De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging van 18 december 2025, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1: in de periode van 26 mei 2015 tot en met 13 februari 2017 samen met anderen opzettelijk een grote hoeveelheid sigaretten voorhanden heeft gehad, terwijl over deze sigaretten geen accijns was betaald;
feit 2: in de periode van 31 oktober 2013 tot en met 13 februari 2017 een auto, een Smart TV en een motorfiets heeft witgewassen;
feit 3: in de periode van 1 oktober 2013 tot en met 13 februari 2017 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het voorhanden hebben van onveraccijnsde sigaretten;
feit 4: op 31 oktober 2013 samen met anderen opzettelijk een grote hoeveelheid sigaretten voorhanden heeft gehad, terwijl over deze sigaretten geen accijns was betaald.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
1
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 mei 2015 tot en met 13
februari 2017 te [plaats 1], [plaats 2], [plaats 3], [plaats 4], [plaats 5], [plaats 6], [plaats 7] en/of
[plaats 8], in elk geval in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en/of Duitsland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
opzettelijk (telkens) (een) grote hoeveelheid accijnsgoed(eren), te weten:
- op of omstreeks 26 mei 2015 (circa) 3.212.200 sigaretten ([plaats 5]), en/of
- in of omstreeks de periode van 1 augustus 2015 tot en met 22 oktober 2015
(circa) 8.000.000 sigaretten, in elk geval (circa) 1.315.580 sigaretten ([plaats 1]),
en/of
- in of omstreeks de periode van 10 maart 2016 tot en met 31 maart 2016 (circa)
3.828.400 sigaretten ([plaats 6]), en/of
- in of omstreeks de periode van 31 mei 2016 tot en met 3 juni 2016 (circa)
2.500.000 sigaretten ([plaats 8] en/of [plaats 7]), en/of
- in of omstreeks de periode van 3 juni 2016 tot en met 16 juni 2016 (circa)
2.500.000 sigaretten ([plaats 8] en/of [plaats 7]), en/of
- in of omstreeks de periode van 14 juli 2016 tot en met 18 juli 2016 (circa)
3.200.000 sigaretten ([plaats 8] en/of [plaats 7]), en/of
- op of omstreeks 18 oktober 2016 (circa) 280.400 sigaretten ([plaats 8]),
althans een grote hoeveelheid sigaretten,
terwijl die sigaretten niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de Accijns in de
heffing waren betrokken;
2
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 oktober 2013 tot en met
13 februari 2017 te [plaats 1], [plaats 2] en/of [plaats 3], in elk geval in Nederland,
één of meerdere voorwerpen heeft verworven, voorhanden (heeft) gehad en/of van een
voorwerp gebruik gemaakt, te weten (onder meer):
- een auto ( [kenteken 1] ), en/of
- een Samsung SUDHH 4K smart TV, en/of
- een Aprilia motorfiets ( [kenteken 2] ),
terwijl hij, verdachte, wist dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of
middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;
3
hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2013 tot en met 13 februari 2017 te [plaats 1],
[plaats 2], [plaats 3], [plaats 4], [plaats 5], [plaats 6], [plaats 7], en/of [plaats 8], in elk geval in
Nederland, het Verenigd Koninkrijk en/of Duitsland,
heeft deelgenomen aan een organisatie, zijnde een samenwerkingsverband bestaande
uit verdachte en [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] , welke organisatie tot
oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:
- het opzettelijk voorhanden hebben van accijnsgoederen die niet volgens de
bepalingen van de Wet op de Accijns in de heffing zijn betrokken (artikel 5 juncto
97 Wet op de Accijns);
4
hij op of omstreeks 31 oktober 2013 te [plaats 9], [plaats 10] en/of [plaats 11], in elk geval
in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
opzettelijk accijnsgoederen, te weten (ongeveer) 4.157.600 sigaretten, in elk geval een
grote hoeveelheid sigaretten, voorhanden heeft gehad, terwijl die sigaretten niet
overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de Accijns in de heffing waren betrokken.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
5.1
inleiding
Op 22 oktober 2015 heeft de politie, naar aanleiding van informatie over een mogelijke hennepplantage, het pand gelegen op het adres [adres 2] doorzocht. Het pand bestond uit drie afzonderlijke loodsen. In de loods op het adres [adres 2] werden acht pallets met daarop kartonnen dozen en zogenoemde bigshoppers aangetroffen, waarin grote hoeveelheden sloffen sigaretten waren opgeslagen. (Voetnoot 2) Na telling door verbalisanten van de Fiscale Inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD) bleek dat in deze loods in totaal 1.315.580 sigaretten van verschillende merken aanwezig waren. (Voetnoot 3) De sigaretten waren niet voorzien van een accijnszegel. (Voetnoot 4) In de nabijheid van de pallets werd een petflesje van het merk “AA Drink” aangetroffen. Van dit flesje werd de drinkrand bemonsterd. (Voetnoot 5) Het veiliggestelde sporenmateriaal is vervolgens onderzocht en vergeleken met de Nederlandse DNA-databank. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat het aangetroffen DNA-materiaal overeenkwam met het DNA-profiel van verdachte. (Voetnoot 6) Naar aanleiding hiervan ontstond het vermoeden dat verdachte betrokken was bij de handel in illegale sigaretten. Hierop is een strafrechtelijk onderzoek ingesteld onder de naam “Loods”. In het kader van dit onderzoek zijn op verschillende locaties aanzienlijke hoeveelheden illegale sigaretten aangetroffen. Daarnaast werden verschillende opsporingsmiddelen ingezet waaruit de verdenking naar voren kwam dat verdachte zich gedurende een langere periode samen met anderen heeft beziggehouden met het transporteren van illegale sigaretten. Deze sigaretten werden vanuit Duitsland, via Nederland, doorgevoerd naar het Verenigd Koninkrijk. (Voetnoot 7)
5.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft overeenkomstig het afdoeningsvoorstel gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten.
5.3
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft, onder verwijzing naar het afdoeningsvoorstel, geen bewijsverweer gevoerd.
5.4
De bewezenverklaring
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten. De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
1
hij op tijdstippen in de periode van 26 mei 2015 tot en met 13 februari 2017 in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk telkens een grote hoeveelheid accijnsgoederen, te weten:
- op 26 mei 2015 circa 3.212.200 sigaretten ([plaats 5]), en
- in de periode van 1 augustus 2015 tot en met 22 oktober 2015
circa 8.000.000 sigaretten ([plaats 1]),
en
- in de periode van 10 maart 2016 tot en met 31 maart 2016 circa
3.828.400 sigaretten ([plaats 6]), en
- in de periode van 31 mei 2016 tot en met 3 juni 2016 circa
2.500.000 sigaretten ([plaats 8] en [plaats 7]), en
- in de periode van 3 juni 2016 tot en met 16 juni 2016 circa
2.500.000 sigaretten ([plaats 8] [plaats 7]), en
- in de periode van 14 juli 2016 tot en met 18 juli 2016 circa
3.200.000 sigaretten ([plaats 8] en [plaats 7]), en
- op 18 oktober 2016 circa 280.400 sigaretten ([plaats 8]),
voorhanden heeft gehad, terwijl die sigaretten niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de Accijns in de heffing waren betrokken;
2
hij op tijdstippen in de periode van 31 oktober 2013 tot en met 13 februari 2017 in Nederland, meerdere voorwerpen heeft verworven en voorhanden heeft gehad, te weten:
- een auto ( [kenteken 1] ), en
- een Samsung SUDHH 4K smart TV, en
- een Aprilia motorfiets ( [kenteken 2] ),
terwijl hij, verdachte, wist dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;
3
hij in de periode van 1 oktober 2013 tot en met 13 februari 2017 in
Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, heeft deelgenomen aan een organisatie, zijnde een samenwerkingsverband bestaande uit verdachte en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:
- het opzettelijk voorhanden hebben van accijnsgoederen die niet volgens de
bepalingen van de Wet op de Accijns in de heffing zijn betrokken (artikel 5 juncto
97 Wet op de Accijns);
4
hij op 31 oktober 2013 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk accijnsgoederen, te weten (ongeveer) 4.157.600 sigaretten, voorhanden heeft gehad, terwijl die sigaretten niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de Accijns in de heffing waren betrokken.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bij haar oordeel dat heeft geleid tot de bewezenverklaring van het voorhanden hebben van sigaretten in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk betrekt de rechtbank dat verdachte wist of redelijkerwijs kon weten dat ter zake van deze sigaretten in Nederland de verplichting de accijns op aangifte te voldoen niet was of zou worden nagekomen (vgl. ECLI:NL:HR:2008:BD3699, r.o. 5.4.5.).
Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.
Beslissing
- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1
het misdrijf: medeplegen van opzettelijke overtreding van een in artikel 5 van de Wet op de accijns opgenomen verbod, meermalen gepleegd;
feit 2
het misdrijf: witwassen, meermalen gepleegd;
feit 3
het misdrijf: het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;
feit 4
het misdrijf: medeplegen van opzettelijke overtreding van een in artikel 5 van de Wet op de accijns opgenomen verbod.
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;
- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 309 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 1 (één) jaar de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 240 uren;
- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;
de in beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurd de auto (BMW 5er Reihe met kenteken [kenteken 1] ), Samsung SUDHH televisie en Aprilia RR motorfiets (kenteken [kenteken 2] );
- gelast de teruggave van het op de beslaglijst genoemde voorwerp onder nummer 35 (“1 STK Paspoort”) aan verdachte;
opheffing bevel voorlopige hechtenis
- heft het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van heden.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Berlo, voorzitter, mr. H. Manuel en mr. R. ter Haar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.N. Esajas, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2026.