Rechtbank Overijssel, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBOVE:2026:3690

Op 30 June 2026 heeft de Rechtbank Overijssel een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 08-232315-25 (P), bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBOVE:2026:3690. De plaats van zitting was Almelo.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
08-232315-25 (P)
Datum uitspraak:
30 June 2026
Datum publicatie:
30 June 2026

Indicatie

De rechtbank veroordeelt een 23-jarige man tot een gevangenisstraf van tien maanden en betaling van een schadevergoeding van € 4.150,--. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van oplichting, diefstal en poging diefstal.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08-232315-25 (P)

Datum vonnis: 30 juni 2026

Vonnis op tegenspraak (artikel 279 Wetboek van Strafvordering) in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 2002 in [geboorteplaats 1] ,

wonende aan het [adres 1] .

1
Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 2 juni 2026 en 16 juni 2026.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door de raadsman van verdachte, mr. B.W. van Beek, advocaat in Amsterdam, naar voren is gebracht.

2
De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 3 september 2025, al dan niet samen met een of meer anderen:

feit 1: [slachtoffer] (hierna ook: [slachtoffer] ) heeft opgelicht;

feit 2: een geldbedrag van [slachtoffer] heeft gestolen door middel van een valse sleutel (primair), medeplichtig is geweest aan die diefstal (subsidiair);

feit 3: een geldbedrag van [slachtoffer] heeft gestolen door middel van een valse sleutel (primair), medeplichtig is geweest aan die diefstal (subsidiair).

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1

hij op of omstreeks 3 september 2025 te [plaats] , gemeente Dinkelland, althans in

Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen van gegevens, te weten

- zijn bankpas en/of

- zijn pincode en/of

- een contant geldbedrag ter hoogte van ongeveer 150 euro in een portemonnee,

door

- zich voor te doen als medewerker(s) van ABNAMRO en/of

- ( daarbij) (telefonisch) mee te delen dat (een) oplichter(s) had(den) geprobeerd geld te stelen van de bankrekening van die [slachtoffer] en/of

- ( vervolgens) aan te geven dat een bankmedewerker bij die [slachtoffer] thuis zou komen om zijn bank- en geldzaken veilig te stellen en/of

- te vragen aan die [slachtoffer] om telefonisch zijn pincode in te voeren tussen twee pieptonen en/of

- ( vervolgens) een bezoek te brengen aan die [slachtoffer] en zich voor te doen als

bankmedewerker en ongeveer een uur in de woning van die [slachtoffer] te blijven,

terwijl die [slachtoffer] ook aan de lijn was met de telefonische medewerker(s) en/of

- ( vervolgens) die bankpas en/of contant geld mee te nemen bij die [slachtoffer] onder het voorwendsel om dat/die goed(eren) veilig te stellen, zodat daarna gepind kon worden met die bankpas;

2

hij op of omstreeks 3 september 2025 te [plaats] , gemeente Dinkelland, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(een) geldbedrag(en), ter hoogte van in totaal 4000 euro, in elk geval enig geldbedrag,

dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n),

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel,

door met een bankpas en pincode van die [slachtoffer] geld te pinnen uit/bij een geldautomaat, tot welk gebruik hij en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren en welke bankpas en

pincode hij en/of zijn mededader(s) onrechtmatig onder zich had(den);

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en/of een of meer onbekend gebleven mededader(s) op of omstreeks 3 september 2025 te [plaats] , gemeente Dinkelland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(een) geldbedrag(en), ter hoogte van in totaal 4000 euro, in elk geval enig geldbedrag, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en/of zijn/hun mededader(s) toebehoorde(n),

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl die [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en/of zijn/hun mededader(s)dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel,

door met een bankpas en pincode van die [slachtoffer] geld te pinnen uit/bij een geldautomaat,

tot welk gebruik die [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en/of zijn/hun mededader(s) niet

gerechtigd was/waren en welke bankpas en pincode die [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4]

en/of zijn/hun mededader(s) onrechtmatig onder zich had(den),

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 3 september 2025 te [plaats] , gemeente Dinkelland, althans in Nederland,

opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

- een of meer mededader(s) in een auto naar de (omgeving van de) geldautomaat te vergezellen en/of te vervoeren en/of

- een of meer mededader(s) door middel van beeldbellen behulpzaam te zijn bij het opnemen van het geld;

3

hij op of omstreeks 3 september 2025 te Oldenzaal, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om meermalen, althans eenmaal,

(een) geldbedrag(en), ter hoogte van 515,90 euro, in elk geval enig geldbedrag, dat/die geheel of

ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n),

weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel,

met een bankpas en pincode van die [slachtoffer] heeft/hebben betaald, tot welk

gebruik hij en/of

zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren en welke bankpas en pincode hij en/of zijn mededader(s) onrechtmatig onder zich had(den),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en/of een of meerdere onbekend gebleven mededaders op of omstreeks 3 september 2025 te Oldenzaal, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om

meermalen, althans eenmaal,

(een) geldbedrag(en) ter hoogte van 515,90 euro, in elk geval enig geldbedrag, dat/die geheel of ten

dele aan een [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan die [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en/of zijn/hun mededader(s) toebehoorde(n),

weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen

en dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel,

met een bankpas en pincode van die [slachtoffer] heeft/hebben betaald, tot welk gebruik die

[medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en/of zijn/hun mededader(s) niet gerechtigd was/waren

en welke bankpas en pincode die [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en/of zijn/hun mededader(s) onrechtmatig onder zich had(den),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 3 september 2025 te Oldenzaal, althans in Nederland,

opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

- een of meer mededader(s) in een auto te vergezellen en/of te vervoeren naar (de omgeving van) het tankstation en/of

- een of meer mededader(s) door middel van beeldbellen behulpzaam te zijn bij het verrichten van de betaling.

Overwegingen

3
De bewijsmotivering
3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van alle feiten moet worden vrijgesproken.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

3.3.1

De verklaring van [verdachte]

heeft zich op zijn zwijgrecht beroepen en is niet ter terechtzitting verschenen.

3.3.2

De vaststelling van de feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het dossier en van hetgeen ter terechtzitting is besproken de feiten en omstandigheden vast die van belang zijn voor de bewijsvraag van alle ten laste gelegde feiten in de zaken van alle verdachten in dit onderzoek: [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [verdachte] .

- [medeverdachte 1] bij [slachtoffer] en pinnen

[slachtoffer] , een man van achtentachtig jaar, wordt op 3 september 2025 rond 19:00 uur thuis in [plaats] gebeld door iemand die zich voordoet als [naam 1] , bankmedewerker bij de ABN AMRO Bank, waar [slachtoffer] klant is. Zij vertelt [slachtoffer] dat iemand hem probeert op te lichten en heeft geprobeerd zijn spaargeld te stelen. Op haar verzoek geeft [slachtoffer] haar zijn pincode door deze, tussen twee pieptonen, in te toetsen in zijn telefoon. De vrouw zegt hem dat een bankmedewerker, [naam 2] , langs zal komen om de bank- en geldzaken van [slachtoffer] veilig te stellen. Hij moet hem een door de vrouw genoemde code geven. Rond 20:30 uur komt een man aan de deur die zich voorstelt als [naam 2] , medewerker van de ABN AMRO Bank. De man maakt gedurende ongeveer een uur gebruik van de computer van [slachtoffer] om, zo zegt hij, de rekeningen van [slachtoffer] veilig te stellen. Tussendoor gaat hij weg, naar zijn auto, “om alles te scannen”.

Maar wat er tussendoor is gebeurd, was iets anders dan [medeverdachte 1] (want dat was de man die zich als [naam 2] voordeed) [slachtoffer] wijsmaakte.

Op basis van de gegevens van de ABN AMRO Bank over de tijdstippen van diverse transacties, de browsergeschiedenis van de laptop van [slachtoffer] en het aanvullend proces-verbaal waarin verbalisanten de mogelijk door [medeverdachte 1] afgelegde route en tijdsduur daarvan berekend hebben, komt de rechtbank tot dezelfde conclusie als die van verbalisanten. Die conclusie is dat [medeverdachte 1] de woning van [slachtoffer] op enig moment heeft verlaten, in [plaats] tussen 21:23:37 en 21:25:58 uur een bedrag van 4.000 euro heeft gepind, naar [slachtoffer] is teruggekeerd, daar om 21:43:59 uur 10.000 euro heeft overgemaakt van de spaarrekening naar de betaalrekening van [slachtoffer] en vervolgens, met medeneming van een portemonnee met 150 euro is vertrokken, waarna hij vergeefs heeft geprobeerd wederom te pinnen in Oldenzaal en daar werd aangehouden. Hierbij was de rol van de medeverdachten onmisbaar: met een van de auto’s waarin zij in de buurt paraat en op de uitkijk stonden, moet [medeverdachte 1] zijn bliksemactie in nauwe en bewuste samenwerking tussen hen allen hebben uitgevoerd. Samenwerking was er ook met de vrouw door wie [slachtoffer] gedurende het hele bezoek van [medeverdachte 1] telefonisch aan de lijn werd gehouden.

Dat het [medeverdachte 1] was die [slachtoffer] bezocht, baseert de rechtbank op het volgende.

[slachtoffer] geeft een signalement van de zogenaamde bankmedewerker. [medeverdachte 1] voldoet aan dit signalement. [slachtoffer] herkent [medeverdachte 1] op de door de politie aan hem getoonde foto. De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] de man is op de beelden van de pinautomaat. Ook de man die op de beelden van het tankstation is te zien en die probeert te pinnen met de pas van [slachtoffer] , voldoet aan het signalement en belangrijker: wordt door de verbalisant die de beelden heeft bekeken als [medeverdachte 1] geïdentificeerd.

[slachtoffer] herkent zichzelf op de foto die in de onder [verdachte] in beslag genomen telefoon is aangetroffen, kennelijk door [medeverdachte 1] is verzonden en waarop [slachtoffer] , zittend achter zijn computer, is te zien.

De rechtbank stelt samengevat vast dat [medeverdachte 1] de man is die de concrete oplichtingshandelingen verrichtte (feit 1), 4.000 euro heeft gepind (feit 2), geprobeerd heeft 515,90 euro te pinnen (feit 3) en computervredebreuk heeft gepleegd (alleen bij [medeverdachte 1] ten laste gelegd als feit 4).

- Alle verdachten, de Opel Corsa en de Volkswagen Polo

Terwijl [slachtoffer] bezoek heeft van ‘de bankmedewerker’, staat op het erf van zijn buurman, verdekt opgesteld, enige tijd een Volkswagen Polo. Daarin zitten twee jongens, twintigers, donkerder dan licht getint, de bestuurder met een wat vollere bos bruin krullend haar en de bijrijder met zwart kort kroeshaar. Tussen 20:30 en 21:00 uur stoppen een grijze Opel Corsa en een Volkswagen Polo bij dat erf naast elkaar op de weg.

[medeverdachte 2] en [verdachte] rijden op 3 september 2025 in een grijze Opel Corsa die op naam staat van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 2] is de bestuurder en [verdachte] de bijrijder. Zij stoppen rond 22:25 uur met hun auto bij het tankstation waar [medeverdachte 1] heeft geprobeerd te pinnen. Tegelijkertijd stopt daar ook de Volkswagen Polo op naam van de moeder van [medeverdachte 2] waarvan [medeverdachte 4] de bestuurder is en [medeverdachte 3] de bijrijder. De politie volgt beide auto’s, laat deze stoppen en doorzoekt de auto’s. In het dashboardkastje van de Polo ligt contant geld: vierduizend euro in coupures van 50 euro. Precies het gepinde bedrag. In de Opel ligt een tas van [medeverdachte 1] , met onder meer zijn paspoort daarin.

- Gegevens telefoon [verdachte]

Op basis van de bevindingen van het onderzoek in de onder [verdachte] in beslag genomen telefoon stelt de rechtbank het volgende vast:

a) Op 3 september 2025 worden video-opnames gedeeld in een groeps-chat waarvan in elk geval [verdachte] en iemand onder de naam ‘ [gebruikersnaam 1] ’ deel van uitmaakten;

b) Om 18:10.19 uur (werkelijke tijd) deelt ‘ [gebruikersnaam 1] ’ een video-opname waarop de Opel Corsa met openstaande motorkap van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 1] zelf te zien zijn bij het [bedrijf 1] in [vestigingsplaats] . [medeverdachte 3] verbleef in dat hotel (zie ook hierna). Op de opname is een deel van een schoen te zien van degene die de opname maakte. Dit is de schoen van [medeverdachte 4] . [medeverdachte 4] maakt dus die de opname, toen nog zittend op de bijrijdersstoel en deelde deze opname. De rechtbank stelt op basis hiervan vast dat [medeverdachte 4] onder de naam ‘ [gebruikersnaam 1] ’ deelnam aan de chatgroep;

c) Om 18:19.09 uur (werkelijke tijd) deelt [medeverdachte 4] (‘ [gebruikersnaam 1] ’) een opname van de Opel met op de bestuurdersstoel [medeverdachte 1] ;

d) Om 20:18.08 (UTC+0) uur (werkelijke tijd) deelt [medeverdachte 4] (‘ [gebruikersnaam 1] ’) een video-opname vanaf de bestuurdersstoel van de Volkswagen Polo;

e) Om 21:35.27 uur (werkelijke tijd) filmt de telefoon een live Snapchat gesprek dat te zien is op een andere telefoon. Met die andere telefoon maakt [medeverdachte 1] een live opname van [slachtoffer] , thuis zittend achter een laptop. Te horen is dat een mannenstam zegt: “Inloggen inderdaad”;

f) De onder [verdachte] in beslag genomen telefoon heeft via Bluetooth verbinding gemaakt met de Volkswagen Polo. Er is dus een connectie tussen [verdachte] en de Polo.

Het tijdstip waarop te horen is “Inloggen inderdaad” komt overeen met het tijdstip waarop een bedrag van tienduizend euro is overgeboekt van de spaarrekening van [slachtoffer] naar zijn betaalrekening.

- Gegevens telefoon [medeverdachte 3]

Op basis van de bevindingen van het onderzoek in de onder [medeverdachte 3] in beslag genomen telefoon stelt de rechtbank het volgende vast:

a) [medeverdachte 3] is eigenaar en gebruiker van deze telefoon, gelet op de gebruikersgegevens en inhoud ervan;

b) Op 3 september 2025 om 12:44:32 uur en dus uren voor het bezoek aan [slachtoffer] , verstuurt het toestel en kennelijk [medeverdachte 3] zelf (want te zien is een been met een schoen zoals hij die ten tijde van zijn aanhouding droeg) naar tien personen een foto met daarop de tekst: “21:36” en “Geloofsgemeenschap [plaats] ”. Kennelijk dienen deze personen van het plan om in [plaats] samen te komen op de hoogte te worden gebracht waarmee de verklaring dat men hier toevallig belandde wordt ontkracht;

c) Op 2 september 2025 om 19:47.44 uur (werkelijke tijd) bericht [medeverdachte 3] / [gebruikersnaam 2] dat hij in een hotel slaapt omdat zijn woning wordt verbouwd;

d) Om 20:30:23 uur (werkelijke tijd) meldt [medeverdachte 3] : “Ben op een rara strip ook” “In de buurt van Duitsland” en stuurt de onder (b) beschreven foto;

e) Om 21:37:26 (werkelijke tijd) stuurt hij opnieuw die foto en om 21:58:04 laat hij aan “ [alias 1] ” weten dat de auto (een Polo te oordelen aan de schermafdruk van de hierna genoemde video-opname) door een storing is uitgevallen waarvan hij een video-opname zendt waarop [medeverdachte 4] te zien is die vergeefs probeert de auto te starten om (volgens de klok in de auto) op twee minuten na dezelfde tijd;

f) Aan een zekere [gebruikersnaam 3] laat [medeverdachte 3] weten: “Kben 4jongens” en “Die jongens zitten Andere auto”. En [naam 3] vogelt dan uit dat hij tussen Oldenzaal en [plaats] moet zijn;

g) De telefoon van [medeverdachte 3] is op 3 september 2025 met hem meegereisd van het [bedrijf 1] in [vestigingsplaats] , waar ook, zoals hiervoor vastgesteld, [verdachte] en zijn telefoon waren en op het [adres 2] in [plaats] , de locatie van de Geldmaat waar door [medeverdachte 1] is gepind met de pinpas van [slachtoffer] .

3.3.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

- Oplichting

Niet ter discussie staat dat [slachtoffer] is opgelicht. En evenmin dat dit door meer daders is gedaan. Op basis van de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden komt de rechtbank tot de volgende conclusies over de betrokkenheid van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] .

- Helpdeskfraude, gekwalificeerde diefstal en medeplegen

De wijze waarop [slachtoffer] is opgelicht wordt in de volksmond wel bankhelpdeskfraude genoemd. Deze vorm van oplichting kenmerkt zich hierdoor - zoals inmiddels helaas een feit van algemene bekendheid is – dat daarvoor een zekere vorm van organisatie en handelingen nodig zijn waarbij meerdere personen ieder een cruciale rol vervullen. De geijkte handelingen, die ook in deze zaak zijn verricht, duiden, ook in deze zaak, op een gezamenlijk en vooropgezet plan. Gevijven vertrokken deze verdachten in twee auto’s en na daartoe gemaakte afspraken vanuit hun biotoop in het westen naar het oosten van het land. De rol van (zichtbare) oplichter werd vervuld door [medeverdachte 1] . Een onbekend gebleven vrouw voerde het telefoongesprek met [slachtoffer] zodat van nauwe en bewust samenwerking tussen [medeverdachte 1] en haar in elk geval sprake was. Maar ook [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] voldoen aan de criteria voor medeplegen. Zij fungeerden als chauffeur van en naar de plaats van de oplichting, als observanten, verscholen achter het mais op en/of bij het erf van de buurman van [slachtoffer] . [medeverdachte 1] is met een van de auto’s in zeer korte tijd naar [plaats] en terug naar [slachtoffer] gegaan en heeft in [plaats] gepind. Het kan niet anders dat een of meer van de anderen hem hebben vervoerd en van het doel en de daarvoor vereiste rijsnelheid moeten hebben geweten. Hetzelfde geldt voor de rit naar het tankstation in Oldenzaal. Zonder de bijdrage van het vervoeren van de pinner en het gepinde geld had deze vorm van oplichting niet kunnen plaatsvinden. Vanaf het moment dat er contact wordt gelegd met het slachtoffer is immers snelheid geboden. De daders verrichten handelingen die tegelijkertijd of kort na elkaar plaatsvinden en die moeten worden afgestemd om de bankhelpdeskfraude tot een geslaagd einde te kunnen brengen en het gezamenlijke doel te bereiken: in korte tijd zoveel mogelijk geld van de bankrekening van een slachtoffer halen: snel, nog voordat de geldopnames met de bankpas worden ontdekt en rekeningen worden geblokkeerd. Deze handelingen kunnen dan ook niet los van elkaar worden gezien en vergen een intensieve en nauwe samenwerking en duidelijke afstemming tussen de verschillende daders. De rechtbank merkt daarbij op dat er kennelijk bewust voor is gekozen om degene die de zichtbare rol van oplichter en pinner verrichtte [medeverdachte 1] – wiens spullen immers in de op zijn naam staande Corsa zijn aangetroffen – en de buit in afzonderlijke auto’s te vervoeren, nu de door oplichting verkregen gelden in de Polo zijn gevonden.

[medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] hebben geen aannemelijke, laat staan een geloofwaardige, verklaring gegeven voor hun aanwezigheid in het buitengebied van een klein dorpje in Twente waar “chillen” geen enkele meerwaarde kan hebben boven chillen dichterbij hun woonplaatsen. Hun auto’s reden overduidelijk samen rond en stonden samen stil, zowel bij de woning van [slachtoffer] op het moment dat [medeverdachte 1] daar binnen was, als bij het tankstation waar [medeverdachte 1] de mislukte pinpoging deed. Een verklaring voor het aanzienlijke geldbedrag van vierduizend euro in de auto van de tante van [medeverdachte 2] , waar zowel [medeverdachte 3] als [medeverdachte 4] in zaten, ontbreekt eveneens.

- Conclusie

Op basis van alle feiten en omstandigheden komt de rechtbank tot de slotsom dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] tezamen en in vereniging [slachtoffer] hebben opgelicht (feit 1), met een valse sleutel 4.000 euro hebben gestolen van [slachtoffer] (feit 2 primair) en dat geprobeerd hebben met een bedrag van € 510,90 (feit 3 primair).

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat (Voetnoot 1):

1.

hij op of omstreeks 3 september 2025 te [plaats] , gemeente Dinkelland,

althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te

bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen van gegevens, te weten

- zijn bankpas en/of

- zijn pincode en/of

- een contant geldbedrag ter hoogte van ongeveer 150 euro in een portemonnee,

door

- zich voor te doen als medewerker(s) van ABNAMRO en/of

- (daarbij) (telefonisch) mee te delen dat (een) oplichter(s) had(den) geprobeerd geld te stelen van de bankrekening van die [slachtoffer]

en/of

- ( vervolgens) aan te geven dat een bankmedewerker bij die [slachtoffer] thuis zou komen om zijn bank- en geldzaken veilig te stellen en/of

- te vragen aan die [slachtoffer] om telefonisch zijn pincode in te voeren tussen twee pieptonen en/of

- ( vervolgens) een bezoek te brengen aan die [slachtoffer] en zich voor te doen als bankmedewerker en ongeveer een uur in de woning van die [slachtoffer] te blijven, terwijl die [slachtoffer] ook aan de lijn was met de telefonische medewerker(s) en/of

- ( vervolgens) die bankpas en/of contant geld mee te nemen bij die [slachtoffer] onder het voorwendsel om die/dat goed(eren) veilig te stellen,

waarna gepind kon worden met die bankpas;

2

primair

hij op of omstreeks 3 september 2025 te [plaats] , gemeente Dinkelland, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(een) geldbedragen, ter hoogte van in totaal 4.000 euro, in elk geval enig geldbedrag,

dat/ die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorden,

heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) die die weg te nemen geldbedragen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel,

door met een bankpas en pincode van die [slachtoffer] geld te pinnen uit/bij een geldautomaat,

tot welk gebruik hij en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren en welke bankpas en pincode hij en/of zijn mededader(s), onrechtmatig onder zich had(den);

3

primair

hij op of omstreeks 3 september 2025 te Oldenzaal, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om

meermalen, althans eenmaal,

(een) geldbedrag(en), ter hoogte van 515,90 euro, in elke geval enig geldbedrag, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n),

weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel,

te weten

met een bankpas en pincode van die [slachtoffer] heeft/hebben betaald, tot welk gebruik hij en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren en welke bankpas en pincode hij en/of zijn mededader(s) onrechtmatig onder zich had(den),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4
De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 45, 47, 311, 326 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: medeplegen van oplichting;

feit 2

primair

het misdrijf: diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

feit 3

primair

het misdrijf: poging diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

5
De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

6
De op te leggen straf of maatregel
6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om bij een bewezenverklaring verdachte een straf op te leggen die gelijk is aan de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

6.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van oplichting, diefstal en poging diefstal, op de wijze die hiervoor uitgebreid is beschreven.

Er is sprake van bankhelpdeskfraude; een ernstige vorm van criminaliteit die maatschappij-breed veel beroering wekt. De kwetsbare slachtoffers, ook in dit geval was het slachtoffer (hoog)bejaard, worden niet alleen thuis bezocht en vervolgens op geraffineerde en lafhartige wijze financieel uitgekleed, zij kampen ook nog lang daarna met gevoelens van onveiligheid en onmacht, mede omdat de daders zich diep in hun persoonlijke levenssfeer hebben gedrongen, zowel fysiek (thuis) als digitaal (bank-/spaarrekening). Niet zelden is hun vertrouwen in de mensheid nadien volledig zoek en vertrouwen zij zelfs echte hulpdiensten niet meer. Ook het slachtoffer van verdachte en zijn kompanen toont zich in dat opzicht diep getroffen. Daarnaast leiden dergelijke feiten tot maatschappelijke onrust. Opvallend element bij helpdesk-/nepagentenfraude is dat de plegers zich naar de (verre) uithoeken van het land begeven om zich vervolgens na een “hit & run” uit de voeten te maken. Daarmee vertoont deze vorm van criminaliteit sterke trekken van mobiel banditisme. Ook dat element zal de rechtbank in haar overwegingen betrekken. Verdachte heeft voorts kennelijk enkel en alleen gedacht aan zijn eigen financiële gewin en zich, bij herhaling, totaal niet bekommerd om de gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer. Verdachte heeft daarnaast vrijwel geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 22 mei 2026. Hieruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

De reclassering heeft de rapportage opdracht retour gezonden, omdat het niet mogelijk bleek contact te leggen met verdachte.

Uit de vroeghulprapportage van 9 september 2025 blijkt echter het volgende. Ten tijde van de feiten woonde verdachte bij zijn moeder. Verdachte had geen zinvolle daginvulling. Betrokkene zou zijn dagen vullen met het zorgen voor zijn grootmoeder, omdat zij slecht ter been is. Betrokkene heeft een niveau 4 opleiding afgerond in de richting van retail management. Verdachte heeft geen inkomen, wel schulden. Verdachte was aan het revalideren na een steekincident. Er is sprake van cannabisgebruik. Verdachte was voornemens om weer werk te zoeken zodra hij zijn rijbewijs gehaald heeft. Ook zou verdachte gemotiveerd zijn om zijn leven op een andere manier vorm te geven en de cirkel van delictgedrag te doorbreken. Er is sprake van een negatief sociaal netwerk. Recidiverisico’s konden door de reclassering ten tijde van de vroeghulprapportage niet worden ingeschat. Ten tijde van de inhoudelijke behandeling ter zitting is gebleken dat verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt op verdenking van een ander strafbaar feit.

De op te leggen straf of maatregel

Gezien de ernst van de gepleegde feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank ziet gelet op de aard en de ernst van de feiten en met name gelet op voornoemde omstandigheden aanleiding om verdachte een hogere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, dan de gevangenisstraf zoals die door de officier van justitie is geëist. Daarbij houdt de rechtbank ook rekening met de ontkennende proceshouding van verdachte waaruit blijkt dat hij geen enkele verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen en geen openheid van zaken heeft willen geven.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden passend en geboden. Dit met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.

7
De schade van benadeelde
7.1

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 4.150,00 (vierduizend honderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- gepind bedrag op woensdag 3 september 2025 om 21:23 uur € 1.000,00

- gepind bedrag op woensdag 3 september 2025 om 21:24 uur € 1.000,00

- gepind bedrag op woensdag 3 september 2025 om 21:25 uur € 1.000,00

- gepind bedrag op woensdag 3 september 2025 om 21:25 uur € 1.000,00

- kleine portefeuille met daarin geld € 150,00

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de materiële schade tot een bedrag van € 150,00 toewijsbaar is, ervan uitgaande dat het onder medeverdachte [medeverdachte 4] (klassiek en conservatoir) inbeslaggenomen bedrag van vierduizend euro aan de rechthebbende [slachtoffer] zal worden teruggeven. Subsidiair vordert de officier van justitie dat de vordering geheel en hoofdelijk wordt toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich, vanwege de bepleite vrijspraak, op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door de bewezen verklaarde feiten rechtstreekse schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De post ‘kleine portefeuille met daarin geld’ is voldoende onderbouwd en aannemelijk en door of namens de verdachte niet betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat deze schade in rechtstreeks verband staat met de bewezen verklaarde feiten. De rechtbank zal het gevorderde daarom in elk geval toewijzen tot een bedrag van € 150,00, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Het bedrag van € 4.000,00 is onder medeverdachte [medeverdachte 4] klassiek en conservatoir in beslag genomen. Te verwachten valt dat dit bedrag op enig moment aan de [slachtoffer] zal worden teruggeven. Dat is echter afhankelijk van het moment waarop het vonnis in de zaak [medeverdachte 4] (waarin de rechtbank gelast dat de vierduizend euro aan rechthebbende [slachtoffer] wordt teruggeven) onherroepelijk wordt. De rechtbank vindt het onaanvaardbaar dat [slachtoffer] , een man op zeer gevorderde leeftijd, daarop moet wachten. De rechtbank wijst daarom de vordering ook voor dit bedrag toe, met rente en hoofdelijk voor alle verdachten.

De rechtbank geeft de officier van justitie in overweging het daartoe te geleiden dat het inbeslaggenomen bedrag zo spoedig mogelijk aan [slachtoffer] wordt teruggeven.

De verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat de verdachte tegenover de benadeelde partij voor het hele bedrag aansprakelijk is.

7.5

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.

Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met 41 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

8
De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op artikel 57 Sr.

9
De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1

het misdrijf: medeplegen van oplichting;

feit 2 primair

het misdrijf: diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de

schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse

sleutels;

feit 3 primair

het misdrijf: poging diefstal, door twee of meer verenigde personen,

waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel

van valse sleutels;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

[slachtoffer]

- wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 4.150,00 (bestaande uit materiële schade);

- veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 4.150,00 (honderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 september 2025, met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 4.150,00 (honderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 september 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 41 dagen kan worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.G. Ellenbroek, voorzitter, mr. E. Venekatte en

mr. D.K. ten Cate, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.J.W. Renskers, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026.

Buiten staat

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het digitale dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025426196 gesloten op 13 november 2025. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar de pagina’s van het eindproces-verbaal of uit een aanvullend proces-verbaal in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Voor zover de bewijsmiddelen conclusies bevatten neemt de rechtbank die al dan niet expliciet over in de bewijsmiddelen of het vonnis en maakt deze tot de hare.

1. Het proces-verbaal van aangifte van aangever [slachtoffer] van 4 september 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 25 en 26):

Aangever

Achternaam: [slachtoffer]

Voornamen: [slachtoffer]

Geboortedatum: [geboortedatum 2] 1937

Op 3 september 2025 omstreeks 19.00 uur werd ik thuis in [plaats] gebeld. De vrouwelijke stem aan de andere kant van de lijn vertelde dat ze een medewerker was van de ABN-bank, de bank waar ik klant ben. De vrouw vertelde mij dat een man mij probeerde op te lichten. Hij zou hebben getracht mijn spaargeld te stelen. De vrouw gaf aan dat ze me wilde helpen door een medewerker bij mij thuis langs te sturen om mijn bank- en geldzaken veilig te stellen. De vrouw vroeg mij om mij pincode die ik heb gegeven. Om de pincode in te voeren hoorde ik een pieptoon tijdens het telefoongesprek. Na de eerste pieptoon voerde ik mijn pincode in welke werd gevolgd door een tweede pieptoon. De vrouw gaf aan dat ze een medewerker naar mijn huisadres zou sturen. Deze medewerker zou zich voorstellen als [naam 2] . De vrouw gaf aan [naam 1] te heten en vertelde mij dat ik de code [nummer 1] aan [naam 2] moest zeggen zodra hij bij mij aan de deur stond om er zeker van te zijn dat ik niet werd opgelicht.

Diezelfde avond omstreeks 20.30 uur stond een man bij mij voor de deur die aangaf [naam 2] te heten en medewerker te zijn van de ABN-bank. Ik kan de man omschrijven als:

- jongere man tussen de 25 en 35 jaar oud,

- licht getinte huidskleur,

- donker tot zwart haar, krullend dan wel met een slag in het haar,

- lengte ongeveer 1,80 meter.

Wat mij direct opviel was zijn spijkerbroek met de vele horizontale strepen of scheuren.

[naam 2] vertelde hetzelfde en vulde het verhaal van de vrouw aan de telefoon aan. Terwijl [naam 2] bij mij in de woning was, moest ik de vrouw de gehele tijd aan de lijn houden. [naam 2] heeft gebruik gemaakt van mijn computer om naar eigen zeggen mijn rekeningen veilig te stellen. [naam 2] is bijna een uur bij mij thuis geweest.

[naam 2] vroeg mij vervolgens om mijn portemonnee, mijn geld en mijn bankpas. Mijn bankpas en mijn contante geld heb ik in een portemonnee gedaan. [naam 2] vertelde mij dat hij even naar zijn auto moest om alles te scannen zodat ik er zeker van kon zijn dat alles goed was. [naam 2] is vervolgens naar zijn auto gegaan, welke op de openbare weg voor mij erf stond. Ik heb [naam 2] hierna niet weer gezien.

2. Het aanvullend proces-verbaal van bevindingen van 23 maart 2026 , met de getoonde foto van verdachte [medeverdachte 1] als bijlage bij dit proces-verbaal voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 14 e.v.):

A: Het viel mij op dat [naam 2] scheuren in zijn broek had.

V: We tonen u nu een foto van een persoon. Herkent u deze persoon?

A: Ja, dat is de jongeman die bij mij thuis is geweest.

3
Het proces-verbaal van bevindingen van 15 september 2025, voor zover
inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 167) als verklaring van [slachtoffer] :

V: Heeft ' [naam 2] ' naar de computer/laptop gevraagd?

A: Ja, mijn computer staat in de werkkamer op het bureau. Ik heb ' [naam 2] ' meegenomen naar de werkkamer. In de werkkamer heeft hij bijna een uur aan het bureau gezeten en op de computer gewerkt.

V: Hoe heeft ' [naam 2] ' kunnen inloggen op uw rekening?

A: Ik heb een icoontje van de ABN-AMRO op mijn bureaublad staan. Die kan je aanklikken en dan moet je de pinpas in de random reader doen. Op de random reader komt een code in beeld en die moet je invoeren op de computer. Daarna kan je op mijn rekeningen kijken en geld overboeken. Ik heb mijn pinpas en de pincode afgegeven aan ' [naam 2] '. Toen ' [naam 2] ' achter de computer zat had hij de hele tijd zijn mobiele telefoon voor zich liggen. Hij sprak met iemand. Ik had de hele tijd een vrouw op de vaste lijn aan de telefoon dus daardoor werd ik afgeleid.

4
Het proces-verbaal van bevindingen van 11 september 2025 met bijlagen, voor
zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 153 e.v.):

Er werden door de ABN AMRO Bank gegevens van drie bankrekeningnummers op naam van [slachtoffer] verstrekt, te weten;

- [rekeningnummer 1] , privérekening.

- [rekeningnummer 2] , vermogens spaarrekening.

- [rekeningnummer 3] , direct sparen.

Uit de bankgegevens bleek dat er op 03 september 2025

- om 21:23:37 uur (UTC+01) met pasnummer [pasnummer] en bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] een bedrag van 1.000 euro is opgenomen bij een Geldmaat, gevestigd aan het [adres 2] .

- om 21:24:20 uur (UTC+01) met pasnummer [pasnummer] en bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] een bedrag van 1.000 euro is opgenomen bij een Geldmaat, gevestigd aan het [adres 2] .

- om 21:25:10 uur (UTC+01) met pasnummer [pasnummer] en bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] een bedrag van 1.000 euro is opgenomen bij een Geldmaat, gevestigd aan het [adres 2] .

- Om 21:25:58 uur (UTC+01) met pasnummer [pasnummer] en bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] een bedrag van 1.000 euro is opgenomen bij een Geldmaat, gevestigd aan het [adres 2] .

Na de laatste geldopname om 21:25:58 uur bedroeg het saldo op dat moment 446,20 euro

(positief).

Op 03 september 2025 om 21:43:59 uur (UTC+01) werd er een geldbedrag van 10.000 euro

zonder kenmerk overgeboekt vanaf de vermogens spaarrekening, [rekeningnummer 2] , naar de privérekening [rekeningnummer 1] .

5. Het aanvullend proces-verbaal van bevindingen van 23 maart 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 21 en 22):

De rit van de woning van aangever [slachtoffer] , naar de Geldmaat locatie [adres 2] te [plaats] , duurde 1 minuut en 35 seconden.

De vier pinopnames bij de Geldmaat locatie [adres 2] op 3 september 2025, hebben in totaal 2 minuten en 21 seconden geduurd.

De totale tijdsduur van het tijdstip van vertrek bij de woning van aangever [slachtoffer] , het pinnen, en het terugkeren bij de woning na het pinnen, zou ongeveer 5 minuten en 31 seconden geduurd kunnen hebben. Met het lopen naar een voertuig in de buurt en van een voertuig naar de pinautomaat en terug, in totaal zo'n 6 minuten.

Dit is voldoende tijd om van de Geldmaat locatie [adres 2] te [plaats] terug te rijden naar de woning van aangever.

Volgens bovenstaande zou verdachte [medeverdachte 1] , met de bankpas van aangever [slachtoffer] bij zich, in een voertuig zijn gestapt dat geparkeerd stond langs de weg naast de woning van aangever. Vervolgens naar of in de buurt van de Geldmaat locatie [adres 2] te [plaats] is gereden en daar gepind heeft, om vervolgens weer terug te rijden naar de woning van aangever.

Eenmaal weer bij aangever in de woning, heeft verdachte [medeverdachte 1] , aangever verzocht achter de laptop plaats te nemen om in te loggen op de ABN AMRO bankomgeving, waarna op woensdag 3 september om 21:43 uur het bedrag van 10.000 euro is overgeboekt van de spaarrekening naar de betaalrekening van aangever.

Nadat het bedrag was overgeboekt heeft verdachte [medeverdachte 1] de woning van aangever weer verlaten.

De rit van de woning van aangever naar het tankstation Esso te Oldenzaal, duurt met een auto 5 minuten, volgens Google Maps.

Op woensdag 3 september 2025 om 21:59 uur, is tweemaal door verdachte [medeverdachte 1] getracht is te pinnen met de bankpas van aangever.

Er was dus voldoende tijd om van de woning van aangever naar het Esso tankstation te rijden.

6. Het proces-verbaal van bevindingen van 30 september, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 33 en 35):

Op dinsdag 30 september 2025 toonden wij [slachtoffer] de foto's bijgevoegd bij dit proces verbaal. Deze foto's zijn printscreens van een opname die met de telefoon van verdachte [verdachte] is gemaakt op 3 september 2025.

Ik vroeg aan [slachtoffer] of hij kon vertellen wat hij op de foto zag. (foto 1)

Wij hoorden dat [slachtoffer] zeggen dat hij zichzelf op de foto herkende.

Hij vertelde: 'Ik zit achter mijn computer. Ik herken mijzelf aan de blouse, de bril en mijn grote oren'.

7
Het proces-verbaal van bevindingen van 2 oktober 2025 inclusief fotoblad, voor
zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 36, 37 en 39-48):

De geschiedenis van de browser leverde het volgende overzicht op (Foto's 1 t/m 4):

21:03 uur Inloggen Internet Bankieren - ABN AMRO abnamro.nl;

21:33 uur Inloggen Internet Bankieren - ABN AMRO abnamro.nl;

21:38 uur Overboeken - ABN AMRO abnamro.nl;

21:40 uur Overboeken - ABN AMRO abnamro.nl;

21:40 uur Overboeken - ABN AMRO abnamro.nl;

21:44 uur Transacties - ABN AMRO abnamro.nl;

21:44 uur Transacties - ABN AMRO abnamro.nl;

21:45 uur Ondertekenen - ANB AMRO abnamro.nl;

21:45 uur Mijn betaalpassen - ABN AMRO abnamro.nl;

21:48 uur Zelf regelen - ABN AMRO abnamro.nl;

21:48 uur Zelf regelen - ABN AMRO abnamro.nl;

21:48 uur Zelf regelen - ABN AMRO abnamro.nl;

21:49 uur Zelf regelen - ABN AMRO abnamro.nl;

21:49 uur Mijn betaalpassen - ABN AMRO abnamro.nl.

8
Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 3 september 2025,
voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 49):

Op 3 september 2025 was ik aan het werk bij een tankstation de ESSO ( de rechtbank begrijpt dat dit het tankstation is dat in het proces-verbaal op bladzijde 132 e.v. als tankstation [bedrijf 2] wordt aangeduid) aan de [adres 3] te Oldenzaal. Omstreeks 21.55 uur kwam daar een jongen binnen. De jongen was ongeveer 1.80 cm lang hij was bijna net zo lang als ik ben. De jongen had een licht getinte huidskleur. De jongen had donkerbruin, kort krullend haar met een kort baardje. Ik zag dat hij een donkergroene jas droeg. Ik zag dat de jongen probeerde te pinnen met een blauwgroene kaart die ik herkende als bankpas van de ABN Amro. Ik zag vervolgens dat de betaling geweigerd werd. Hierop zag ik dat de jongen wat zenuwachtig werd. Ik zag dat de jongen een telefoon pakte en iemand belde en vroeg naar de code. Er werd gezegd: "De code doet het niet”. Hierop hoorde ik iemand aan de telefoon zeggen: “de code is [nummer 2]". Ik zag dat de jongen opnieuw probeerde te pinnen met de pas. Ik zag dat de betaling opnieuw geweigerd werd.

9
Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] van 6 oktober 2025, voor
zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 53 en 54):

Op 3 september 2025 omstreeks 20:30 à 21:00 uur zag ik vanaf het erf een grijze Opel Corsa de weg oprijden. De auto stopte naast een Volkswagen Polo die de weg op kwam rijden. De auto's stopten naast elkaar op de weg.

Ik heb gezegd ( de rechtbank begrijpt: gezien) dat er al langere tijd een Volkswagen Polo op ons erf stond. Ik en mijn broertje zijn bij de auto gaan kijken. We zijn er langs gelopen om te kijken wat er aan de hand was en wie er in de auto zaten. De motor van de auto draaide niet. Op het moment dat wij langs de bestuurderszijde van de auto liepen zag ik dat het raam van de bestuurder tot halverwege open stond. Toen wij er langs liepen werd het raam dicht gedaan. In de auto zaten twee jongens. Ik kon dit goed zien omdat de binnenverlichting van de auto aan was. Ik zag dat beide jongens een donkere huiskleur hadden. Donkerder dan licht getint maar niet zwart. De bestuurder had bruin krullend haar. Een wat vollere bos krullen. De bijrijder had zwart kort kroeshaar. Ik schat de jongens tussen de 20 à 25 jaar oud. Beide jongens hadden een normaal postuur. Ze droegen geen bril. Op het punt waar ze stonden achter het mais kon men hun vanaf de doorgaande weg niet zien.

10
Het proces-verbaal van bevindingen van 4 september 2025, voor zover inhoudende,
zakelijk weergegeven (pag. 59):

Omstreeks 22:25 uur kwam ik in Oldenzaal aan bij de Esso aan de [adres 3] te Oldenzaal. Ik parkeerde mijn dienstvoertuig aan de Zandbreeweg om zicht te kunnen maken op de Esso. Op het moment dat ik mijn voertuig achteruit had ingeparkeerd en had uitgeschakeld, zag ik dat er twee voertuigen de Zandbreeweg in kwamen gereden. Ik zag dat de beide voertuigen voor mijn voertuig tot stilstand kwamen. Ik zag dat het voertuig dat het dichtst voor mij stopte een grijze, oud type, Opel Corsa was. Ik zag dat het andere voertuig omkeerde en in de richting van de [adres 3] reed. Ik zag dat dit voertuig een wat ouder model Volkswagen Polo betrof. Ik zag dat de grijze Opel Corsa ook keerde en tevens in de richting van de [adres 3] reed.

Toen ik achter de Opel Corsa kwam te rijden zag ik dat deze was voorzien van kenteken

[kenteken 1]. Hierop wisten wij direct dat dit het voertuig van verdachte [medeverdachte 1] betrof. Ik zag dat er twee personen in het voertuig zaten en dat zij de snelweg Al in de richting van Hengelo opreden.

11
Het proces-verbaal van bevindingen van 4 september 2025, voor zover inhoudende,
zakelijk weergegeven (pag. 62):

Op woensdag 3 september 2025 waren wij belast met de doorzoeking van een grijze Opel Corsa voorzien van kenteken [kenteken 1] op de carpoolplaats aan de Henriette Holstlaan te Almelo. Kort hiervoor waren de bestuurder, [medeverdachte 2] , en de bijrijder, [verdachte] , aangehouden. De tenaamgestelde van het voertuig, [medeverdachte 1] , was eerder in Oldenzaal aan de [adres 3] aangehouden. Tijdens de doorzoeking van het voertuig trof ik een tas aan op de grond voor de bijrijdersstoel. Ik zag dat in de tas een paspoort lag van de tenaamgestelde van het voertuig, [medeverdachte 1] , geboren [geboortedatum 3]2001 te [geboorteplaats 2]. Ook zag ik dat er een zwarte Google Pixel telefoon met een hoesje en met diverse schades aan het scherm in de tas lag.

12. Het proces-verbaal van bevindingen van 4 september 2025, voor zover inhoudende,\

zakelijk weergegeven (pag. 65-67):

Wij hoorden dat de Opel Corsa in de richting van de provinciale rondweg reed en dat de Volkswagen Polo in de richting van De Lutte reed. Wij hoorden dat twee collega's achter de Opel Corsa aanreden en wij zijn vervolgens achter de Volkswagen Polo aangereden.

Ik zag dat er twee personen in het voertuig zaten.

De Duitse collega's hebben vervolgens het voertuig en de personen gecontroleerd. De Duitse collega's troffen in het voertuig twee personen aan te weten:

Bestuurder:

[medeverdachte 4] , [medeverdachte 4]

geboren op [geboortedatum 4]2003 te [geboorteplaats 3]

Bijrijder:

[medeverdachte 3] , [medeverdachte 3]

geboren op: [geboortedatum 5]2002 te [geboorteplaats 4]

Wij zagen dat de Duitse collega's in het dashboardkastje 4.000 euro aan biljetten van 50 euro aantroffen.

Wij hoorden via de verbindingsmiddelen dat de Opel Corsa door de collega’s werd gecontroleerd en dat de inzittenden werden aangehouden. Uit navraag van de politiesystemen bleek dat de bestuurder van deze Opel Corsa, [medeverdachte 2] , [medeverdachte 2] geboren op [geboortedatum 6]2003, de zoon is van de tenaamgestelde van de Volkswagen Polo voorzien van kenteken [kenteken 2].

13. Het proces-verbaal van bevindingen van 12 september 2025 inclusief fotoblad, voor

zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 115 e.v.):

Ik, verbalisant, bekeek de beelden van de pinautomaat van Geldmaat aan het [adres 2] in [plaats] van 3 september 2025 omstreeks 21:23 uur.

Om 01:12 zag ik dat de man en telefoon in zijn linkerhand hield en één pinpas in zijn rechterhand hield. Signalement van de verdachte (still 1):

- Man;

- Lichte huidskleur;

- Normaal postuur;

- Circa 30-35 jaar oud;

- Krullend haar;

- Gezichtsbeharing;

- Ongeveer 1.80 lang;

- Donkergroene jas;

- Lichte broek met veel gaten erin;

- Zwarte slippers met zwarte sokken.

Om 01:39 zag ik dat de man met zijn rechterhand de groene pinpas (de rechtbank begrijpt: een ABN-AMRO bankpas) op de geldautomaat legde (still 3).

Om 01:55 zag ik dat de man geld uit de geldautomaat pakte en in zijn jaszak stopte (still 4).

Om 02:00 zag ik dat de man de pinpas weer in de geldautomaat stopte.

Om 02:10 zag ik dat de man handelingen verrichtte op de geldautomaat.

Om 02:22 zag ik dat de man de pinpas pakte uit de geldautomaat en op de geldautomaat legde.

Om 02.38 zag ik dat de man geld pakte uit de geldautomaat en in zijn jaszak stopte (still 5).

Om 02:48 zag ik dat de man de pinpas pakte en deze in de geldautomaat stopte.

Om 02.59 zag ik dat de man handelingen verrichtte op de geldautomaat.

Om 03:12 zag ik dat de man de pinpas pakte uit de geldautomaat en deze op de geldautomaat legde.

Om 03:28 zag ik dat de man geld pakte uit de geldautomaat en in zijn jaszak stopte.

Om 03:39 zag ik dat de man de pinpas pakte en deze in de geldautomaat stopte.

Om 03:46 zag ik dat de man handelingen verrichtte op de geldautomaat.

Om 04:00 zag ik dat de man de pinpas pakte uit de geldautomaat en in zijn broekzak stopte.

Om 04:15 zag ik dat de man het geld uit de geldautomaat pakte.

14
Het proces-verbaal van bevindingen van 30 september 2025, voor zover
inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 126 en 128-131):

Op de beelden van de pintransactie op 3 september 2025 omstreeks 21:23 uur aan het [adres 2] in [plaats] zag ik een man die ik herken als verdachte [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum 3]2001 te [geboorteplaats 2]. Ik herken hem van de foto's die collega [verbalisant] heeft gemaakt tijdens de staande houding/aanhouding van verdachte [medeverdachte 1] op 3 september 2025 om 22:09 uur in de Esso aan de [adres 3] in Oldenzaal.

Ik herken [medeverdachte 1] aan zijn ogen, haardracht, jas, broek en slippers. Op de bies van de mouwen, kraag en bij de rits staat de merknaam Cruyff. Hij draagt in de Esso een half uur later exact dezelfde kleding als tijdens de pintransactie bij de geldmaat in [plaats] .

15
Het proces-verbaal van bevindingen van 8 september 2025, voor zover inhoudende,
zakelijk weergegeven (pag. 132-134, 138 en 143):

Ik, verbalisant, was belast met het uitkijken van de beelden. Ik zie van de beelden een stenen oprit en een straat. Ik zie datum- en tijdsindicaties: 03-09- 2025 van 21:57:39 tot 21:59:38 uur. Ik herken de straat als de [adres 3] .

Tankstation Garage Tankstation [bedrijf 2]

Ik kan de man als volgt omschrijven (Foto 3) :

- Man;

- Blank, danwel licht getint;

- Donker, krullend haar;

- Kort baardje. Donker gekleurd met snor;

- Donkergroene jas met voering;

- Lichtblauwe, danwel lichtgrijze broek. Met veel gaten of scheuren aan de voorzijde;

- Zwarte slippers;

- Zwarte sokken;

- Zwarte telefoon in rechterhand.

Deze man herken ik als verdachte [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum 3]2001 te

[geboorteplaats 2].

Shop Garage Tankstation [bedrijf 2]

De persoon heeft een lichtgroene bankpas in zijn handen. Ik zie dat via een app contact heeft. De man typt op zijn mobiele telefoon. Dan gaat de man pinnen met de lichtgroene pas (Foto 8). Ik zie de man een pincode intikken. Het pinapparaat geeft een melding. Ik zie de man meteen zijn telefoon pakken en iets typen. Dit is op de beelden op "03-09-2025 21:58:52".

De man heeft de pinpas weer in het pinapparaat gedaan. Ik zie dat de man weer moet pinnen. Dit is op de beelden om "03-09-2025 21:59:16". Ik zie dat de man een pincode intypt. Ik zie dat het pinapparaat een melding geeft. De man haalt de pinpas weer uit het apparaat. De man zegt wat tegen de persoon achter de balie. Hij legt het flesje drinken weer terug in de koelkast. De man loopt daarna de shop weer uit en verdwijnt uit beeld.

[bestandsnaam]

Ik zie dat de medewerkster zich omdraait en dat ze een pakje sigaretten pakt en scant. De

medewerkster tikt wat op het kassascherm, waarna de man pint. Ik zie dat er een bonnetje bij de medewerkster uit het pinapparaat komt. Ik zie haar wat tikken in de computer. Daarna zie ik de man weer pinnen. Al deze tijd heeft de man de telefoon in zijn hand. Ik zie dat er nogmaals een bonnetje uit het pinapparaat bij de medewerkster uit komt. Ik zie daarna dat de man zijn flesje drinken pakt en deze terugzet in de koeling.

16
Het proces-verbaal van bevindingen van 5 oktober 2025 inclusief fotoblad, voor
zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 177-181 en 184-257):

Op 23 september 2025 werd een mobiele telefoon bij verdachte [medeverdachte 3] in beslag genomen.

De telefoon van het merk Apple Iphone, type 13, werd onderzocht door de afdeling Digitale opsporing van de politie Twente.

[afbeelding]

Gezien de instellingen op de Iphone 13, dient bij de tijden waarachter de opmerking "(UTC+O) " staat, voor de daadwerkelijke tijd, 2 uur opgeteld te worden. Dit omdat op de pleegdatum van het strafbare feit en ten tijde van het analyseren van de data, de zomertijd in Nederland geldt, en deze is UTC+2.

Snapchat

[alias 2] ([gebruikersnaam 4]) en [gebruikersnaam 2] (Device owner)

Op 2 september 2025 om 13:13.34 uur (UTC +0), wordt een snapchat gesprek

gestart tussen "[alias 2]" (account [gebruikersnaam 4]) en [gebruikersnaam 2] (Device owner).

[gebruikersnaam 2] stuurt een adres. Dit is het woonadres van verdachte [medeverdachte 3] .

[gebruikersnaam 5] en [gebruikersnaam 2] (Device owner)

Op 2 september 2025 om 17:47.44 (UTC +0)uur, wordt een snapchat gesprek gestart tussen [gebruikersnaam 5] en [gebruikersnaam 2] (Device owner).

Hierin geeft [gebruikersnaam 2] aan dat hij in een hotel slaapt omdat zijn woning wordt verbouwd.

[alias 3] ( [gebruikersnaam 6]) en [gebruikersnaam 2] (Device owner)

Op 3 september 2025 om 10:44,32 (UTC +0 )uur, wordt een snapchat gesprek

gestart tussen [alias 3] ( [gebruikersnaam 6]) en [gebruikersnaam 2] (Device owner) [gebruikersnaam 2] (verdachte [medeverdachte 3] ) stuurt om 19:37.26 (+0) uur, een snapchat foto waarop de binnenzijde van een personenauto te zien is, waarbij de persoon die de foto maakt, zijn rechterbeen uit het raam steekt. De schoen die te zien is, komt overeen met de schoenen die verdachte [medeverdachte 3] droeg tijdens zijn aanhouding.

De foto is gemaakt op woensdag 3 september 19:37.05 (UTC +0) uur.

Op de foto zijn de volgende teksten geplaatst: "21:36" en "Geloofsgemeenschap [plaats] ,

Netherlands".

De foto is binnen Snapchat naar nog 10 andere personen gestuurd op hetzelfde

tijdstip.

[alias 4] ([gebruikersnaam 7]) en [gebruikersnaam 2] (Device owner)

Op 3 september 2025 om 11:48.07 (UTC +0) uur, wordt een snapchat gesprek

gestart tussen [alias 4] ([gebruikersnaam 7]) en [gebruikersnaam 2] (Device owner).

[gebruikersnaam 2] (verdachte [medeverdachte 3] ) stuurt om 18.30.23 (+0) uur: "Ben op een rara strip ook" .

Door [alias 4] wordt gevraagd waar, waarop [gebruikersnaam 2] stuurt "In de buurt van grens

Duitsland". Vervolgens stuurt [gebruikersnaam 2] om 19:37.26 (UTC +0) uur de voornoemde foto

met de tekst "21:36" en "Geloofsgemeenschap [plaats] , Netherlands".

Verdachte [medeverdachte 3] bevond zich in de buurt van de Duitse grens ten tijde van het sturen van de snapberichten.

[alias 5] ([gebruikersnaam 8] ) en [gebruikersnaam 2] (Device owner)

Op 3 september 2025 om 19:37.26 uur (UTC+0), wordt een snapchat gesprek

gestart tussen [alias 4] ([gebruikersnaam 7]) en [gebruikersnaam 2] (Device owner). [gebruikersnaam 2] (verdachte [medeverdachte 3] ) stuurt om 19:37.26 (UTC+0), de voornoemde foto met de teksten: "21:36" en "Geloofsgemeenschap [plaats] , Netherlands".

Vervolgens stuurt [gebruikersnaam 2] aan een contact met de naam “ [alias 1] ” een bericht dat de auto is uitgevallen, kennelijk met een accuprobleem:

[afbeelding]

[alias 5] vraagt om een film, waarop [gebruikersnaam 2] om 19:58.37 uur (UTC+0), binnen

snapchat een video opname stuurt van iemand op de bestuurdersstoel van een

personenauto. De persoon op de bijrijdersstoel. De persoon die gefilmd wordt, probeert de auto te starten, maar dit lukt niet. Van deze persoon is alleen de rechterarm te zien.

De trui die deze persoon draagt, komt overeen met de trui die verdachte [medeverdachte 4] droeg tijdens zijn aanhouding.

Het tijdstip op de digitale klok in het dashboard van de personenauto geeft het tijdstip 21:56 uur aan. Dit scheelt 2 minuten met het tijdstip waarop de video opname gemaakt is.

Dit zou aan kunnen geven dat verdachte [medeverdachte 3] en verdachte [medeverdachte 4] , samen in een personenauto zaten ten tijde van de opname van deze video, woensdag 3 september 2025 om 19:58.37 (UTC+0) uur.

[alias 6] ([gebruikersnaam 9]) en [gebruikersnaam 2] (Device owner)

Om 16:55.58 uur (UTC+0), stuurt [gebruikersnaam 2] (Device owner) een in app foto waarop de schoenen te zien zijn die verdachte [medeverdachte 3] droeg tijdens zijn aanhouding.

[gebruikersnaam 3] ( [naam 3] ) en [gebruikersnaam 2] (Device owner)

[gebruikersnaam 2] . 18:17:16 (UTC+0): Kben 4jongens

[gebruikersnaam 2] . 18:17:52 (UTC+0): Die jongens zitten Andere auto

Op de kaart die [naam 3] stuurt, is te zien dat de locatie van [naam 3] in Hengelo Ov is (mijn locatie), en de locatie van [gebruikersnaam 2] de [adres 4], tussen Oldenzaal en [plaats] .

Locaties

10:32.43 (UTC+0) [bedrijf 1] [vestigingsplaats]

19:56.06 (UTC+0) [adres 2] in [plaats] ov. Dit betreft de locatie van de geldmaat waar gepind is met de pinpas van aangever [slachtoffer] .

20:41.17 (UTC+0) Al parkeerplaats grensovergang, de locatie waar de verdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] zijn gecontroleerd door de Duitse collega's.

Uit de gegevens valt op te maken, dat de onderzochte telefoon, op 3 september 2025, onderweg is geweest vanaf het [bedrijf 1] te [vestigingsplaats] naar [plaats] ov en daar ook enige tijd heeft doorgebracht. Vervolgens is gegaan richting De Lutte waar de Al is opgegaan in de richting van de Duitse grens.

Wifi connectie

De onderzochte telefoon heeft op meerdere momenten connectie gemaakt met het wifi netwerk van het [bedrijf 1] , wat aan kan tonen dat verdachte [medeverdachte 3] daar verbleven heeft.

17. Het proces-verbaal van bevindingen van 17 oktober 2025 inclusief fotoblad, voor

zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 263-265 en 268-288):

Op 3 september 2025 werd een mobiele telefoon bij verdachte [verdachte] inbeslaggenomen. De telefoon van het merk Samsung, type Galaxy S20 5G, model SM-G988U werd onderzocht door de afdeling Digitale opsporing van de politie Twente.

Bij de tijden waarachter de opmerking "(UTC+0) " staat dient voor de daadwerkelijke tijd twee uur opgeteld te worden. Dit omdat op de pleegdatum van het strafbare feit en ten tijde van het analyseren van de data, de zomertijd in Nederland geldt, en deze is UTC+2 .

Snapchat

Op 3 september 2025 om 16:10.19 (UTC+0) uur, wordt door participant " [gebruikersnaam 1] " een video opname in de chat gedeeld. Op deze opname is de voorzijde van een voertuig te zien, waarvan de motorkap openstaat. Ook is een groot deel van het kenteken te zien dat eindigt op 68. Het betreft een grijze Opel. De delen van de overige letters komen overeen met de letters van het kenteken [kenteken 1]. Dit betreft de Grijze Opel Corsa die op naam staat van verdachte [medeverdachte 1] .

Op de opname is verdachte [medeverdachte 1] te zien. Hij loopt naast de Opel Corsa en draagt dezelfde kleding als tijdens zijn aanhouding op 3 september 2025.

De locatie betreft de parkeerplaats van het [bedrijf 1] [vestigingsplaats] .

Op de opname is een deel van een linkerschoen te zien. Dit betreft gezien de positie van de telefoon en schoen, de schoen van de persoon die de opname filmt.

Ik, verbalisant, heb het deel van de linkerschoen vergeleken met de schoenen van de 5 aangehouden verdachten. De schoen van de opname, komt overeen met de schoenen die verdachte [medeverdachte 4] droeg tijdens zijn aanhouding bij de grenscontrole in Duitsland. Dit zou aan kunnen tonen dat verdachte [medeverdachte 4] , dezelfde persoon is als participant " [gebruikersnaam 1] " in het chatgesprek.

Op 3 september 2025 om 16:19.09 (UTC+0) uur, wordt door participant " [gebruikersnaam 1] " een video opname in de chat gedeeld. Op deze opname is de binnenzijde van een Opel te zien. Dit blijkt uit het logo dat te zien is op het stuur. Op de bestuurdersstoel zit een persoon die dezelfde tas draagt als verdachte [medeverdachte 1] in voorgaande video opname. De broek komt overeen met de broek die verdachte [medeverdachte 1] droeg tijdens zijn aanhouding. Dit valt op te maken uit de scheuren in de broek en de kleur.

Op woensdag 3 september 2025 om 18 :18 .08 (UTC+0) uur, wordt door participant " [gebruikersnaam 1] " een video opname in de chat gedeeld. De opname is opgenomen vanaf de bestuurdersstoel in een personenauto. Het dashboard is te zien en het tijdstip op de digitale klok in de auto is 20:17 uur en de kilometerstand is 186108. Het dashboard komt overeen met het dashboard van een Volkswagen Polo met bouwjaren 2010 tot 2018. Het voertuig waarin verdachten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] zaten toen ze werden aangehouden, betreft een Volkswagen Polo met bouwjaar 2010.

Media

Op woensdag 3 september 2025 om 19:35.27 UTC+0)uur, is met de onderzochte telefoon,

een opname gemaakt. Er wordt een andere mobiele telefoon gefilmd waarop een live Snapchat video gesprek open staat. Het tijdstip op de gefilmde mobiele telefoon is 21:35 uur.

Het tijdstip op de gefilmde mobiele telefoon is 21:35 uur.

Te horen is, dat een mannenstem met een Nederlands accent zegt: "Inloggen inderdaad".

Aangever [slachtoffer] bevestigde tijdens het gesprek dat hij de man is die te zien is

op de video opname en dat dit bij hem thuis opgenomen is op woensdagavond 3 september

2025. Hiervan is een afzonderlijk proces-verbaal van bevindingen opgemaakt,

PL0600-2025426196-99 .

Tevens zijn er tijdens het bezoek aan aangever [slachtoffer] foto's van de inrichting, laptop en computermuis gemaakt ter vergelijking en is de internet geschiedenis met toestemming van aangever bekeken.

Uit de internet geschiedenis en het bankafschrift van aangever [slachtoffer] blijkt, dat er op woensdag 03 september 2025 om 21:33 uur is ingelogd bij ABN AMRO internetbankieren, waarna er een bedrag van 10.000 euro is overgeboekt van de spaarrekening naar de betaalrekening van aangever. (Bron: PL0600-2025426196-97)

Connectiviteit

Het bluetooth geheugen van de onderzochte mobiele telefoon bestaat uit 3 bluetooth connecties, namelijk;

- Airpods Pro H

- VW Radio

- JBL Go 4.

Voetnoot

Voetnoot 1

Voor zover de bewijsmiddelen conclusies bevatten neemt de rechtbank die al dan niet expliciet over in de bewijsmiddelen of het vonnis en maakt deze tot de hare.