Rechtbank Overijssel, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBOVE:2026:189

Op 15 January 2026 heeft de Rechtbank Overijssel een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 08/996008-16 (P), bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBOVE:2026:189. De plaats van zitting was Zwolle.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
08/996008-16 (P)
Datum uitspraak:
15 January 2026
Datum publicatie:
16 January 2026

Indicatie

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 309 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uren.

De verdachte is schuldig bevonden aan medeplegen van opzettelijke overtreding van een in artikel 5 van de Wet op de accijns opgenomen verbod, meermalen gepleegd, witwassen, meermalen gepleegd, deelnemen aan een criminele organisatie en medeplegen van opzettelijke overtreding van een in artikel 5 van de Wet op de accijns opgenomen verbod.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08/996008-16 (P)

Datum vonnis: 15 januari 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres 1] [woonplaats] .

1
Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 10 april 2017, 18 december 2025 en 15 januari 2026 (sluiting onderzoek).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. F.H.J. van Gaal, advocaat in Wijchen, naar voren is gebracht.

2
De tenlastelegging

De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging van 18 december 2025, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 26 mei 2015 tot en met 13 februari 2017 samen met anderen opzettelijk een grote hoeveelheid sigaretten voorhanden heeft gehad, terwijl over deze sigaretten geen accijns was betaald;

feit 2: in de periode van 31 oktober 2013 tot en met 13 februari 2017 een auto, een Smart TV en een motorfiets heeft witgewassen;

feit 3: in de periode van 1 oktober 2013 tot en met 13 februari 2017 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het voorhanden hebben van onveraccijnsde sigaretten;

feit 4: op 31 oktober 2013 samen met anderen opzettelijk een grote hoeveelheid sigaretten voorhanden heeft gehad, terwijl over deze sigaretten geen accijns was betaald.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 mei 2015 tot en met 13

februari 2017 te [plaats 1], [plaats 2], [plaats 3], [plaats 4], [plaats 5], [plaats 6], [plaats 7] en/of

[plaats 8], in elk geval in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en/of Duitsland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

opzettelijk (telkens) (een) grote hoeveelheid accijnsgoed(eren), te weten:

- op of omstreeks 26 mei 2015 (circa) 3.212.200 sigaretten ([plaats 5]), en/of

- in of omstreeks de periode van 1 augustus 2015 tot en met 22 oktober 2015

(circa) 8.000.000 sigaretten, in elk geval (circa) 1.315.580 sigaretten ([plaats 1]),

en/of

- in of omstreeks de periode van 10 maart 2016 tot en met 31 maart 2016 (circa)

3.828.400 sigaretten ([plaats 6]), en/of

- in of omstreeks de periode van 31 mei 2016 tot en met 3 juni 2016 (circa)

2.500.000 sigaretten ([plaats 8] en/of [plaats 7]), en/of

- in of omstreeks de periode van 3 juni 2016 tot en met 16 juni 2016 (circa)

2.500.000 sigaretten ([plaats 8] en/of [plaats 7]), en/of

- in of omstreeks de periode van 14 juli 2016 tot en met 18 juli 2016 (circa)

3.200.000 sigaretten ([plaats 8] en/of [plaats 7]), en/of

- op of omstreeks 18 oktober 2016 (circa) 280.400 sigaretten ([plaats 8]),

althans een grote hoeveelheid sigaretten,

voorhanden heeft gehad,

terwijl die sigaretten niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de Accijns in de

heffing waren betrokken;

2

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 oktober 2013 tot en met

13 februari 2017 te [plaats 1], [plaats 2] en/of [plaats 3], in elk geval in Nederland,

één of meerdere voorwerpen heeft verworven, voorhanden (heeft) gehad en/of van een

voorwerp gebruik gemaakt, te weten (onder meer):

- een auto ( [kenteken 1] ), en/of

- een Samsung SUDHH 4K smart TV, en/of

- een Aprilia motorfiets ( [kenteken 2] ),

terwijl hij, verdachte, wist dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of

middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

3

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2013 tot en met 13 februari 2017 te [plaats 1],

[plaats 2], [plaats 3], [plaats 4], [plaats 5], [plaats 6], [plaats 7], en/of [plaats 8], in elk geval in

Nederland, het Verenigd Koninkrijk en/of Duitsland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, zijnde een samenwerkingsverband bestaande

uit verdachte en [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] , welke organisatie tot

oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:

- het opzettelijk voorhanden hebben van accijnsgoederen die niet volgens de

bepalingen van de Wet op de Accijns in de heffing zijn betrokken (artikel 5 juncto 97 Wet op de Accijns);

4

hij op of omstreeks 31 oktober 2013 te [plaats 9], [plaats 10] en/of [plaats 11], in elk geval

in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

opzettelijk accijnsgoederen, te weten (ongeveer) 4.157.600 sigaretten, in elk geval een

grote hoeveelheid sigaretten, voorhanden heeft gehad, terwijl die sigaretten niet

overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de Accijns in de heffing waren betrokken.

3
De procesafspraken
3.1

Inleidende opmerkingen

Tussen het Openbaar Ministerie en de verdachte is een overeenkomst gesloten, ondertekend door partijen op 10 en 11 december 2025, waarin procesafspraken zijn gemaakt, waaronder begrepen een afdoeningsvoorstel voor de onderhavige strafzaak. Het afdoeningsvoorstel dat door de officier van justitie en de verdediging aan de rechtbank is voorgelegd, houdt, voor zover relevant en zakelijk weergegeven, het volgende in:

het Openbaar Ministerie zal rekwireren tot een bewezenverklaring van de feiten 1, 2, 3 en 4;

de verdachte betwist niet het tenlastegelegde te hebben begaan en verdachte c.q. de verdediging zal geen verweer voeren tegen de bewezenverklaring;

de verdachte c.q. de verdediging ziet af van het indienen van onderzoekswensen;

het Openbaar Ministerie eist ter terechtzitting:

a. opheffing van de (geschorste) voorlopige hechtenis;

b. een gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) maanden, waarvan 309 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van één (1) jaar, onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

c. een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis, en

d. verbeurdverklaring van de auto BMW 5er Reihe met kenteken [kenteken 1] , een Samsung SUDHH televisie en de Aprilia RR motorfiets met kenteken [kenteken 2] ;

5. de verdachte doet afstand van de Harman Kardon BDS 370 boxen alsook van het bedrag van € 1.920,00 waar conservatoir beslag ex. art. 94a Wetboek van Strafvordering (Sv) op ligt en doet afstand van de eventueel daarover gegenereerde rente (afstandsverklaring is bijgevoegd);

6. de verdachte doet afstand van een jammer met adapter en een doos met sigarettenmonsters, zijnde goederen waar klassiek beslag ex art. 94 Sv op ligt (afstandsverklaring is bijgevoegd);

7. de verdachte c.q. de verdediging voert géén verweer tegen voornoemde strafeis;

8. de verdachte zal aanwezig zijn ter terechtzitting, zodat de rechtbank de totstandkoming van dit afdoeningsvoorstel kan toetsen;

9. de verdachte zal zich niet onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de op te leggen straf, en

10. door de verdachte c.q. de verdediging en het Openbaar Ministerie wordt geen hoger beroep ingesteld indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform de tussen de verdachte/verdediging en het Openbaar Ministerie gemaakte afspraken.

Partijen zijn ter zitting tot de volgende aanvullende procesafspraken gekomen, althans zij hebben ten aanzien van de procesafsprakenovereenkomst eensluidend de volgende verduidelijkingen verschaft:

met betrekking tot feit 1: de schriftelijke afspraken blijven gehandhaafd, ongeacht welk van de primair en subsidiair ten laste gelegde aantallen sigaretten zal worden bewezen verklaard;

bij de uitvoering van de te vorderen gevangenisstraf moet de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van de uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering worden gebracht;

met betrekking tot de goederen vermeld op de beslaglijst: het paspoort van verdachte moet aan hem worden teruggegeven; ten aanzien van de telefoons hoeft de rechtbank geen beslissing (meer) te nemen nu verdachte daarvan ter zitting afstand heeft gedaan; de overige goederen zijn reeds geretourneerd.

3.2

Inhoudelijke behandeling

Tijdens de inhoudelijke behandeling van de strafzaak op de zitting van 18 december 2025 zijn de procesafspraken zoals deze zijn vervat in het afdoeningsvoorstel, indringend met de verdachte besproken. De verdachte heeft aangegeven goed te hebben begrepen wat de gemaakte afspraken inhouden en wat de gevolgen daarvan zijn. Hij heeft gezegd volledig achter die afspraken te staan, deze overeenkomst vrijwillig te zijn aangegaan en op geen enkele wijze onder druk te zijn gezet. Ook is duidelijk geworden dat verdachte bij het hele proces om tot afspraken te komen, steeds voorzien is geweest van rechtskundige bijstand.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank tot de overtuiging gekomen dat de verdachte vrijwillig en op basis van voor hem voldoende duidelijke informatie is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing om mee te werken aan wat in het afdoeningsvoorstel is overeengekomen. De rechtbank stelt daarnaast vast dat de verdachte zich bewust is van de rechtsgevolgen van de in de overeenkomst neergelegde procesafspraken en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten. Daarmee is tevens voldaan aan de eisen die artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens (EVRM) stelt.

De rechtbank heeft benadrukt dat zij geen partij is bij de gemaakte procesafspraken en daaraan dus ook niet gebonden is. De rechtbank heeft een eigen verantwoordelijkheid en dat betekent dat bij de behandeling op de zitting de beantwoording van de vragen van de artikelen 348 en 350 Sv leidend is geweest.

4
De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. De bewijsmotivering  (Voetnoot 1)

5.1

inleiding

Op 22 oktober 2015 heeft de politie, naar aanleiding van informatie over een mogelijke hennepplantage, het pand gelegen op het adres [adres 2] doorzocht. Het pand bestond uit drie afzonderlijke loodsen. In de loods op het adres [adres 2] werden acht pallets met daarop kartonnen dozen en zogenoemde bigshoppers aangetroffen, waarin grote hoeveelheden sloffen sigaretten waren opgeslagen. (Voetnoot 2) Na telling door verbalisanten van de Fiscale Inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD) bleek dat in deze loods in totaal 1.315.580 sigaretten van verschillende merken aanwezig waren. (Voetnoot 3) De sigaretten waren niet voorzien van een accijnszegel. (Voetnoot 4) In de nabijheid van de pallets werd een petflesje van het merk “AA Drink” aangetroffen. Van dit flesje werd de drinkrand bemonsterd. (Voetnoot 5) Het veiliggestelde sporenmateriaal is vervolgens onderzocht en vergeleken met de Nederlandse DNA-databank. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat het aangetroffen DNA-materiaal overeenkwam met het DNA-profiel van verdachte. (Voetnoot 6) Naar aanleiding hiervan ontstond het vermoeden dat verdachte betrokken was bij de handel in illegale sigaretten. Hierop is een strafrechtelijk onderzoek ingesteld onder de naam “Loods”. In het kader van dit onderzoek zijn op verschillende locaties aanzienlijke hoeveelheden illegale sigaretten aangetroffen. Daarnaast werden verschillende opsporingsmiddelen ingezet waaruit de verdenking naar voren kwam dat verdachte zich gedurende een langere periode samen met anderen heeft beziggehouden met het transporteren van illegale sigaretten. Deze sigaretten werden vanuit Duitsland, via Nederland, doorgevoerd naar het Verenigd Koninkrijk. (Voetnoot 7)

5.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft overeenkomstig het afdoeningsvoorstel gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten.

5.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, onder verwijzing naar het afdoeningsvoorstel, geen bewijsverweer gevoerd.

5.4

De bewezenverklaring

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten. De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1

hij op tijdstippen in de periode van 26 mei 2015 tot en met 13 februari 2017 in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk telkens een grote hoeveelheid accijnsgoederen, te weten:

- op 26 mei 2015 circa 3.212.200 sigaretten ([plaats 5]), en

- in de periode van 1 augustus 2015 tot en met 22 oktober 2015

circa 8.000.000 sigaretten ([plaats 1]),

en

- in de periode van 10 maart 2016 tot en met 31 maart 2016 circa

3.828.400 sigaretten ([plaats 6]), en

- in de periode van 31 mei 2016 tot en met 3 juni 2016 circa

2.500.000 sigaretten ([plaats 8] en [plaats 7]), en

- in de periode van 3 juni 2016 tot en met 16 juni 2016 circa

2.500.000 sigaretten ([plaats 8] [plaats 7]), en

- in de periode van 14 juli 2016 tot en met 18 juli 2016 circa

3.200.000 sigaretten ([plaats 8] en [plaats 7]), en

- op 18 oktober 2016 circa 280.400 sigaretten ([plaats 8]),

voorhanden heeft gehad, terwijl die sigaretten niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de Accijns in de heffing waren betrokken;

2

hij op tijdstippen in de periode van 31 oktober 2013 tot en met 13 februari 2017 in Nederland, meerdere voorwerpen heeft verworven en voorhanden heeft gehad, te weten:

- een auto ( [kenteken 1] ), en

- een Samsung SUDHH 4K smart TV, en

- een Aprilia motorfiets ( [kenteken 2] ),

terwijl hij, verdachte, wist dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

3

hij in de periode van 1 oktober 2013 tot en met 13 februari 2017 in

Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, heeft deelgenomen aan een organisatie, zijnde een samenwerkingsverband bestaande uit verdachte en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:

- het opzettelijk voorhanden hebben van accijnsgoederen die niet volgens de

bepalingen van de Wet op de Accijns in de heffing zijn betrokken (artikel 5 juncto

97 Wet op de Accijns);

4

hij op 31 oktober 2013 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk accijnsgoederen, te weten (ongeveer) 4.157.600 sigaretten, voorhanden heeft gehad, terwijl die sigaretten niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de Accijns in de heffing waren betrokken.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bij haar oordeel dat heeft geleid tot de bewezenverklaring van het voorhanden hebben van sigaretten in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk betrekt de rechtbank dat verdachte wist of redelijkerwijs kon weten dat ter zake van deze sigaretten in Nederland de verplichting de accijns op aangifte te voldoen niet was of zou worden nagekomen (vgl. ECLI:NL:HR:2008:BD3699, r.o. 5.4.5.).

Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

6
De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 5 en 97 van de Wet op de accijns en de artikelen 47, 140 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: medeplegen van opzettelijke overtreding van een in artikel 5 van de Wet op de accijns opgenomen verbod, meermalen gepleegd;

feit 2

het misdrijf: witwassen, meermalen gepleegd;

feit 3

het misdrijf: het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

feit 4

het misdrijf: medeplegen van opzettelijke overtreding van een in artikel 5 van de Wet op de accijns opgenomen verbod.

7
De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8
De op te leggen straf of maatregel
8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 240 uren en een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden waarvan 309 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar, met aftrek van voorarrest. Het geschorste bevel voorlopige hechtenis moet worden opgeheven.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om de eis van de officier van justitie, die in overeenstemming is met het afdoeningsvoorstel, te volgen.

8.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

Verdachte heeft zich, gedurende langere tijd, in georganiseerd verband schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van in totaal ruim 27 miljoen sigaretten, zonder dat over die sigaretten accijns was betaald. Door het handelen van verdachte is de Nederlandse fiscus een aanzienlijk bedrag aan accijns misgelopen. Bovendien verstoort de smokkel de reguliere markt voor sigaretten. Op deze wijze wordt aan bonafide bedrijven die wel aan de accijnsrechtelijke verplichtingen voldoen, oneerlijke concurrentie aangedaan. Ook wordt het in Europese landen gevoerde beleid om door hoge prijzen het gebruik van sigaretten te ontmoedigen om de schadelijke gevolgen daarvan voor de volksgezondheid te beperken op deze wijze gefrustreerd. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een auto, een televisie en een motorfiets. Dit betreft een ondermijnende vorm van criminaliteit. Door het handelen van verdachte is de integriteit van het financiële en economische verkeer aangetast. Daarnaast draagt witwassen bij aan de instandhouding van criminaliteit, waaronder bijvoorbeeld de illegale sigarettenhandel. Witwassen maskeert immers de onderliggende strafbare feiten en faciliteert aldus andere – winstgevende – vormen van criminaliteit. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Met betrekking tot zijn persoonlijke omstandigheden heeft de rechtbank acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie over verdachte van 10 juni 2025. Hieruit blijkt dat verdachte in het verleden eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten en meer in het bijzonder in 2007 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wegens accijnsfraude. Nu sinds deze veroordeling de nodige tijd is verstreken houdt de rechtbank daar slechts in beperkte mate rekening mee bij de strafoplegging.

De rechtbank stelt voorop dat zij een eigen beoordeling heeft uitgevoerd bij de bepaling van de op te leggen straf. De rechtbank ziet na het afwegen van alle relevante factoren en belangen aanleiding om conform het thans voorliggende afdoeningsvoorstel een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan 309 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar met aftrek van voorarrest en een taakstraf voor de duur van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis, op te leggen. De rechtbank heeft daarbij in hoge mate rekening gehouden met het zeer aanzienlijke tijdsverloop sinds de pleegperiodes en de dientengevolge substantiële overschrijding van de redelijke termijn.

8.4

De inbeslaggenomen voorwerpen

De officier van justitie heeft gevorderd de inbeslaggenomen auto (BMW 5er Reihe met kenteken [kenteken 1] ), Samsung SUDHH televisie en Aprilia RR motorfiets (kenteken [kenteken 2] ) verbeurd te verklaren. De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat het inbeslaggenomen paspoort moet worden teruggegeven aan verdachte.

De raadsman heeft bepleit dat de vordering van de officier van justitie tot verbeurdverklaring van de auto, de tv en de motor moet worden toegewezen en dat het inbeslaggenomen paspoort moet worden teruggeven aan verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat de auto (BMW 5er Reihe met kenteken [kenteken 1] ), Samsung SUDHH televisie en Aprilia RR motorfiets (kenteken [kenteken 2] ) moeten worden verbeurdverklaard, omdat het voorwerpen betreffen die aan de verdachte toebehoren en die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het strafbare feit (2) zijn verkregen. De omstandigheid dat deze goederen – blijkens de daarop betrekking hebbende kennisgevingen van inbeslagneming die zich in het dossier bevinden – conservatoir in beslag zijn genomen ex artikel 94a Sv (waardebeslag) staat aan de verbeurdverklaring niet in de weg.

De rechtbank zal de teruggave aan de verdachte gelasten van het aan verdachte toebehorende op de beslaglijst onder nummer 35 vermelde paspoort (“1 STK Paspoort”), aangezien dit niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.

9
De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a en 57 Sr.

Beslissing

10
De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1

het misdrijf: medeplegen van opzettelijke overtreding van een in artikel 5 van de Wet op de accijns opgenomen verbod, meermalen gepleegd;

feit 2

het misdrijf: witwassen, meermalen gepleegd;

feit 3

het misdrijf: het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

feit 4

het misdrijf: medeplegen van opzettelijke overtreding van een in artikel 5 van de Wet op de accijns opgenomen verbod.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 309 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 1 (één) jaar de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 240 uren;

- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

de in beslag genomen voorwerpen

- verklaart verbeurd de auto (BMW 5er Reihe met kenteken [kenteken 1] ), Samsung SUDHH televisie en Aprilia RR motorfiets (kenteken [kenteken 2] );

- gelast de teruggave van het op de beslaglijst genoemde voorwerp onder nummer 35 (“1 STK Paspoort”) aan verdachte;

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Berlo, voorzitter, mr. H. Manuel en mr. R. ter Haar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.N. Esajas, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2026.

Voetnoot

Voetnoot 1

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s zijn dit pagina’s uit het dossier van de Belastingdienst/FIOD met nummer 57513 / Loods. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Voetnoot 2

Het proces-verbaal van bevindingen van 24 oktober 2015 (AMB-002), p. 10000002 en 10000003.

Voetnoot 3

Het proces-verbaal onjuiste telling aantal sigaretten van 3 november 2015 (AMB-013), p. 10000029.

Voetnoot 4

Het proces-verbaal van bevindingen van 24 oktober 2015 (AMB-002), p. 10000002.

Voetnoot 5

Het proces-verbaal van sporenonderzoek van 22 oktober 2015 (AMB-019), p. 10000044 t/m 10000047.

Voetnoot 6

Het proces-verbaal identificatie n.a.v. DNA-sporen (inclusief bijlagen) van 18 november 2015 (AMB-020), p. 10000048 t/m 10000052.

Voetnoot 7

Het proces-verbaal algemeen dossier van 25 januari 2018 (OPV-01), p. 0000001 t/m 00000089.