RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 augustus 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder
(gemachtigden: [gemachtigde 2] en [gemachtigde 3] ).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de subsidieaanvraag van eiseres op grond van het Beleidskader instandhoudingssubsidie woonhuis-rijksmonumenten (hierna: de Woonhuisregeling) voor instandhoudingskosten over het jaar 2024. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.
Procesverloop
Procesverloop
2. Eiseres heeft een subsidieaanvraag ingediend op grond van de Woonhuisregeling voor instandhoudingskosten. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 31 juli 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 13 oktober 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 24 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, [persoon A] en de gemachtigden van verweerder.
Totstandkoming van het besluit
3. Eiseres is eigenaar van het pand aan [adres] in [plaats] , dat is aangemerkt als rijksmonument met woonfunctie. Op 11 maart 2025 heeft eiseres een subsidieaanvraag ingediend voor de kosten die zijn gemaakt voor de instandhouding daarvan in 2024 op grond van de Woonhuisregeling. Het totale bedrag aan kosten waarvoor subsidie is aangevraagd bedroeg € 76.869,69.
3.1.
Bij het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag van eiseres afgewezen. Eiseres heeft hiertegen bezwaar ingediend. Eiseres is op 30 september 2025 over haar bezwaren gehoord. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd. Verweerder heeft er op gewezen dat de woonhuissubsidie alleen is bedoeld voor kosten van reguliere onderhoud- en restauratiewerkzaamheden aan monumentale onderdelen van het rijksmonument. Het ging in bezwaar alleen nog over de (termijn)facturen van [bedrijf] voor een bedrag van € 66.269,69. Volgens verweerder heeft eiseres de technische noodzaak voor het uitvoeren van de werkzaamheden aan het dak niet aangetoond. Zij voldoet daarmee niet aan de voorwaarden voor een subsidie op grond van de Woonhuisregeling (hoofdstuk 1.1 van de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten).
Overwegingen
Beoordeling door de rechtbank
4. Eiseres voert aan dat zij heeft aangetoond dat het dak lekte, waarmee de noodzaak van acuut ingrijpen is bewezen. Ook heeft zij aangetoond dat de ondernemer veel soortgelijke reparaties heeft verricht, waarmee vaststaat dat hij een goede reputatie heeft en dus kundig is en concurrerende prijzen hanteert. Eiseres heeft de gevraagde gespecificeerde factuur overgelegd. Nu zij de kosten van de zonnepanelen heeft ingetrokken, gaat het nog om een bedrag van € 66.269,69. Eiseres heeft nog een taxatie- en bouwtechnisch rapport uit 2018 overgelegd ter nadere adstructie waarin staat dat loodwerk loskomt uit de gevel. Het is volgens eiseres onduidelijk hoe de technische noodzaak voor het uitvoeren van de werkzaamheden niet is aangetoond. Een verbouwing van € 60.000,- zou niet zonder noodzaak worden uitgevoerd. Verweerder heeft ook niet gemotiveerd waarom het repareren van het dak met als concrete aanleiding lekkage kan leiden tot het op nihil stellen van een subsidie.
5. Gelet op de hiervoor in 3.1 vermelde Leidraad heeft verweerder zich onder andere op het standpunt kunnen stellen dat de technische noodzaak voldoende onderbouwd moet zijn voor reparatiewerkzaamheden vanwege lekkage. Eiseres vraagt immers subsidie aan voor deze werkzaamheden. De stukken die eiseres bij haar subsidieaanvraag heeft gevoegd, heeft verweerder op zichzelf al onvoldoende onderbouwing kunnen vinden. Bijvoorbeeld de - slechts - twee foto’s zijn van na de reparatiewerkzaamheden en de stukken van 15 mei 2024, 21 september 2023 en 2 juni 2023 beschrijven de gestelde lekkage niet duidelijk. Bovendien wordt de onduidelijkheid over de technische noodzaak voor werkzaamheden vanwege lekkage, versterkt door het feit dat tijdens de werkzaamheden in ieder geval werkzaamheden zijn uitgevoerd voor het isoleren van het dak en voor het aanbrengen van zonnepanelen op het dak. Verweerder heeft zich gelet op het voorgaande op het standpunt mogen stellen dat er geen kosten als subsidiabel zijn aan te merken.
Overigens heeft verweerder zich, zoals ter zitting nader toegelicht, ook op het standpunt kunnen stellen dat onduidelijk is welke kostenposten alleen betrekking zouden hebben op reparatiewerkzaamheden voor lekkage (de gestelde instandhoudingswerkzaamheden die voor subsidie in aanmerking komen) en welke kostenposten betrekking hebben op werkzaamheden die niet voor subsidie in aanmerking komen, zoals het isoleren van het dak en het aanbrengen van zonnepanelen op het dak. In het verlengde hiervan heeft verweerder ter zitting ook kunnen wijzen op het vereiste dat de uitvoering van de werkzaamheden sober moet gebeuren. Zoals door verweerder toegelicht, betekent dit dat als kan worden volstaan met reparatie van een (klein) deel van het dak, niet de kosten voor het vervangen voor het hele dak in aanmerking kunnen komen voor subsidie.
Beslissing
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Klomp, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Mercelina, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.