Rechtbank Overijssel, eerste aanleg - enkelvoudig insolventierecht
ECLI:NL:RBOVE:2026:2392
Op 20 April 2026 heeft de Rechtbank Overijssel een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van insolventierecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is NL:TZ:2602263:R-RK, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBOVE:2026:2392. De plaats van zitting was Almelo.
Indicatie
Toewijzing verzoek Wsnp en gedeeltelijke afwijzing verzoek eerdere ingangsdatum.
Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
Rekestnummer: NL:TZ:2602263:R-RK
Vonnis van maandag 20 april 2026
[verzoeker]
,
geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1],
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker],
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.
De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling toe en wijs het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum gedeeltelijk toe.
1.1.
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoek met bijlagen;
- de zitting van maandag 13 april 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoeker];
- mevrouw [naam], partner van [verzoeker].
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2.1.
[verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen.
Overwegingen
3.1.
Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
3.2.
De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
3.3.
[verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 28 juni 2025, de datum waarop de eerste aflossing in het minnelijk traject heeft plaatsgevonden. [verzoeker] is sinds 2021 fulltime werkzaam, zodat hij aan de inspanningsplicht tijdens het minnelijk traject heeft voldaan. Daarnaast heeft de schuldhulpverlener een overzicht gestuurd waaruit blijkt dat [verzoeker] van juni 2025 tot en met november 2025 maandelijks een bedrag heeft gespaard voor zijn schuldeisers, in totaal een bedrag van € 4.274,82. Na november 2025 is er niets meer afgedragen. [verzoeker] heeft hiermee gedurende zes maanden voldaan aan zijn afdrachtverplichting, waardoor een ingangsdatum kan worden bepaald die is gelegen op zes maanden voor de datum van de uitspraak. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat de eerdere ingangsdatum op 20 oktober 2025 kan worden bepaald.
Beslissing
4.1.
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:[verzoeker],geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1];,
4.2.
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf 20 oktober 2025 (Voetnoot 1);
4.3.
benoemt tot rechter-commissaris mr. A.E. Zweers;
4.4.
benoemt tot bewindvoerder D.E. Oonk, [adres 2];
4.5.
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
4.6.
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
4.7.
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Gewezen te Almelo door mr. D. van den Berg, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Voetnoot
Voetnoot 1
Hoger beroep
Tegen deze uitspraak kan verzoek(st)er en degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.