RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Familierecht en Jeugdrecht
Zaak-/rekestnr.: 350898 FA RK 26/2071
Beroep tegen een crisismaatregel, tevens verzoek schadevergoeding
Beschikking van 15 september 2026 van de rechtbank Overijssel naar aanleiding van het beroep ex artikel 7:6 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) tegen een crisismaatregel, ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
verblijvende bij Dimence, [adres],
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. J.J.M. Pinners te Zwolle.
Procesverloop
1.1
Bij verzoekschrift, ingekomen bij de griffie op 24 augustus 2026, heeft betrokkene beroep ingesteld tegen de door de burgemeester van de gemeente Zwolle op 15 augustus 2026 jegens haar opgelegde crisismaatregel.
1.2
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
? de beslissing van de burgemeester houdende het opleggen van de crisismaatregel van 15 augustus 2026;
? de medische verklaring van 15 augustus 2026.
1.3
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 september 2026 bij Dimence, [adres].
1.4
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
? betrokkene;
? de advocaat van betrokkene;
? [naam 1], namens de gemeente Zwolle;
? [naam 2], namens de gemeente Zwolle;
? M.M. Slobben, psychiater.
2.1
Op 29 januari 2026 is met betrekking tot betrokkene een zorgmachtiging afgegeven met een looptijd tot en met 29 juli 2026. Op die datum is een verzoek tot verlening van een aansluitende zorgmachtiging ingediend. De advocaat heeft daarop een door betrokkene ondertekende referteverklaring ingediend, waarna op 18 augustus 2026 een aansluitende zorgmachtiging is verleend.
2.2
Bij beschikking van 15 augustus 2026 om 15:27 uur heeft de burgemeester van de gemeente Zwolle ten aanzien van betrokkene een crisismaatregel in de zin van artikel 7:1 Wvggz genomen met een geldigheidsduur tot en met 18 augustus 2026 om 15:27 uur.
2.3
Op 17 augustus 2026 heeft de officier van justitie een verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel ingediend bij de rechtbank, welk verzoek diezelfde dag ook weer door de officier van justitie is ingetrokken.
3.1
Betrokkene stelt dat de crisismaatregel op 15 augustus 2026 ten onrechte aan haar is opgelegd. Zij is het niet eens met de inhoud van de door de onafhankelijk psychiater opgestelde medische verklaring. Hieromtrent voert betrokkene het volgende aan:
3.2
Met betrekking tot het psychiatrisch onderzoek stelt betrokkene kort en zakelijk weergegeven het niets eens te zijn met de beschreven gebeurtenissen.
3.3
Wat het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel betreft stelt betrokkene dat dit niet klopt. Betrokkene heeft niemand iets aangedaan of aangeraakt. Ze loopt niet met een mes op straat als er niets aan de hand is. Ze was niet van plan om een ander toe te takelen.
3.4
Ten aanzien van de vormen van verplichte zorg ter afwending van het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel stelt betrokkene dat zij bij het toedienen van vocht geen spuit mag krijgen, maar alleen medicatie via de mond.
3.5
Wat het verzet tegen de verplichte zorgverlening betreft stelt betrokkene dat zij wilsbekwaam is en in staat is tot een redelijke waardering van haar belangen ter zake de beoogde verplichte zorg.
3.6
De advocaat heeft ter zitting, in zoverre zonder bezwaar van de gemeente, de beroepsgronden aan de hand van een pleitnota aangevuld met de stelling, samengevat, dat de crisismaatregel niet had mogen worden genomen omdat de zorgmachtiging nog liep en op die grond een schadevergoeding naar billijkheid verzocht.
Overwegingen
5.1
Op grond van artikel 7:6, eerste lid van de Wvggz kan betrokkene door middel van een schriftelijk en gemotiveerd verzoek binnen drie weken na de dag waarop de burgemeester de crisismaatregel heeft genomen bij de rechter beroep instellen tegen de crisismaatregel.
5.2
De rechtbank stelt vast dat het verzoek binnen de in artikel 7:6, eerste lid, van de Wvggz genomen termijn is ingediend, zodat betrokkene ontvankelijk is in haar verzoek.
5.3
Hetgeen in beroep door betrokkene zelf inhoudelijk is aangevoerd tegen de medische verklaring legt alleen al daarom geen gewicht in de schaal omdat betrokkene zich niet kan herinneren dat zij is gehoord – laat staan wat zij daarbij heeft gezegd. Dit terwijl de crisismaatregel vermeldt dat zij is gehoord en de gemeente ter zitting heeft laten weten dat daarvan een verslag is gemaakt dat niet de bezwaren vermeldt zoals in beroep aangevoerd. De burgemeester kan dus niet worden verweten dat hij al hetgeen betrokkene in beroep tegen de medische verklaring heeft aangevoerd niet in zijn afweging heeft betrokken. Maar ook al zou betrokkene dit alles wél hebben aangevoerd voorafgaand aan het nemen van de crisismaatregel, dan nog mocht de burgemeester meer geloof hechten aan hetgeen de onafhankelijk psychiater in de medische verklaring heeft vermeld. De burgemeester heeft dus niet op inhoudelijk onjuiste gronden de crisismaatregel genomen en het beroepschrift treft daarom op inhoudelijke gronden geen doel.
5.4
Niettemin dient de crisismaatregel op formele gronden te worden vernietigd. Zoals door de advocaat terecht aangevoerd, is er een crisismaatregel verleend terwijl er een zorgmachtiging liep. Er kunnen niet twee beslissingen tot verplichte zorg naast elkaar kunnen bestaan, De vraag is welke beslissing het zwaarst weegt. Naar het oordeel van de rechtbank kan een spoedbeslissing van de burgemeester niet afdoen aan een beslissing van de rechter in die zin dat de zorgmachtiging daardoor zou komen te vervallen. De crisismaatregel is dus ten onrechte verleend en dient daarom te worden vernietigd.
5.5
Het verzoek schadevergoeding is volgens de pleitnota erop gebaseerd dat betrokkene is geconfronteerd met a) een medische verklaring waarin veel staat waarmee zij het niet eens is, b) de betrokkenheid van de burgemeester en c) een vrijheidsbeneming van drie dagen op basis van een juridisch onnodige crisismaatregel. Mondeling heeft de advocaat nog toegelicht dat het niet zozeer om een onterechte opname gaat, als wel om de extra stress die de onjuiste gang van zaken heeft meegebracht.
5.6
Uit het voorgaande volgt dat het enkele feit dat betrokkene het niet eens is met de medische verklaring niet tot de conclusie hoeft te leiden dat deze onjuist was. Voorts zou betrokkene, zoals de ter zitting aanwezige psychiater heeft toegelicht, bij een juiste gang van zaken op basis van de zorgmachtiging zijn opgenomen en zou de daarvan ondervonden stress vergelijkbaar zijn geweest. Niettemin valt niet te ontkennen dat de opname op basis van een crisismaatregel destijds, en zelfs tot aan de zitting, onnodig verwarrend voor betrokkene is geweest en extra stress kan hebben veroorzaakt, waarbij een schadevergoeding passend is. Het feit dat de burgemeester geen verwijt treft omdat hij niet zelf kan nagaan of er nog een zorgmachtiging loopt, kan er niet aan afdoen dat deze schadevergoeding ten laste van de gemeente dient te komen.
5.7
Alles overziend, kent de rechtbank aan betrokkene een schadevergoeding naar billijkheid toe ter hoogte van €100,-.