Rechtbank Overijssel, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBOVE:2026:3586

Op 25 June 2026 heeft de Rechtbank Overijssel een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 08.018903.25 en 08.023261.25 (gev.) (P), bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBOVE:2026:3586. De plaats van zitting was Zwolle.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
08.018903.25 en 08.023261.25 (gev.) (P)
Datum uitspraak:
25 June 2026
Datum publicatie:
25 June 2026

Indicatie

De rechtbank veroordeelt een 34-jarige man tot een gevangenisstraf van negen jaren en betaling van een schadevergoeding van € 6.147,-- aan het slachtoffer. De verdachte heeft zich gedurende een periode van meer dan tweeënhalf jaar schuldig gemaakt aan de handel in verschillende soorten harddrugs. Daarnaast heeft verdachte zich samen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan een wederrechtelijke vrijheidsberoving en een diefstal met geweld.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummers: 08.018903.25 en 08.023261.25 (gev.) (P)

Datum vonnis: 25 juni 2026

Verstekvonnis in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1991 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] .

1
Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 21 mei 2026 en 25 juni 2026.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie (hierna: de officier van justitie).

Ook heeft de rechtbank kennis genomen van wat namens de benadeelde partij [slachtoffer] door mr. K. Zech is aangevoerd.

2
De tenlastelegging

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Voor de leesbaarheid van dit vonnis nummert de rechtbank het feit van de zaak met parketnummer 08-018903-25 (onderzoek Beagle) als feit 1 en de feiten van parketnummer 08-023261-25 (onderzoek Maltezer) als feit 2 en feit 3.

De verdenking komt er, kort en bondig, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 1 januari 2022 tot en met 3 oktober 2024 samen met anderen opzettelijk in cocaïne, MDMA en 3-MMC heeft gehandeld;feit 2: op 13 september 2024 in Zwolle samen met anderen opzettelijk [slachtoffer] van zijn vrijheid heeft beroofd;

feit 3: op 13 september 2024 in Zwolle samen met anderen met (dreiging met) geweld meerdere goederen heeft weggenomen van [slachtoffer] .

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

feit 1

hij op of omstreeks de periode 1 januari 2022 tot en met 3 oktober 2024 te Zwolle en elders in Nederland en/of Duitsland en/of Turkije, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende 3-MMC en/of zijnde cocaïne en/of MDMA en/of 3-MMC, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

feit 2 hij op of omstreeks 13 september 2024 te Zwolle, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door -die [slachtoffer] (telefonisch) te (laten) benaderen en/of naar een woning gelegen aan [adres 2] te laten komen/lokken en/of die [slachtoffer] die woning naar binnen te trekken, althans binnen te laten en/of - een of meerdere malen te slaan met een (vuur)wapen op/tegen het hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer] en/of -die [slachtoffer] zijn kleding uit te (laten) trekken en/of op te dragen naakt op de bank te liggen en/of die [slachtoffer] te filmen en/of - meermalen dreigend aan die [slachtoffer] te vragen 'wie heeft de auto in de brand gestoken’ en/of - te zeggen tegen die [slachtoffer] : ‘als jij dit ooit tegen iemand vertelt dan zullen we de filmpjes laten zien’, ‘we komen naar je osso’ en/of 'we maken je het leven zuur’ en/of ‘we maken je dood’ en/of ‘iedereen komt aan de beurt’, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - een vuurwapen op/tegen het (achter)hoofd van die [slachtoffer] te richten en/of te houden en/of hem, [slachtoffer] , met het vuurwapen te slaan en/of - een of meerdere malen die [slachtoffer] vast te houden en/of (krachtig) vast te grijpen, althans die [slachtoffer] (tegen zijn wil) vast te houden en/of een dreigende sfeer te creëren en/of voortdurend in de nabijheid van die [slachtoffer] te verblijven waardoor die [slachtoffer] werd belet/belemmerd de ( art 282 lid 1 Wetboek Van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

feit 3 hij op of omstreeks 13 september 2024 te Zwolle tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, - een of meerdere sleutels, - een of meerdere telefoons, - een ID-kaart, - een of meerdere trainingspakken en/of - een grote hoeveelheid pakjes sigaretten, in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - een of meerdere malen te slaan met een vuurwapen op/tegen het hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer] en/of - een vuurwapen op/tegen het (achter)hoofd van die [slachtoffer] te richten en/of te houden en/of - een of meerdere malen die [slachtoffer] vast te houden en/of (krachtig) vast te grijpen en/of -van die [slachtoffer] zijn sleutels af te (laten) pakken/weg te nemen en/of - (vervolgens) met de sleutel de woning aan de [adres 3] wederrechtelijk binnen te treden en aldaar een of meerdere telefoons, ID-kaart, trainingspakken en/of pakjes sigaretten weg te nemen;

Overwegingen

3
De bewijsmotivering
3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen voor alle ten laste gelegde feiten.

3.2

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt op grond van redengevende feiten en omstandigheden, die in de bewijsmiddelen (Voetnoot 1) zijn vervat en waarop de bewezenverklaring steunt, tot een bewezenverklaring van het onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde. De rechtbank overweegt als volgt.

Ten aanzien van het onder feit 1 ten laste gelegde (onderzoek Beagle)

Het bewijs

[organisatie]

Sinds juni 2022 zijn er bij de politie Meld Misdaad Anoniem (MMA) meldingen binnengekomen waarin is vermeld dat er in de omgeving van Zwolle harddrugs werd gedeald via [organisatie] . De drugs kon worden besteld via het telefoonnummer [telefoonnummer] . Vanuit het Team Criminele Inlichtingen kwam soortgelijke informatie. Naar aanleiding van deze informatie is onderzoek Beagle opgestart.

Op 4 juni 2024 heeft in Zwolle een pseudokoop plaatsgevonden. Via WhatsApp werd gevraagd om “2 volle” aan de gebruiker van het nummer [telefoonnummer] , waarna er wordt afgesproken bij de Gamma. Een man op een zwarte fatbike heeft daar vervolgens twee ponypacks bezorgd. Aan hem is € 100,-- overhandigd. (Voetnoot 2) De inhoud van de twee wikkels met het opschrift “ANONYMOUS” is onderzocht en bevatte in totaal 1,39 gram cocaïne. (Voetnoot 3)

Op 20 juni 2024 heeft in Nunspeet een tweede pseudokoop plaatsgevonden. Via hetzelfde telefoonnummer is gevraagd om “3 volle” en “voor 50 snoepjes”. Nadat het adres wordt gedeeld, stuurt de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] een betaalverzoek voor een bedrag van € 205,-. Via een Tikkie werd het geld overgemaakt op het bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] . Omstreeks 15.00 uur kwam een lichtkleurige VW Golf Plus, kenteken beginnend met [nummer] , de parkeerplaats oprijden. In de auto zat alleen een vrouw. De vrouw leverde een gripzakje af met daarin drie wikkels met daarop de tekst “ANONYMOUS” en vijftien pillen. (Voetnoot 4) Hierna vertrok de vrouw. Om 15.03 uur reed een Volkswagen Golf Plus voorzien van het kenteken [kenteken] over de [adres 4] in Nunspeet. Om 15.30 uur parkeerde de auto voor de woning aan de [adres 1] en stapte [naam 1] uit. (Voetnoot 5) De inhoud van de drie afgeleverde wikkels en pillen werden onderzocht. De afgeleverde wikkels bevatten cocaïne en de afgeleverde tabletten testten positief op MDMA. (Voetnoot 6)

De bankrekening met nummer [rekeningnummer 1] stond op naam van [naam 2] (hierna: [naam 2] ). De rekening is op 15 mei 2024 geopend en op 27 juni 2024 opgezegd. Tussen 11 juni en 27 juni 2024 vonden hoofdzakelijk betalingen plaats door middel van betaalverzoeken. Het gaat om 224 betaalde betaalverzoeken. In de opmerking stond veelal vermeld ‘Etentje van’ met daarbij een naam van de persoon die de betaling heeft gedaan. In totaal is er € 16.116,20 aan betaalverzoeken op de rekening ontvangen. Een bedrag van € 13.600,-- is vervolgens opgenomen bij geldautomaten van Geldmaat. (Voetnoot 7)

[naam 2] heeft de bankrekening [rekeningnummer 1] op haar naam gehad. [naam 2] is in de zomer van 2024 benaderd door een man die vroeg of zij geld wilde verdienen. Zij heeft haar paspoort en telefoon aan de man gegeven en die man heeft de app dux casino op haar telefoon gezet, waarmee [naam 2] geld kon verdienen. Een week later kreeg [naam 2] bericht van de KNAB-bank dat er geld was gepind van de KNAB-rekening. (Voetnoot 8) [naam 2] herkent [verdachte] (hierna: [verdachte] ) als de man die haar benaderd heeft en aan wie zij haar telefoon en paspoort heeft overhandigd. (Voetnoot 9)

Een andere aan [organisatie] gelieerde bankrekening is [rekeningnummer 2] , op naam van [naam 3] (hierna: [naam 3] ). Uit onderzoek volgt dat op deze rekening € 129.070,-- wordt ontvangen voor de aankoop van drugs. Hiervan wordt een bedrag van € 87.350,-- contant opgenomen bij voornamelijk geldautomaten van Geldmaat. (Voetnoot 10)

[naam 3] heeft een bestelling gedaan bij [organisatie] en zij zag toen een statusupdate van het WhatsAppaccount van [organisatie] . In die statusupdate werd gevraagd of je geld wilde lenen. [naam 3] wilde dit wel en heeft de app van de KNAB-bank gedownload en een rekening geopend. De bijhorende bankpas is opgehaald door een jongen. De inloggegevens heeft [naam 3] ook aan die jongen gegeven. [naam 3] herkent [slachtoffer] als degene die het pasje heeft opgehaald. Er werd geld gestort naar de eigen Rabobankrekening van [naam 3] en zij pinde dit geld vervolgens. Het gepinde geld gaf zij aan [slachtoffer] . Hiervoor kreeg [naam 3] geld en 3-MMC, waaraan zij verslaafd was. (Voetnoot 11) [naam 3] heeft 30 tot 40 keer 3-MMC besteld bij [organisatie] . Zij betaalde altijd via een betaalverzoek. (Voetnoot 12) [naam 3] bestelde in oktober 2021 voor het eerst drugs bij [organisatie](Voetnoot 13)

Afnemers van [organisatie]

[naam 5] bestelde in maart 2025 al twee tot vier jaar cocaïne bij [organisatie](Voetnoot 14)

[naam 6] bestelde vanaf 2022 3-MMC en ook wel een keer xtc via [organisatie](Voetnoot 15)

[naam 7] bestelde vanaf 2022 3-MMC en cocaïne bij [organisatie](Voetnoot 16) [naam 4] bestelde xtc en 3-MMC bij [organisatie](Voetnoot 17)

Getuigenverklaringen

[naam 8] (hierna: [naam 8] ) heeft verklaard dat hij voor [organisatie] heeft gewerkt. Toen [verdachte] en [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) vrijkwamen, stuurden ze [naam 8] een berichtje dat zij opnieuw wilden beginnen en vroegen zij [naam 8] om daarbij te helpen. [organisatie] is door [verdachte] en [medeverdachte 1] bedacht. [naam 8] is een paar keer aangehouden met drugs toen hij als bezorger werkte. In 2022 moest hij naar Turkije en kreeg hij de telefoon van [organisatie] mee. [medeverdachte 1] gaf hem die telefoon. Op die telefoon kwamen de bestellingen van de klanten binnen. Er kon 3-MMC, cocaïne, MDMA en xtc worden besteld. Klanten stuurden hun bestelling en adres en [naam 8] stuurde de bezorgers naar die adressen. De drugs werden bezorgd in Zwolle, Deventer, Arnhem, Harderwijk, Ermelo, Hattem, Wezep, Nieuwleusen, Dalfsen, Hardenberg en Zeewolde. Klanten konden contant of met een Tikkie betalen. De betalingen via Tikkie kwamen op een KNAB-rekening. Er waren twee bezorgers op een fatbike en één in een auto. [medeverdachte 1] en [verdachte] kochten fatbikes voor de bezorgers. [medeverdachte 1] en [verdachte] haalden de drugs zelf uit de stad en soms werden de drugs gebracht door een taxi. [medeverdachte 1] regelde dat iedereen zijn werk deed, een beetje op een harde manier. Als je niet luisterde en niet deed wat [medeverdachte 1] wilde, werd je uitgescholden of kreeg je klappen. [verdachte] hield zich bezig met geld. Ook [naam 1] , de zus van [verdachte] bezorgde wel eens. Elke zondag werd het geld naar [medeverdachte 1] of [verdachte] gebracht. Het loon van de bezorgers, € 1.000,-- per week, werd dan ook betaald. Als [naam 8] zei dat hij wilde stoppen met werken voor [organisatie] werd hij via Signal bedreigd door [verdachte] en [medeverdachte 1] . Sinds [naam 8] is gestopt, zijn er incidenten. Er is vuurwerk voor de voordeur van zijn broer gelegd en er waren autobranden. (Voetnoot 18)

[slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) heeft verklaard dat [organisatie] is gestart nadat [medeverdachte 1] en [verdachte] vrijkwamen. Dit was in de periode 2021/2022. [medeverdachte 1] en [verdachte] waren eindverantwoordelijk voor [organisatie] . Ze deden het samen en waren verantwoordelijk voor het laten bezorgen van de drugs. (Voetnoot 19) Bij [organisatie] kon via het telefoonnummer [telefoonnummer] onder meer 3-MMC, cocaïne, xtc, MDMA en crack besteld worden. De telefoon werd beheerd door een persoon in Turkije die de bestellingen doorgaf aan de bezorgers. (Voetnoot 20) De drugs werden bezorgd op de fiets, scooter of met de auto. Soms waren er meerdere fietsers. Doordeweeks werd tot 2.00 uur in de nacht en in het weekend werd tot 5.00 of 6.00 uur in de ochtend bezorgd. Er werd bezorgd in Arnhem, Huissen, Wezep, Raalte, Borne, Beilen, Deventer, Wijhe, Olst, Lemelerveld. Hardenberg, Meppel, Dalfsen, Ommen, Kampen, Zalk en Assen. Klanten konden contant of via een Tikkie betalen. Betalen via een Tikkie kostte € 5,-- extra. Er waren ook geldezels die hun rekeningen beschikbaar stelden om de Tikkiebetalingen voor drugs te ontvangen. (Voetnoot 21) [slachtoffer] heeft ook drugs gedeald voor [organisatie] . Het huis van [slachtoffer] is gebruikt als opslagplaats voor drugs. [verdachte] en [medeverdachte 1] haalden de cocaïne zelf uit de Randstad. [medeverdachte 1] en [verdachte] kwamen vaak bij [café] , daar werd het geld geteld. Later werd dit gedaan bij [bedrijf 1] of in het [bedrijf 2] aan de [adres 5] . De bezorgers moesten hun geld op die locaties afdragen aan [verdachte] en [medeverdachte 1] . Om aan personeel te komen spraken [medeverdachte 1] en [verdachte] veel jongens aan. Ze slijmden en keken hoe de thuissituatie was. De jongens kregen contant betaald. [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben heel veel geld verdiend. [medeverdachte 1] bedreigde [slachtoffer] en [medeverdachte 1] heeft hem ook geslagen. (Voetnoot 22)

[naam 9] (hierna: [naam 9] ) heeft verklaard dat hij van eind januari 2024 tot mei 2024 voor [organisatie] heeft gewerkt. Via [organisatie] kon 3-MMC, MDMA, cocaïne en pillen worden gekocht. In Turkije bevond zich een ‘telefoniste’, die de bezorgers naar adressen van afnemers stuurde. [naam 9] heeft zelf drugs bezorgd in onder meer Zwolle, Hardenberg, Rouveen, Huissen, Dalfsen en Zeewolde. Klanten konden contant betalen, maar de meesten betaalden met een Tikkie. Op zondag moest het geld worden afgestaan bij het [bedrijf 2] aan de [adres 5] . Meestal zat [verdachte] hier. Het salaris werd dan verrekend door [verdachte] . [naam 9] heeft ook mensen bevoorraad. In de [locatie 1] woonde een vuller voor [organisatie] die vanaf de flat de drugs naar beneden gooide. [naam 9] herkent op een foto van [slachtoffer] deze vuller. [naam 9] werd bevoorraad door [slachtoffer] . [naam 9] heeft boven [café] gezeten in een klein kamertje. Hier heeft hij drugs verpakt voor [organisatie] . [medeverdachte 1] bracht de drugs in een zak, ook wel eens in een doos en soms bracht hij het samen met [verdachte] . Ook heeft [naam 9] eind februari 2024 tijdelijk thuis een voorraad drugs gehad. [medeverdachte 1] was echt de baas en stond boven [verdachte] . [medeverdachte 1] dreigde ook met een handgranaat en een spuit heroïne die [naam 9] in zijn bil zou krijgen, als hij niet zou luisteren. (Voetnoot 23)

Overweging en oordeel

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen het onder feit 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van het onder feit 2 en feit 3 ten laste gelegde (onderzoek Maltezer)

Het bewijs

Op 13 september 2024 om 21:45 uur is de meldkamer gebeld door een onbekende man die melding maakte van een ontvoering. De persoon zei dat zijn vriend [slachtoffer] was ontvoerd door [verdachte] en [medeverdachte 1](Voetnoot 24)

[slachtoffer] heeft verklaard dat hij op 13 september 2024 via WhatsApp werd gevraagd om naar de [adres 2] te komen. Toen hij daar aankwam moest hij in een appartement helemaal naar boven. Hij hoorde voetstappen achter zich, draaide zich om en zag [medeverdachte 1] , [verdachte] en twee personen met bivakmutsen. [slachtoffer] werd de woning ingetrokken en kreeg een harde klap tegen zijn hoofd, waardoor hij op de bank viel. Deze klap was met de kolf van een vuurwapen. Vervolgens werd de kleding van [slachtoffer] uitgetrokken en werden zijn zakken leeggehaald. Dit gebeurde door een jongen met een bivakmuts, die [slachtoffer] herkende als een Syriër. [slachtoffer] was helemaal naakt en [medeverdachte 1] vroeg wie de auto van zijn vader had uitgebrand. [slachtoffer] kreeg weer een klap van de Syriër. [slachtoffer] moest op beeld vertellen wie de auto van de vader van [medeverdachte 1] had uitgebrand. De personen wilden tape omdoen, maar [slachtoffer] hield dit tegen. Hij kreeg toen weer een harde klap van de Syriër. Vervolgens moest [slachtoffer] [naam 10] (hierna: [naam 10] ) bellen. Als [naam 10] zou komen, zou hij er zonder kleerscheuren vanaf komen. De huissleutel van [slachtoffer] werd afgepakt en hij moest zijn huisnummer noemen. De jongens met bivakmutsen moesten van [verdachte] en [medeverdachte 1] naar de woning van [slachtoffer] en hem van zijn waardevolle spullen beroven. De jongens zijn naar de woning in de [locatie 2] aan de [adres 3] gegaan en hebben een ID kaart, 30 à 40 pakjes Marlboro sigaretten, een iPhone 7, een iPhone 6 en drie trainingspakken weggenomen. Toen de jongens weggingen, mocht [slachtoffer] zijn kleren weer aandoen. Zij zeiden dat als hij dit ooit tegen iemand zou vertellen, dat ze de filmpjes zouden laten zien, naar zijn osso zouden komen en hem het leven zuur zouden maken. Ook zouden ze hem dan dood maken. [verdachte] zei dat [naam 11] ook de lul is en dat iedereen aan de beurt komt. [medeverdachte 1] en [verdachte] liepen met [slachtoffer] naar het park en daar moest [slachtoffer] [naam 10] bellen. Toen [naam 10] ophing, hebben [medeverdachte 1] en [verdachte] de telefoon van [slachtoffer] in het water gegooid. [slachtoffer] heeft verklaard dat de persoon met de bivakmuts hem heeft geslagen met een wapen. [slachtoffer] heeft twee vuurwapens gezien. (Voetnoot 25)

F. Oude Hengel, forensisch arts bij de GGD IJsselland, heeft op 14 januari 2025 een letselbeschrijving opgemaakt. De forensisch arts constateert, op basis van het letselonderzoek dat op 23 september 2024 bij [slachtoffer] is verricht, drie lichte letsels op het lichaam van [slachtoffer] . De letsels bevinden zich op zijn hoofd en arm. Op zijn linker wenkbrauw bevindt zich een scheurwond. Onder zijn linkeroog en op zijn linkerarm bevinden zich bloeduitstortingen. (Voetnoot 26)

[naam 10] heeft verklaard dat [slachtoffer] hem op 13 september 2024 belde en zei dat hij naar het Wezenlandenpark moest komen. Dit moest [slachtoffer] van [medeverdachte 1] en [verdachte] zeggen. [naam 10] had al eerder een WhatsAppbericht van [slachtoffer] gekregen, maar het waren [medeverdachte 1] en [verdachte] die dat bericht schreven. Ze deden alsof het [slachtoffer] was en vroegen of [naam 10] naar de flat aan de [adres 2] zou komen. Daarna werd er in het Turks geschreven: ‘ik ga je moeder neuken.’ En in het Nederlands: ‘beter kom je naar hier, dan kom je er zonder kleerscheuren vanaf, je hebt je kans gehad’. [naam 10] kreeg daarna geen contact meer met [slachtoffer] en heeft 112 gebeld met de mededeling dat er een ontvoering plaatsvond door [medeverdachte 1] en [verdachte](Voetnoot 27)

Op camerabeelden van de [locatie 2] aan de [adres 3] is te zien dat op 13 september 2024 om 21:23 uur twee jongens op een fatbike bij de flat arriveerden. De jongens gingen de flat binnen. Om 21:34 uur liepen de twee personen richting de uitgang van de flat. Zij hadden op dat moment ieder een tas bij zich. Een persoon had een blauwe tas in zijn linkerhand en de andere persoon had een witte plastic tas in zijn rechterhand. De tassen waren gevuld met goederen. Deze tassen hadden de personen niet bij zich toen ze de flat ingingen. (Voetnoot 28) Op beelden van een camera die is gericht op de voordeur van [slachtoffer] is te zien dat twee mannen om 21:26 uur de galerij opliepen. Om 21:26 uur deden de mannen hun capuchon op en gingen de woning van [slachtoffer] binnen. Ruim drie minuten later verlieten de mannen de woning. (Voetnoot 29) [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] worden herkend op de camerabeelden van de flat. (Voetnoot 30)

[verdachte] heeft verklaard dat hij op 13 september 2024 met [slachtoffer] en [medeverdachte 1] in de woning aan de [adres 2] was. (Voetnoot 31)

Overwegingen en oordeel

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen het onder feit 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de huissleutel van [slachtoffer] is afgepakt, waarna de twee gemaskerde jongens de opdracht van [verdachte] en [medeverdachte 1] kregen om naar de woning van [slachtoffer] te gaan en hem te beroven van waardevolle spullen. Uit de camerabeelden volgt dat de jongens ([medeverdachte 3] en [medeverdachte 2]) de woning van [slachtoffer] binnengaan en elk met een plastic tas de woning weer verlaten. Uit de verklaring van [slachtoffer] volgt dat de jongens twee telefoons, een ID-kaart, twee trainingspakken en een grote hoeveelheid pakjes sigaretten uit zijn woning hebben meegenomen.

Door samen met de medeverdachten de geweldshandelingen tegen [slachtoffer] te plegen, de sleutel van [slachtoffer] af te pakken en vervolgens de opdracht tot de diefstal van de goederen van [slachtoffer] te geven, is de bijdrage van [verdachte] aan de diefstal met geweld naar het oordeel van de rechtbank van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen.

De rechtbank acht het onder feit 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

3.3

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

feit 1

hij in de periode 1 januari 2022 tot en met 3 oktober 2024 te Zwolle en elders in Nederland en Turkije, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd, een grote hoeveelheid cocaïne, een grote hoeveelheid MDMA en een grote hoeveelheid 3-MMC, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

feit 2

hij op 13 september 2024 te Zwolle, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door - [slachtoffer] telefonisch te (laten) benaderen en naar een woning gelegen aan [adres 2] te laten komen en [slachtoffer] die woning binnen te trekken, - te slaan tegen het hoofd van [slachtoffer] , - [slachtoffer] zijn kleding uit te trekken, op te dragen naakt op de bank te liggen en [slachtoffer] te filmen, - meermalen dreigend aan [slachtoffer] te vragen 'wie heeft de auto in de brand gestoken’, - te zeggen tegen [slachtoffer] : ‘als jij dit ooit tegen iemand vertelt dan zullen we de filmpjes laten zien’, ‘we komen naar je osso’, 'we maken je het leven zuur’, ‘we maken je dood’ en ‘iedereen komt aan de beurt’,

- [slachtoffer] met het vuurwapen te slaan, - [slachtoffer] tegen zijn wil vast te houden, een dreigende sfeer te creëren en voortdurend in de nabijheid van [slachtoffer] te verblijven waardoor [slachtoffer] werd belet de woning gelegen aan de [adres 2] te verlaten;

feit 3

hij op 13 september 2024 te Zwolle tezamen en in vereniging met anderen, - sleutels, - telefoons, - een ID-kaart, - trainingspakken en - een grote hoeveelheid pakjes sigaretten, die aan [slachtoffer] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan van geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door - [slachtoffer] te slaan met een vuurwapen - [slachtoffer] vast te houden - van [slachtoffer] zijn sleutels af te laten pakken en - vervolgens met de sleutel de woning aan de [adres 3] wederrechtelijk binnen te treden.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4
De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47, 282 en 312 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 aanhef en onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 2

het misdrijf: medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven;

feit 3

het misdrijf: diefstal, voorafgegaan van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

5
De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten.

6
De op te leggen straf of maatregel
6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 jaren.

6.2

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte, zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen.

De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich gedurende een periode van meer dan tweeënhalf jaar schuldig gemaakt aan de handel in verschillende soorten harddrugs. Verdachte stond samen met [medeverdachte 1] aan het hoofd van [organisatie] , een lijn die zich kenmerkte door op een georganiseerde wijze en op grote schaal duizenden afnemers van drugs te voorzien. Een persoon in Turkije beheerde de telefoon waarop de bestellingen binnenkwamen en stuurde de koeriers in Nederland aan naar de adressen van klanten.

[organisatie] had stelselmatig meerdere koeriers, vaak jonge kwetsbare mannen, voor zich rijden die dag en nacht op bestelling drugs afleverden. Daarnaast bestond de organisatie uit ‘vullers’ die de koeriers van drugs voorzagen. Voor de ontvangsten van Tikkiebetalingen werden veelal kwetsbare geldezels geronseld, die een bankrekening op naam openden. De rechtbank acht verdachte met zijn handelen medeverantwoordelijk voor de nadelige effecten die het gebruik van verdovende middelen bij gebruikers veroorzaakt. Drugs zijn stoffen die sterk verslavend werken en schadelijk zijn voor de gezondheid. Ook gaat het dealen van drugs op straat veelal gepaard met overlast en gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Verdachte heeft zich om al deze gevolgen niet bekommerd en heeft kennelijk slechts gehandeld uit eigen winstbejag. Dat rekent de rechtbank hem zeer aan.

Daarnaast heeft verdachte zich samen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan een wederrechtelijke vrijheidsberoving en een diefstal met geweld. [slachtoffer] is naar een woning aan de [adres 2] gelokt en hier van zijn vrijheid beroofd en mishandeld. Vervolgens is de huissleutel van [slachtoffer] afgepakt en zijn meerdere goederen uit zijn woning weggenomen. Tijdens de wederrechtelijke vrijheidsberoving had verdachte een leidende rol. Hij gaf ook de opdracht aan medeverdachten om naar de woning van [slachtoffer] te gaan en waardevolle spullen weg te nemen. Verdachte en zijn medeverdachten hebben met hun handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke vrijheid van [slachtoffer] . Dat de verdachten [slachtoffer] hebben gefilmd terwijl hij was ontkleed, moet voor hem extra vernederend zijn geweest. Ook de bedreigingen en het toegepaste geweld moeten voor [slachtoffer] bijzonder beangstigend zijn geweest. Dergelijke ernstige geweldsdelicten veroorzaken bovendien gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 3 december 2025, waaruit blijkt dat verdachte in 2021 is veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien maanden voor de handel in harddrugs. Dit neemt de rechtbank in strafverzwarende zin mee. Over de persoonlijke omstandigheden van verdachte is de rechtbank verder niets bekend.

De strafoplegging

De rechtbank is van oordeel dat, rekening houdend met straffen die in vergelijkbare gevallen door rechters zijn opgelegd, de jarenlange grootschalige en georganiseerde handel in harddrugs op zichzelf al een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt. Daar komt bij dat verdachte zich daarnaast schuldig heeft gemaakt aan een zeer gewelddadige wederrechtelijke vrijheidsberoving. De rechtbank weegt in strafverzwarende zin mee dat verdachte geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen en dat een eerder aan verdachte opgelegde straf voor drugshandel hem kennelijk niet de ernst van zijn gedrag in heeft laten zien. Integendeel, kort nadat verdachte deze straf had uitgezeten, is hij zich weer gaan bezighouden met de handel in harddrugs.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden is. De rechtbank gaat immers uit van de volgende straffen per feit; feit 1: 6 jaar, feit 2 en 3: 3 jaar gevangenisstraf onvoorwaardelijk. De rechtbank zal daarom aan verdachte opleggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 9 jaren.

De tenuitvoerlegging

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7
De schade van benadeelde
7.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 28.347,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan.

De gevorderde materiële schadevergoeding bestaat uit de volgende posten:

weggenomen geldbedrag € 8.000,--;

weggenomen sigaretten € 210,--;

weggenomen trainingspak Lacoste 1 € 167,--;

weggenomen trainingspak Lacoste 2 € 167,--;

weggenomen trainingspak Moose Knuckles € 360,--;

kosten nieuwe ID-kaart € 243,--.

Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 19.200,-- gevorderd, waarvan een deel van € 10.000,-- bestaat uit toekomstige schade. Ten aanzien van de toekomstige schade is namens [slachtoffer] gevraagd dit bedrag niet-ontvankelijk te verklaren, omdat het op dit moment nog niet voldoende kan worden onderbouwd.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de schadepost ‘weggenomen geld’ niet kan worden toegewezen. De overige gevorderde materiele schadevergoeding is toewijsbaar. De officier van justitie vindt de gevorderde immateriële schadevergoeding toewijsbaar tot een bedrag van € 5.000,--. De toekomstige schade moet niet-ontvankelijk worden verklaard.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt op basis van de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting vast dat voldoende verband bestaat tussen het bewezen verklaarde handelen van verdachten en de door de benadeelde partij gestelde schade om te kunnen aannemen dat de benadeelde partij door dit handelen rechtstreekse schade is toegebracht.

De materiële schade

De rechtbank is van oordeel dat de schadepost weggenomen geld onvoldoende is onderbouwd. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om deze schadepost nader te onderbouwen, levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal de benadeelde partij die gelegenheid daarom niet bieden. De rechtbank zal de benadeelde partij voor deze schadepost (€ 8.000,--) in de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

De rechtbank is van oordeel dat de overige materiële schadeposten voldoende met bewijsstukken zijn onderbouwd. De vordering zal daarom worden toegewezen tot een bedrag van € 1.147,-- te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan, te weten 13 september 2024.

De immateriële schade

Artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) geeft in beperkte gevallen recht op vergoeding van andere schade dan vermogensschade. Een van die in de wet limitatief opgesomde gevallen is wanneer sprake is van lichamelijk letsel. Daarvan is in dit geval sprake, nu bij [slachtoffer] meerdere letsels zijn geconstateerd. Om die reden kan de benadeelde partij op grond van artikel 6:106, aanhef en onder b, BW aanspraak maken op smartengeld.

De rechtbank heeft bij het vaststellen van de omvang van de immateriële schade aansluiting gezocht bij de bedragen die in de Rotterdamse Schaal worden genoemd voor bedreigende situaties die gepaard gaan met diefstal. Naar haar oordeel passen de feiten in deze zaak bij de categorie ‘meest ernstig’, nu [slachtoffer] door meerdere personen in een woning is vastgehouden, zich moest uitkleden, met vuurwapens is bedreigd en jegens hem geweld is gebruikt. In de Rotterdamse schaal wordt bij deze categorie een bandbreedte van € 3.000,- tot € 8.000,- genoemd.

De rechtbank acht het, alles afwegend, billijk om immateriële schade vast te stellen op en de vordering toe te wijzen tot een bedrag van € 5.000,--, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het stafbare feit is gepleegd. De benadeelde partij zal in het overige van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor het hele bedrag aansprakelijk is.

De schadepost ‘toekomstige schade’ in verband met eventuele toekomstige schade wordt niet-ontvankelijk verklaard. Deze post is niet onderbouwd.

Verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor het hele bedrag aansprakelijk is.

7.4

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht.

Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met 55 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

8
De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op artikel 57 Sr.

Beslissing

9
De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1

het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 aanhef en onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 2

het misdrijf: medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven;

feit 3

het misdrijf: diefstal, voorafgegaan van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) jaren;

schadevergoeding

wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 6.147,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 september 2024 (bestaande uit € 1.147,-- materiële schadevergoeding en € 5.000,-- immateriële schadevergoeding);

veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van € 6.147,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 september 2024, met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nul, en ook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

legt de maatregel op dat de verdachte verplicht is om aan de Staat der Nederlanden, ten behoeve van de benadeelde partij, een bedrag te betalen van € 6.147,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 september 2024, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat 55 dagen gijzeling kan worden toegepast (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat der Nederlanden vervalt en omgekeerd;

bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. de Ruiter, voorzitter, mr. G.H. Meijer en mr. S.K. Huisman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.G. Drent, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.

Buiten staat

mr. G.H. Meijer is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoot

Voetnoot 1

Indien hierna wordt verwezen naar documenten/dossierpagina’s zijn dit documenten of (de doorgenummerde) pagina’s het de dossier van de politie-eenheid Oost-Nederland, districtsrecherche IJsselland, genaamd Beagle/ON1R024011 en Maltezer/ON1R024062. Er wordt steeds verwezen naar documenten/bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal, tenzij hieronder anders wordt vermeld.

Voetnoot 2

Het proces-verbaal van bevindingen van 5 juni 2024 met bijlagen (pagina’s 236 tot en met 240).

Voetnoot 3

Het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen van 7 juni 2024 (pagina’s 242 tot en met 244), inclusief het als bijlage gevoegde NFiDENT-rapport van 6 juni 2024 (pagina 241).

Voetnoot 4

Het proces-verbaal van bevindingen van 21 juni 2024 (pagina’s 249 tot en met 255) en het aanvullend proces-verbaal van bevindingen van 6 mei 2026.

Voetnoot 5

Het proces-verbaal van observatie van donderdag 20 juni 2024 (pagina 245)

Voetnoot 6

Het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen van 1 november 2024 (pagina’s 259 tot en met 263), inclusief het als bijlage gevoegde NFiDENT-rapport van 1 november 2024 (pagina 264).

Voetnoot 7

Het proces-verbaal van bevindingen van 13 mei 2025 (pagina’s 1729 tot en met 1755).

Voetnoot 8

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 2] van 6 maart 2025 (pagina’s 3124 tot en met 3131).

Voetnoot 9

Het proces-verbaal van bevindingen van 6 maart 2025 (pagina’s 3131 tot en met 3133).

Voetnoot 10

Het proces-verbaal van bevindingen van 13 mei 2025 (pagina’s 1729 tot en met 1755).

Voetnoot 11

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 3] van 3 februari 2025 (pagina’s 596 tot en met 607).

Voetnoot 12

Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 3] van 3 februari 2025 (pagina’s 608 tot en met 610).

Voetnoot 13

Het proces-verbaal van bevindingen van 10 maart 2025 (pagina’s 611 tot en met 614).

Voetnoot 14

Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 5] van 24 maart 2025 (pagina’s 496 tot en met 499).

Voetnoot 15

Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 6] van 30 januari 2025 (pagina’s 506 tot en met 508).

Voetnoot 16

Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 7] van 28 januari 2025 (pagina’s 521 tot en met 523).

Voetnoot 17

Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 4] van 29 januari 2025 (pagina’s 580 tot en met 582).

Voetnoot 18

Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 8] van 1 oktober 2024 (pagina’s 469 tot en met 481).

Voetnoot 19

Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] van 23 september 2024 (pagina’s 568 tot en met 572).

Voetnoot 20

Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] van 18 januari 2025 (pagina’s 527 tot en met 567).

Voetnoot 21

Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] van 23 september 2024 (pagina’s 568 tot en met 572).

Voetnoot 22

Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] van 18 januari 2025 (pagina’s 527 tot en met 567).

Voetnoot 23

Het proces-verbaal van bevindingen van 7 maart 2025 (pagina’s 3046 tot en met 3053).

Voetnoot 24

Het proces-verbaal van bevindingen van 19 september 2024 (pagina’s 2201 en 2202).

Voetnoot 25

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 18 september 2024 (pagina’s 2205 tot en met 2228).

Voetnoot 26

Een schriftelijk bescheid, inhoudende een forensisch geneeskundige letselbeschrijving van 14 januari 2025, opgemaakt door forensisch arts F. Oude Hengel van GGD IJsselland (pagina’s 2229 tot en met 2234).

Voetnoot 27

Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 10] van 18 september 2024 (pagina’s 2269 tot en met 2274).

Voetnoot 28

Het proces-verbaal van bevindingen van 18 september 2024 (pagina’s 2306 tot en met 2331).

Voetnoot 29

Het proces-verbaal van bevindingen van 7 november 2024 (pagina’s 2332 tot en met 2339).

Voetnoot 30

Het proces-verbaal van bevindingen van 2 oktober 2024 (pagina’s 2374 tot en met 2378) en het proces-verbaal van bevindingen van 1 oktober 2024 (pagina’s 2383 tot en met 2389).

Voetnoot 31

Het proces-verbaal van bevindingen van 13 februari 2025 (pagina’s 2858 tot en met 2861).