Rechtbank Overijssel, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBOVE:2026:322

Op 27 January 2026 heeft de Rechtbank Overijssel een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 08.031949-23 (P), bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBOVE:2026:322. De plaats van zitting was Zwolle.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
08.031949-23 (P)
Datum uitspraak:
27 January 2026
Datum publicatie:
27 January 2026

Indicatie

De rechtbank veroordeelt een 31-jarige vrouw tot een taakstraf van 120 uren en betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partijen. De verdachte heeft zich samen met haar mededader schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging in Attractie- & Vakantiepark Slagharen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.031949-23 (P)

Datum vonnis: 27 januari 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] .

1
Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 13 januari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door de gemachtigd raadsman mr. S. van der Eijk, advocaat in Delft, naar voren is gebracht.

Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van de door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gevraagde schadevergoedingen.

2
De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en bondig weergegeven, op neer dat verdachte op 10 juli 2022 in Slagharen openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (primair), dan wel samen met een ander [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft mishandeld (subsidiair).

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

primair

zij op of omstreeks 10 juli 2022 te Slagharen, gemeente Hardenberg openlijk, te weten in Attractie- & Vakantiepark Slagharen, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meerdere perso(o)n(en), te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] door - een of meerdere malen op/tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] te slaan (ten gevolge waarvan die [slachtoffer 2] ten val is gekomen) en/of - die [slachtoffer 1] een of meerdere malen (met kracht) op/tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of - die [slachtoffer 1] een of meerdere malen op/tegen het hoofd en/of het lichaam te schoppen; subsidiair zij op of omstreeks 10 juli 2022 te Slagharen, gemeente Hardenberg tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft mishandeld door - een of meerdere malen op/tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] te slaan (ten gevolge waarvan die [slachtoffer 2] ten val is gekomen) en/of - die [slachtoffer 1] een of meerdere malen (met kracht) op/tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of - die [slachtoffer 1] een of meerdere malen op/tegen het hoofd en/of het lichaam te schoppen.

Overwegingen

3
De bewijsmotivering
3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de primair ten laste gelegde openlijke geweldpleging wettig en overtuigend bewezen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte van de primair ten laste gelegde openlijke geweldpleging moet worden vrijgesproken, omdat geen sprake is geweest van een optreden “in vereniging”. De verdediging heeft betoogd dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte geweldshandelingen heeft verricht in de richting van [slachtoffer 1] , wat maakt dat verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Ook moet verdachte volgens de verdediging partieel worden vrijgesproken van het subsidiair ten laste gelegde medeplegen, omdat hiervan geen sprake is. De subsidiair ten laste gelegde mishandeling van [slachtoffer 2] kan volgens de verdediging wel worden bewezen.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt op grond van de hieronder opgenomen feiten en omstandigheden, die in de bewijsmiddelen (Voetnoot 1) zijn vervat en waarop de bewezenverklaring steunt, tot een bewezenverklaring van de primair ten laste gelegde openlijke geweldpleging.

De rechtbank overweegt als volgt.

De feiten en omstandigheden

Op 10 juli 2022 is in Attractie- & Vakantiepark Slagharen een ruzie ontstaan tussen verdachte en de heer [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] anderzijds. De aanleiding van deze ruzie was het voordringen in de rij voor een achtbaan door het nichtje van [medeverdachte] .

[getuige 1] is op 10 juli 2022 als beveiliger werkzaam in Attractie- & Vakantiepark Slagharen. Hij verklaart bij de politie het volgende. […] Om 18:10 uur die dag kreeg ik een melding van de shiftleader rides over agressie in de wachtrij van de attractie de Gold Rush. […] Toen ik daar aankwam zag ik dat er naast de ingang van de wachtrij van de Gold Rush een aantal mensen aan het vechten was. […] Ik zag dat een man met een zwart T-shirt, een donkerkleurige pet, een smal postuur en een ingevallen gezicht, wild om zich heen aan het slaan was. […] Ik zag dat de man met het zwarte T-shirt, de oudere man die op de grond lag, meerdere malen in het gezicht sloeg. Ik zag dat de man in het zwarte T-shirt bovenop de oudere man zat die op dat moment op de grond lag. Ik zag dat de man met het zwarte T-shirt meerdere malen met gebalde vuisten in het gezicht van de oudere man sloeg. Ik zag dat hij dit met beide armen/vuisten deed. […] Tevens zag ik dat de oudere man schoppende bewegingen maakte met zijn benen. Ik had het idee dat hij dit deed om zich te verweren. Ik zag tevens dat er een vrouw in een roze/paars joggingspak, met iets wat paarskleurig haar, klein, normaal van postuur, helemaal door het dolle heen was. Ik zag dat zij een schoppende beweging maakte in de richting van de oudere man die op de grond lag. Ik zag dat zij twee keer met haar voet tegen het hoofd van de oudere man schopte. […] (Voetnoot 2)

[getuige 2] , die met zijn gezin in het park was, verklaart tegenover de politie het volgende. […] Ik zag dat deze oude man van achteren werd geslagen door de jongen in het zwarte T-shirt. […] Toen de oude man op de grond lag, heeft deze jongen nog enkele keren geslagen. […] Ik zag ook dat de vrouw in het roze joggingspak ruzie had met de dochter van die oude man. De oude man is zeker acht keer geslagen door die jongen en ook geschopt. Toen de ruzie afgelopen leek, ging de vrouw in het roze het meisje weer slaan en aan de haren trekken. Ook heeft zij het meisje geschopt. […] (Voetnoot 3)

Er zijn verschillende camerabeelden van voornoemde vechtpartij.

Ten eerste zijn beelden beschikbaar die met een mobiele telefoon door een omstander zijn gemaakt. Verbalisant [verbalisant 1] verklaart dat op deze beelden het volgende is te zien. [verdachte] raakt [slachtoffer 2] met haar rechterarm tegen haar hoofd. [slachtoffer 1] loopt dan richting [verdachte] en zij steken allebei hun armen naar voren en raken elkaar met hun handen. [slachtoffer 1] valt. [medeverdachte] rent naar [slachtoffer 1] . [slachtoffer 2] gaat op beide mannen liggen. [slachtoffer 3] valt dan ook op de grond bij [slachtoffer 1] en [medeverdachte] . [slachtoffer 2] ligt dan op [medeverdachte] en [slachtoffer 1] kruipt iets naar achteren. [verdachte] komt dan van rechts in beeld aanrennen en loopt naar [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] en [medeverdachte] . […] Dan maakt ze met haar rechterbeen een beweging richting [slachtoffer 1] . Het lijkt dat ze [slachtoffer 1] schopt en hem ook raakt. […] [slachtoffer 2] is ondertussen van [medeverdachte] af en ligt ook op de grond. […] [medeverdachte] ligt nog steeds op de grond. Aan de beweging van [slachtoffer 2] te zien lijkt het erop dat zij haar arm los rukt. Dit lijkt zo omdat zij haar rechterarm krachtig naar achteren trekt. [slachtoffer 2] tilt dan haar been omhoog en trapt haar been krachtig naar beneden. Vervolgens schopt [slachtoffer 2] met haar rechterbeen richting [medeverdachte] die nog op de grond ligt. […] Links in beeld loopt dat [slachtoffer 2] naar [verdachte] en pakt haar van de linkerkant om haar nek pakt. [verdachte] draait zich dan om en aan haar bewegingen te zien slaat zij [slachtoffer 2] drie keer met haar rechterarm. [slachtoffer 2] en [verdachte] liggen dan op de grond. […] [slachtoffer 3] komt er dan links bij staan en hij maakt met zijn rechterbeen een beweging richting [verdachte] . Aan de beweging te zien schopt hij [verdachte] , maar niet te zien is dat zij daadwerkelijk geraakt wordt. […] (Voetnoot 4)

Daarnaast zijn er camerabeelden van Attractie- & Vakantiepark Slagharen. Verbalisant [verbalisant 2] verklaart dat op deze beelden het volgende is te zien. […] Ik zag dat te 18:12:05 uur de beide partijen uit elkaar leken te gaan. Echter zag ik dat [medeverdachte] op [slachtoffer 2] afliep en haar met zijn handen een duwtje naar achteren gaf. […] Ik zag dat [verdachte] met haar rechterarm een zwaaiende beweging maakte richting [slachtoffer 2] . Ik zag dat zij geraakt werd en achterover op de grond viel. […] Ik zag dat [slachtoffer 1] hierop richting [verdachte] rende en dat hij hierbij ten val kwam. Ik zag dat [medeverdachte] hierop direct op hem afrende. […] (Voetnoot 5)

Bovendien verbaliseert verbalisant [verbalisant 3] : “dat hij met een man sprak die hem vertelde dat hij er niks mee te maken had, de personen niet kende, maar dat hij het hele voorval gefilmd had. Hij toonde mij het filmpje op zijn telefoon. Ik zag dat dit filmpje 19 minuten duurde. Ik heb het filmpje bekeken en zag een vrouw met donker lang haar, een paars joggingspak (broek en trui) aan komen rennen die een vrouw met korte broek een klap met haar rechterhand tegen haar hoofd gaf. De vrouw zag ik vervolgens een andere vrouw met een roze jas meerdere klappen geven. Hierna zag ik dat een man met een spijkerbroek, een zwart shirt met witte bedrukking op de achterzijde en een zwart petje bovenop een oudere man sprong die kort daarvoor gevallen was omdat hij de vechtende vrouwen uit elkaar probeerde te halen. Ik zag de eerder omschreven man meerdere keren vuistslagen geven op de oudere man die op de grond lag. Hierna zag ik beelden dat iedereen elkaar uit elkaar probeerde te halen en dat beveiligers er tussen sprongen en de groepen scheidden”. (Voetnoot 6)

Overwegingen en oordeel

De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat verdachte en [medeverdachte] de volgende geweldshandelingen hebben gepleegd. Verdachte slaat [slachtoffer 2] met haar rechterarm tegen het hoofd en trekt aan haar haren, waarna [slachtoffer 2] op de grond valt. [medeverdachte] valt [slachtoffer 1] van achteren aan en slaat meerdere malen (met kracht) tegen het hoofd van [slachtoffer 1] , terwijl [slachtoffer 1] op de grond ligt. Ook verdachte schopt tegen het hoofd van [slachtoffer 1] .

Met haar gedrag heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank een (voldoende significante) bijdrage geleverd aan het gepleegde geweld, wat maakt dat zij en haar mededader [medeverdachte] voornoemde geweldshandelingen samen hebben gepleegd. De gedraging van verdachte staat dus niet op zichzelf, maar vormt een onderdeel van het gezamenlijk optreden en dus van een optreden ‘in vereniging’.

Het geweld is gepleegd in een Attractie- & Vakantiepark. Dit betreft een voor (een willekeurig) publiek toegankelijke plaats. Bovendien waren er ook daadwerkelijk personen aanwezig die het in vereniging gepleegde geweld (gedeeltelijk) hebben gezien.

De rechtbank is van oordeel dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de inhoud van de opgegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

primair

zij op 10 juli 2022 te Slagharen, openlijk, te weten in Attractie- & Vakantiepark Slagharen, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen meerdere personen, te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] door - tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] te slaan (ten gevolge waarvan die [slachtoffer 2] ten val is gekomen) en - [slachtoffer 1] meerdere malen (met kracht) tegen het hoofd of het lichaam te slaan en - [slachtoffer 1] meerdere malen tegen het hoofd of het lichaam te schoppen;

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.

4
De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:

primair

het misdrijf: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

5
De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het primair bewezen verklaarde feit.

6
De motivering van de straf
6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat aan verdachte een taakstraf van 120 uren wordt opgelegd.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt te volstaan met de oplegging van een taakstraf van 60 uren.

6.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen.

De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

De aard en de ernst van het gepleegde feit

Verdachte heeft zich samen met haar mededader schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging in Attractie- & Vakantiepark Slagharen. De wijze waarop verdachte zich heeft gedragen is laakbaar. Twee andere bezoekers van het park zijn immers ogenschijnlijk zonder enige gerede aanleiding door verdachte en haar mededader aangevallen. [slachtoffer 1] is meerdere keren (met kracht) geslagen, ook tegen zijn hoofd, en ook toen hij op de grond lag. Daarnaast is onder meer tegen het hoofd [slachtoffer 2] geslagen. Andere bezoekers van het park, in het bijzonder kinderen, zijn met dat geweld, dat voor de ingang van een achtbaan plaatsvond, geconfronteerd. Het geweld heeft bij [slachtoffer 1] geleid tot onder meer verwondingen in het gezicht en aan zijn knie en bij [slachtoffer 2] tot onder meer verwondingen aan haar elleboog en knie.

De wetgever heeft de strafbaarstelling van een openlijke geweldpleging, zoals in deze strafzaak, in het leven geroepen ter bescherming van de openbare orde en de lichamelijke integriteit van een persoon. Deze norm heeft verdachte met haar gedrag geschonden. Daarbij geldt dat een slachtoffer van dit soort strafbare feiten nog lange tijd nadelige fysieke en psychische gevolgen kan ondervinden van wat hem of haar is overkomen. Zo kampen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] tot aan de dag van vandaag met angstgevoelens, in het bijzonder als zij ergens in een wachtrij staan. Bovendien brengen dit soort feiten in de samenleving gevoelens van onveiligheid teweeg.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 2 juli 2025. Hieruit volgt dat verdachte achttien jaar geleden eenmaal eerder voor een openlijke geweldpleging met politie en justitie in aanraking is geweest.

De rechtbank heeft verder acht geslagen op het rapport van Reclassering Nederland van

14 september 2025. Verdachte heeft drie kinderen en woont bij haar moeder en zus.

De relatie tussen verdachte en haar mededader is geëindigd, maar de scheiding is nog niet rond. Verdachte ontvangt een bijstandsuitkering. Ook krijgt zij ondersteuning van jeugdzorg. De kans dat verdachte opnieuw de fout ingaat wordt door de reclassering ingeschat als laag. De reclassering adviseert de oplegging van een straf zonder bijzondere voorwaarden, omdat zij interventies of toezicht niet nodig vindt.

De strafoplegging

De rechtbank houdt bij het bepalen van de straf en de hoogte ervan rekening met straffen die in vergelijkbare gevallen door rechters zijn opgelegd. Daarnaast heeft de rechtbank gekeken naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Stafrecht (LOVS) voor openlijke geweldpleging. Deze oriëntatiepunten zijn in het leven geroepen om te komen tot een consistent landelijk straftoemetingsbeleid. Bij een openlijke geweldpleging, lichamelijk letsel tegen gevolge hebbend, hanteert het LOVS als uitgangspunt een taakstraf van 150 uren. De rechtbank stelt vast dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen deze strafzaak inhoudelijk had moeten worden behandeld. Dit heeft ruim anderhalf jaar te lang geduurd en hier zal de rechtbank in strafmatigende zin rekening mee houden. Het strafbare feit dat verdachte heeft gepleegd is echter wel zodanig ernstig dat naar het oordeel van de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde onvoorwaardelijke taakstraf op zijn plaats is.

De rechtbank acht het, alles afwegend, passend en geboden om aan verdachte op te leggen een taakstraf van 120 uren.

7
De schade van benadeelden
7.1

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

heeft zich als benadeelde partij in dit strafproces gevoegd. Hij vordert verdachte te veroordelen om € 2.199,30,-- aan schadevergoeding te betalen, bestaande uit

materiële en immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

€ 110,30 wegens zorgkosten in de vorm van eigen risico;

€ 849,-- voor de aanschaf van een nieuwe bril;

€ 240,-- wegens een intake en EMDR-behandeling.

Het gevorderde bedrag in verband met immateriële schade bedraagt € 1.000,--.

7.2

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

heeft zich als benadeelde partij in dit strafproces gevoegd. Zij vordert verdachte te veroordelen om € 990,-- aan schadevergoeding te betalen, bestaande uit € 220,-- materiële schade (wegens een intake en EMDR-behandeling) en € 750,-- voor immateriële schade (smartengeld), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de verzochte schadevergoedingen in zijn geheel hoofdelijk toewijsbaar zijn, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.4

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat verdachte ten opzichte van haar mededader een kleiner aandeel heeft gehad in het bij benadeelden ontstane letsel en dat zij aldus minder schadevergoeding zou moeten betalen. De verdediging heeft geen opmerkingen gemaakt over de hoogte van het smartengeld. Ten aanzien van de door [slachtoffer 1] opgegeven schadepost van € 849,-- voor de aanschaf van een nieuwe bril, heeft de verdediging verzocht het bedrag wegens afschrijvingskosten te matigen tot maximaal € 500,--. Ten slotte heeft de verdediging verzocht niet de hoofdelijkheidsclausule op te leggen.

7.5

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt op basis van de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting vast dat voldoende verband bestaat tussen het bewezen verklaarde handelen van verdachte en de door de benadeelde partijen gestelde schade om te kunnen aannemen dat de benadeelde partij door dit handelen rechtstreekse schade is toegebracht.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De materiële schade

De rechtbank is van oordeel dat de opgevoerde materiële schadeposten, die overigens door de verdediging onvoldoende zijn betwist, voldoende met bewijsstukken zijn onderbouwd en aannemelijk zijn. De gevorderde materiële schadeposten zijn dus toewijsbaar voor een bedrag van in totaal € 1.199,30.

De immateriële schade

Op basis van artikel 6:106, aanhef en sub b, van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft de benadeelde onder meer recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding anders dan vermogensschade als sprake is van lichamelijk letsel. Daarvan is in dit geval sprake.

[slachtoffer 1] is tijdens de openlijke geweldpleging meerdere keren geslagen en geschopt en liep hierdoor onder meer verwondingen op in zijn gezicht en aan zijn knie. Om die reden kan hij aanspraak maken op smartengeld.

De rechtbank houdt bij het vaststellen van de hoogte van het schadebedrag rekening met de bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen worden toegekend. De rechtbank is op basis van deze in deze zaak ter beoordeling voorliggende stukken en de onderbouwing daarvan van oordeel dat een bedrag van € 1.000,-- aan smartengeld billijk is.

De rechtbank zal de door [slachtoffer 1] gevorderde schadevergoeding toewijzen tot een bedrag van € 2.199,30, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd (10 juli 2022).

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.

Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met 22 (tweeëntwintig) dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De materiële en immateriële schade

De rechtbank is van oordeel dat de opgevoerde materiële schadepost van € 240,-- en de immateriële schade van € 750,--, die overigens door de verdediging onvoldoende zijn betwist, naar algemene ervaringsregels voldoende met bewijsstukken zijn onderbouwd en aannemelijk zijn. De gevorderde materiële schadeposten zijn dus toewijsbaar voor een bedrag van in totaal € 240,--.

De rechtbank zal gelet daarop de door [slachtoffer 2] gevorderde schadevergoeding geheel toewijzen tot een bedrag van € 990,--, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf 10 juli 2022.

De schadevergoedingsmaatregel

Verdachte is voor de schade van de benadeelde partijen naar burgerlijk recht met haar mededader hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor het hele bedrag aansprakelijk is. De rechtbank ziet geen aanleiding tot het niet-opleggen van de hoofdelijkheidsclausule.

Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met 10 (tien) dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

8
De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 22c en 22d Sr.

Beslissing

9
De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

primair

het misdrijf: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren;

- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen;

de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van

€ 2.199,30 (tweeduizend honderdnegenennegentig euro en dertig cent), bestaande uit materiële en immateriële schade;

veroordeelt verdachte tot (hoofdelijke) betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 2.199,30, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2022, te weten dat als en voor zover al door een ander (gedeeltelijk) is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

legt de maatregel op dat de verdachte verplicht is ten aanzien van het bewezen verklaarde tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.199,30 (tweeduizend honderdnegenennegentig euro en dertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2022, ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 22 (tweeëntwintig) dagen kan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van

€ 990,-- (negenhonderdnegentig euro), bestaande uit materiële en immateriële schade;

veroordeelt verdachte tot (hoofdelijke) betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 990,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2022, te weten dat als en voor zover al door een ander (gedeeltelijk) is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

legt de maatregel op dat de verdachte verplicht is ten aanzien van het bewezen verklaarde tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 990,-- (negenhonderdnegentig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2022, ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 10 (tien) dagen kan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Peper, voorzitter, mr. A. van Holten en mr. R.J. Postma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Klunder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026.

Buiten staat

Mr. S.H. Peper is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoot

Voetnoot 1

Wanneer hierna wordt verwezen naar documenten/dossierpagina’s zijn dit documenten of (de doorgenummerde) pagina’s uit het dossier van de politie-eenheid Oost-Nederland, met zaaksregistratienummer PL0600-2022313347. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Voetnoot 2

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 11 juli 2022, pagina’s 38 en 39.

Voetnoot 3

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] van 10 juli 2022, pagina 45.

Voetnoot 4

Het proces-verbaal van bevindingen van 6 januari 2023, pagina’s 49 en 50, met als bijlagen de screenshot van de camerabeelden, pagina 52, en het proces-verbaal van bevindingen van 12 juli 2022, pagina’s 53 tot en met 55, met als bijlagen de screenshots van de camerabeelden, pagina’s 56 tot en met 68.

Voetnoot 5

Een proces-verbaal van bevindingen van 19 augustus 2022, pagina’s 70 tot en met 74.

Voetnoot 6

Een proces-verbaal van aanhouding verdachte [medeverdachte] van 10 juli 2022, pagina’s 75 en 76.