Rechtbank Overijssel, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBOVE:2026:5079

Op 18 August 2026 heeft de Rechtbank Overijssel een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 08-048514-26 (P), bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBOVE:2026:5079. De plaats van zitting was Almelo.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
08-048514-26 (P)
Datum uitspraak:
18 August 2026
Datum publicatie:
19 August 2026

Indicatie

De rechtbank veroordeelt een 34-jarige man tot een gevangenisstraf van vijf jaren en betaling van schadevergoeding van totaal € 52.356,99. De verdachte heeft zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan twaalf inbraken – waarvan elf woninginbraken – en drie pogingen daartoe, in verschillende delen van het land.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08-048514-26 (P)

Datum vonnis: 18 augustus 2026

Vonnis op tegenspraak (artikel 279 Wetboek van Strafvordering) in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1991 in [geboorteplaats] ,

wonende aan het [adres 1] .

1
Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 4 augustus 2026.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door de raadsvrouw van verdachte mr. S.M. Hoogenraad, waarnemend voor mr. R.P.A. Kint, advocaat in Zoetermeer, naar voren is gebracht.

Ook heeft de rechtbank kennis genomen van wat namens de benadeelde partij [naam 1] door mr. V.A. Batelaan, advocaat in Amsterdam, is aangevoerd.

2
De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte, al dan niet samen met een of meer anderen, vijftien keer, verspreid over een groot deel van Nederland, in woningen heeft ingebroken of pogingen daartoe heeft gedaan.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1

hij op of omstreeks 31 december 2024 te Hengelo (O)

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om uit een woning, gelegen op/aan de [adres 2]

goederen en/of geld, in elk geval enig goed en/of geld, die/dat geheel of ten dele aan

[slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich

wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te

verschaffen en/of die weg te nemen goederen en/of dat geld onder zijn/hun bereik

te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

het slot van de tuinpoort, behorende bij voornoemde woning, heeft/hebben

vernield en/of (vervolgens) de tuin van voornoemde woning heeft/hebben

betreden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 31 december 2024 te Hengelo (O)

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

uit een afgesloten tuin, behorende bij perceel [adres 2]

een aluminium ladder, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1]

in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk

toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen aluminium

ladder onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming;

2

hij op of omstreeks 31 december 2024 te Hengelo (O)

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om uit een woning, gelegen op/aan de [adres 3]

goederen en/of geld, in elk geval enig goed en/of geld, die/dat geheel of ten dele aan

[slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich

wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te

verschaffen en/of die weg te nemen goederen en/of dat geld onder zijn/hun bereik

te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

het slot van de tuinpoort behorende bij voornoemde woning heeft/hebben vernield

en/of (vervolgens) met een meegebrachte aluminium ladder de tuin van

voornoemde woning heeft/hebben betreden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 31 december 2024 te Hengelo (O)

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

opzettelijk en wederrechtelijk het slot van een tuinpoort, behorende bij perceel

[adres 3] , in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [slachtoffer 2]

, in elk geval aan een ander toebehoorde(n)

heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

3

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 december 2024 tot

en met 09 februari 2025

te Enschede en/of te Hengelo (O) en/of te Heibloem en/of te Castricum en/of te

Almere en/of te Almere Buiten en/of te Beverwijk en/of te Oudorp, althans in

Nederland,

uit één of meer woningen,

(telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

één of meer goed(eren) en/of geld, in elk geval (telkens) enig(e) goed(eren) en/of

geld, die/dat geheel of ten dele toebehoorde(n) aan (een) ander(en) dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), heeft weggenomen (telkens) met het oogmerk

om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, te weten:

-op of omstreeks 31 december 2024 te Enschede

in/uit een woning, gelegen op/aan [adres 4] een gouden armband

en/of een computerspel en/of een Samsung Galaxy Book2 en/of een Apple watch

(zwart) en/of 2 broeken (T. Hilfiger) en/of een trainingsvest (Adidas) en/of geld

(1600,- euro) , toebehorende aan [slachtoffer 3] ,

en/of

-op of omstreeks 31 december 2024 te Enschede

in/uit een woning, gelegen op/aan [adres 5] twee goudkleurige

kettingen (met kruishanger) en/of twee gouden armbanden en/of een goudkleurige

ketting en/of geld (400,- euro), toebehorende aan [slachtoffer 4] ,

en/of

-in of omstreeks de periode van 31 december 2024 tot en met 01 januari 2025 te

Hengelo (O)

in/uit een woning, gelegen op/aan de [adres 6] een kluis en/of

een geelgouden slavenarmband en/of een geelgouden ring en/of een geelgouden

collier (Omega) en/of een geelgouden hanger en/of een witgouden collier (druppel)

en/of een witgouden ring en/of een witgouden collier (Omega) en/of een

witgouden ring en/of een witgouden hanger en/of een witgouden armband en/of

een witgouden hanger (hart met briljanten) en/of een zilveren armband en/of een

witgouden staafhanger met 3 briljanten en/of een (dames)horloge (Frederique

Constant) en/of een geelgouden trouwring en/of een geelgouden ketting en/of een

medaillon (kleur blauw) en/of een witgouden ketting en/of een horloge (Seiko)

en/of geld, te weten twee sets Euromunten en 7080,- euro, toebehorende aan

[naam 1] ,

en/of

-op of omstreeks 31 december 2024 te Hengelo (O)

in/uit een woning, gelegen op/aan de [adres 7] één of meer

geldmunten, althans enig geld, toebehorende aan [slachtoffer 5] ,

en/of

-in of omstreeks de periode van 28 december 2024 tot en met 29 december 2024 te

Heibloem in/uit een woning, gelegen op/aan de [adres 8] een gouden

dameshorloge en/of een gouden herenhorloge en/of een gouden brede armband

en/of een gouden armband en/of een gouden hanger en/of een laptop en/of

parfum, toebehorende aan [slachtoffer 6] ,

en/of

-in of omstreeks de periode van 01 januari 2025 tot en met 04 januari 2025 te

Castricum

in/uit een woning, gelegen op/aan het [adres 9] geld (300,- euro),

toebehorende aan [slachtoffer 7] ,

en/of

-in of omstreeks de periode van 02 februari 2025 tot en met 09 februari 2025 te

Almere Buiten

in/uit een woning, gelegen op/aan de [adres 10] een kluis en/of een

gouden horloge (met leren band, merk Cathyay) en/op een goud doublé horloge

(met doublé gouden band) en/of een zilveren plaatarmband, toebehorende aan

[slachtoffer 8] ,

en/of

-in of omstreeks de periode van 25 januari 2025 tot en met 27 januari 2025 te

Beverwijk in/uit een woning, gelegen op/aan de [adres 11] één of meer

sieraden, toebehorende aan [slachtoffer 9] ,

en/of

-op of omstreeks 25 januari 2025 te Oudorp

in/uit een woning, gelegen op/aan de [adres 12] een gouden

halsketting en/of een gouden dameshorloge (merk Skagen) en/of een vierkant

goud/zilverkleurig dames sieraad en/of een gouden armband, toebehorende aan

[slachtoffer 10] ,

en/of

-op of omstreeks 25 januari 2025 te Oudorp

in/uit een woning, gelegen op/aan de [adres 13] één of meer sieraden

en/of geld (400,- euro), toebehorende aan [slachtoffer 11] ,

en/of

-op of omstreeks 19 december 2025 te Almere

in/uit een woning, gelegen op/aan de [adres 14] een portemonnee

(inclusief 500,- euro) en/of één of meer enveloppen voorzien van (een)

geldbedrag(en) (totaal 2000,- euro) en/of één of meer witgouden sieraden,

toebehorende aan [slachtoffer 12] ,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats(en)

van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goed(eren) en/of

dat geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming;

4

hij in of omstreeks de periode van 29 december 2024 tot en met 31 december 2024

te Enschede en/of te Liempdetezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om

uit één of meer woning(en), goederen en/of geld, in elk geval enig goed en/of geld,

die/dat geheel of ten dele toebehoorde(n) aan (een) ander(en) dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s) weg te nemen (telkens) met het oogmerk om het zich

wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te

verschaffen en/of die weg te nemen goederen en/of dat geld onder zijn/hun bereik

te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers

heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

-op of omstreeks 31 december te Enschede

bij een woning, gelegen op/aan de [adres 15] een slaapkamerraam

verbroken en/of geforceerd en/of (vervolgens) voornoemde woning betreden en/of

(daarbij) één of meer ruimtes doorzocht op zoek naar goederen en/of geld van

zijn/hun gading die/dat geheel of ten dele aan [slachtoffer 13] , in elk geval aan een ander

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)en/of

-in of omstreeks de periode van 29 december 2024 tot en met 31 december 2024 te

Liempde

bij een woning, gelegen op/aan de [adres 16] een slaapkamerraam

verbroken en/of geforceerd en/of (vervolgens) voornoemde woning betreden op

zoek naar goederen en/of geld van zijn/hun gading die/dat geheel of ten dele aan

[slachtoffer 14] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde(n)

terwijl de uitvoering van dat/die voorgenomen misdrijf/misdrijven niet is voltooid.

Overwegingen

3
De bewijsmotivering
3.1

Inleiding

Verdachte heeft de ten laste gelegde (pogingen tot) diefstallen aanvankelijk ontkend. Na confrontatie met belastend (DNA-)bewijsmaterieel heeft hij twee diefstallen bekend en over de andere diefstallen heeft hij verklaard dat hij enkel als chauffeur heeft opgetreden. Voor de twee diefstallen die verdachte heeft bekend, zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen in de bewijsmiddelenbijlage.

Voor de feiten die verdachte heeft ontkend stelt de rechtbank hierna eerst per feit en gedachtestreepje de feiten en omstandigheden vast. De rechtbank overweegt vervolgens waarom zij op basis daarvan tot conclusies en beantwoording van de bewijsvraag komt. De rechtbank zal daarbij gebruik maken van zogenoemd schakelbewijs en per feit vermelden wanneer dat het geval is. De vaststellingen en overwegingen over het schakelbewijs en over het medeplegen zijn aan het eind van de bewijsoverwegingen opgenomen.

De rechtbank heeft ten behoeve van de leesbaarheid van dit vonnis de gedachtestreepjes van het onder feiten 3 en 4 ten laste gelegde in de bewijsoverweging, de bewezenverklaring en de bewijsmiddelen genummerd van respectievelijk 1 tot en met 11 en 1 tot en met 2.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle aan verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Hij heeft aangevoerd dat ook de feiten die door verdachte worden ontkend bewezen kunnen worden verklaard met een schakelbewijsconstructie, nu sprake is van een specifieke werkwijze (modus operandi) die overeenkomt met de door verdachte gehanteerde werkwijze bij de andere feiten.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor de bewezenverklaring van de feiten 3.7 en 3.11. Ten aanzien van het overige ten laste gelegde heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden, bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

3.4

Het oordeel van de rechtbank

3.4.1

Feiten die niet ter discussie hebben gestaan

De rechtbank stelt allereerst feiten en omstandigheden vast die bij de behandeling van de zaak niet ter discussie hebben gestaan.

Gehuurde voertuigen

Verdachte heeft in de periode van 27 december 2024 tot en met 4 januari 2025 een Opel Astra met kenteken [kenteken 1] (hierna: de Opel) gehuurd. In de periode van 22 januari 2025 tot en met 29 januari 2025 heeft verdachte een Peugeot 5008 met kenteken [kenteken 2] (hierna: de Peugeot) gehuurd. In die periode is er met die Peugeot een afstand van 1326 kilometer afgelegd.

Telefoon

In de huurperiode van de Opel was het telefoonnummer + [telefoonnummer] aan verdachte afgegeven. Op het huurcontract van de Peugeot staat dat telefoonnummer van verdachte ook vermeld.

3.4.2

De verklaring van verdachte

Verdachte bekent dat hij in vereniging heeft ingebroken in de woningen aan de [adres 10] (feit 3.7) en de [adres 14] (feit 3.11). Bij de andere inbraken of pogingen daartoe bekent hij gedeeltelijk zijn betrokkenheid: hij huurde de auto’s, was de chauffeur en wist dat ze op pad gingen voor “criminele dingen die het daglicht niet konden verdragen”.

3.4.3

Feit 1

De redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.

In het tijdsbestek van 31 december 2024 omstreeks 20:00 uur tot en met 1 januari 2025 omstreeks 01:30 uur wordt uit de tuin van de woning van [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ), gelegen aan de [adres 2] , een aluminium ladder weggenomen. [slachtoffer 1] heeft voor vertrek haar woning en tuin schadevrij en slotvast achtergelaten. [slachtoffer 1] ziet bij terugkomst dat de poortdeur in de tuin is geforceerd en beschadigd. Ook de schutting is beschadigd.

De door verdachte gehuurde Opel bevindt zich op 31 december 2024 tussen 20:28 uur en 21:34 uur in de directe omgeving van de woning van [slachtoffer 1] . De telefoon van verdachte straalt op 31 december 2024 negen keer een mast aan gelegen op ongeveer vijfhonderd meter van de woning.

De overwegingen van de rechtbank

- Het primair ten laste gelegde

De rechtbank overweegt het volgende. Het forceren van de poortdeur in de tuin niet reeds op zichzelf een gedraging is die naar haar uiterlijke verschijningsvorm is gericht op de voltooiing van een van diefstal door middel van braak, verbreking of inklimming uit de woning van [slachtoffer 1] . Er is geen sprake van het voor een strafbare poging vereiste begin van uitvoering. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het primair ten laste gelegde.

- Het subsidiair ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden en de verklaring van verdachte dat hij aanwezig is geweest op de plaats waar de diefstal is gepleegd, in samenhang met het schakelbewijs en hetgeen de rechtbank hierna zal overwegen over het medeplegen, wettig en overtuigend kan worden verklaard dat verdachte het subsidiair laste gelegde feit heeft begaan.

3.4.4

Feit 2

De redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 31 december 2024 omstreeks 20:00 uur verlaat [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) haar woning, gelegen aan de [adres 3] . De woning is op dat moment schadevrij en slotvast afgesloten. Als zij op 1 januari 2025 omstreeks 01:30 uur thuiskomt is het slot van de poort achterin de tuin geforceerd en ligt er een ladder die toebehoort aan de bewoners van de [adres 2] .

De door verdachte gehuurde Opel bevindt zich op 31 december 2024 tussen 20:28 uur en 21:34 uur in de directe omgeving van voornoemde woning. De telefoon van verdachte straalt op 31 december 2024 negen keer een mast aan gelegen op ongeveer vijfhonderd meter van die woning.

De overwegingen van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden en de verklaring van verdachte dat hij aanwezig is geweest op de plaats waar de diefstal is gepleegd, in samenhang met het schakelbewijs en hetgeen de rechtbank hierna zal overwegen over het medeplegen, wettig en overtuigend kan worden verklaard dat verdachte het primair laste gelegde feit heeft begaan. De door de verdachte en de mededader(s) verrichte handelingen, te weten: het zich begeven naar de woning van [slachtoffer 2] en het verbreken van het slot van de tuinpoort, het betreden van de tuin en het meebrengen van een ladder, kunnen worden beschouwd als gedragingen die naar hun uiterlijke verschijningsvorm zijn gericht op voltooiing van de voorgenomen inbraak.

3.4.5

Feit 3

3.4.5.1 Feiten 3.7 en 3.11

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de laste gelegde feiten op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

3.4.5.2 De overige feiten

De redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.

- Feiten 3.1 en 3.2

Op 31 december 2024 om 12:00 uur verlaat [slachtoffer 3] (hierna: [slachtoffer 3] ) zijn woning, gelegen aan [adres 4] . Hij sluit de woning slotvast af. Als hij op 1 januari 2025 omstreeks 17:00 uur terugkomt bij zijn woning, ziet hij dat de tuinpoort aan de achterzijde van de woning en een raam aan de achterzijde van de woning zijn ontzet. De inhoud van het tv-meubel ligt op de grond en er staan meerdere kasten open. Uit de woning zijn een geldbedrag van € 1.600,--, een gouden armband, een computerspel, een Samsung Galaxy Book2, een Apple watch, twee broeken van het merk T. Hilfiger en een trainingsvest van het merk Adidas worden weggenomen.

Op 31 december 2024 omstreeks 19:30 uur verlaat [slachtoffer 4] (hierna: [slachtoffer 4] ), zijn woning gelegen aan [adres 5] . Hij sluit de woning af bij zijn vertrek. Als hij op 1 januari 2025 omstreeks 03:15 uur terugkeert, ziet hij dat het raam aan de achterzijde van de woning is opengebroken en de gehele woning overhoop is gehaald. Ook de tuindeur is opengebroken. Uit de woning zijn drie gouden kettingen, twee gouden armbanden en een geldbedrag van € 400,-- weggenomen.

De door verdachte gehuurde Opel bevindt zich op 31 december 2024 omstreeks 19:22 uur op een afstand van ongeveer tweehonderd meter van deze woning bevindt. De telefoon van verdachte straalt in de avond van 31 december 2024 diverse masten in Hengelo en tussen Hengelo en Enschede aan.

- Feiten 3.3 en 3.4

Tussen 31 december 2024 omstreeks 20:30 uur en 1 januari 2025 omstreeks 01:30 uur wordt ingebroken in de woning van [naam 1] (hierna: [naam 1] ), gelegen aan de [adres 6] . Bij de inbraak wordt een met schroeven aan de vloer bevestigde kluis met daarin onder meer een grote hoeveelheid kostbare sieraden en een groot geldbedrag weggenomen. Het raam van de slaapkamer is geforceerd en het slot van de tuinpoort is opengebroken. In de werkkamer en in een slaapkamer staan kasten en lades open en er liggen diverse goederen op de grond.

Op 31 december 2024 omstreeks 14:00 uur verlaat [slachtoffer 5] haar woning, gelegen aan de [adres 7] , en sluit zij de woning slotvast af. [slachtoffer 5] wordt op 1 januari 2025 omstreeks 13:00 uur gebeld met het nieuws dat er is ingebroken in haar woning. Bij terugkomst in de woning ziet zij dat er een raam aan de zijde van haar woning is vernield en dat de gehele woning is doorzocht.

Op 31 december 2024 omstreeks 21:30 uur ziet buurman [getuige] een zilverkleurige auto voorzien van kenteken [kenteken 1] , de Opel, parkeren voor de [adres 7] . De bestuurder en de bijrijder stappen uit en lopen langs de rechterzijde van de voornoemde woning. Zij zijn in het donker gekleed.

De door verdachte gehuurde Opel was op 31 december 2024 tussen 20:28 uur en 21:34 uur in de directe omgeving van deze twee woningen. De telefoon van verdachte straalt op 31 december 2024 negen keer een mast aan gelegen op ongeveer vijfhonderd meter van voornoemde woningen.

- Feit 3.5

Tussen 28 december 2024 omstreeks 10:30 uur en 29 december 2024 omstreeks 10:30 uur is ingebroken in de woning van [slachtoffer 6] , gelegen aan de [adres 8] , waarbij een gouden dameshorloge, een gouden herenhorloge, een gouden brede armband, een gouden armband, een gouden hanger, een laptop en parfum worden weggenomen. In de woning zijn vele kasten overhoop gehaald en de kluis – waarin de sieraden opgeborgen lagen – is opengebroken. Op een raam aan de achterzijde van de woning bevindingen zich indruksporen bij de sluitnaad van het raam.

De door verdachte gehuurde Opel stopt op 28 december 2024 om 20:07 uur op een afstand van honderd meter vanaf voornoemde woning. De telefoon van verdachte straalt op 28 december 2024 tussen 15:33 uur en 20:30 uur een aantal masten aan in de directe omgeving van de [plaats 1] aan.

- Feit 3.6

Tussen 1 januari 2025 omstreeks 19:15 uur en 4 januari 2025 omstreeks 20:40 uur wordt ingebroken in de woning van [slachtoffer 7] (hierna: [slachtoffer 7] ), gelegen aan het [adres 9] , waarbij een geldbedrag tussen de € 270,-- en € 300,-- wordt weggenomen. Het slot van het zijraam is kapot. De onderkant van de bank is opengesneden en de slaapkamers zijn overhoop gehaald.

De door verdachte gehuurde Opel bevindt zich op 2 januari 2025 omstreeks 21:31 uur op een afstand van honderd meter (hemelsbreed) van voornoemde woning bevindt.

- Feit 3.8

In de periode van 25 januari 2025 tot en met 27 januari 2025 wordt ingebroken in de woning van [slachtoffer 9] (hierna: [slachtoffer 9] ), gelegen aan de [adres 11] , waarbij diverse sierraden worden weggenomen. De woning staat op dat moment al ongeveer zes maanden leeg, omdat [slachtoffer 9] in een verzorgingstehuis verblijft. De dochter van [slachtoffer 9] heeft op 25 januari 2025 de woning slotvast afgesloten achtergelaten. De woning is via het raam aan de achterzijde van de woning betreden, door dit raam te forceren. De kamers in de woning zijn doorzocht en de inhoud van diverse lades zijn op de grond gegooid.

De door verdachte gehuurde Peugeot bevindt zich op 25 januari 2025 om 19:44 en 20:24 uur op locaties op een afstand van 100 à 150 meter (hemelsbreed) van voornoemde woning.. De telefoon van verdachte straalt op 25 januari 2025 om 17:10 uur een mast in de directe omgeving van voornoemde woning aan.

- Feiten 3.9 en 3.10

Op 25 januari 2025 tussen omstreeks 16:50 en 19:20 uur wordt ingebroken in de woning van [slachtoffer 10] (hierna: [slachtoffer 10] ), gelegen aan de [adres 12] , waarbij een gouden dameshorloge, een gouden halsketting, een goud/zilverkleuring vierkant damessieraad en een gouden armband worden weggenomen. [slachtoffer 10] heeft bij zijn vertrek de woning afgesloten. Bij terugkomst ziet hij dat het slot van de poort de tuin is vernield en dat een raam, boven de toegangsdeur naar het balkon, aan de achterzijde van de woning is geforceerd. De woning maakt een doorzochte indruk en er staan verschillende lades en kasten open.

Op 25 januari 2025 wordt tussen 08:15 uur en 22:30 uur, ook ingebroken in de woning van [slachtoffer 11] (hierna: [slachtoffer 11] ), gelegen aan de [adres 13] , waarbij sieraden en een enveloppe met een bedrag van ongeveer € 400,-- worden weggenomen. Bij het verlaten van de woning heeft [slachtoffer 11] de woning, de deuren en de ramen, afgesloten. De tuinpoort is op dat moment gesloten en op slot. Bij de terugkomst van [slachtoffer 11] g zijn de poortdeur naar de tuin en een raam, dat bereikbaar is vanuit de achtertuin, opengewrikt met een schroevendraaier. De woning is overhoop gehaald.

De door verdachte gehuurde Peugeot bevindt zich op 25 januari 2025 om 19:28 uur op een afstand van 200 à 250 meter (hemelsbreed) van voornoemde woningenb. De telefoon van verdachte straalt om 19:55 uur en 20:20 uur aan op een mast in de directe omgeving van de voornoemde woningen.

De overwegingen van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden en de verklaring van verdachte (dat hij in elk geval aanwezig is geweest op de plaatsen waar de woninginbraken zijn gepleegd), in samenhang met het schakelbewijs en hetgeen de rechtbank hierna zal overwegen over het medeplegen, wettig en overtuigend kan worden verklaard dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan.

3.4.6

Feit 4

De redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.

- Feit 4.1

Op 31 december 2024 om 17:00 uur verlaat [slachtoffer 13] samen met zijn vrouw zijn woning, gelegen aan de [adres 15] . Zij hebben de woning slotvast afgesloten. Als zij om 23:15 uur terugkomen bij de woning zien zij dat de vloerbedekking in de woning omhoog is getrokken en dat alle kasten zijn opengetrokken en overhoop zijn gehaald. Op het raampje naast de achterdeur van de woning is braakschade te zien. Er zijn geen goederen uit de woning weggenomen.

De door verdache gehuurde Opel bevindt zich op 31 december 2024 tussen 18:21 uur en 18:32 uur op een afstand van minder dan vijftig meter (hemelsbreed) van voornoemde woningt. De telefoon van verdachte straalt op 31 december 2024 diverse masten tussen Hengelo en Enschede aan.

- Feit 4.2

In de periode van 29 december 2024 om 08:00 uur en 31 december 2024 om 16:00 vindt er een poging tot inbraak plaats in de woning van [slachtoffer 14] , gelegen aan de [adres 16] . Een van de slaapkamerramen is geforceerd en er staan voetafdrukken op de vloer. Er is niets weggenomen uit de woning.

De door verdachte gehuurde Opel bevindt zich op 30 december 2024 tussen 22:34 uur en 22:51 uur in de directe omgeving van voornoemde woning.

De overwegingen van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de voornoemde feiten en omstandigheden en de verklaring van verdachte (dat hij in elk geval aanwezig is geweest op de plaatsen waar de pogingen tot woninginbraken zijn gepleegd), in samenhang met het schakelbewijs en hetgeen de rechtbank hierna zal overwegen met betrekking tot het medeplegen, wettig en overtuigend kan worden verklaard dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan.

3.4.7

Schakelbewijsoverweging

De rechtbank maakt voor de bewezenverklaring van de feiten 1, 2, 3.1 tot en met 3.6, 3.8 tot en met 3.10, 4.1 en 4.2 gebruik van zogenoemd schakelbewijs. Dit is een wijze van bewijsvoering waarbij voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend wordt geacht de - uit één of meer bewijsmiddelen blijkende - omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken was. Daarbij is ten minste vereist dat de wijze waarop de onderscheidene feiten zijn begaan op essentiële punten overeenkomt. Daarvan is in deze zaak sprake. Het bewijsmateriaal voor de feiten vertoont op essentiële punten belangrijke overeenkomsten of kenmerkende gelijkenissen en duidt op een herkenbaar en gelijksoortig patroon in de handelingen van verdachte.

Alle ten laste gelegde (pogingen tot) diefstal hebben in dezelfde periode plaatsgevonden, namelijk telkens in de periode van december 2024 tot en met februari 2025 (behoudens feit 3.11). De (pogingen tot) inbraken hebben zich telkens in de avonduren afgespeeld, op momenten dat de bewoners van de woningen niet huis waren (in veel gevallen tijdens oudjaarsavond/oudjaarsnacht). In bijna alle gevallen is er toegang tot de woning verkregen door een raam aan de achterzijde van de woning te forceren. Om toegang tot de achterzijden van de woningen te verkrijgen, zijn in de meeste gevallen de sloten van de tuinpoorten geforceerd. In vrijwel alle gevallen zijn de woningen van de slachtoffers overhoop gehaald, waarbij de inhoud uit kasten en lades zijn gegooid, maar waarbij ook een bank is opengesneden en vloerbedekking is opgerold tijdens de zoektocht naar waardevolle spullen. De buit bestond telkens uit geld en waardevolle sieraden. In samenhang bezien versterken de feiten en omstandigheden het bewijs in alle zaken en zijn zij over en weer redengevend omdat de wijze waarop de onderscheidende feiten zijn begaan op essentiële punten overeenkomen.

3.4.8

Medeplegen

De rechtbank komt tot het oordeel dat verdachte zich als medepleger aan al deze feiten heeft schuldig gemaakt en overweegt daartoe het volgende In onderling overleg met de mededader(s) heeft verdachte, op zijn naam, twee auto’s gehuurd. Hij heeft zijn mededaders in die auto’s naar de plekken van de (pogingen tot) inbraken gebracht. Naar eigen zeggen wist hij daarbij “in zijn achterhoofd” wel dat zijn mededaders dingen gingen doen die het daglicht niet kunnen verdragen. Daar is het echter niet bij gebleven. In – in ieder geval – twee gevallen is verdachte ook, samen met een ander, daadwerkelijk in de woning geweest om daar spullen weg te nemen. Gelet op al het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat verdachte een materiële en intellectuele bijdrage van substantiële aard heeft geleverd in de gezamenlijke uitvoering en dat hij daartoe bewust en nauw heeft samengewerkt met de mededader(s), zodat sprake is van medeplegen van de ten laste gelegde feiten.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1. subsidiair

hij op 31 december 2024 te Hengelo (O) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, uit een afgesloten tuin, behorende bij perceel [adres 2] een aluminium ladder die aan [slachtoffer 1] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en verbreking;

2.

hij op 31 december 2024 te Hengelo (O) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om uit een woning, gelegen aan de [adres 3] goederen en/of geld, die/dat aan [slachtoffer 2] toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die weg te nemen goederen en/of dat geld onder hun bereik te brengen door middel van braak en verbreking, het slot van de tuinpoort behorende bij voornoemde woning hebben vernield en (vervolgens) met een meegebrachte aluminium ladder de tuin van voornoemde woning hebben betreden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij in de periode van 28 december 2024 tot en 19 december 2025te Enschede en te Hengelo (O) en te Heibloem en te Castricum en te Almere en te Almere Buiten en te Beverwijk en te Oudorp, uit woningen, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

goederen en geld, heeft weggenomen (telkens) met het oogmerk

om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, te weten:

- (3.1) op 31 december 2024 te Enschede in/uit een woning, gelegen aan [adres 4] een gouden armband en een computerspel en een Samsung Galaxy Book2 en/ een Apple watch (zwart) en 2 broeken (T. Hilfiger) en een trainingsvest (Adidas) en geld (1600,- euro), toebehorende aan [slachtoffer 3] , en

- (3.2) op 31 december 2024 te Enschede in/uit een woning, gelegen aan [adres 5] twee goudkleurige kettingen (met kruishanger) en twee gouden armbanden en een goudkleurige ketting en geld (400,- euro), toebehorende aan [slachtoffer 4] ,

en

- (3.3) in de periode van 31 december 2024 tot en met 1 januari 2025 te

Hengelo (O) in/uit een woning, gelegen aan de [adres 6] een kluis en

een geelgouden slavenarmband en een geelgouden ring en een geelgouden

collier (Omega) en een geelgouden hanger en een witgouden collier (druppel)

en een witgouden ring en een witgouden collier en een

witgouden ring en een witgouden hanger en een witgouden armband en

een witgouden hanger (hart met briljanten) en een zilveren armband en een

witgouden staafhanger met 3 briljanten en een (dames)horloge (Frederique

Constant) en een geelgouden trouwring en een geelgouden ketting en een

medaillon (kleur blauw) en een witgouden ketting en een horloge (Seiko)

en geld, te weten twee sets euromunten en 7080,- euro, toebehorende aan

[naam 1] , en

- (3.4) op 31 december 2024 te Hengelo (O) in/uit een woning, gelegen aan de [adres 7] geldmunten, toebehorende aan [slachtoffer 5] , en

- (3.5) in de periode van 28 december 2024 tot en met 29 december 2024 te

Heibloem in/uit een woning, gelegen aan de [adres 8] een gouden

dameshorloge en een gouden herenhorloge en een gouden brede armband

en een gouden armband en een gouden hanger en een laptop en parfum, toebehorende aan [slachtoffer 6] , en

- (3.6) in de periode van 1 januari 2025 tot en met 4 januari 2025 te

Castricum in/uit een woning, gelegen aan het [adres 9] geld (300,- euro),

toebehorende aan [slachtoffer 7] , en

- (3.7) in de periode van 2 februari 2025 tot en met 9 februari 2025 te Almere Buiten in/uit een woning, gelegen aan de [adres 10] een kluis en een gouden horloge (met leren band, merk Cathyay) en een goud doublé horloge (met doublé gouden band) en een zilveren plaatarmband, toebehorende aan [slachtoffer 8] , en

- (3.8) in de periode van 25 januari 2025 tot en met 27 januari 2025 te Beverwijk in/uit een woning, gelegen aan de [adres 11] sieraden, toebehorende aan [slachtoffer 9] , en

- (3.9) op 25 januari 2025 te Oudorp in/uit een woning, gelegen aan de [adres 12] een gouden halsketting en een gouden dameshorloge (merk Skagen) en een vierkant

goud/zilverkleurig dames sieraad en een gouden armband, toebehorende aan

[slachtoffer 10] , en

- (3.10) op 25 januari 2025 te Oudorp in/uit een woning, gelegen aan de [adres 13] sieraden en geld (400,- euro), toebehorende aan [slachtoffer 11] , en

- (3.11) op 19 december 2025 te Almere in/uit een woning, gelegen aan de [adres 14] een portemonnee (inclusief 500,- euro) en enveloppen voorzien van geldbedragen (totaal 2000,- euro) en witgouden sieraden, toebehorende aan [slachtoffer 12] ,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats(en)

van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goed(eren) en/of

dat geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en

verbreking;

4.

hij in de periode van 29 december 2024 tot en met 31 december 2024 te Enschede en te Liempde ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om uit woningen, goederen en/of geld, die/dat toebehoorden aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) weg te nemen (telkens) met het oogmerk om deze zich

wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te

verschaffen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

- (4.1) op 31 december te Enschede bij een woning, gelegen aan de [adres 15] een slaapkamerraam verbroken en/of geforceerd en (vervolgens) voornoemde woning betreden en (daarbij) ruimtes doorzocht op zoek naar goederen en/of geld van zijn/hun gading die/dat aan [slachtoffer 13] toebehoorde(n) en

- (4.2) in de periode van 29 december 2024 tot en met 31 december 2024 te Liempde bij een woning, gelegen aan de [adres 16] een slaapkamerraam geforceerd en (vervolgens) voornoemde woning betreden op zoek naar goederen en/of geld van zijn/hun gading die/dat aan [slachtoffer 14] toebehoorde(n)

terwijl de uitvoering van die voorgenomen misdrijven niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4
De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 subsidiair

het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en verbreking;

feit 2

het misdrijf: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en verbreking;

feit 3

de misdrijven:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en verbreking, meermalen gepleegd;

en

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking, meermalen gepleegd;

feit 4

het misdrijf: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en verbreking, meermalen gepleegd.

5
De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

6
De op te leggen straf of maatregel
6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren wordt opgelegd.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met het feit dat verdachte de afgelopen anderhalf jaar stappen in de goede richting heeft gezet en openstaat voor hulpverlening en toezicht van de reclassering. Verzocht wordt om een (deels) voorwaardelijke straf met reclasseringstoezicht aan verdachte op te leggen.

6.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan twaalf inbraken – waarvan elf woninginbraken – en drie pogingen daartoe, in verschillende delen van het land. De officier van justitie spreekt in dat verband over mobiel banditisme, een kwalificatie waarin de rechtbank zich kan vinden. De bewoners waren ten tijde van de inbraken niet thuis. Bij de inbraken zijn door verdachte en zijn mededaders telkens kostbare goederen weggenomen, waaronder sieraden met een grote emotionele waarde. Tijdens hun zoektocht naar waardevolle spullen hebben verdachte en zijn mededaders kasten en lades in de woningen overhoop gehaald en in één geval zelfs de onderkant van een zitbank opengesneden, waardoor de slachtoffers bij terugkomst in hun woning geconfronteerd werden met een enorme ravage. Bij de inbraken zijn kozijnen, deuren, deurposten en sloten vernield en beschadigd geraakt. Niet alleen heeft verdachte daarmee materiële schade veroorzaakt, maar hij heeft ook inbreuk gemaakt op de veiligheidsgevoelens van de slachtoffers. Dat zij niet thuis waren op het moment van de inbraken doet daaraan niet af. Het versterkt eerder, zoals algemeen bekend is, de gevoelens van onveiligheid bij slachtoffers die hun woning afgesloten achterlaten in de verwachting deze bij thuiskomst in goede staat weer aan te treffen, om dan geconfronteerd te worden met een enorme puinhoop aangericht door onbekenden die hun persoonlijke levenssfeer hebben geschonden en hun spullen hebben ontvreemd. Door benadeelde [naam 1] is op indringende wijze in haar schriftelijke slachtofferverklaring verwoord dat zij en haar echtgenoot tot op heden kampen met de psychische gevolgen van de inbraak. Verdachte heeft zich niet bekommerd om de materiële en immateriële schade die hij veroorzaakte, maar heeft enkel oog gehad voor zijn eigen financiële gewin. Verdachte heeft bovendien geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor de reeks aan door hem gepleegde strafbare feiten. Het feit dat verdachte dat ook niet heeft gedaan ter zitting, is een omstandigheid die niet in zijn voordeel spreekt. Wel heeft hij zijn advocaat een berichtje laten voorlezen, waarin hij verklaart “echt bereid om de schade die de mensen van mijnhebbem geleden te vergoeden of daar voor taakstraf te moeten doen”. Verdachte onderstreept met de bereidheid tot het doen van een taakstraf (voor 11 woninginbraken en 3 pogingen daartoe) dat hij geen enkel inzicht heeft in het strafbare van zijn gedrag en dat hij door de eerdere veroordelingen ook niet tot dat besef is gekomen. De rechtbank rekent dit alles de verdachte aan.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van verdachte van 30 juni 2026. Hieruit blijkt dat aan verdachte in het verleden eerder veelvuldig voor soortgelijke feiten is veroordeeld waarbij ook al dan niet onvoorwaardelijke gevangenisstraffen zijn opgelegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 17 juli 2025. Hierin staat onder meer het volgende. Nadat verdachte tweemaal zonder bericht niet was verschenen op een afspraak en twee afspraken had afgezegd, heeft er een adviesgesprek plaatsgevonden. De reclassering ziet een hardnekkig delictpatroon dat, ondanks eerdere interventies en toezichtstrajecten, voortduurt. De financiën van verdachte, zijn sociaal netwerk, zijn middelengebruik en zijn houding worden als delictgerelateerde factoren gezien. Verdachte vertelt tijdens het gesprek met de reclasseringswerker dat er geen sprake meer is van problematisch middelengebruik, dat hij niet meer gokt (dankzij een registratie in het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen) en geen contact meer onderhoudt met personen uit het criminele milieu. Ook zou zijn schuldenlast aanzienlijk zijn afgenomen. Gelet op het feit dat verdachte – naar eigen zeggen – op eigen initiatief stappen heeft gezet om zijn leven een positieve wending te geven en omdat de reclassering onvoldoende aanknopingspunten ziet voor gedragsbeïnvloeding binnen een toezichtskader, ziet de reclassering geen meerwaarde in het opleggen van reclasseringstoezicht.

Ter terechtzitting heeft de raadsvrouw namens verdachte naar voren gebracht dat verdachte sinds de dag voor de zitting werkzaam is als loodgieter in opleiding, hetgeen de rechtbank niet heeft kunnen verifiëren, nu verdachte niet zelf aanwezig was. Gelet op de aard en hoeveelheid van de feiten waarvoor verdachte zal worden veroordeeld, gecombineerd met zijn strafblad en gering zelfinzicht, ziet de rechtbank deze beweerdelijke nieuwe baan in het kader van recidivebeperking slechts als eenopportunistische mededeling. Kritische vragen over het waarom van deze omslag, de wetenschap over de feiten bij zijn nieuwe werkgever, de inhoud van het arbeidscontract, heeft verdachte onmogelijk gemaakt door zijn afwezigheid ter zitting.

De op te leggen straf of maatregel

Hoewel de rechtbank zich kan vinden in de kwalificatie mobile banditisme zal de straf niet (mede) worden bepaald door vonnissen in vergelijkbare zaken van grensoverschrijdende vermogensdelicten. Ook de officier van justitie heeft de richtlijn voor mobile banditisme niet gebruikt en daarom milder geëist dan ook verdedigbaar zou zijn. De rechtbank heeft als uitgangspunt van denken gekeken naar de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS).

Voor een woninginbraak geven de oriëntatiepunten als indicatie het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Wanneer sprake is van veelvuldige recidive - zoals in het geval van verdachte - wordt per woninginbraak een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden als uitgangspunt van denken gegeven. Bij recidive, dus niet veelvuldig, is het uitganspunt 5 maanden gevangenisstraf per woninginbraak.

Gelet op het stelselmatige karakter van de door verdachte (en zijn mededader(s)) gepleegde feiten, de ernst van deze feiten en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers, waaronder het geschonden gevoel van veiligheid in hun woning en het kwijtraken van emotioneel waardevolle (familie)sieraden, kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden gereageerd dan met oplegging van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Nog afgezien van de wettelijke onmogelijkheid om bij een gevangenisstraf van 5 jaren een deel voorwaardelijk op te leggen, ziet de rechtbank, evenals reclassering, geen aanleiding om een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen. Reclasseringstoezicht en bijzondere voorwaarden zullen daarom te zijner tijd aan de voorwaardelijke invrijheidstelling kunnen worden verbonden. De rechtbank wijst daarbij ook op de moeizame wijze waarop het contact met de reclassering tot stand is gekomen in de aanloop naar het adviesgesprek voor het opstellen van een rapportage voor deze strafzaak. De geuite wens van verdachte om reclasseringstoezicht is ongeloofwaardig en lijkt ingegeven door opportunisme.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijk gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren passend en geboden is.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7
De schade van benadeelden
7.1

De vorderingen van de benadeelde partijen

[naam 1] (feit 3.3)

[naam 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert, na wijziging van de vordering door de raadsvrouw ter terechtzitting, verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 51.235,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- sieraden € 40.170,-- (€ 55.170,-- minus het reeds vergoede bedrag van € 15.000,--)

- contant geld en euromunten € 6.065,-- (€ 7.315,-- minus het reeds vergoede bedrag van € 1.250,-)

Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 5.000,-- gevorderd.

[slachtoffer 7] (feit 3.6)

[slachtoffer 7] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 9.830,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- bank beschadigd (gescheurd) € 1.800,--

- beschadigde koffers € 280,--

- gestolen contant geld € 250,--

- schoonmaakkosten woning € 2.500,--

Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 5.000,-- gevorderd.

[slachtoffer 8] (feit 3.7)

[bewindvoerder] (hierna: [bewindvoerder] ) heeft in de hoedanigheid van bewindvoerder, namens [slachtoffer 8] een vordering tot schadevergoeding ingediend. Er wordt gevorderd verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 871,99,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- nieuwe cilinder voordeur € 71,99

- herstel deur € 800,--

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van [naam 1] en [slachtoffer 8] voor toewijzing vatbaar zijn, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. [slachtoffer 7] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering, omdat de vordering niet is onderbouwd ondanks meerdere verzoeken daartoe van de zijde van het Openbaar Ministerie.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de vorderingen van [naam 1] en [slachtoffer 7] primair op het standpunt gesteld dat zij niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vorderingen, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft zij aangevoerd dat [naam 1] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, omdat de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert en dat de vordering van [slachtoffer 7] dient te worden afgewezen, dan wel dat [slachtoffer 7] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering, nu deze niet is onderbouwd ondanks een verzoek hiertoe. Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 8] heeft de raadsvrouw zich primair op het standpunt gesteld dat zij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, omdat niet duidelijk is of de gemachtigde de bewindvoerder betreft, of bewindvoerder gemachtigd was om de vordering in te dienen. Subsidiair heeft zij aangevoerd dat [slachtoffer 8] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, gelet op de bepleite vrijspraak en meer subsidiair dat de vordering afgewezen dient te worden, dan wel dat [slachtoffer 8] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, omdat deze niet is onderbouwd en niet bekend is of er mogelijk schade is vergoed door de verzekeraar.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

7.4.1

[naam 1] (feit 3.3)

Materieel

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 46.235,--, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Immaterieel

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW (Burgerlijk Wetboek) mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. De benadeelde partij heeft voldoende gegevens verstrekt waaruit blijkt dat zij door het door de verdachte gepleegde strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen. Uit de brief van de GZ-psycholoog van 11 februari 2026 volgt dat [naam 1] ten gevolge van het bewezen verklaarde feit last heeft van herbelevingen, slaapproblemen, verhoogde “arousal”, negatieve emoties en vermijdingsgedrag, passend bij een posttraumatische stressstoornis. [naam 1] heeft hiervoor een behandeling ondergaan, bestaande uit een aantal EMDR-sessies. Gelet op de aard en ernst van het feit en de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij en met het oog op de smartengeldbedragen die worden geïndiceerd in de Rotterdamse schaal, is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding billijk is. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij daarom geheel toe.

7.4.2

[slachtoffer 7] (feit 3.6)

Materieel

Het gedeelte van de vordering dat betrekking heeft op het gestolen contante geld is, hoewel niet nader onderbouwd, voldoende aannemelijk en namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat deze schade in rechtstreeks verband staat met het bewezen verklaarde feit. De rechtbank wijst dit deel van de vordering, een bedrag van € 250,--, daarom toe, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk, omdat dit deel van de vordering niet is onderbouwd. De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om dit gedeelte van de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

Immaterieel

Als – voor zover hier van belang – bij een benadeelde partij geen sprake is van lichamelijk letsel of van schade in zijn eer of goede naam, dient de benadeelde partij ‘op andere wijze’ in haar persoon te zijn aangetast, wil zij aanspraak kunnen maken op vergoeding van immateriële schade. Van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij niet heeft onderbouwd dat er sprake is van aantasting van de persoon ‘op andere wijze’ en dat zich hier niet een situatie voor waarin uit de aard en de ernst van de normaantasting en de gevolgen daarvan volgt dat van een aantasting ‘op andere wijze’ sprake is. De rechtbank zal de benadeelde partij in de gehele vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

7.4.3

[slachtoffer 8] (feit 3.7)

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw over de machtiging van de bewindvoerder. De vordering is namens [slachtoffer 8] ingediend door haar dochter en tevens bewindvoerder, [bewindvoerder] . Uit het dossier volgt dat [bewindvoerder] gemachtigd was om namens haar moeder aangifte te doen, nu [slachtoffer 8] verbleef/verblijft in de [locatie] (de rechtbank stelt vast via een algemeen toegankelijke openbare bron: een woonzorgcentrum) en daartoe zelf niet in staat was/is. Onder die omstandigheden heeft de rechtbank geen reden te twijfelen aan het feit dat de dochter van [slachtoffer 8] , in de hoedanigheid van bewindvoerder, gemachtigd is om namens [slachtoffer 8] een vordering tot schadevergoeding in te dienen.

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 871,99, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

7.4.3

Hoofdelijke aansprakelijkheid

Omdat de verdachte de strafbare feiten ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Daarbij geldt dat de verdachte, voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen.

7.5

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.

Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met de in het dictum genoemde aantal dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

8
De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 45 en 57 Sr.

Beslissing

9
De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1 subsidiair, feit 2 primair, feit 3 en feit 4 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 subsidiair

het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en verbreking;

feit 2

het misdrijf: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en verbreking;

feit 3

de misdrijven:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en verbreking, meermalen gepleegd;

en

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking, meermalen gepleegd;

feit 4

het misdrijf: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en verbreking, meermalen gepleegd.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren;

schadevergoeding [naam 1] (feit 3.3)

- wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 51.235,-- (bestaande uit € 46.235,-- materiële schade en € 5.000,-- immateriële schade);

- veroordeelt de verdachte tot hoofdelijke betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 51.235,-- (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2024) met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot hoofdelijke betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 51.235,-- (zegge: eenenvijftigduizend tweehonderdvijfendertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 229 (tweehonderdnegenentwintig) dagen kan worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

schadevergoeding [slachtoffer 7] (feit 3.6)

- wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 250,-- (bestaande uit

materiële schade);

- veroordeelt de verdachte tot hoofdelijke betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 250,-- (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2025) met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot hoofdelijke betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 250,--, (zegge: tweehonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 2 (twee) dagen kan worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 9.580,-- (bestaande uit € 4.580,-- materiële schade en € 5.000,-- immateriële schade) niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

schadevergoeding [slachtoffer 8] (feit 3.7)

- wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 871,99 (bestaande uit

materiële schade);

- veroordeelt de verdachte tot hoofdelijke betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 871,99 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 februari 2025) met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot hoofdelijke betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 871,99, (zegge: achthonderdeenenzeventig euro en negenennegentig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 februari 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 8 (acht) dagen kan worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. A.M.G. Ellenbroek en mr. E.C. de Bie, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B. Kleinlugtenbeld, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2026.

Buiten staat

Mr. Ellenbroek is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025002276. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar de digitaal genummerde pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Alle feiten

1.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 19 januari 2026, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, vanaf pagina 295:

V: Jouw telefoonnummer is + [telefoonnummer] ?

A: Ja klopt. Dat is mijn oude nummer.

V: Hoe lang heb je dat nummer gebruikt?

A: Wel een tijdje.

O: Uit ons onderzoek blijkt dat jij een voertuig gehuurd hebt bij [bedrijf 1] . Dat was een Opel Astra. Die heb je op 27 december 2024 tot 4 januari 2025 gehuurd.

A: Dat kan wel kloppen.

V: Ben je met die auto op 31 december 2024 in Twente geweest, specifiek in Enschede

en Hengelo?

A: Het kan.

A: Ik ben chauffeur. Ik rijd. Als je me een locatie geeft dan ga ik daarheen. Dat is mijn taak. Ik was niet alleen. Er waren drie mensen bij mij. Het is mijn taak om [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] te brengen. Ik kreeg twee à drie meijer. Tuurlijk weet ik dat hun criminele dingen doen. Zij gaven mij geld voor het huren van de auto met kenteken [kenteken 1] in de periode van 27 december 2024 tot en met 4 januari 2025. Ik wilde wel rijden, maar niet met mijn eigen auto. Zij hadden mij gevraagd om hen rond te rijden, van plek naar plek. Ik weet wel dat zij op pad gaan om dingen te doen die het daglicht niet kunnen verdragen. We rijden rond, we kijken en dan zeggen ze ‘stop hier’ en dan zet ik ze af. Ik heb wel een aandeel omdat ik ze gebracht heb. Ook de Peugeot met kenteken [kenteken 2] heb ik in opdracht van die jongens gehuurd.

2.

Het proces-verbaal van bevindingen van 2 juli 2025 voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven op pagina 23:

Het voertuig met het kenteken [kenteken 1] betreft een huurvoertuig van [bedrijf 1] .

Uit gevorderde gegevens bleek dat dit voertuig verhuurd was gedurende de periode 27 december 2024 14.28 uur en 4 januari 2025 04.45 uur aan:

[verdachte]

Geboren [geboortedatum] 1991

Wonende [adres 1] .

Op het huurcontract stonden het telefoonnummer van [verdachte] + [telefoonnummer] en het bankrekeningnummer van [verdachte] : [rekeningnummer]

Uit een CIOT-bevraging bleek dat het genoemde 06 nummer afgegeven was aan [verdachte] .

De telefoon gegevens werden gevorderd over de huurperiode waarin [verdachte] de auto

gehuurd heeft.

3.

Het proces-verbaal van bevindingen van 7 juli 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 48:

Uit analyse van de gevorderde bankgegevens van bankrekeningnummer [rekeningnummer] ( [verdachte] ) bleek dat er op 23 januari 2025 een betaling is geweest naar [bedrijf 2] b.v. [vestigingsplaats] . Door ons werd het huurcontract en de gps gegevens gevorderd van het

voertuig gedurende de huurperiode. Hieruit bleek dat [verdachte] op 22 januari 2025 te

17.20

uur een voertuig huurde tot en met 29 januari 2025 08.41 uur.

In deze periode is een afstand afgelegd van 1326 kilometer met dit voertuig.

Het voertuig was voorzien van het kenteken [kenteken 2] , volgende de rijksdienst van het wegverkeer een zwarte Peugeot 5008. Op het huurcontract is het telefoonnummer van [verdachte] genoteerd, namelijk

+ [telefoonnummer] . Dit telefoonnummer komt overeen met eerder door hem opgegeven nummer.

Feit 1

1.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 2 januari 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 143:

Plaats delict: [adres 2] , binnen de gemeente [gemeente]

Op 31 december 2024, omstreeks 20.00 uur heb ik mijn woning schadevrij en slotvast

afgesloten verlaten. Toen ik op 1 januari 2025, omstreeks 01.30 uur weer thuis kwam hoorde ik van de buren dat mijn poortdeur achterin mijn tuin was opengebroken. Ik ben naar mijn poort gelopen en zag dat deze was geforceerd. Ik zag ook dat een aluminium ladder uit mijn tuin was verdwenen.

2.

Het proces-verbaal van bevindingen van 7 juli 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 26:

Inbraak Woning [adres 2]

Gps-gegevens van [kenteken 1] geven aan dat dit voertuig op 31.12.2024 tussen 20.28 uur

en 21.34 uur in de directe omgeving is geweest van de woningen aan de [adres]

. Een van de gps-signalen gaf aan dat het voertuig op de [adres] ter hoogte van perceel [nummer 1] is geweest. Dit is hemelsbreed ongeveer 25 a 50 meter van de vier woningen.

De telefoon van [verdachte] met het nummer: + [telefoonnummer] heeft op 31 december 2024 in

Hengelo en tussen Hengelo en Enschede diverse masten aangestraald.

De mast ongeveer 500 meter afstand van de locatie woninginbraken is 9 keer

aangestraald op 31.12.2024 tussen 16.30 en 21.15 uur.

Feit 2

1.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 2 januari 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 146:

Plaats delict: [adres 3] , binnen de gemeente [gemeente]

Op 31 december 2024, omstreeks 20.00 uur, heb ik mijn woning schadevrij en

slotvast afgesloten en verlaten. Op woensdag 1 januari 2025, omstreeks 01.30 uur, kwam ik thuis. Ik keek in de tuin achter mijn woning en zag daar een ladder liggen. Deze ladder was niet van mij en lag er nog niet toen ik mijn woning verliet. Ik zag dat de poort achterin de tuin open stond. Ik zag dat het slot van deze poort was geforceerd.

2.

Het proces-verbaal van bevindingen van 7 juli 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 26:

Inbraak Woning [adres 3] .

Gps-gegevens van [kenteken 1] geven aan dat dit voertuig op 31.12.2024 tussen 20.28 uur

en 21.34 uur in de directe omgeving is geweest van de woningen aan de [adres]

. Een van de gps-signalen gaf aan dat het voertuig op de [adres] ter hoogte van perceel [nummer 1] is geweest. Dit is hemelsbreed ongeveer 25 a 50 meter van de vier woningen.

De telefoon van [verdachte] met het nummer: + [telefoonnummer] heeft op 31 december 2024 in

Hengelo en tussen Hengelo en Enschede diverse masten aangestraald.

De mast ongeveer 500 meter afstand van de locatie woninginbraken is 9 keer

aangestraald op 31.12.2024 tussen 16.30 en 21.15 uur.

Feiten 3.1 en 3.2

1.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 1 januari 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 98:

Plaats delict: [adres 4]

Pleegdatum/tijd: Tussen 31 december 2024 om 12:00 uur en 1 januari 2025 om 17:00 uur

Vandaag, omstreeks 17.00 uur, kwam ik terug bij mijn woning en zag ik hoe een raam aan de

achterzijde van de woning ontzet was. Ook zag ik hoe de tuinpoort aan de achterzijde van mijn woning ontzet was. Ik zag hoe het tv meubel open was gehaald en de inhoud op de grond lag. Boven stonden drie kasten open. Uit een schoenendoos is 1600 euro weggenomen. Ook is een gouden armband weggenomen.

2.

Het proces-verbaal aanvullend van 29 januari 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 106-107:

[slachtoffer 3] wil nu de goederen opgeven die gestolen zijn uit zijn woning.

Betrokkene

Achternaam: [slachtoffer 3]

Voornamen: [slachtoffer 3]

Goederen

Object: Computer (Spel)

Merk/type: Sony Playstation

Object: Computer

Merk/type: Samsung Galaxy Book 2 Pro3

Object: Horloge

Merk/type: Apple Watchse40mialmisb

Kleur: Zwart

Object: Kleding

Hoeveelheid: twee stuks

Merk/type: Tommy Hilfiger Jeans

Object: Kleding (Vest)

Merk/type: Adidas Trainingsvest

3.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] van 1 januari 2025 inclusief bijlagen, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 110, 111 en 113:

Plaats delict: [adres 5] (Woning)

Op 31 december 2024 omstreeks 19:30 uur heb ik mijn woning afgesloten. Op 1 januari 2025 omstreeks 03:15 uur kwamen wij weer thuis. Op 1 januari 2025 omstreeks 03:15 uur kwamen wij weer thuis. Later zagen wij dat de deur in de achtertuin die toegang geeft tot de tuin was opengebroken. Ons hele huis van beneden tot de bovenverdieping is overhoop gehaald. Op dit moment van aangifte mis ik sieraden en geld.

Bijlage goederen

Object: Ketting

Aantal/eenheid: Twee stuks

Bijzonderheden: Gouden ketting met kruis

Object: Armband

Aantal/eenheid: Twee stuks

Bijzonderheden: Gouden Armband

Object: Ketting

Bijzonderheden: Gouden ketting van zoons doopsel

Object: Geld (Biljetten)

Totale hoeveelheid: 400 EUR

4.

Het proces-verbaal van bevindingen van 2 juli 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 25:

Inbraak Woning [adres 4]

Inbraak Woning [adres 5]

Gps-gegevens van [kenteken 1] geven aan dat dit voertuig op 31.12.2024 omstreeks 19.22

uur in de directe omgeving is geweest van de woningen aan [adres 4] .

Het gps-signaal gaf aan dat het voertuig op het [adres 23] ter hoogte van perceel [nummer 2]

te [plaats 2] was. Dit is hemelsbreed ongeveer tweehonderd meter van de woningen waar

ingebroken is.

De telefoon van [verdachte] met het nummer: + [telefoonnummer] heeft op 31 december 2024 in Hengelo en tussen Hengelo en Enschede diverse masten aangestraald.

Feiten 3.3 en 3.4

1.

Het proces-verbaal van aangifte van [naam 1] van 7 januari 2025 inclusief bijlagen, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 125, 126, 128-132:

Plaats delict: [adres 6] , binnen de gemeente [gemeente]

31 december 2024 omstreeks 20.30 uur hebben mijn man en ik onze woning verlaten. Toen wij op 1 januari 2025 omstreeks 01.30 uur bij de woning terugkwamen zag ik dat de deuren en lades van alle kasten open stonden. Ik zag dat de kluis uit de kast was verdwenen. Deze kluis was aan de vloer bevestigd met vier schroeven. In de kluis bewaarde ik mijn sieraden en geld.

Ik zag dat alle kasten en lades open stonden en er lagen diverse goederen uit de kasten op de vloer. Ik zag dat het raam links achterin deze kamer was geforceerd vanaf de buitenzijde.

Bijlage goederen

Object: Hanger

Bijzonderheden: Witgouden hart hanger met briljanten

Object: Armband

Merk/type: Geelgoud Slavenarmband

Object: Armband

Bijzonderheden: Zilveren armband

Object: Ring

Merk/type: Geelgoud met vijftig Briljanten

Object: Hanger

Bijzonderheden: Staafhanger witgoud met drie briljanten

Object: Ketting

Merk/type: Omega Geelgoud Collier

Object: Hanger

Bijzonderheden: Geelgouden hanger met 32 briljanten

Object: Horloge

Merk/type: Frederique Constant

Object: Ketting

Merk/type: Collier Druppel Wit Goud

Object: Ring

Bijzonderheden: Geelgouden trouwring

Object: Ring

Merk/type: Wit Goud

Object: Medaillon

Kleur: Blauw

Object: Ketting

Merk/type: Collier Witgoud

Object: Ketting

Bijzonderheden: Geelgouden ketting

Object: Ring

Merk/type: Witgoud

Object: Ketting

Bijzonderheden: Witgouden ketting

Object: Hanger

Merk/type: Witgoud

Object: Armband

Merk/type: Witgoud

Object: Horloge

Merk/type: Seiko

Object: Geld (Munten)

Bijzonderheden: Twee sets euromunten 1e uitgave

Object: Geld (Biljetten)

Totale hoeveelheid: 7080 EUR

2.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] van 26 januari 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 149:

Plaats delict: [adres 7] , binnen de gemeente [gemeente]

Op 31 december 2024 omstreeks 14.00 uur heb ik mijn woning verlaten. Ik heb

mijn woning toen volledig op slot gedaan. 1 januari 2025 omstreeks 13.00 uur ben ik gebeld dat er in mijn woning was ingebroken. Nu ik thuis ben zie ik dat mijn hele huis is doorzocht. Achteraf is gebleken dat er wat kleingeld is weggenomen. Men heeft een raam aan de zijde van mijn woning vernield en zodoende het raam geopend.

3.

Het proces-verbaal van bevindingen van 7 juli 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 26:

Inbraak Woning [adres 6]

Inbraak Woning [adres 7]

Gps-gegevens van [kenteken 1] geven aan dat dit voertuig op 31.12.2024 tussen 20.28 uur

en 21.34 uur in de directe omgeving is geweest van de woningen aan de [adres]

. Een van de gps-signalen gaf aan dat het voertuig op de [adres] ter hoogte van perceel [nummer 1] is geweest. Dit is hemelsbreed ongeveer 25 a 50 meter van de vier woningen.

De telefoon van [verdachte] met het nummer: + [telefoonnummer] heeft op 31 december 2024 in

Hengelo en tussen Hengelo en Enschede diverse masten aangestraald.

De mast ongeveer vijfhonderd meter afstand van de locatie woninginbraken is negen keer

aangestraald op 31.12.2024 tussen 16.30 en 21.15 uur.

4.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 1 januari 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergeven, op pagina 21:

Mijn moeder woont aan de [adres 17] . Op 31 december 2024, omstreeks 21:30 uur, toen ik daar weg wilde gaan zag ik een zilverkleurige auto rijden. Deze auto parkeerde op de weg voor de woning van perceelnummer [adres 7] . De bestuurder en bijrijder stapten uit en liepen vervolgens langs de rechterzijde van de woning van perceelnummer [adres 7] . Ik kon zien dat de personen in het donker gekleed waren. Ik zag dat het kenteken van de auto [kenteken 1] betrof.

Feit 3.5

1.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] van 8 januari 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 74-75:

Plaats delict: [adres 8]

Op 28 december 2024, omstreeks 10.30 uur, is mijn vriendin nog in mijn woning geweest. De dievenklemmen stonden er niet op. Verder was de woning in goede staat en alles nog op slot. Op 29 december 2024, omstreeks 10.30 uur, liep mijn vriendin de tuin in en zag zij dat de slaapkamerdeur op een kier open stond. In de woning zijn vele kasten overhoop gehaald. In de kast stond links onderin een kluis die opengebroken is. In de kluis zaten:

- een gouden dameshorloge

- bijbehorende brede gouden armband

- een gouden herenhorloge

- een gevlochten gouden armband

- een gouden hanger

Daarnaast is er een laptop van het merk Dell weggenomen en parfum weggenomen.

2.

Het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres 8] ) van 6 januari 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 78-79:

Op 29 december 2024 kwamen wij voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 8] .

Bevindingen

Wij zijn naar de achterzijde van de woning gegaan. Wij zagen indruksporen bij de sluitnaad van het raam.

3.

Het proces-verbaal van bevindingen van 2 juli 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 24:

Inbraak Woning [adres 8]

Gps-gegevens van [kenteken 1] geven aan dat dit voertuig op 28.12.2024 te 20.07 is

gestopt op de [adres 18] . Dit is 100 meter vanaf de woning waar ingebroken

is.

Feit 3.6

1.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] van 4 januari 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 157:

Plaats delict: [adres 9]

Op 1 januari 2025 omstreeks 19.15 uur zijn wij vertrokken. Toen wij weggingen bij de woning waren de voordeur en de tuindeur aan de achterzijde van de woning afgesloten. Op 4 januari 2025 omstreeks 20.40 uur kwamen wij terug bij de woning. Naast de achterdeur zit een zijraampje, ik zag dat deze op een kiertje stond. Ik zag dat het slot van dit zijraam stuk was. Toen ik naar boven liep zag ik dat echt alles overhoop was gehaald in de slaapkamers. Er is tussen de 270 en de 300 euro aan contant geld weggenomen

2.

Het proces-verbaal van bevindingen van 2 juli 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 26-27:

Inbraak Woning [adres 9]

Gps-gegevens van [kenteken 1] geven aan dat dit voertuig op 02.01.2025 omstreeks 21.31

uur in de directe omgeving is geweest van de woningen aan het [adres 9] . Een gps-signalen gaf aan dat het voertuig op het [adres 19] was. Dit

is hemelsbreed ongeveer 100 meter van de woning waar ingebroken is.

Feit 3.7

Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 19 januari 2026, pagina 295-314;

Het proces-verbaal van aangifte van [bewindvoerder] , namens [slachtoffer 8] , van 9 februari 2025, pagina 169-171;

Het proces-verbaal van bevindingen van 3 maart 2025, pagina 178.

Feit 3.8

1.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , namens [slachtoffer 9] , van 27 januari 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 231-232:

Plaats delict: [adres 11]

De woning is via de achterzijde betreden. Dit door het raam aan de achterzijde te forceren. Mijn zus heeft op 25 januari 2025 verlaten. De gehele woning was middels cilindersloten afgesloten. Op 27 januari 2025, omstreeks 07.15 uur, werd ik door de politie dat er was ingebroken in de woning van mijn moeder. De daders hebben alle bovengenoemde kamers doorzocht. In deze kastjes bevonden zich diverse sieraden die zijn weggenomen. De dader heeft diverse lades geopend en de inhoud hiervan op de grond gegooid.

2.

Het proces-verbaal van bevindingen van 7 juli 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 48-49:

Adres: [adres 11] .

GPS van [kenteken 2]

Op 25 januari 2025 te 19.44 uur is het voertuig geweest op de [adres 20]

. Dit is hemelsbreed 100 a 150 meter van de locatie van de inbraak.

Op 25 januari 2025 te 20.24 uur is het voertuig geweest op de [adres 21]

. Dit is hemelsbreed ongeveer 100 meter van de locatie van de inbraak.

Op 25 januari 2025 te 17.10 uur heeft de telefoon van [verdachte] een mast aangestraald in

de directe omgeving van de locatie waar de woninginbraak plaats heeft gevonden.

Feiten 3.9 en 3.10

1.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 10] van 25 januari 2025 inclusief bijlage, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 238 en 242-243:

Plaats delict: [adres 12]

Op 25 januari 2025, omstreeks 16.50 uur heb ik mijn woning verlaten. De gehele

woning was goed afgesloten. Omstreeks 19.20 uur kwam ik terug in mijn woning. Ik zag dat er in de woonkamer lades en kastjes openstonden, die gesloten waren toen ik de woning verliet. Ik zag ook dat mijn slaapkamer doorzocht was, er stonden kasten en lades open. Ik zag dat de dader(s) de woning binnengegaan zijn via een openslaand raam boven de deur naar het balkon. Ik zag dat het raam geforceerd was. Ik begrijp dat het slot van de poort vernield is. Kennelijk is men via de tuin naar de achterzijde van de woning gelopen en via de trap naar het balkon gegaan.

Bijlage goederen

Merk/type: Skagen Dames

Inhoud/specificatie: Gouden horloge

Merk/type: Dames

Inhoud/specificatie: Gouden halsketting

Categorie omschrijving: Sieraden

Merk/type: Dames

Inhoud/specificatie: Klein vierkant goud/zilver kleurig

Categorie: Sieraden

Inhoud/specificatie: gouden pols armband

2.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 11] van 25 januari 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 249:

Plaats delict: [adres 13]

Ik heb op 25 januari 2025 omstreeks 08.15 uur bij het verlaten van de woning de achterdeur afgesloten. Alle ramen zijn altijd dicht en afgesloten. Alle kamers waren ook schoon en opgeruimd. Toen ik omstreeks 22.30 uur thuis kwam, zag ik dat de tuinpoort open was, terwijl die gesloten en op slot was toen wij de woning vandaag verlieten. Toen ik binnenkwam zag ik dat het een groot zootje in de woning was. Ik zag ook dat het raam in de woonkamer geopend was, terwijl die gesloten en op slot was toen ik de woning verliet. Boven zag ik ook dat alles over de hoop gehaald was.

3.

Het proces-verbaal van bevindingen van 25 februari 2026, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 1 (van het losbladige aanvullend proces-verbaal):

Op 25 februari 2026 heb ik, verbalisant, contact gehad met de wijkagent van

de Politie in Alkmaar onder wie het adres [adres 13]

valt. Door de wijkagent is contact gezocht met aangever en deze heeft het volgende

verklaard: er zijn sieraden en een enveloppe met ongeveer 400 euro weggenomen.

4.

Het proces-verbaal van forensisch onderzoek woning ( [adres 13] ) van 26 januari 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 266:

Op 26 januari 2025 om 12:30 uur kwam ik voor forensisch onderzoek aan op de locatie

[adres 13] ter hoogte van nummer [adres 13] .

Bevindingen

Aan de achterzijde en rechterzijde was een afgesloten tuin gesitueerd.

Aan de rechterzijde was een poortdeur open gewrikt met een schroevendraaier.

Vanuit de achtertuin was een draairaam met behulp van een schroevendraaier open

gewrikt

5.

Het proces-verbaal van bevindingen van 7 juli 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 49:

[adres 12] .

[adres 13]

GPS van [kenteken 2]

Op 25 januari 2025 te 19.28 uur is voertuig geweest op de [adres 24].

Dit tijdstip is gelegen in de periode waarin beide inbraken gepleegd zijn. De

[adres 24] is hemelsbreed tussen 200 en 250 meter verwijderd van de locaties van de inbraak.

Op 22 januari 2025 te 19.55 en 20.20 uur heeft de telefoon van [verdachte] een mast

aangestraald in de directe omgeving van de locatie waar de woninginbraken hebben

plaats gevonden.

Feit 3.11

Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 19 januari 2026, pagina 295-314;

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 12] van 20 december 2025.

Feit 4.1

1.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 13] van 1 januari 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 93:

Plaats delict: [adres 15]

Op 31 december 2024 hebben wij onze woning rond 17.00 uur verlaten. Rond 23.15 waren we weer thuis. Aan de achterzijde van onze woning zit een achterdeur. We liepen de woning binnen en zagen dat de vloerbedekking door de hele woning omhoog was getrokken. We zagen dat alle kasten in de kamers waren opengetrokken. De kleding in onze slaapkamerkast was allemaal overhoop gehaald. De kastjes in de woonkamer stonden allemaal nog open en waren ook overhoop gehaald. Mijn broer kwam bij onze woning nadat hij hoorde van de inbraak. Toen hij aankwam zag hij braakschade bij het raampje naast de achterdeur.

2.

Het proces-verbaal van bevindingen van 2 juli 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 25:

Inbraak Woning [adres 15]

Met betrekking tot de inbraak aan [adres 15] geeft GPS aan dat voertuig in ieder

geval op 31.12.2024 tussen 18.21 uur en 18.32 uur op de [adres 22]

is geweest. Dit is hemelsbreed nog geen vijftig meter van de woning

waarin ingebroken is.

De telefoon van [verdachte] met het nummer: + [telefoonnummer] heeft op 31 december 2024 in

Hengelo en tussen Hengelo en Enschede diverse masten aangestraald.

Feit 4.2

1.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 14] van 31 december 2024, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 89:

Plaats delict: [adres 16]

Pleegdatum/tijd: Tussen 29 december 2024 om 08:00 uur en 31 december 2024 om 16:00 uur

Tussen genoemde tijden is er getracht in te breken. Op een slaapkamer boven is een raam geforceerd middels een breekvoorwerp. Je ziet wat vage schoenafdrukken op de vloer. Er is echter niets ontvreemd.

2.

Het proces-verbaal van bevindingen van 2 juli 2025, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven, op pagina 24:

Inbraak Woning [adres 16]

Gps-gegevens van [kenteken 1] geven aan dat dit voertuig op 30.12.2024 tussen 22.34 en

22.51

uur in de directe omgeving is geweest van de woning, waaronder schuin tegen

over de woning op een afstand van ongeveer dertig meter.