Rechtbank Overijssel, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBOVE:2026:4104

Op 14 July 2026 heeft de Rechtbank Overijssel een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 08-187491-25 (P), bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBOVE:2026:4104. De plaats van zitting was Almelo.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
08-187491-25 (P)
Datum uitspraak:
14 July 2026
Datum publicatie:
14 July 2026

Indicatie

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 240 uren, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden en een rijontzegging van 2 jaren.

De verdachte is schuldig bevonden aan een verkeersovertreding, terwijl de schuld bestaat in roekeloosheid en het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08-187491-25 (P)

Datum vonnis: 14 juli 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2004 in [geboorteplaats],

wonende aan de [woonplaats].

1
Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 30 juni 2026.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. D. Greven, advocaat in Borne, naar voren is gebracht.

2
De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

primair: een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt, waardoor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (zwaar) lichamelijk letsel hebben opgelopen;

subsidiair: opzettelijk de verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden waardoor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was;

meer subsidiair: zich zodanig op de weg heeft gedragen dat daardoor gevaar op de weg werd veroorzaakt en/of het verkeer werd gehinderd.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op of omstreeks 17 juni 2025 te Hengelo in de gemeente Hengelo (o), in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting van centrum Hengelo en/of gaande in de richting van Borne, daarmede rijdende over de weg, de Bornsestraat, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of

terwijl hij ter plaatse (zeer) goed bekend is en/of

terwijl het donker was en/of

terwijl zijn passagiers (achterin auto) in strijd met artikel 59 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens geen autogordels hebben gedragen en/of

terwijl hij het kruispunt Bornsestraat, Vosboerweg en Demmersweg passeerde met een gemiddelde indicatieve snelheid gelegen tussen de 144 kilometer per uur en 183 kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of terwijl hij de kruising Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk naderde en/of

- niet of in onvoldoende mate te kijken en/of te blijven kijken naar het direct voor hem gelegen weggedeelte van die weg (de kruising Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk) en/of de voor hem bestemde en geldende verkeerslichten en/of het zich op de kruisende weg, de Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk, bevindende verkeer en/of

- terwijl ter hoogte van voormelde kruising, de aldaar geplaatste, voor hem, verdachte van toepassing zijnde en in zijn richting gekeerde verkeerslichten reeds ongeveer 47,5 seconden rood licht uitstraalden, inhoudende: "Stop",

- aldaar te rijden met een gemiddelde indicatieve snelheid, ongeveer gelegen tussen de 149 kilometer per uur en 170 kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 80 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 62 van voormeld reglement geen gevolg te geven aan het in 68 lid 1 onder c van voormeld reglement gestelde gebod of verbod, door met dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet ingevolge het gestelde in artikel 79 van voormeld reglement voor de aldaar zich op het wegdek van die weg (de Bornsestraat) voor die kruising aangebrachte stopstreep te stoppen en/of

- zonder te remmen die kruising op en/of over te rijden en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder c en/of lid 6 van voormeld reglement, zonder te stoppen, door rood te rijden en/of een op de kruisende weg (kruising Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk) of op die kruising, gezien zijn, verdachtes, rijrichting dicht van rechts genaderd zijnde bestuurder van een personenauto (bus/touringcar) niet voor te laten gaan en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet zodanig te regelen dat hij in staat was dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en/of die kruising kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of

te botsen tegen, althans in aanrijding te komen met de voornoemde personenauto (bus/touringcar),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor aan (een) ander(en) (genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 17 juni 2025 te Hengelo in de gemeente Hengelo (o), in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting van centrum Hengelo en/of gaande in de richting van Borne, daarmede rijdende over de weg, de Bornsestraat,

terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of

terwijl hij ter plaatse (zeer) goed bekend is en/of

terwijl het donker was en/of

terwijl zijn passagiers (achterin auto) in strijd met artikel 59 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens geen autogordels hebben gedragen en/of

terwijl hij het kruispunt Bornsestraat, Vosboerweg en Demmersweg passeerde met een gemiddelde indicatieve snelheid gelegen tussen de 144 kilometer per uur en 183 kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of terwijl hij de kruising Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk naderde en/of

- niet of in onvoldoende mate te kijken en/of te blijven kijken naar het direct voor hem gelegen weggedeelte van die weg (de kruising Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk) en/of de voor hem bestemde en geldende verkeerslichten en/of het zich op de kruisende weg, de Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk, bevindende verkeer en/of

- terwijl ter hoogte van voormelde kruising, de aldaar geplaatste, voor hem, verdachte van toepassing zijnde en in zijn richting gekeerde verkeerslichten reeds ongeveer 47,5 seconden rood licht uitstraalden, inhoudende: "Stop",

- aldaar te rijden met een gemiddelde indicatieve snelheid, ongeveer gelegen tussen de 149 kilometer per uur en 170 kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 80 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 62 van voormeld reglement geen gevolg te geven aan het in 68 lid 1 onder c van voormeld reglement gestelde gebod of verbod, door met dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet ingevolge het gestelde in artikel 79 van voormeld reglement voor de aldaar zich op het wegdek van die weg (de Bornsestraat) voor die kruising aangebrachte stopstreep te stoppen en/of

- zonder te remmen die kruising op en/of over te rijden en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder c en/of lid 6 van voormeld reglement, zonder te stoppen, door rood te rijden en/of een op de kruisende weg (kruising Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk) of op die kruising, gezien zijn, verdachtes, rijrichting dicht van rechts genaderd zijnde bestuurder van een personenauto (bus/touringcar) niet voor te laten gaan en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet zodanig te regelen dat hij in staat was dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en/of die kruising kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of

te botsen tegen, althans in aanrijding te komen met de voornoemde personenauto (bus/touringcar),

en aldus in strijd met het in artikel 5a van de WVW94 gestelde verbod, zich opzettelijk zodanig in het verkeer heeft gedragen dat voormelde verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, waardoor daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 17 juni 2025 te Hengelo in de gemeente Hengelo (o), in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting van centrum Hengelo en/of gaande in de richting van Borne, daarmede rijdende over de weg, de Bornsestraat,

terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of

terwijl hij ter plaatse (zeer) goed bekend is en/of

terwijl het donker was en/of

terwijl zijn passagiers (achterin auto) in strijd met artikel 59 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens geen autogordels hebben gedragen en/of

terwijl hij het kruispunt Bornsestraat, Vosboerweg en Demmersweg passeerde met een gemiddelde indicatieve snelheid gelegen tussen de 144 kilometer per uur en 183 kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of

terwijl hij de kruising Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk naderde en/of

- niet of in onvoldoende mate te kijken en/of te blijven kijken naar het direct voor hem gelegen weggedeelte van die weg (de kruising Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk) en/of de voor hem bestemde en geldende verkeerslichten en/of het zich op de kruisende weg, de Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk, bevindende verkeer en/of

- terwijl ter hoogte van voormelde kruising, de aldaar geplaatste, voor hem, verdachte van toepassing zijnde en in zijn richting gekeerde verkeerslichten reeds ongeveer 47,5 seconden rood licht uitstraalden, inhoudende: "Stop",

- aldaar te rijden met een gemiddelde indicatieve snelheid, ongeveer gelegen tussen de 149 kilometer per uur en 170 kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 80 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 62 van voormeld reglement geen gevolg te geven aan het in 68 lid 1 onder c van voormeld reglement gestelde gebod of verbod, door met dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet ingevolge het gestelde in artikel 79 van voormeld reglement voor de aldaar zich op het wegdek van die weg (de Bornsestraat) voor die kruising aangebrachte stopstreep te stoppen en/of

- zonder te remmen die kruising op en/of over te rijden en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder c en/of lid 6 van voormeld reglement, zonder te stoppen, door rood te rijden en/of een op de kruisende weg (kruising Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk) of op die kruising, gezien zijn, verdachtes, rijrichting dicht van rechts genaderd zijnde bestuurder van een personenauto (bus/touringcar) niet voor te laten gaan en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet zodanig te regelen dat hij in staat was dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en/of die kruising kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of

te botsen tegen, althans in aanrijding te komen met de voornoemde personenauto (bus/touringcar),

en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Overwegingen

3
De bewijsmotivering
3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, waarbij sprake is van de zwaarste mate van schuld, te weten roekeloosheid als bedoeld in artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). Het letsel dat door het ongeval is ontstaan moet worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van schuld in de vorm van roekeloosheid, zodat verdachte van het primair ten laste gelegde partieel moet worden vrijgesproken. Het letsel dat door het ongeval is ontstaan kan worden gekwalificeerd als zodanig lichamelijk letsel, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

3.3.1

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting de volgende feiten en omstandigheden vast.

In de late avond van 17 juni 2025 rijdt verdachte, een beginnend bestuurder, vanuit Hengelo richting Borne in een personenauto over de Bornsestraat in Hengelo (O). Verdachte is ter plaatse bekend. Naast verdachte zit [naam] als bijrijder in de auto. Op de achterbank zitten [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1]) en [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2]). Zij dragen beiden geen gordel.

Nadat verdachte de rotonde aan de Bornsestraat (verbonden met de Europalaan en de Höltersweg) heeft verlaten voert hij zijn snelheid op en rijdt hij ongeveer 750 meter rechtdoor tot aan de kruising ter hoogte van hotel Van der Valk en de oprit naar de A1. (Voetnoot 1) Binnen deze afstand gelden opeenvolgend maximumsnelheden van 50 km/u en 80 km/u. Verdachte rijdt met snelheden van respectievelijk 144 tot 183 km/u waar een maximumsnelheid van 50 km/u geldt en 149 tot 170 km/u op het wegdeel waar maximaal 80 km/u gereden mag worden. De eerste kruising die verdachte binnen deze afstand tegenkomt – binnen de bebouwde kom – is die tussen de Bornsestraat en de Vosboerweg. Als verdachte de stopstreep van die kruising passeert straalt het voor hem geldende verkeerslicht ongeveer 1,2 seconden groen licht uit. De hierop volgende kruising – buiten de bebouwde kom – is die ter hoogte van hotel Van der Valk. Daar staan twee auto’s die uit dezelfde rijrichting als verdachte zijn gekomen te wachten voor het rode verkeerslicht. Verdachte remt niet voor het rode licht en slalomt (Voetnoot 2) tussen de twee wachtende auto’s door waarna hij de stopstreep passeert en met een snelheid tussen de 149 en 170 km/u de kruising op rijdt. Het verkeerslicht straalt op dat moment minimaal 47,5 seconden rood licht uit. Op datzelfde moment rijdt een touringcar vanaf de parkeerplaats van hotel Van der Valk de kruising op. Voor de chauffeur van de bus straalt het verkeerslicht op dat moment groen licht uit. Verdachte komt in aanrijding met de touringcar waarbij de auto van verdachte het laadruim van de touringcar doorboort en door de touringcar heen rijdt. Hierna komen beide voertuigen tot stilstand.

Ten gevolge van het ongeval heeft [slachtoffer 1] letsel opgelopen dat bestond uit een gebroken onderkaak aan beide kanten, een gebroken schouderblad, een klaplong, een scheur in zijn longen en overige beschadigingen aan de longen. Ook [slachtoffer 2] heeft letsel opgelopen, bestaande uit een gebroken oogkas, een gebroken neus, een hersenschudding, een kneuzing van de long en verwondingen op het hoofd.

3.3.2

Overwegingen van de rechtbank

Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van artikel 6 WVW 1994 zoals primair ten laste is gelegd, is onder meer vereist dat het verkeersongeval aan de schuld van verdachte te wijten is. Dat betekent in de eerste plaats dat er een causaal verband moet bestaan tussen de gedragingen van verdachte en het ongeval. Naar het oordeel van de rechtbank is dat in deze zaak het geval. Het ongeval zou niet hebben plaatsgevonden zonder het hiervoor beschreven gedrag van verdachte. Verdachte reed, terwijl de touringcar voorrang had, door het rode verkeerslicht en door de forse overschrijding van de maximumsnelheid was er geen mogelijkheid de auto tijdig tot stilstand te brengen dan wel de touringcar te ontwijken.

In de tweede plaats moet verdachte ten aanzien van het verkeersongeval een schuldverwijt kunnen worden gemaakt. Schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994 kan bestaan in verschillende gradaties: van aanmerkelijk onvoorzichtig tot roekeloos, dat geldt als de zwaarste vorm van schuld. De officier van justitie heeft (primair) die zwaarste schuldvorm ten laste gelegd. De rechtbank zal moeten beoordelen of verdachte ten aanzien van het ontstaan van het verkeersongeval een schuldverwijt kan worden gemaakt en zo ja, in welke mate. Zij overweegt daartoe het volgende.

Roekeloosheid

Van roekeloosheid als bedoeld in artikel 6 WVW1994 in verbinding met artikel 175, tweede lid, WVW1994 is sprake als zodanige feiten en omstandigheden worden vastgesteld dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedragingen van de verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, terwijl de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn.

Met de Wet aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten heeft de wetgever het begrip roekeloosheid nader ingevuld om het toepassingsbereik daarvan te verbreden. Daartoe is in artikel 175 WVW 1994 aan het tweede lid toegevoegd dat van roekeloosheid in elk geval sprake is als het gedrag ook als een overtreding van artikel 5a, eerste lid, WVW 1994 kan worden aangemerkt. De rechtbank begrijpt deze bepaling zo, dat zij bij de beoordeling of het gedrag van verdachte dat heeft geleid tot het aan zijn schuld te wijten ongeval, ook het aspect moet betrekken of het gedrag voldoet aan de delictsomschrijving van artikel 5a, eerste lid, WVW 1994. Dat laatste is het geval als verdachte met het hiervoor vastgestelde verkeersgedrag dat heeft geleid tot het ongeval (a) de verkeersregels heeft geschonden, (b) dat in ernstige mate heeft gedaan, (c) dat opzettelijk heeft gedaan en (d) daardoor gevaar was te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen.

a. a) de verkeersregels

De rechtbank heeft al vastgesteld dat verdachte een zeer forse snelheidsovertreding heeft begaan en dat hij bij de kruising ter hoogte van hotel Van der Valk door rood licht is gereden. Naast deze overtredingen is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van gevaarlijk inhalen op het moment dat verdachte al slalommend tussen de twee bij de kruising wachtende auto’s door reed. Hoewel verdachte feitelijk gezien één keer door rood licht is gereden, weegt de rechtbank de situatie bij de eerste kruising mee als ware het een schending van de verkeersregels. Gezien de snelheid waarmee op dat moment verdachte reed en het gegeven dat het eerste verkeerslicht slechts 1,2 seconden op groen stond toen hij de stopstreep passeerde, is de rechtbank van oordeel dat het enkel op toeval berust dat verdachte daar niet ook door rood is gereden. Dit oordeel wordt gesterkt door de verklaringen van inzittenden [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1], die beide verklaren dat verdachte ook bij die kruising door rood reed (Voetnoot 3).

De snelheidsovertredingen, het door rood licht rijden en het gevaarlijk inhalen zijn gedragingen en verkeersovertredingen die uitdrukkelijk in artikel 5a WVW 1994 worden genoemd.

b) in ernstige mate

Bij de beoordeling van de mate van ernst van de schendingen moet gekeken worden naar het samenstel van de gedragingen van verdachte, waarbij alle omstandigheden in ogenschouw worden genomen. De gedragingen die in artikel 5a, eerste lid, WVW 1994 uitdrukkelijk zijn genoemd kunnen allemaal worden aangemerkt als ernstige schendingen van verkeersregels die zeer belangrijk zijn voor het waarborgen van de verkeersveiligheid. Daarmee wordt de ernst van de door verdachte begane verkeersovertredingen al uitgedrukt. Aanvullend hierop weegt de rechtbank mee dat verdachte – zo gauw hij de rotonde verliet en zijn snelheid kon opvoeren – binnen een korte tijd en zelfs op het weggedeelte waar een maximumsnelheid van 50 km/u gold naar een snelheid van minimaal 144 km/u is gegaan. Hierna is verdachte een aanzienlijke afstand van 750 meter met minimaal die snelheid blijven rijden. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank sprake van het in ernstige mate schenden van de verkeersregels.

c) opzettelijk

Het opzet van de verdachte moet gelet op het vorenstaande evident zowel gericht zijn geweest op het schenden van de verkeersregels als op het in ernstige mate schenden van die regels.

De rechtbank is van oordeel dat het overschrijden van de toegestane snelheid op de manier waarop verdachte dat heeft gedaan, niet anders dan opzettelijk gedaan kan worden. Ook het door rood rijden is opzettelijk geweest. Verdachte was ter plaatse goed bekend, waardoor hij wist dat hij kruisingen en verkeerslichten zou passeren. Bovendien heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij zag dat de verkeerslichten rood licht uitstraalden, maar dat hij hoopte dat ze op groen zouden springen naarmate hij dichterbij kwam. Met een enorme snelheid, slalommend om andere weggebruikers, afstormen op een rood verkeerslicht, er onderwijl op gokkend dat het verkeerslicht groen zou worden én dat er geen overstekend verkeer is, moet, zeker in onderlinge samenhang bezien, beschouwd worden als gedragingen die naar uiterlijke verschijningsvorm gericht zijn op de opzettelijke ernstige schending van de verkeersregels.

d) gevaar te duchten

De rechtbank acht het in zijn algemeenheid voorzienbaar dat een zeer gevaarlijke situatie ontstaat door het hiervoor beschreven verkeersgedrag. Die situatie heeft zich ook verwezenlijkt nu verdachte daadwerkelijk een verkeersongeval heeft veroorzaakt waarbij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gewond zijn geraakt. Door het handelen van verdachte was gevaar te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen.

Het letsel

De impact van het ongeval is voor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] groot geweest. De rechtbank kan uit het dossier afleiden dat [slachtoffer 1] door een kaakchirurg is geopereerd en dat hij in april 2026 nog dagelijks pijn ervaart door het ontstane letsel. Van [slachtoffer 2] is over zijn letsels alleen informatie van kort na het ongeval voorhanden. Onduidelijk is of een operatie aan zijn neus moest worden uitgevoerd. Over het uitzicht op (volledig) herstel biedt het dossier in beide gevallen weinig informatie. Desondanks is de rechtbank van oordeel dat het samenstel en de veelheid van de bij zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] ontstane letsels zo ernstig zijn dat deze – ook zonder nadere vaststelling over de noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel – als zwaar lichamelijk letsel moeten worden aangeduid.

Conclusie

Het voorgaande brengt de rechtbank tot de conclusie dat het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is, waarbij sprake is van de zwaarste vorm van schuld in het verkeer, te weten roekeloosheid.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 17 juni 2025 te Hengelo in de gemeente Hengelo (O), in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting van centrum Hengelo en/of gaande in de richting van Borne, daarmede rijdende over de weg, de Bornsestraat, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of

terwijl hij ter plaatse (zeer) goed bekend is en/of

terwijl het donker was en/of

terwijl zijn passagiers (achterin de auto) in strijd met artikel 59 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens geen autogordels hebben gedragen en/of

terwijl hij het kruispunt Bornsestraat, Vosboerweg en Demmersweg passeerde met een gemiddelde indicatieve snelheid gelegen tussen de 144 kilometer per uur en 183 kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of

terwijl hij de kruising Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel

Van der Valk naderde en/of

- niet of in onvoldoende mate heeft gekeken en is blijven kijken naar het direct voor hem gelegen weggedeelte van die weg (de kruising Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk) en/of de voor hem bestemde en geldende verkeerslichten en/of het zich op de kruisende weg, de Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk, bevindende verkeer en/of

- terwijl ter hoogte van voormelde kruising, de aldaar geplaatste, voor hem, verdachte van toepassing zijnde en in zijn richting gekeerde verkeerslichten reeds ongeveer 47,5 seconden rood licht uitstraalden, inhoudende: "Stop",

- aldaar te rijden met een gemiddelde indicatieve snelheid, ongeveer gelegen tussen de 149 kilometer per uur en 170 kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 80 kilometer per uur, in

elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter

plaatse geboden was en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 62 van voormeld reglement geen gevolg gaf aan het in 68 lid 1 onder c van voormeld reglement gestelde gebod of verbod, door met dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet ingevolge het gestelde in artikel 79 van voormeld reglement voor de aldaar zich op het wegdek van die weg (de Bornsestraat) voor die kruising aangebrachte stopstreep te stoppen en/of

- zonder te remmen die kruising op en/of over te rijden en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder c en/of lid 6 van voormeld reglement, zonder te stoppen, door rood te rijden en/of een op de kruisende weg (kruising Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk) of op die kruising, gezien zijn, verdachtes, rijrichting dicht van rechts genaderd zijnde bestuurder van een personenauto (bus/touringcar) niet voor te laten gaan en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet zodanig te regelen dat hij in staat was dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en/of die kruising kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of

te botsen tegen, althans in aanrijding te komen met de voornoemde personenauto (bus/touringcar),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor aan (een) ander(en) (genaamd [slachtoffer 1]

en/of [slachtoffer 2]) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd

toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de

normale bezigheden is ontstaan.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4
De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 6 en 175 WVW 1994. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

primair

het misdrijf: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl de schuld bestaat in roekeloosheid en het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

5
De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

6
De op te leggen straf of maatregel
6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee jaren met aftrek van de tijd dat het rijbewijs van verdachte al ingevorderd is geweest.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om aan verdachte een taakstraf op te leggen, al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf en een (deels voorwaardelijke) ontzegging van de rijbevoegdheid.

6.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

De ernst van het feit

Verdachte heeft op 17 juni 2025 roekeloos gereden door gedurende een lange afstand de toegestane maximumsnelheid fors te overschrijden, gevaarlijk in te halen en twee kruisingen te passeren zonder zich iets aan te trekken van de daar geldende verkeerslichten. Met dit verkeersgedrag heeft verdachte zich buitengewoon onvoorzichtig en volstrekt onverantwoordelijk gedragen. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Verdachte heeft gespeeld met de levens van zijn inzittenden en andere weggebruikers. De dollemansrit heeft ernstige gevolgen gehad voor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], die zwaar lichamelijk letsel hebben opgelopen door toedoen van verdachte. Het is een wonder te noemen dat niemand dit ongeval met het leven heeft moeten bekopen. Als de touringcar een fractie van een seconde eerder was opgetrokken of als de bus wel gevuld was geweest met passagiers waren de gevolgen zonder meer desastreus geweest.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 30 april 2026. Hieruit blijkt dat aan verdachte op 6 februari 2023 een geldboete is opgelegd voor overtreding van artikel 5 WVW 1994. Verdachte heeft hierover verklaard dat hij, terwijl hij inzittenden in zijn auto had, zijn snelheid onvoldoende heeft aangepast in een bocht en de macht over het stuur verloor waarna hij tegen een boom botste. Ook op 24 september 2024 is aan verdachte en geldboete opgelegd voor een snelheidsovertreding.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij een vast dienstverband heeft bij Dusseldorp BMW waar hij veertig uur per week werkt. Hij is op meerdere locaties met name verantwoordelijk voor het opmaken van facturen. Verdachte is verloofd en heeft met zijn partner een huis gekocht.

De op te leggen straf

De rechtbank is van oordeel dat wanneer sprake is van roekeloos rijgedrag in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in de rede ligt. De rechtbank ziet in de persoon van verdachte reden om van dit uitgangspunt af te wijken. Verdachte is jong en heeft zijn leven op orde. De werkgever van verdachte is tevreden over zijn functioneren en op privé gebied maakt verdachte serieuze stappen zoals de aankoop van een woning met zijn partner. Verder heeft de rechtbank oog voor de omstandigheid dat verdachte zowel bij de politie als ter terechtzitting zijn verantwoordelijkheid heeft genomen voor het ongeval en zich schuldbewust heeft getoond. De rechtbank is van oordeel dat de negatieve gevolgen van oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in het geval van verdachte buitenproportioneel groot zijn en zal daarom een taakstraf opleggen aan verdachte. Gezien de ernst van de overtredingen moet dit naar het oordeel van de rechtbank een taakstraf zijn voor de maximaal mogelijke duur. Hoewel verdachte spijt heeft betuigd en heeft benadrukt dat hij nooit meer dergelijk verkeersgedrag zal vertonen, kan de rechtbank niet uit het oog verliezen dat de justitiële documentatie van verdachte enkel bestaat uit verkeersfeiten. Het betreft bovendien feiten die – met inbegrip van dit feit - een zorgelijk (beginnend) patroon vormen. Daarin betrekt de rechtbank ook dat verdachte op 17 juni 2025 gedurende de hele avond met snelheden heeft gereden die ver boven de maximumsnelheden liggen. De snelheidsovertredingen die direct aan het ongeval voorafgingen zijn in het licht van het voorgaande daarmee geen eenmalig incident. Verdachte lijkt hardleers. Om die reden zal de rechtbank ook een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met een lange proeftijd aan verdachte opleggen. Tot slot rechtvaardigt de ernst van het bewezenverklaarde oplegging van een onvoorwaardelijke rijontzegging van aanzienlijke duur.

Alles afwegend zal de rechtbank aan verdachte een straf opleggen die – gelet op de ernst van de overtredingen en de door de rechtbank noodzakelijk geachte stok achter de deur in de vorm van een voorwaardelijke gevangenisstraf – hoger is dan de eis van de officier van justitie. De rechtbank legt aan verdachte op een taakstraf voor de duur van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met een proeftijd van drie jaren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee jaren met aftrek van de tijd dat het rijbewijs al ingevorderd is geweest.

7
De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d van het Wetboek van Strafrecht en artikel 179 WVW 1994.

8
De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

primair, het misdrijf: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl de schuld bestaat in roekeloosheid en het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren;

- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;

- bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ontzegt de verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 2 (twee) jaren;

- beveelt dat de tijd gedurende welke het rijbewijs ingevorderd en ingehouden is geweest, ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994, afgetrokken wordt van de duur van de ontzegging.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.K. ten Cate, voorzitter, mr. E. Venekatte en mr. J. Wentink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A.B. Kroeze, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.

Buiten staat

mr. D.K. ten Cate is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit de digitaal genummerde pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025284018. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 30 juni 2026, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte:

Ik heb op 17 juni 2025 gas gegeven tot aan het ongeluk. Bij het tweede verkeerslicht (de rechtbank begrijpt: het verkeerslicht bij de kruising ter hoogte van hotel Van der Valk) heb ik het rode licht gezien waar ik doorheen reed. Ik hoopte dat het verkeerslicht op groen zou springen. De bus reed door het groene verkeerslicht.

2. Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 18 juni 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 190):

V: Hoe was uw bekendheid op de plaats van het verkeersongeval?

A: Goed.

3. Het proces-verbaal aanrijding overtreding van 16 februari 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 10):

Bestuurder

[verdachte]

Rijbewijs

Categorie: AM – B

Datum eerste afgifte: 26 november 2021 Beginnende bestuurder

4. Het proces-verbaal FO verkeer (relaas) van 13 februari 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 16 e.v.):

Op dinsdag 17 juni 2025 omstreeks 23:27 uur, had op de Bornsestraat, gelegen buiten de als zodanig aangegeven bebouwde kom van Hengelo (OV) in de gemeente Hengelo een verkeersongeval tussen een personenauto en een bus plaatsgevonden.

Op basis van ons ingestelde onderzoek op de plaats van het verkeersongeval konden wij stellen dat:

- Er een ongeval had plaatsgevonden op het kruispunt van de Bornsestraat ter hoogte van Van der Valk, op de rijbaan bestemd voor verkeer in de richting van Borne;

- Een personenauto, merk BMW, had gereden op de Bornsestraat, komende uit de richting van Hengelo en gaande in de richting van Borne;

- Een Bus, Merk VDL, had gereden op de Bornsestraat, komende uit de richting van Van der Valk en gaande in de richting van de toerit A1 Rechts.

De plaats van het verkeersongeval is aangeduid met met een rode cirkel. Met de blauw pijl wordt de rijrichting van de bus aangegeven. Met de gele pijl wordt de rijrichting van de BMW aangegeven.

[Afbeelding]

Op basis van het onderzoek naar de werking van de verkeersregelinstallatie (hierna afgekort als VRI) op de plaats delict en de analyse van de verkregen VRI-data in relatie tot het verkeersongeval, kunnen mijn bevindingen als worden geïnterpreteerd:

Uit de analyse van het faselog bleek dat de bestuurder van de BMW, dinsdag 17 juni 2025 omstreeks 23:25:56,7 uur, de stopstreep was gepasseerd, terwijl de voor hem geldende verkeerslichten minimaal 47,5 seconden rood licht uitstraalden.

De bestuurder van de touringcar was op dinsdag 17 juni 2025 omstreeks 23:25:53,8 uur, de stopstreep was gepasseerd, terwijl de voor hem geldende verkeerslichten minimaal 2,1 seconden groen licht uitstraalden.

De bestuurder van de BMW was voorafgaande aan het verkeersongeval, het kruispunt genaderd met een gemiddelde indicatieve snelheid, die had gelegen tussen de 149 km/h en 170 km/h, althans een extreem hogere snelheid dan ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 80 km/h.

De bestuurder van de BMW was voorafgaande aan het verkeersongeval, het voorliggende kruispunt Bornsestraat - Vosboerweg genaderd met een gemiddelde indicatieve snelheid, die had gelegen tussen de 144 km/h en 183 km/h, althans een extreem hogere snelheid dan ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 km/h.

5. Het proces-verbaal FO verkeer (forensisch onderzoek plaats delict) van 28 oktober 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 41, 48):

Gedurende het onderzoek stelden wij dat het op het moment van het verkeersongeval nacht was, als bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990.

Met betrekking tot autogordels bestemd voor de passagiers achterin zag ik het volgende:

- de drie zitplaatsen waren voorzien van een driepuntsrolgordel;

- de autogordels strak gespannen tegen de rugleuningen van de zitplaatsen aan zaten;

- de gordels met enige moeite deels af te rollen was;

- er geen sporen aanwezig waren die duidden op het gebruik van de gordel ten tijde van het verkeersongeval.

Op basis van mijn onderzoek heb ik vast kunnen stellen dat de passagiers achterin op het moment van verkeersongeval geen gebruikmaakten van de gordel.

6. Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] van 24 juni 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 166):

Ik heb een gebroken oogkas, een gebroken neus, een hersenschudding, een kneuzing in mijn long en wonden op mijn hoofd. De dokter zei dat ik misschien mijn neus door middel van een operatie weer open moet krijgen. Ik kan nu alleen ademen door mijn mond.

7. Een geschrift, te weten een document betreffende het medisch dossier van [slachtoffer 2] van 18 juni 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 209):

Conclusie

Hoog-Energetisch Trauma, ISS 13.

1: Fractuur sinus maxillaris bdz.

2: Fratuur os nasale en benig neusseptum.

3. Fractuur mediale orbitawand links met subperiostaal hematoom.

4. Longcontusie rechts.

5. LTSH

Trauma < 48 uur

Injury Severity Score: 13

8. Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] van 30 april 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 1 aanvullend procesdossier):

Wat was het letsel?

Ik had een gebroken onderkaak aan beide kanten. Ik heb een gebroken schouderblad aan de rechterkant en een klaplong aan de rechterkant. Ook had ik een scheur in mijn longen en wat beschadigingen aan mijn longen.

Wat was het hersteltermijn?

Ik heb een week in het ziekenhuis gelegen in het MST Enschede. De artsen hadden tegen mij gezegd dat er een herstel van 6 à 8 weken is voor mijn gebroken kaken. Voor mijn schouderblad zou er een hersteltermijn van 6 à 12 maanden zijn.

Hoe is het nu?

Ik heb alleen rugklachten. Ik ervaar hier dagelijks pijn van.

Hoelang heb je last gehad of heb je nog steeds last?

Na 6 weken was de pijn weg bij de kaken. Ik heb aan de rechterkant van mijn kaak een plaatje gekregen voor de stevigheid van de kaak. Dit plaatje is na ongeveer 3 à 4 maanden eruit gehaald. Verder heb ik soms nog last van mijn schouder.

9. Een geschrift, zijnde een uittreksel van Daniels Tandheelkunde B.V. betreffende [slachtoffer 1] van 11 maart 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 203):

[Afbeelding]

[Afbeelding]

Voetnoot

Voetnoot 1

Vastgesteld via de algemeen toegankelijke en openbare bron Google Maps.

Voetnoot 2

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] van 18 juni 2025, p. 160.

Voetnoot 3

Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] van 24 juni 2025, p. 166; het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] van 25 juni 2025, p. 171