Rechtbank Overijssel, eerste aanleg - enkelvoudig personen- en familierecht

ECLI:NL:RBOVE:2026:1268

Op 18 February 2026 heeft de Rechtbank Overijssel een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van personen- en familierecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is C/08/342866 / FA RK 25-3231, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBOVE:2026:1268. De plaats van zitting was Almelo.

Soort procedure:
Zaaknummer(s):
C/08/342866 / FA RK 25-3231
Datum uitspraak:
18 February 2026
Datum publicatie:
10 March 2026
Advocaat:
mr. S.A. Isik-Altundag

Indicatie

Verzoek voornaamswijziging toegewezen. Verzoekers voornaam herinnert hem aan traumatische ervaringen in zijn jeugd. Verzoeker gebruikt de door hem gewenste voornaam al geruime tijd in het dagelijks verkeer, maar het verschil tussen deze namen zorgt in de praktijk voor verwarring. De door verzoeker gewenste voornaam is vrijwel gelijk aan de huidige voornaam.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Almelo

team familie- en jeugdrecht

zaaknummer: C/08/342866 / FA RK 25-3231 (MN)

beschikking van 18 februari 2026

inzake

[verzoeker] ,

verder te noemen: verzoeker,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. S.A. Isik-Altundag,

Procesverloop

1
Het procesverloop
1.1.

Op 19 december 2025 is ter griffie van deze rechtbank ingekomen een verzoekschrift, met bijlagen, tot voornaamswijziging.

1.2.

Op 19 januari 2026 is op verzoek van de rechtbank een rolbericht van mr. Isik-Altundag met bijlage(n) binnengekomen.

1.3.

De beschikking is bepaald op heden.

2
De vaststaande feiten
2.1.

Uit de geboorteakte blijkt dat op [geboortedatum] 1967 in de gemeente [gemeente] is geboren:

[verzoeker] .

3
Het verzoek
3.1.

Verzocht is de voornaam van verzoeker te wijzigen in de voornaam: [gewenste voornaam].

3.2.

Verzoeker stelt ten aanzien van de door hem gewenste voornaamswijziging onder

meer het volgende. Verzoeker ervaart psychische hinder van zijn naam [huidige voornaam] . De enige personen die verzoeker als [huidige voornaam] aanspraken waren de ouders van verzoeker. In het dagelijks verkeer gebruikt verzoeker altijd de naam [gewenste voornaam] . Sinds het overlijden van de ouders is er niemand meer die de naam [huidige voornaam] gebruikt. Verzoeker stelt dat hij geen goede herinneringen heeft aan zijn naam door negatieve ervaringen die hij in zijn jeugd heeft opgedaan. Op jonge leeftijd is er sprake geweest van mishandeling en zware verwaarlozing. Verzoeker is hiervoor bij een psycholoog onder behandeling geweest om zijn verleden te kunnen verwerken en een plek te kunnen geven. Verzoeker wordt door zijn naam die in officiële documenten staat nog steeds geconfronteerd met zijn zware traumatische jeugd. Hij wenst deze periode achter zich te laten door afstand te nemen van deze naam. Het verschil tussen zijn officiële naam en zijn roepnaam zorgt in de praktijk voor verwarring bij mensen in zijn omgeving. Het zou voor verzoeker een stuk gemakkelijker zijn wanneer deze namen gelijkluidend zijn.

Overwegingen

4
De beoordeling
4.1.

Ingevolge artikel 1:4 lid 4, eerste en tweede volzin, van het Burgerlijk Wetboek

(BW) kan op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijke vertegenwoordiger

wijziging van de voornaam worden gelast door de rechtbank. De wijziging geschiedt doordat

van de beschikking een latere vermelding aan de akte van geboorte wordt toegevoegd,

overeenkomstig artikel 1:20a lid 1 BW.

4.2.

Voor een dergelijke wijziging dient een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan.

4.3.

De rechtbank overweegt dat voornamen een middel zijn om personen binnen hun

familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren. Daarom vallen voornamen onder

het begrip ‘privéleven en familie- en gezinsleven’ in de zin van artikel 8 van het Europees

Verdrag voor de Rechten van de Mens. Voor een wijziging van de voornaam zoals verzocht

dient voldoende zwaarwichtig belang te bestaan. Het persoonlijk belang van verzoeker dient

afgewogen te worden tegen het belang dat het rechtsverkeer heeft bij een zo hoog mogelijke

mate van consistentie in namen. Bepalend bij de vraag of een weigering om een bepaalde

voornaam toe te kennen een ongerechtvaardigde inmenging oplevert, is de mate van

ongemak of overlast die de betrokkene hiervan ondervindt. Daarbij dienen alle feiten en

omstandigheden te worden meegewogen, waaronder ook de vraag of het voor de betrokkene

feitelijk toch mogelijk is de gewenste voornaam te voeren.

4.4.

De rechtbank is van oordeel dat verzoeker genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt dat

hij een zwaarwegend belang heeft bij de door zijn verzochte wijziging van zijn voornaam.

Verzoeker heeft zijn verzoek voldoende gemotiveerd gesteld en onderbouwd.

4.5.

De rechtbank is van oordeel dat de door de verzoeker genoemde feiten en

omstandigheden zwaarder wegen dan het maatschappelijk belang bij een zo hoog mogelijke

mate van consistentie in namen. De door verzoeker gewenste voornaam is bovendien vrijwel

gelijkluidend aan de huidige voornaam, zodat dit slechts een zeer beperkte wijziging behelst.

Nu de door de verzoeker gewenste voornaam geoorloofd is naar de maatstaven van artikel

1:4 lid 2 BW, zal de rechtbank het verzoek toewijzen.

Beslissing

5
De beslissing

De rechtbank:

5.1.

gelast wijziging van de voornaam van [verzoeker] , geboren te

[geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967, in die zin dat deze na wijziging zal luiden: [gewenste voornaam];

5.2.

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] een latere

vermelding betreffende voornaamswijziging aan de geboorteakte van het jaar 1967, nummer [nummer] , toe te voegen.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.H. van der Lecq, en in het openbaar uitgesproken op

18 februari 2026 in tegenwoordigheid van M. Nijboer griffier.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.