RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. N. Köse-Albayrak),
Dienst Toeslagen
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Samenvatting
1. De Dienst Toeslagen heeft het verzoek van eiser om herziening van het recht op huur- en zorgtoeslag afgewezen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Dienst Toeslagen dat terecht gedaan. Het beroep is ongegrond.
Procesverloop
Procesverloop
2. Met het besluit van 3 mei 2023 heeft de Dienst Toeslagen het verzoek van eiser om herziening van het recht op huur- en zorgtoeslag over 2017 tot en met 2021 afgewezen.
2.1.
Met het besluit van 24 januari 2024 (het bestreden besluit) heeft de Dienst Toeslagen het bezwaar van eiser tegen het besluit van 3 mei 2023 ongegrond verklaard.
2.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.3.
Partijen hebben de rechtbank verzocht het beroep niet op een zitting te behandelen. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten. (Voetnoot 1)
Overwegingen
Beoordeling door de rechtbank
3. Eiser heeft verzocht om herziening van het recht op huur- en zorgtoeslag over de jaren 2017 tot en met 2021. De Dienst Toeslagen heeft het verzoek afgewezen, omdat niet is gebleken dat het recht op huur- en zorgtoeslag te laag is vastgesteld. Met het bestreden besluit is de Dienst Toeslagen daarbij gebleven.
4. Eiser betoogt dat de Dienst Toeslagen het herzieningsverzoek ten onrechte heeft afgewezen. Het is een feit van algemene bekendheid dat de Dienst Toeslagen fouten heeft gemaakt bij de berekening van toeslagen. Eiser is door de Dienst Toeslagen gedupeerd en onheus bejegend op grond van zijn buitenlandse afkomst. De berekeningsmodule voor het toeslagjaar 2017 is niet openbaar, zodat eiser de juistheid van het recht op toeslag in dat jaar niet kan controleren. Daarmee is sprake van strijd met het equality of arms-beginsel. De Dienst Toeslagen heeft ook in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel gehandeld.
5. Voor de beoordeling van het beroep is de volgende regel van belang. De Dienst Toeslagen herziet in het voordeel van de belanghebbende een toegekende of herziene tegemoetkoming die onherroepelijk is geworden zodra de Dienst Toeslagen is gebleken dat die tegemoetkoming op een te laag bedrag is vastgesteld. (Voetnoot 2)
6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Dienst Toeslagen het herzieningsverzoek van eiser terecht afgewezen. Eiser heeft de stellingen dat de Dienst Toeslagen fouten zou hebben gemaakt bij de vaststelling van het recht op huur- en zorgtoeslag en hem onheus zou hebben bejegend op grond van zijn buitenlandse afkomst, op geen enkele wijze onderbouwd. Daarmee bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat het recht op huur- of zorgtoeslag op een te laag bedrag is vastgesteld. De beroepsgrond slaagt niet.
7. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van strijd met het equality of arms-beginsel of het zorgvuldigheidsbeginsel. In het bestreden besluit heeft de Dienst Toeslagen een vereenvoudigd overzicht opgenomen van de inkomensgegevens waarop het recht van eiser op huur- en zorgtoeslag is gebaseerd. De Dienst Toeslagen heeft onbetwist gesteld dat eiser de gegevens die ten grondslag liggen aan de beschikkingen waarmee het recht op huur- en zorgtoeslag is vastgesteld, kan inzien via de website Mijn toeslagen. De regelgeving op grond waarvan het recht op huur- en zorgtoeslag is berekend, is openbaar. (Voetnoot 3) Daarmee beschikt eiser over alle gegevens om de juistheid van de beschikkingen te controleren. Dat de berekeningsmodule voor het toeslagjaar 2017 niet meer beschikbaar is op de website van de Dienst Toeslagen, maakt het voorgaande niet anders. De beroepsgrond slaagt niet.
Beslissing
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.P. Ferwerda, rechter, in aanwezigheid van G. Machwirth, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2026.
De griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.