3.2
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank komt op grond van redengevende feiten en omstandigheden, die in de bewijsmiddelen (Voetnoot 1) zijn vervat en waarop de bewezenverklaring steunt, tot een bewezenverklaring van het onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde. De rechtbank overweegt als volgt.
Ten aanzien van het onder feit 1 ten laste gelegde (onderzoek Beagle)
Sinds juni 2022 zijn er bij de politie Meld Misdaad Anoniem (MMA) meldingen binnengekomen waarin is vermeld dat er in de omgeving van Zwolle harddrugs werd gedeald via [organisatie] . De drugs kon worden besteld via het telefoonnummer [telefoonnummer] . Vanuit het Team Criminele Inlichtingen kwam soortgelijke informatie. Naar aanleiding van deze informatie is onderzoek Beagle opgestart.
Op 4 juni 2024 heeft in Zwolle een pseudokoop plaatsgevonden. Via WhatsApp werd gevraagd om “2 volle” aan de gebruiker van het nummer [telefoonnummer] , waarna er wordt afgesproken bij de Gamma. Een man op een zwarte fatbike heeft daar vervolgens twee ponypacks bezorgd. Aan hem is € 100,-- overhandigd. (Voetnoot 2) De inhoud van de twee wikkels met het opschrift “ANONYMOUS” is onderzocht en bevatte in totaal 1,39 gram cocaïne. (Voetnoot 3)
Op 20 juni 2024 heeft in Nunspeet een tweede pseudokoop plaatsgevonden. Via hetzelfde telefoonnummer is gevraagd om “3 volle” en “voor 50 snoepjes”. Nadat het adres wordt gedeeld, stuurt de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] een betaalverzoek voor een bedrag van € 205,-. Via een Tikkie werd het geld overgemaakt op het bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] . Omstreeks 15.00 uur kwam een lichtkleurige VW Golf Plus, kenteken beginnend met [nummer] , de parkeerplaats oprijden. In de auto zat alleen een vrouw. De vrouw leverde een gripzakje af met daarin drie wikkels met daarop de tekst “ANONYMOUS” en vijftien pillen. (Voetnoot 4) Hierna vertrok de vrouw. Om 15.03 uur reed een Volkswagen Golf Plus voorzien van het kenteken [kenteken] over de [adres 4] in Nunspeet. Om 15.30 uur parkeerde de auto voor de woning aan de [adres 1] en stapte [naam 1] uit. (Voetnoot 5) De inhoud van de drie afgeleverde wikkels en pillen werden onderzocht. De afgeleverde wikkels bevatten cocaïne en de afgeleverde tabletten testten positief op MDMA. (Voetnoot 6)
De bankrekening met nummer [rekeningnummer 1] stond op naam van [naam 2] (hierna: [naam 2] ). De rekening is op 15 mei 2024 geopend en op 27 juni 2024 opgezegd. Tussen 11 juni en 27 juni 2024 vonden hoofdzakelijk betalingen plaats door middel van betaalverzoeken. Het gaat om 224 betaalde betaalverzoeken. In de opmerking stond veelal vermeld ‘Etentje van’ met daarbij een naam van de persoon die de betaling heeft gedaan. In totaal is er € 16.116,20 aan betaalverzoeken op de rekening ontvangen. Een bedrag van € 13.600,-- is vervolgens opgenomen bij geldautomaten van Geldmaat. (Voetnoot 7)
[naam 2] heeft de bankrekening [rekeningnummer 1] op haar naam gehad. [naam 2] is in de zomer van 2024 benaderd door een man die vroeg of zij geld wilde verdienen. Zij heeft haar paspoort en telefoon aan de man gegeven en die man heeft de app dux casino op haar telefoon gezet, waarmee [naam 2] geld kon verdienen. Een week later kreeg [naam 2] bericht van de KNAB-bank dat er geld was gepind van de KNAB-rekening. (Voetnoot 8) [naam 2] herkent [verdachte] (hierna: [verdachte] ) als de man die haar benaderd heeft en aan wie zij haar telefoon en paspoort heeft overhandigd. (Voetnoot 9)
Een andere aan [organisatie] gelieerde bankrekening is [rekeningnummer 2] , op naam van [naam 3] (hierna: [naam 3] ). Uit onderzoek volgt dat op deze rekening € 129.070,-- wordt ontvangen voor de aankoop van drugs. Hiervan wordt een bedrag van € 87.350,-- contant opgenomen bij voornamelijk geldautomaten van Geldmaat. (Voetnoot 10)
[naam 3] heeft een bestelling gedaan bij [organisatie] en zij zag toen een statusupdate van het WhatsAppaccount van [organisatie] . In die statusupdate werd gevraagd of je geld wilde lenen. [naam 3] wilde dit wel en heeft de app van de KNAB-bank gedownload en een rekening geopend. De bijhorende bankpas is opgehaald door een jongen. De inloggegevens heeft [naam 3] ook aan die jongen gegeven. [naam 3] herkent [slachtoffer] als degene die het pasje heeft opgehaald. Er werd geld gestort naar de eigen Rabobankrekening van [naam 3] en zij pinde dit geld vervolgens. Het gepinde geld gaf zij aan [slachtoffer] . Hiervoor kreeg [naam 3] geld en 3-MMC, waaraan zij verslaafd was. (Voetnoot 11) [naam 3] heeft 30 tot 40 keer 3-MMC besteld bij [organisatie] . Zij betaalde altijd via een betaalverzoek. (Voetnoot 12) [naam 3] bestelde in oktober 2021 voor het eerst drugs bij [organisatie] . (Voetnoot 13)
Afnemers van [organisatie]
[naam 5] bestelde in maart 2025 al twee tot vier jaar cocaïne bij [organisatie] . (Voetnoot 14)
[naam 6] bestelde vanaf 2022 3-MMC en ook wel een keer xtc via [organisatie] . (Voetnoot 15)
[naam 7] bestelde vanaf 2022 3-MMC en cocaïne bij [organisatie] . (Voetnoot 16) [naam 4] bestelde xtc en 3-MMC bij [organisatie] . (Voetnoot 17)
[naam 8] (hierna: [naam 8] ) heeft verklaard dat hij voor [organisatie] heeft gewerkt. Toen [verdachte] en [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) vrijkwamen, stuurden ze [naam 8] een berichtje dat zij opnieuw wilden beginnen en vroegen zij [naam 8] om daarbij te helpen. [organisatie] is door [verdachte] en [medeverdachte 1] bedacht. [naam 8] is een paar keer aangehouden met drugs toen hij als bezorger werkte. In 2022 moest hij naar Turkije en kreeg hij de telefoon van [organisatie] mee. [medeverdachte 1] gaf hem die telefoon. Op die telefoon kwamen de bestellingen van de klanten binnen. Er kon 3-MMC, cocaïne, MDMA en xtc worden besteld. Klanten stuurden hun bestelling en adres en [naam 8] stuurde de bezorgers naar die adressen. De drugs werden bezorgd in Zwolle, Deventer, Arnhem, Harderwijk, Ermelo, Hattem, Wezep, Nieuwleusen, Dalfsen, Hardenberg en Zeewolde. Klanten konden contant of met een Tikkie betalen. De betalingen via Tikkie kwamen op een KNAB-rekening. Er waren twee bezorgers op een fatbike en één in een auto. [medeverdachte 1] en [verdachte] kochten fatbikes voor de bezorgers. [medeverdachte 1] en [verdachte] haalden de drugs zelf uit de stad en soms werden de drugs gebracht door een taxi. [medeverdachte 1] regelde dat iedereen zijn werk deed, een beetje op een harde manier. Als je niet luisterde en niet deed wat [medeverdachte 1] wilde, werd je uitgescholden of kreeg je klappen. [verdachte] hield zich bezig met geld. Ook [naam 1] , de zus van [verdachte] bezorgde wel eens. Elke zondag werd het geld naar [medeverdachte 1] of [verdachte] gebracht. Het loon van de bezorgers, € 1.000,-- per week, werd dan ook betaald. Als [naam 8] zei dat hij wilde stoppen met werken voor [organisatie] werd hij via Signal bedreigd door [verdachte] en [medeverdachte 1] . Sinds [naam 8] is gestopt, zijn er incidenten. Er is vuurwerk voor de voordeur van zijn broer gelegd en er waren autobranden. (Voetnoot 18)
[slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) heeft verklaard dat [organisatie] is gestart nadat [medeverdachte 1] en [verdachte] vrijkwamen. Dit was in de periode 2021/2022. [medeverdachte 1] en [verdachte] waren eindverantwoordelijk voor [organisatie] . Ze deden het samen en waren verantwoordelijk voor het laten bezorgen van de drugs. (Voetnoot 19) Bij [organisatie] kon via het telefoonnummer [telefoonnummer] onder meer 3-MMC, cocaïne, xtc, MDMA en crack besteld worden. De telefoon werd beheerd door een persoon in Turkije die de bestellingen doorgaf aan de bezorgers. (Voetnoot 20) De drugs werden bezorgd op de fiets, scooter of met de auto. Soms waren er meerdere fietsers. Doordeweeks werd tot 2.00 uur in de nacht en in het weekend werd tot 5.00 of 6.00 uur in de ochtend bezorgd. Er werd bezorgd in Arnhem, Huissen, Wezep, Raalte, Borne, Beilen, Deventer, Wijhe, Olst, Lemelerveld. Hardenberg, Meppel, Dalfsen, Ommen, Kampen, Zalk en Assen. Klanten konden contant of via een Tikkie betalen. Betalen via een Tikkie kostte € 5,-- extra. Er waren ook geldezels die hun rekeningen beschikbaar stelden om de Tikkiebetalingen voor drugs te ontvangen. (Voetnoot 21) [slachtoffer] heeft ook drugs gedeald voor [organisatie] . Het huis van [slachtoffer] is gebruikt als opslagplaats voor drugs. [verdachte] en [medeverdachte 1] haalden de cocaïne zelf uit de Randstad. [medeverdachte 1] en [verdachte] kwamen vaak bij [café] , daar werd het geld geteld. Later werd dit gedaan bij [bedrijf 1] of in het [bedrijf 2] aan de [adres 5] . De bezorgers moesten hun geld op die locaties afdragen aan [verdachte] en [medeverdachte 1] . Om aan personeel te komen spraken [medeverdachte 1] en [verdachte] veel jongens aan. Ze slijmden en keken hoe de thuissituatie was. De jongens kregen contant betaald. [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben heel veel geld verdiend. [medeverdachte 1] bedreigde [slachtoffer] en [medeverdachte 1] heeft hem ook geslagen. (Voetnoot 22)
[naam 9] (hierna: [naam 9] ) heeft verklaard dat hij van eind januari 2024 tot mei 2024 voor [organisatie] heeft gewerkt. Via [organisatie] kon 3-MMC, MDMA, cocaïne en pillen worden gekocht. In Turkije bevond zich een ‘telefoniste’, die de bezorgers naar adressen van afnemers stuurde. [naam 9] heeft zelf drugs bezorgd in onder meer Zwolle, Hardenberg, Rouveen, Huissen, Dalfsen en Zeewolde. Klanten konden contant betalen, maar de meesten betaalden met een Tikkie. Op zondag moest het geld worden afgestaan bij het [bedrijf 2] aan de [adres 5] . Meestal zat [verdachte] hier. Het salaris werd dan verrekend door [verdachte] . [naam 9] heeft ook mensen bevoorraad. In de [locatie 1] woonde een vuller voor [organisatie] die vanaf de flat de drugs naar beneden gooide. [naam 9] herkent op een foto van [slachtoffer] deze vuller. [naam 9] werd bevoorraad door [slachtoffer] . [naam 9] heeft boven [café] gezeten in een klein kamertje. Hier heeft hij drugs verpakt voor [organisatie] . [medeverdachte 1] bracht de drugs in een zak, ook wel eens in een doos en soms bracht hij het samen met [verdachte] . Ook heeft [naam 9] eind februari 2024 tijdelijk thuis een voorraad drugs gehad. [medeverdachte 1] was echt de baas en stond boven [verdachte] . [medeverdachte 1] dreigde ook met een handgranaat en een spuit heroïne die [naam 9] in zijn bil zou krijgen, als hij niet zou luisteren. (Voetnoot 23)
De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen het onder feit 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
Ten aanzien van het onder feit 2 en feit 3 ten laste gelegde (onderzoek Maltezer)
Op 13 september 2024 om 21:45 uur is de meldkamer gebeld door een onbekende man die melding maakte van een ontvoering. De persoon zei dat zijn vriend [slachtoffer] was ontvoerd door [verdachte] en [medeverdachte 1] . (Voetnoot 24)
[slachtoffer] heeft verklaard dat hij op 13 september 2024 via WhatsApp werd gevraagd om naar de [adres 2] te komen. Toen hij daar aankwam moest hij in een appartement helemaal naar boven. Hij hoorde voetstappen achter zich, draaide zich om en zag [medeverdachte 1] , [verdachte] en twee personen met bivakmutsen. [slachtoffer] werd de woning ingetrokken en kreeg een harde klap tegen zijn hoofd, waardoor hij op de bank viel. Deze klap was met de kolf van een vuurwapen. Vervolgens werd de kleding van [slachtoffer] uitgetrokken en werden zijn zakken leeggehaald. Dit gebeurde door een jongen met een bivakmuts, die [slachtoffer] herkende als een Syriër. [slachtoffer] was helemaal naakt en [medeverdachte 1] vroeg wie de auto van zijn vader had uitgebrand. [slachtoffer] kreeg weer een klap van de Syriër. [slachtoffer] moest op beeld vertellen wie de auto van de vader van [medeverdachte 1] had uitgebrand. De personen wilden tape omdoen, maar [slachtoffer] hield dit tegen. Hij kreeg toen weer een harde klap van de Syriër. Vervolgens moest [slachtoffer] [naam 10] (hierna: [naam 10] ) bellen. Als [naam 10] zou komen, zou hij er zonder kleerscheuren vanaf komen. De huissleutel van [slachtoffer] werd afgepakt en hij moest zijn huisnummer noemen. De jongens met bivakmutsen moesten van [verdachte] en [medeverdachte 1] naar de woning van [slachtoffer] en hem van zijn waardevolle spullen beroven. De jongens zijn naar de woning in de [locatie 2] aan de [adres 3] gegaan en hebben een ID kaart, 30 à 40 pakjes Marlboro sigaretten, een iPhone 7, een iPhone 6 en drie trainingspakken weggenomen. Toen de jongens weggingen, mocht [slachtoffer] zijn kleren weer aandoen. Zij zeiden dat als hij dit ooit tegen iemand zou vertellen, dat ze de filmpjes zouden laten zien, naar zijn osso zouden komen en hem het leven zuur zouden maken. Ook zouden ze hem dan dood maken. [verdachte] zei dat [naam 11] ook de lul is en dat iedereen aan de beurt komt. [medeverdachte 1] en [verdachte] liepen met [slachtoffer] naar het park en daar moest [slachtoffer] [naam 10] bellen. Toen [naam 10] ophing, hebben [medeverdachte 1] en [verdachte] de telefoon van [slachtoffer] in het water gegooid. [slachtoffer] heeft verklaard dat de persoon met de bivakmuts hem heeft geslagen met een wapen. [slachtoffer] heeft twee vuurwapens gezien. (Voetnoot 25)
F. Oude Hengel, forensisch arts bij de GGD IJsselland, heeft op 14 januari 2025 een letselbeschrijving opgemaakt. De forensisch arts constateert, op basis van het letselonderzoek dat op 23 september 2024 bij [slachtoffer] is verricht, drie lichte letsels op het lichaam van [slachtoffer] . De letsels bevinden zich op zijn hoofd en arm. Op zijn linker wenkbrauw bevindt zich een scheurwond. Onder zijn linkeroog en op zijn linkerarm bevinden zich bloeduitstortingen. (Voetnoot 26)
[naam 10] heeft verklaard dat [slachtoffer] hem op 13 september 2024 belde en zei dat hij naar het Wezenlandenpark moest komen. Dit moest [slachtoffer] van [medeverdachte 1] en [verdachte] zeggen. [naam 10] had al eerder een WhatsAppbericht van [slachtoffer] gekregen, maar het waren [medeverdachte 1] en [verdachte] die dat bericht schreven. Ze deden alsof het [slachtoffer] was en vroegen of [naam 10] naar de flat aan de [adres 2] zou komen. Daarna werd er in het Turks geschreven: ‘ik ga je moeder neuken.’ En in het Nederlands: ‘beter kom je naar hier, dan kom je er zonder kleerscheuren vanaf, je hebt je kans gehad’. [naam 10] kreeg daarna geen contact meer met [slachtoffer] en heeft 112 gebeld met de mededeling dat er een ontvoering plaatsvond door [medeverdachte 1] en [verdachte] . (Voetnoot 27)
Op camerabeelden van de [locatie 2] aan de [adres 3] is te zien dat op 13 september 2024 om 21:23 uur twee jongens op een fatbike bij de flat arriveerden. De jongens gingen de flat binnen. Om 21:34 uur liepen de twee personen richting de uitgang van de flat. Zij hadden op dat moment ieder een tas bij zich. Een persoon had een blauwe tas in zijn linkerhand en de andere persoon had een witte plastic tas in zijn rechterhand. De tassen waren gevuld met goederen. Deze tassen hadden de personen niet bij zich toen ze de flat ingingen. (Voetnoot 28) Op beelden van een camera die is gericht op de voordeur van [slachtoffer] is te zien dat twee mannen om 21:26 uur de galerij opliepen. Om 21:26 uur deden de mannen hun capuchon op en gingen de woning van [slachtoffer] binnen. Ruim drie minuten later verlieten de mannen de woning. (Voetnoot 29) [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] worden herkend op de camerabeelden van de flat. (Voetnoot 30)
[verdachte] heeft verklaard dat hij op 13 september 2024 met [slachtoffer] en [medeverdachte 1] in de woning aan de [adres 2] was. (Voetnoot 31)
De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen het onder feit 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de huissleutel van [slachtoffer] is afgepakt, waarna de twee gemaskerde jongens de opdracht van [verdachte] en [medeverdachte 1] kregen om naar de woning van [slachtoffer] te gaan en hem te beroven van waardevolle spullen. Uit de camerabeelden volgt dat de jongens ([medeverdachte 3] en [medeverdachte 2]) de woning van [slachtoffer] binnengaan en elk met een plastic tas de woning weer verlaten. Uit de verklaring van [slachtoffer] volgt dat de jongens twee telefoons, een ID-kaart, twee trainingspakken en een grote hoeveelheid pakjes sigaretten uit zijn woning hebben meegenomen.
Door samen met de medeverdachten de geweldshandelingen tegen [slachtoffer] te plegen, de sleutel van [slachtoffer] af te pakken en vervolgens de opdracht tot de diefstal van de goederen van [slachtoffer] te geven, is de bijdrage van [verdachte] aan de diefstal met geweld naar het oordeel van de rechtbank van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen.
De rechtbank acht het onder feit 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
3.3
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
feit 1
hij in de periode 1 januari 2022 tot en met 3 oktober 2024 te Zwolle en elders in Nederland en Turkije, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd, een grote hoeveelheid cocaïne, een grote hoeveelheid MDMA en een grote hoeveelheid 3-MMC, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
feit 2
hij op 13 september 2024 te Zwolle, tezamen en in vereniging met anderen,
opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd
gehouden, door
- [slachtoffer] telefonisch te (laten) benaderen en naar een woning gelegen aan [adres 2] te laten komen en [slachtoffer] die woning binnen te trekken,
- te slaan tegen het hoofd van [slachtoffer] ,
- [slachtoffer] zijn kleding uit te trekken, op te dragen naakt op de bank te liggen en [slachtoffer] te filmen,
- meermalen dreigend aan [slachtoffer] te vragen 'wie heeft de auto in de brand gestoken’,
- te zeggen tegen [slachtoffer] : ‘als jij dit ooit tegen iemand vertelt dan zullen we de filmpjes laten zien’, ‘we komen naar je osso’, 'we maken je het leven zuur’, ‘we maken je dood’ en ‘iedereen komt aan de beurt’,
- [slachtoffer] met het vuurwapen te slaan,
- [slachtoffer] tegen zijn wil vast te houden, een dreigende sfeer te creëren en voortdurend in de nabijheid van [slachtoffer] te verblijven waardoor [slachtoffer] werd belet de woning gelegen aan de [adres 2] te verlaten;
feit 3
hij op 13 september 2024 te Zwolle tezamen en in vereniging met anderen,
- sleutels,
- telefoons,
- een ID-kaart,
- trainingspakken en
- een grote hoeveelheid pakjes sigaretten, die aan [slachtoffer] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan van geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door
- [slachtoffer] te slaan met een vuurwapen
- [slachtoffer] vast te houden
- van [slachtoffer] zijn sleutels af te laten pakken en
- vervolgens met de sleutel de woning aan de [adres 3] wederrechtelijk binnen te treden.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.