3.1.
“00:00:01 Spreker 1
Goedemorgen, Fox Deventer met [naam 1].
00:00:04 Spreker 2
Goedemorgen met [naam 2].
00:00:07 Spreker 1
[naam 3] dag [naam 4] één momentje.
00:00:09 Spreker 1
Is goed.
00:00:11 Spreker 2
Ja ik bel even voor pincasso rollen met de vraag hoeveel jullie nog op voorraad hadden.
00:00:17 Spreker 1
Wat zei je? Sorry?
00:00:18 Spreker 2
Voor de pin rollen en de kassa rollen oké, hoeveel jullie nog hadden liggen?
00:00:24 Spreker 1
Ik ga even kijken is goed?
00:00:35 Spreker 1
We hebben er nog 3 ongeveer liggen rolletjes nog 3 2 van de kleine en een voor de grotere.
00:00:45 Spreker 2
Oh, dan hebben we het over de rolletjes.
00:00:47 Spreker 2
Ja, ja zullen we die dan vast bijvullen? Want Dat is Natuurlijk niet heel veel.
00:00:53 Spreker 1
Oh wacht.
00:00:55 Spreker 1
Hebben nog.
00:00:57 Spreker 1
Het is niet zo, Maar we hebben nog.
00:01:01 Spreker 1
Hoeveel van nog een heel pak van grotere?
00:01:06 Spreker 1
Van de kleine, het pinautomaat.
00:01:10 Spreker 1
Willen we wel graag nieuwe rolletjes?
00:01:14 Spreker 2
Ja en dan gewoon 3 doosjes.
00:01:17 Spreker 1
Ja eigenlijk wat we normaal hebben.
00:01:20 Spreker 2
Ja eigenlijk besteld Iedereen altijd gelijk 3 of.
00:01:22 Spreker 1
3 nou dan is dat prima. Ja sorry, Ik heb dit nog nooit gedaan dus.
00:01:27 Spreker 2
Bent u er wel voor bevoegd?
00:01:30 Spreker 1
Ja zeker wel, ja, ja, Ik ben wel begeleiding.
00:01:33 Spreker 2
OK super.
00:01:34 Spreker 2
Ja en, wat was uw naam ook alweer? Sorry.
00:01:36 Spreker 1
Uh [naam 1], [naam 1]
00:01 :41 Spreker 2
Yup even kijken, dan doen we gewoon lekker 3 om 3 zoals altijd en dan.
00:01:45 Spreker 1
Ja.
00:01:45 Spreker 1
Helemaal.
00:01:46 Spreker 2
Vullen we ze gewoon lekker aan en ze bent één of twee werkdagen.
00:01:49 Spreker 2
Oké, helemaal goed.
00:01:51 Spreker 2
Oké super werk ze nog.
00:01:53 Spreker 1
Ja bedankt hetzelfde, bedankt Doeg dag.”