Autoriteit Consument en Markt (ACM)
(gemachtigden: mr. A.R. Sträter en mr. C. LeBlond).
1. De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van ACM van 3 juli 2025 op 15 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen eiser en de gemachtigden van de ACM. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
2. Eiser heeft op 7 februari 2025 per e-mailbericht de ACM verzocht handhavend op te treden tegen Vakgarage Nederland en 58 franchisenemers waarvan volgens eiser niet is vast stellen of deze lid zijn van de BOVAG maar dat wel op hun website via https://vakgarage.nl vermelden. De ACM heeft eiser op 18 maart 2025 per e-mail bericht dat geen sprake is van een aanvraag, omdat eiser geen belanghebbende is. Met het bestreden besluit van 3 juli 2025 heeft de ACM het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard.
3. De ACM heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen sprake was van een aanvraag en het bezwaar dus niet is gericht tegen een besluit. Alleen een belanghebbende kan een aanvraag doen. Uit vaste rechtspraak volgt dat een persoon alleen belanghebbende bij een handhavingsverzoek is als hij een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks betrokken is bij de beslissing op dat verzoek. Van een persoonlijk belang is sprake als het belang van de betrokkene zich voldoende onderscheidt van het belang dat een ieder heeft bij het gevraagde besluit. Dat eiser opkomt voor het consumentenvertrouwen in het keurmerk BOVAG in het hele land, onderscheidt hem onvoldoende van andere consumenten. Eiser onderscheidt zich naar het oordeel van de rechtbank dus niet voldoende van anderen om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt.
4. Het beroep is dus ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
5. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Dit proces-verbaal is vastgesteld door mr. A.C. Rop, rechter, in aanwezigheid van mr.R. Stijnen, griffier.
De rechter is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met de uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.