Rechtbank Overijssel, eerste aanleg - enkelvoudig personen- en familierecht

ECLI:NL:RBOVE:2026:5029

Op 6 July 2026 heeft de Rechtbank Overijssel een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van personen- en familierecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is C/08/347109 / FA RK 26/945, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBOVE:2026:5029. De plaats van zitting was Almelo.

Soort procedure:
Zaaknummer(s):
C/08/347109 / FA RK 26/945
Datum uitspraak:
6 July 2026
Datum publicatie:
17 August 2026

Indicatie

Informele rechtsingang van een minderjarige. De rechtbank ziet geen aanleiding om ambtshalve een beslissing te nemen over de hoofdverblijfplaats en/of de zorg- en contactregeling. De minderjarige verzoekt om volledig bij de vader te wonen en zelf te kunnen bepalen wanneer zij contact met de moeder heeft. Van een dergelijke situatie is op dit moment al sprake, in overleg tussen de ouders en de minderjarige. De vader stimuleert het contact tussen de minderjarige en de moeder. Daarnaast is hulpverlening ingezet en staat een gesprek tussen de minderjarige en de hulpverlening gepland.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Almelo

team familie- en jeugdrecht

zaaknummer: C/08/347109 / FA RK 26/945

beschikking van 6 juli 2026

over het verzoek via de informele rechtsingang van de minderjarige: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] ,

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder] ,

verder te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats 1] ,

en

[de vader] ,

verder te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats 2] .

1
Het verloop van de procedure
1.1.

De rechtbank heeft op 13 april 2026 de brief ontvangen die [minderjarige] heeft

gestuurd.

1.2.

Op 19 mei 2026 heeft [minderjarige] in een gesprek met de kinderrechter gesproken over deze brief.

1.3.

Op 24 juni 2026 heeft de rechtbank de zaak met gesloten deuren mondeling behandeld. Hierbij zijn verschenen:

- de moeder;

- de vader; en

- [medewerker Raad voor de Kinderbescherming] , namens de raad voor de kinderbescherming, verder te noemen: de raad.

1.4.

De rechtbank heeft bijzondere toegang verleend aan [naam] , een

vriendin van de moeder.

2
De feiten
2.1.

De rechtbank stelt op basis van de overgelegde stukken en wat tijdens het kindgesprek en de mondelinge behandeling is besproken vast dat:

- de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag over [minderjarige] uitoefenen; en

- er een zorg- en contactregeling is, die op dit moment niet wordt nagekomen.

3
Het verzoek van [minderjarige]
3.1.

heeft de kinderrechter gevraagd om de hoofdverblijfplaats en de zorg- en contactregeling te wijzigen, in die zin dat zij volledig bij vader woont en dat zij zelf kan bepalen wanneer zij contact heeft met haar moeder.

3.2.

De zorg- en contactregeling die ouders met elkaar hebben afgesproken is volgens [minderjarige] ingewikkeld. [minderjarige] is bijna om de dag bij de andere ouder en vindt dat erg onrustig. Daarnaast vertelt [minderjarige] dat er bij moeder thuis elke dag ‘gezeur’ is. [minderjarige] wil dat niet meer en gaat er mentaal aan onderdoor. Zij volgt voor de vierde keer therapie. Volgens [minderjarige] kan moeder de situatie thuis niet onder controle houden en reageert zij dat vaak af op [minderjarige] . [minderjarige] gaat daar vervolgens tegen in, waardoor de situatie verder escaleert.

4
Het standpunt van ouders

Vader

4.1.

Volgens vader verblijft [minderjarige] sinds twee à drie maanden grotendeels bij hem. Vader stimuleert [minderjarige] regelmatig om contact te houden met haar moeder en naar haar toe te gaan, om zo de band te behouden. Vader is van mening dat [minderjarige] en moeder samen om tafel zouden moeten gaan om te bespreken waar [minderjarige] tegenaan loopt en wat de onderlinge wrijving veroorzaakt. Volgens vader lijken [minderjarige] en moeder op elkaar en willen zij beiden graag hun gelijk halen, wat botst. Vader heeft al een gesprek gevoerd met [instelling] . Volgens hem zal [instelling] aankomende maandag met [minderjarige] in gesprek gaan en vervolgens bekijken of moeder bij een vervolggesprek kan aansluiten.

Moeder

4.2.

Moeder geeft aan dat er de afgelopen jaren veel is gebeurd binnen het gezin, waaronder stress rondom de scheiding en zwangerschap, wat impact heeft gehad op de gezinssituatie. Daarnaast heeft [minderjarige] onveilige en gewelddadige situaties meegemaakt. Moeder maakt zich zorgen omdat [minderjarige] niet goed in haar vel lijkt te zitten. Volgens moeder was er eerder een zorg- en contactregeling, maar heeft [minderjarige] deze veranderd en bepaalt zij nu grotendeels zelf. [minderjarige] komt ongeveer één keer per week bij moeder, zonder overnachting. Moeder vindt het jammer dat zij en [minderjarige] niet rechtstreeks met elkaar in gesprek kunnen gaan en dat hier hulpverlening voor wordt ingezet. Zij is van mening dat zij beiden in staat zijn dit samen zelf op te lossen. Moeder geeft daarbij aan dat ze niet tegen hulpverlening is.

4.3.

Moeder erkent dat zij soms te lang kan doorgaan in discussies en dat zij en [minderjarige] op elkaar lijken, maar dat zij ook goede momenten samen hebben. Zij ervaart inmiddels meer stabiliteit bij zichzelf, maar ziet dat [minderjarige] in de puberteit zit en haar grenzen opzoekt. Verder stelt zij dat zij en vader verschillend denken over opvoeding en het stellen van grenzen, ook los van het geloof. [minderjarige] accepteert de door moeder gestelde grenzen volgens haar onvoldoende. Moeder vindt het lastig dat er weinig begrenzing is, waardoor [minderjarige] gedrag laat zien dat volgens haar niet goed is. Tegelijkertijd probeert zij de opvoedstijl van vader los te laten. Dit advies heeft zij ook meegekregen vanuit eerdere hulpverlening. Volgens moeder is in het verleden hulpverlening ingezet via Trias, heeft [minderjarige] PMT gehad en is er momenteel hulp vanuit holistisch oogpunt betrokken. Moeder is van mening dat ouders niet hetzelfde hoeven te denken, maar elkaar wel moeten steunen.

5
Het advies van de raad
5.1.

De raad benadrukt het belang dat ouders en [minderjarige] samen in gesprek gaan, met ondersteuning van [instelling] . De raad merkt op dat, indien moeder en [minderjarige] qua karakter op elkaar lijken en beiden niet naar elkaar luisteren, dit kan botsen en uit de hand kan lopen. Als het gesprek escaleert of vastloopt, kan [instelling] op de lijn komen bij de raad. De raad adviseert daarom het verzoek van [minderjarige] af te wijzen. Verder hoort de raad dat moeder weinig vertrouwen heeft in vader. Volgens de raad zijn de ouders elkaar ook tot steun als [minderjarige] bij vader kan verblijven wanneer zij niet bij haar moeder wil zijn. De raad acht het van belang dat ouders op hoofdlijnen afspraken gaan maken, zodat [minderjarige] zo min mogelijk ruimte heeft om zich daartussen te bewegen.

Overwegingen

6
De beoordeling

Het juridisch kader

6.1.

Deze zaak gaat over een brief van [minderjarige] aan de rechtbank. [minderjarige] heeft deze brief zonder tussenkomst van een advocaat geschreven. De rechtbank begrijpt dat zij wil dat de hoofdverblijfplaats en de zorg- en contactregeling wordt gewijzigd. [minderjarige] heeft haar brief toegelicht tijdens het gesprek met de kinderrechter.

6.2.

Zo’n verzoek van een minderjarige wordt ook wel de informele rechtsingang genoemd. Deze is geregeld in artikel 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (BW) en geldt ook voor zaken die gaan over gezag, zoals de zorg- en contactregeling en de hoofdverblijfplaats (artikel 1:253a BW). De rechtbank kan in zulke gevallen ambtshalve een beslissing nemen als dat in het belang van [minderjarige] is.

De beslissing

6.3.

De rechtbank zal geen gebruik maken van haar ambtshalve bevoegdheid om de hoofdverblijfplaats of de zorg- en contactregeling te wijzigen. Hieronder wordt uitgelegd waarom.

6.4.

Er is veel gebeurd, waardoor er tussen [minderjarige] en haar moeder spanning is ontstaan en er regelmatig botsingen zijn. Ouders hebben samen, in overleg met [minderjarige] , afgesproken dat [minderjarige] voorlopig bij vader woont. [minderjarige] mag zelf bepalen of en wanneer zij naar haar moeder gaat. Positief is dat de vader het contact tussen [minderjarige] en haar moeder stimuleert en ondersteunt.

6.5

Gelet op deze situatie vindt de kinderrechter het belangrijk dat ouders met elkaar én met [minderjarige] in gesprek gaan. Daarbij is het voor [minderjarige] belangrijk dat er naar haar wordt geluisterd, dat haar wensen worden begrepen en dat daar rekening mee wordt gehouden. Tegelijkertijd is het ook voor [minderjarige] belangrijk te beseffen dat ouders uiteindelijk degenen zijn die de belangrijke beslissingen over haar nemen, ook al is [minderjarige] 15 jaar. Aan de ene kant is [minderjarige] nog jong, aan de andere kant is zij al goed in staat om zelf dingen te willen en te vinden.

6.6.

Voor [minderjarige] is het belangrijk dat er duidelijkheid is en zij weet waar zij aan toe is. Voor ouders betekent dit dat zij moeten proberen zoveel mogelijk op één lijn te komen over de opvoeding van [minderjarige] . Dat kan lastig zijn, omdat ouders verschillend denken over de regels en aanpak. Beide ouders erkennen dat [minderjarige] daardoor in twee verschillende opvoedsituaties opgroeit. Een mogelijke lijn kan ook zijn dat [minderjarige] zich bij moeder houdt aan de regels van moeder en bij haar vader aan de regels van vader. Daarnaast moet er ruimte zijn voor [minderjarige] om, gelet op haar leeftijd, steeds meer eigen keuzes te maken. Het maken van eigen keuzes is belangrijk voor haar ontwikkeling, het versterken van haar zelfstandigheid en het leren omgaan met verantwoordelijkheid.

6.7.

De kinderrechter heeft begrepen dat er al een gesprek gepland staat tussen [minderjarige] en de hulpverlening van [instelling] . Daarna wordt bekeken of ook de ouders hierbij kunnen aansluiten, eerst eventueel apart en later samen met [minderjarige] . De inzet van [instelling] is nodig om het gesprek te begeleiden en te structureren, zodat ook kan worden gekeken of verdere hulpverlening noodzakelijk is. De kinderrechter vraagt [minderjarige] en haar ouders om zich in te zetten voor deze gesprekken en samen tot een oplossing te komen, ook als dat soms moeilijk is. Als er afspraken worden gemaakt, is het wenselijk om deze op papier te zetten, als aanvulling op/wijziging van het ouderschapsplan.

6.8.

Omdat ouders met elkaar in overleg zijn, [minderjarige] grotendeels bij haar vader woont volgens de gezamenlijke afspraak en er gesprekken gaan plaatsvinden met [instelling] , ziet de kinderrechter op dit moment geen reden om ambtshalve de hoofdverblijfplaats of de zorg- en contactregeling te wijzigen.

6.9.

De kinderrechter bedankt [minderjarige] en haar ouders voor hun openheid en inzet en wenst hun veel succes bij de gesprekken met [instelling] .

Beslissing

7
De beslissing

De rechtbank:

7.1.

maakt geen gebruik van haar ambtshalve bevoegdheid om de hoofdverblijfplaats en/of de zorg- en contactregeling te wijzigen.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.L. Souman, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2026 in tegenwoordigheid van mr. K.K. van Haarst, griffier.

Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de raad voor de kinderbescherming en de in deze beschikking vermelde gegevens worden door de raad opgenomen in zijn registratie.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.