De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
primair: een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt, waardoor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (zwaar) lichamelijk letsel hebben opgelopen;
subsidiair: opzettelijk de verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden waardoor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was;
meer subsidiair: zich zodanig op de weg heeft gedragen dat daardoor gevaar op de weg werd veroorzaakt en/of het verkeer werd gehinderd.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
hij op of omstreeks 17 juni 2025 te Hengelo in de gemeente Hengelo (o), in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting van centrum Hengelo en/of gaande in de richting van Borne, daarmede rijdende over de weg, de Bornsestraat, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,
terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of
terwijl hij ter plaatse (zeer) goed bekend is en/of
terwijl het donker was en/of
terwijl zijn passagiers (achterin auto) in strijd met artikel 59 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens geen autogordels hebben gedragen en/of
terwijl hij het kruispunt Bornsestraat, Vosboerweg en Demmersweg passeerde met een gemiddelde indicatieve snelheid gelegen tussen de 144 kilometer per uur en 183 kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of terwijl hij de kruising Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk naderde en/of
- niet of in onvoldoende mate te kijken en/of te blijven kijken naar het direct voor hem gelegen weggedeelte van die weg (de kruising Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk) en/of de voor hem bestemde en geldende verkeerslichten en/of het zich op de kruisende weg, de Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk, bevindende verkeer en/of
- terwijl ter hoogte van voormelde kruising, de aldaar geplaatste, voor hem, verdachte van toepassing zijnde en in zijn richting gekeerde verkeerslichten reeds ongeveer 47,5 seconden rood licht uitstraalden, inhoudende: "Stop",
- aldaar te rijden met een gemiddelde indicatieve snelheid, ongeveer gelegen tussen de 149 kilometer per uur en 170 kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 80 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 62 van voormeld reglement geen gevolg te geven aan het in 68 lid 1 onder c van voormeld reglement gestelde gebod of verbod, door met dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet ingevolge het gestelde in artikel 79 van voormeld reglement voor de aldaar zich op het wegdek van die weg (de Bornsestraat) voor die kruising aangebrachte stopstreep te stoppen en/of
- zonder te remmen die kruising op en/of over te rijden en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder c en/of lid 6 van voormeld reglement, zonder te stoppen, door rood te rijden en/of een op de kruisende weg (kruising Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk) of op die kruising, gezien zijn, verdachtes, rijrichting dicht van rechts genaderd zijnde bestuurder van een personenauto (bus/touringcar) niet voor te laten gaan en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet zodanig te regelen dat hij in staat was dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en/of die kruising kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of
te botsen tegen, althans in aanrijding te komen met de voornoemde personenauto (bus/touringcar),
en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor aan (een) ander(en) (genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 17 juni 2025 te Hengelo in de gemeente Hengelo (o), in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting van centrum Hengelo en/of gaande in de richting van Borne, daarmede rijdende over de weg, de Bornsestraat,
terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of
terwijl hij ter plaatse (zeer) goed bekend is en/of
terwijl het donker was en/of
terwijl zijn passagiers (achterin auto) in strijd met artikel 59 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens geen autogordels hebben gedragen en/of
terwijl hij het kruispunt Bornsestraat, Vosboerweg en Demmersweg passeerde met een gemiddelde indicatieve snelheid gelegen tussen de 144 kilometer per uur en 183 kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of terwijl hij de kruising Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk naderde en/of
- niet of in onvoldoende mate te kijken en/of te blijven kijken naar het direct voor hem gelegen weggedeelte van die weg (de kruising Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk) en/of de voor hem bestemde en geldende verkeerslichten en/of het zich op de kruisende weg, de Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk, bevindende verkeer en/of
- terwijl ter hoogte van voormelde kruising, de aldaar geplaatste, voor hem, verdachte van toepassing zijnde en in zijn richting gekeerde verkeerslichten reeds ongeveer 47,5 seconden rood licht uitstraalden, inhoudende: "Stop",
- aldaar te rijden met een gemiddelde indicatieve snelheid, ongeveer gelegen tussen de 149 kilometer per uur en 170 kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 80 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 62 van voormeld reglement geen gevolg te geven aan het in 68 lid 1 onder c van voormeld reglement gestelde gebod of verbod, door met dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet ingevolge het gestelde in artikel 79 van voormeld reglement voor de aldaar zich op het wegdek van die weg (de Bornsestraat) voor die kruising aangebrachte stopstreep te stoppen en/of
- zonder te remmen die kruising op en/of over te rijden en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder c en/of lid 6 van voormeld reglement, zonder te stoppen, door rood te rijden en/of een op de kruisende weg (kruising Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk) of op die kruising, gezien zijn, verdachtes, rijrichting dicht van rechts genaderd zijnde bestuurder van een personenauto (bus/touringcar) niet voor te laten gaan en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet zodanig te regelen dat hij in staat was dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en/of die kruising kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of
te botsen tegen, althans in aanrijding te komen met de voornoemde personenauto (bus/touringcar),
en aldus in strijd met het in artikel 5a van de WVW94 gestelde verbod, zich opzettelijk zodanig in het verkeer heeft gedragen dat voormelde verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, waardoor daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 17 juni 2025 te Hengelo in de gemeente Hengelo (o), in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting van centrum Hengelo en/of gaande in de richting van Borne, daarmede rijdende over de weg, de Bornsestraat,
terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of
terwijl hij ter plaatse (zeer) goed bekend is en/of
terwijl het donker was en/of
terwijl zijn passagiers (achterin auto) in strijd met artikel 59 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens geen autogordels hebben gedragen en/of
terwijl hij het kruispunt Bornsestraat, Vosboerweg en Demmersweg passeerde met een gemiddelde indicatieve snelheid gelegen tussen de 144 kilometer per uur en 183 kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of
terwijl hij de kruising Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk naderde en/of
- niet of in onvoldoende mate te kijken en/of te blijven kijken naar het direct voor hem gelegen weggedeelte van die weg (de kruising Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk) en/of de voor hem bestemde en geldende verkeerslichten en/of het zich op de kruisende weg, de Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk, bevindende verkeer en/of
- terwijl ter hoogte van voormelde kruising, de aldaar geplaatste, voor hem, verdachte van toepassing zijnde en in zijn richting gekeerde verkeerslichten reeds ongeveer 47,5 seconden rood licht uitstraalden, inhoudende: "Stop",
- aldaar te rijden met een gemiddelde indicatieve snelheid, ongeveer gelegen tussen de 149 kilometer per uur en 170 kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 80 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 62 van voormeld reglement geen gevolg te geven aan het in 68 lid 1 onder c van voormeld reglement gestelde gebod of verbod, door met dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet ingevolge het gestelde in artikel 79 van voormeld reglement voor de aldaar zich op het wegdek van die weg (de Bornsestraat) voor die kruising aangebrachte stopstreep te stoppen en/of
- zonder te remmen die kruising op en/of over te rijden en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder c en/of lid 6 van voormeld reglement, zonder te stoppen, door rood te rijden en/of een op de kruisende weg (kruising Bornsestraat met de afrit 30 Rijksweg A1 en de richting hotel Van der Valk) of op die kruising, gezien zijn, verdachtes, rijrichting dicht van rechts genaderd zijnde bestuurder van een personenauto (bus/touringcar) niet voor te laten gaan en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet zodanig te regelen dat hij in staat was dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en/of die kruising kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of
te botsen tegen, althans in aanrijding te komen met de voornoemde personenauto (bus/touringcar),
en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.
- verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
primair, het misdrijf: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl de schuld bestaat in roekeloosheid en het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;
- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren;
- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;
- bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ontzegt de verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 2 (twee) jaren;
- beveelt dat de tijd gedurende welke het rijbewijs ingevorderd en ingehouden is geweest, ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994, afgetrokken wordt van de duur van de ontzegging.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.K. ten Cate, voorzitter, mr. E. Venekatte en mr. J. Wentink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A.B. Kroeze, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.
Buiten staat
mr. D.K. ten Cate is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit de digitaal genummerde pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025284018. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
1. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 30 juni 2026, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte:
Ik heb op 17 juni 2025 gas gegeven tot aan het ongeluk. Bij het tweede verkeerslicht (de rechtbank begrijpt: het verkeerslicht bij de kruising ter hoogte van hotel Van der Valk) heb ik het rode licht gezien waar ik doorheen reed. Ik hoopte dat het verkeerslicht op groen zou springen. De bus reed door het groene verkeerslicht.
2. Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 18 juni 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 190):
V: Hoe was uw bekendheid op de plaats van het verkeersongeval?
A: Goed.
3. Het proces-verbaal aanrijding overtreding van 16 februari 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 10):
Rijbewijs
Categorie: AM – B
Datum eerste afgifte: 26 november 2021 Beginnende bestuurder
4. Het proces-verbaal FO verkeer (relaas) van 13 februari 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 16 e.v.):
Op dinsdag 17 juni 2025 omstreeks 23:27 uur, had op de Bornsestraat, gelegen buiten de als zodanig aangegeven bebouwde kom van Hengelo (OV) in de gemeente Hengelo een verkeersongeval tussen een personenauto en een bus plaatsgevonden.
Op basis van ons ingestelde onderzoek op de plaats van het verkeersongeval konden wij stellen dat:
- Er een ongeval had plaatsgevonden op het kruispunt van de Bornsestraat ter hoogte van Van der Valk, op de rijbaan bestemd voor verkeer in de richting van Borne;
- Een personenauto, merk BMW, had gereden op de Bornsestraat, komende uit de richting van Hengelo en gaande in de richting van Borne;
- Een Bus, Merk VDL, had gereden op de Bornsestraat, komende uit de richting van Van der Valk en gaande in de richting van de toerit A1 Rechts.
De plaats van het verkeersongeval is aangeduid met met een rode cirkel. Met de blauw pijl wordt de rijrichting van de bus aangegeven. Met de gele pijl wordt de rijrichting van de BMW aangegeven.
Op basis van het onderzoek naar de werking van de verkeersregelinstallatie (hierna afgekort als VRI) op de plaats delict en de analyse van de verkregen VRI-data in relatie tot het verkeersongeval, kunnen mijn bevindingen als worden geïnterpreteerd:
Uit de analyse van het faselog bleek dat de bestuurder van de BMW, dinsdag 17 juni 2025 omstreeks 23:25:56,7 uur, de stopstreep was gepasseerd, terwijl de voor hem geldende verkeerslichten minimaal 47,5 seconden rood licht uitstraalden.
De bestuurder van de touringcar was op dinsdag 17 juni 2025 omstreeks 23:25:53,8 uur, de stopstreep was gepasseerd, terwijl de voor hem geldende verkeerslichten minimaal 2,1 seconden groen licht uitstraalden.
De bestuurder van de BMW was voorafgaande aan het verkeersongeval, het kruispunt genaderd met een gemiddelde indicatieve snelheid, die had gelegen tussen de 149 km/h en 170 km/h, althans een extreem hogere snelheid dan ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 80 km/h.
De bestuurder van de BMW was voorafgaande aan het verkeersongeval, het voorliggende kruispunt Bornsestraat - Vosboerweg genaderd met een gemiddelde indicatieve snelheid, die had gelegen tussen de 144 km/h en 183 km/h, althans een extreem hogere snelheid dan ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 km/h.
5. Het proces-verbaal FO verkeer (forensisch onderzoek plaats delict) van 28 oktober 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 41, 48):
Gedurende het onderzoek stelden wij dat het op het moment van het verkeersongeval nacht was, als bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990.
Met betrekking tot autogordels bestemd voor de passagiers achterin zag ik het volgende:
- de drie zitplaatsen waren voorzien van een driepuntsrolgordel;
- de autogordels strak gespannen tegen de rugleuningen van de zitplaatsen aan zaten;
- de gordels met enige moeite deels af te rollen was;
- er geen sporen aanwezig waren die duidden op het gebruik van de gordel ten tijde van het verkeersongeval.
Op basis van mijn onderzoek heb ik vast kunnen stellen dat de passagiers achterin op het moment van verkeersongeval geen gebruikmaakten van de gordel.
6. Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] van 24 juni 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 166):
Ik heb een gebroken oogkas, een gebroken neus, een hersenschudding, een kneuzing in mijn long en wonden op mijn hoofd. De dokter zei dat ik misschien mijn neus door middel van een operatie weer open moet krijgen. Ik kan nu alleen ademen door mijn mond.
7. Een geschrift, te weten een document betreffende het medisch dossier van [slachtoffer 2] van 18 juni 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 209):
Conclusie
Hoog-Energetisch Trauma, ISS 13.
1: Fractuur sinus maxillaris bdz.
2: Fratuur os nasale en benig neusseptum.
3. Fractuur mediale orbitawand links met subperiostaal hematoom.
4. Longcontusie rechts.
5. LTSH
Trauma < 48 uur
Injury Severity Score: 13
8. Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] van 30 april 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 1 aanvullend procesdossier):
Wat was het letsel?
Ik had een gebroken onderkaak aan beide kanten. Ik heb een gebroken schouderblad aan de rechterkant en een klaplong aan de rechterkant. Ook had ik een scheur in mijn longen en wat beschadigingen aan mijn longen.
Wat was het hersteltermijn?
Ik heb een week in het ziekenhuis gelegen in het MST Enschede. De artsen hadden tegen mij gezegd dat er een herstel van 6 à 8 weken is voor mijn gebroken kaken. Voor mijn schouderblad zou er een hersteltermijn van 6 à 12 maanden zijn.
Hoe is het nu?
Ik heb alleen rugklachten. Ik ervaar hier dagelijks pijn van.
Hoelang heb je last gehad of heb je nog steeds last?
Na 6 weken was de pijn weg bij de kaken. Ik heb aan de rechterkant van mijn kaak een plaatje gekregen voor de stevigheid van de kaak. Dit plaatje is na ongeveer 3 à 4 maanden eruit gehaald. Verder heb ik soms nog last van mijn schouder.
9. Een geschrift, zijnde een uittreksel van Daniels Tandheelkunde B.V. betreffende [slachtoffer 1] van 11 maart 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 203):
[Afbeelding]
[Afbeelding]