nemen.

6.3.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de moeder voldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een wijziging van omstandigheden. [minderjarige] gaat vanaf dit schooljaar naar de middelbare school, waardoor zijn situatie en schooltijden wijzigen. De moeder kan op basis hiervan worden ontvangen in haar verzoek.

De standpunten

6.4.

De moeder verwijst ter onderbouwing van haar verzoek naar de overgelegde stukken. De moeder vindt dat de huidige zorgregeling te belastend is voor [minderjarige] . [minderjarige] verblijft grotendeels bij de moeder. Hij is in oneven weken van woensdagmiddag uit school tot donderdagochtend naar school bij de vader, alsmede in de andere oneven week van vrijdagmiddag uit school tot maandagochtend naar school. Vanaf het nieuwe schooljaar (start 17 augustus) gaat [minderjarige] naar de middelbare school. Het schoolrooster van [minderjarige] verandert daardoor. Hij zal nu ook op woensdagmiddag naar school moeten en hij zal huiswerk krijgen. [minderjarige] moet steeds nadenken waar hij is als hij iets wil ondernemen. Hij kan niet spontaan iets afspreken. De moeder maakt zich zorgen dat [minderjarige] straks overal half in zit. Dat hij op de middelbare school daardoor geen aansluiting vindt bij klasgenoten en buiten de boot valt bij de voetbal in [plaats 1] . [minderjarige] moet zijn eigen leven kunnen inrichten. Zijn agenda moet (grotendeels) leidend zijn. Zijn vader heeft een plek in het leven van [minderjarige] . Het gezin van vader ook. De afstand maakt het lastig. Vader woont in [plaats 2] op een uur rijden van [plaats 1] . Bij [minderjarige] is sprake van een loyaliteitsconflict. Moeder heeft de indruk dat hij bij haar andere dingen zegt dan bij vader. [minderjarige] durft niet tegen vader te zeggen dat hij minder vaak naar [plaats 2] wil, dat hij alleen in [plaats 1] wil voetballen, etc. De basisschool heeft zorgen geuit over [minderjarige] . School zag dat [minderjarige] gespannen was, veel verzuimde en zich niet eerlijk durft te uiten naar zijn ouders. School heeft een melding gedaan bij Veilig Thuis. Team Toegang Jeugd is bezig een traject voor [minderjarige] op te starten. Moeder denk dat KIK een geschikt traject is voor [minderjarige] . De moeder stemt in met een onderzoek door de raad en zal daaraan meewerken.

6.5.

De vader verwijst ter onderbouwing van zijn verweer naar de overgelegde stukken. De vader vindt dat het verblijf bij hem voorgaat op activiteiten bij moeder, waaronder sporttraining, wedstrijden en naschoolse activiteiten. Het verzoek van moeder is ingrijpend. Zij beperkt het contact tussen vader en [minderjarige] enorm. Met het voorstel van moeder is [minderjarige] nog maar één nachtje in de twee weken bij vader en zijn gezin in plaats van de huidige vier nachten. De vader kan bij de verzochte wijziging onmogelijk zijn vaderrol invullen. De gehechtheid van [minderjarige] aan het gezin van vader en de band met zijn broers en zussen wordt geschaad. De betrokkenheid van vader bij het dagelijks leven van [minderjarige] , waaronder sport, wordt nog verder beperkt. Dat zal de persoonlijke ontwikkeling van [minderjarige] schaden. De vader wil best meedenken zodat [minderjarige] bepaalde activiteiten in [plaats 1] kan bijwonen, maar hij moet ook rekening houden met zijn gezin. [minderjarige] heeft bij vader een halfbroertje en stiefbroers/zussen. De vader erkent dat [minderjarige] loyaliteitsproblemen heeft. Hij kan hulp gebruiken. De vader heeft binnenkort een gesprek met Team Toegang Jeugd. Vader wil dat gesprek afwachten voor hij eventueel toestemming geeft voor KIK. Wellicht heeft Team Toegang Jeugd een ander traject voor ogen. De moeder vergeet dat [minderjarige] ook een leven in [plaats 2] heeft. De vader vreest ook dat de keuze van [minderjarige] om alleen nog maar in [plaats 1] te willen voetballen voortkomt vanuit de wens om moeder tevreden te stellen. [minderjarige] heeft een rijk familieleven bij de vader, vriendjes en voetbal in [plaats 2] . Dat mag niet worden beperkt. De vader acht een raadsonderzoek zoals de raad heeft omschreven zinvol en zal daaraan meewerken.

6.6.

[minderjarige] heeft tijdens het jongerengesprek te kennen gegeven dat hij het goed heeft bij beide ouders. [minderjarige] ziet er wel een beetje tegenop om doordeweeks op en neer te gaan naar [plaats 2] . Het schakelen van moeder naar vader vindt hij lastig. [minderjarige] heeft soms het gevoel dat hij in twee werelden leeft. Hij voetbalt nu bij twee voetbalverenigingen; in [plaats 1] is hij keeper en in [plaats 3] verdediger. Op zich vindt hij het allebei leuk, maar het wordt wel wat meer gedoe om het allemaal te combineren, omdat hij bijvoorbeeld dan de keeperstraining mist. Volgens [minderjarige] willen moeder en vader allebei dat hij naar een feestje kan, maar een compromis sluiten lukt vaak niet en het komt er dan vaak op neer dat [minderjarige] niet kan gaan. [minderjarige] is er inmiddels aan gewend dat het zo gaat, maar jammer vindt hij het wel.

Het advies van de raad

6.7.

De raad hoort twee ouders die allebei zeggen dat [minderjarige] hulp nodig heeft. De raad vindt het positief dat beide ouders open staan voor hulp. De zitting komt wellicht iets te vroeg, omdat vader aanstaande woensdag pas een gesprek heeft met Team Toegang Jeugd. Er moet veel gebeuren de komende tijd. Door de verzochte regeling van moeder zal [minderjarige] nog maar weinig deel uitmaken van het gezinssysteem van vader. Hoe is dat voor [minderjarige] ? In het traject bij Team Toegang Jeugd kan besproken worden wat de belemmeringen of de voordelen zijn van de huidige regeling. De raad begrijpt wel dat de afstand het lastig maakt met name voor de woensdagmiddag. [minderjarige] zit nu op de middelbare school en schoolroosters veranderen.

Het verzoek van vader om een onderzoek te doen naar de oorzaken van de gesignaleerde problematiek van [minderjarige] doet denken aan een beschermingsonderzoek. Dat is nu niet nodig. De raad kan wel een onderzoek naar een goede zorgregeling voor [minderjarige] aanbieden. In dat onderzoek zal het resultaat van het traject bij Team Toegang Jeugd meegenomen kunnen worden. Daarnaast zal de raad gesprekken voeren met [minderjarige] en de ouders. De raad vindt dat Team Toegang Jeugd eerst de mogelijkheden dient te onderzoeken welk hulptraject geschikt is voor [minderjarige] , nu zij reeds betrokken zijn, hoewel KIK in beginsel wel past bij complexe scheidingsproblematiek. De raad adviseert in afwachting van een onderzoek door de raad de huidige regeling voorlopig in stand te houden. De raad vindt het wel een lastige keuze, omdat [minderjarige] aangeeft met name de woensdag lastig te vinden, maar [minderjarige] is anders wel heel weinig bij vader en zijn gezin.

De inhoudelijke beoordeling

6.8.

De rechtbank is van oordeel dat het op dit moment nog niet duidelijk is wat de meest wenselijke zorgregeling voor [minderjarige] is. De rechtbank kan daarom nog geen definitieve beslissing nemen en zal de zaak aanhouden. De rechtbank zal wel een tijdelijke beslissing nemen. De rechtbank legt dit uit.

6.9.

Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken, blijkt dat de ouders van mening verschillen over de haalbaarheid van de huidige regeling nu [minderjarige] naar de middelbare school gaat. De moeder vindt de huidige regeling te belastend voor [minderjarige] met name omdat hij nu wisselende roosters zal hebben, op de middelbare school gaat en door de reisafstand van een uur tussen [plaats 1] en [plaats 2] . Daar komt bij dat [minderjarige] in beide werelden niet volledig kan meedoen en hij daardoor uit de boot dreigt te vallen. De vader wil [minderjarige] doordeweeks blijven zien en niet alleen in de (verkorte) weekenden. De vader wil een ouder zijn die [minderjarige] ook doordeweeks kan helpen met huiswerk en sport, in plaats van alleen de ouder te zijn bij wie [minderjarige] eenmaal in de veertien dagen een nachtje logeert. Dat is geen evenredige ouderrol en doet geen recht aan de situatie die al jaren bestaat, aldus de vader.

6.10.

De rechtbank heeft begrip voor beide standpunten. De rechtbank kan zich voorstellen dat nu [minderjarige] naar de middelbare school gaat hij steeds meer buitenschoolse activiteiten krijgt waaraan hij graag wil deelnemen en dat het leven in twee werelden steeds meer lastige keuzes met zich brengt. Het is van belang dat [minderjarige] zich kan ontwikkelen en niet steeds dingen mist omdat ouders geen goede afspraken kunnen maken. De rechtbank heeft er begrip voor dat de moeder bang is dat [minderjarige] uit de boot valt. De rechtbank begrijpt het standpunt van de vader ook. [minderjarige] brengt vier nachten in de veertien dagen bij de vader door en dat zal fors worden beperkt als de huidige regeling wordt gewijzigd zoals verzocht. Hierdoor wordt het voor vader lastig om zijn vaderrol in te vullen en betrokken te blijven in het leven van [minderjarige] .

6.11.

Beide ouders zijn het er wel over eens dat [minderjarige] klem zit tussen de ouders en dat er sprake is van loyaliteitsproblematiek.

6.12.

De rechtbank acht zich op grond van het bovenstaande onvoldoende ingelicht om nu een definitieve beslissing te kunnen geven op de verzoeken van de moeder en de vader. Alvorens daarover een definitieve beslissing te kunnen nemen acht de rechtbank een onderzoek van de raad noodzakelijk. De rechtbank acht het van belang dat er voor alle partijen en vooral voor [minderjarige] duidelijkheid komt over de zorgregeling op de langere termijn. De rechtbank zal daarom de raad verzoeken een onderzoek in te (doen) stellen naar en de rechtbank te rapporteren en te adviseren over de voor [minderjarige] meest wenselijke zorg- en contactregeling, inclusief de vakanties, feestdagen en overige dagen. De moeder en de vader staan achter het instellen van een raadsonderzoek. De rechtbank zal in afwachting van de resultaten van dit raadsonderzoek de definitieve beslissing op de verzoeken aanhouden voor de duur van zes maanden. Na ontvangst van het raadsrapport krijgen partijen de gelegenheid daarop te reageren en zal de situatie opnieuw worden beoordeeld.

6.13.

In afwachting van het raadsrapport, ziet de rechtbank - anders dan de raad - aanleiding de zorgregeling voor een gedeelte aan te passen, namelijk wat betreft de overnachting in de oneven weken van woensdagmiddag na school tot donderdagochtend naar school. De rechtbank overweegt daarbij het volgende. [minderjarige] gaat net naar de middelbare school, voor hem een spannende periode waarin hij zijn weg moet vinden op school en met zijn klasgenoten. [minderjarige] krijgt te maken met huiswerk, toetsen en wisselende roosters, waarbij het kan voorkomen dat hij op woensdag tot 16.00 uur naar school moet. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat zijn rooster tot eind september op woensdag gunstig uitpakt maar dat kan vanaf oktober anders zijn. De rechtbank gunt het [minderjarige] dat hij rustig kan settelen op de middelbare school zonder steeds te moeten afwegen of hij op woensdag in de oneven weken aan een (naschoolse) activiteit kan deelnemen en zonder stress te hebben van het op en neer gaan naar [plaats 3] / [plaats 2] . [minderjarige] heeft ook tijd en ruimte nodig om nieuwe vrienden te maken. Er komt al genoeg op [minderjarige] af. De ouders zullen realistisch moeten zijn over het gegeven dat [minderjarige] meer en meer zijn eigen leven zal willen inrichten. De raad kan vervolgens onderzoeken wat er op de langere termijn mogelijk en in het belang van [minderjarige] is. De rechtbank vindt het positief dat beide ouders bereid zijn om mee te werken met Team Toegang Jeugd, alsmede aan een onderzoek door de raad.

6.14.

De rechtbank zal op grond van het bovenstaande de huidige zorgregeling, in afwachting van de resultaten van het raadsonderzoek, voorlopig als volgt wijzigen dat het verblijf van [minderjarige] bij de vader in de oneven weken van woensdagmiddag tot donderdagochtend voor schooltijd vervalt. De rest van de zorgregeling blijft in afwachting van het onderzoek onverminderd van kracht.

Dwangsom

6.15.

De vader heeft verzocht de moeder te veroordelen tot betaling aan de vader van een dwangsom van € 250,- per dag of dagdeel dat de moeder de door het gerechtshof d.d.

26 oktober 2021 vastgestelde zorgregeling of - subsidiair - een mogelijk nog nader vast

te stellen zorgregeling niet nakomt dan wel per dag of dagdeel dat de zorgregeling niet doorgaat door omstandigheden aan de moeder te wijten.

6.16.

De moeder heeft verzocht dit verzoek af te wijzen. Een dwangsom kan worden vastgesteld als de andere ouder weigerachtig is mee te werken aan een zorgregeling. Hiervan is echter in het geheel geen sprake, hoewel de vader de rechtbank anders wil doen geloven. Daar komt bij dat een dwangsom niet bijdraagt aan de daadwerkelijke problematiek.

6.17.

De rechtbank zal dit verzoek van de vader afwijzen. In aanmerking genomen dat partijen een traject starten bij Team Toegang Jeugd en de raad een onderzoek gaat doen naar de zorgregeling, acht de rechtbank een dwangsom niet passend. De rechtbank gaat er van uit dat de moeder zich houdt aan de gewijzigde zorgregeling. Tegelijk gaat de rechtbank er van uit dat de vader bereid is rekening te houden met de wensen van [minderjarige] als hij bijvoorbeeld een activiteit heeft waar hij graag heen wil in het weekend dat hij bij de vader verblijft.

Voorwaardelijke verzoek tot vervangende toestemming deelnemen [minderjarige] aan traject KIK

6.18.

De moeder heeft vervangende toestemming verzocht voor inschrijving en deelname van [minderjarige] aan het traject KIK.

6.19.

De vader kan hiermee niet instemmen, omdat Team Toegang Jeugd inmiddels betrokken is en hij wil afwachten welk traject dit team voor [minderjarige] geschikt acht.

6.20.

De rechtbank zal dit verzoek van de moeder afwijzen nu de vader en de moeder gaan deelnemen aan een traject van Team Toegang Jeugd en daarin wordt gekeken welk traject het meest passend is voor [minderjarige] .

Beslissing

7
De beslissing

De rechtbank:

7.1.

wijzigt, totdat nader wordt beslist, voorlopig de zorgregeling als volgt:

- de bij beschikking van 26 oktober 2021 vastgestelde zorgregeling blijft gehandhaafd met uitzondering van het verblijf van [minderjarige] bij de vader op woensdagmiddag tot donderdagochtend voor schooltijd in de oneven weken (dit verblijf vervalt);

7.2.

verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

7.3.

wijst af het verzoek van de moeder tot het verlenen van vervangende toestemming voor inschrijving en deelname van [minderjarige] aan het traject KIK;

7.4.

wijst af het verzoek van de vader om een dwangsom aan de moeder op te leggen;

7.5.

verzoekt de raad een onderzoek in te stellen en de rechtbank uiterlijk op 24 februari 2027 te rapporteren en te adviseren over de voor [minderjarige] meest wenselijke zorg- en contactregeling inclusief vakanties, feestdagen en overige dagen;

7.6.

stelt advocaten van partijen in de gelegenheid om binnen twee weken na ontvangst van de rapportage te reageren en te laten weten hoe zij willen dat het verder gaat in deze procedure, zo nodig onder overlegging van verhinderdata.

7.7.

houdt iedere verdere beslissing aan in afwachting van de uitkomst van het raadsonderzoek;

Deze beschikking is gegeven door mr. C.W. Couperus - van Kooten, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026 in tegenwoordigheid van J. Pol, griffier.

De rechtbank stuurt een afschrift van deze beschikking naar de Raad voor de Kinderbescherming. De raad neemt de gegevens uit deze beschikking op in zijn registratie.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.