Op 14 July 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam een proces-verbaal procedure behandeld op het gebied van socialezekerheidsrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is ROT 25/6476, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBROT:2026:9849. De plaats van zitting was Rotterdam.
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: ROT 25/6476
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 juli 2026 in de zaak tussen
[naam eiseres] , uit Rotterdam, eiseres
(gemachtigde: mr. A.L. Kuit),
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(gemachtigde: [persoon A] ).
Procesverloop
1. Deze uitspraak gaat over de beëindiging van de uitkering die eiseres ontving op grond van de Ziektewet. Met het bestreden besluit van 15 juli 2025 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij dat besluit gebleven.
2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
3. De rechtbank heeft het beroep op 14 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar partner, en haar gemachtigde en namens het UWV [persoon A] en [persoon B] .
4. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.
Beslissing
Beslissing
5. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Totstandkoming van het besluit
6. Eiseres is werkzaam geweest als verzorgende IG voor 15-20 uur per week. Op 9 juni 2022 heeft eiseres zich voor dit werk ziek gemeld. Met ingang van die datum is aan eiseres een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) toegekend.
7. In het kader van de Eerstejaars ZW-Beoordeling (Voetnoot 1) is vastgesteld dat eiseres op 24 augustus 2023 meer dan 65% kon verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd.
8. Eiseres is medisch onderzocht door een verzekeringsarts en die vindt dat eiseres haar eigen werkzaamheden niet meer kon uitvoeren. Zij kan wel andere werkzaamheden verrichten, als rekening wordt gehouden met haar medische beperkingen. De medische beperkingen zijn vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
9. Vervolgens heeft de arbeidsdeskundige gekeken welke werkzaamheden eiseres nog wel zou kunnen verrichten en wat dit voor gevolgen heeft voor het percentage arbeidsongeschiktheid. Hieraan zijn de functies secretarieel medewerker (SBC-code 315030), administratief medewerker (SBC-code 315133) en productiemedewerker textiel (SBC-code 272043) ten grondslag gelegd. Het loon dat eiseres daarmee kan verdienen, is gelijk aan 82,64% van het loon dat zij zou kunnen verdienen met haar eigen werk. Het UWV heeft daarom de ZW-uitkering van eiseres met ingang van 24 augustus 2023 beëindigd.
10. In het kader van de heroverweging in bezwaar stelt de verzekeringsarts bezwaar en beroep zich in het rapport van 20 juni 2025 op het standpunt dat het onderzoek van de verzekeringsarts zorgvuldig is geweest en dat niet is gebleken dat de verzekeringsarts een onjuist of onvolledig beeld heeft gehad van de gezondheidstoestand van eiseres. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft daarom geen aanleiding gezien van het medische oordeel van de verzekeringsarts af te wijken.
11. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in het rapport van 20 juni 2025 onderzocht of het onderzoek van de arbeidsdeskundige zorgvuldig is geweest en of de geduide functies geschikt zijn voor eiseres. In het rapport merkt hij op dat eiseres weliswaar aanvoert dat zij de functie van administratief medewerker receptionist niet kan uitvoeren, omdat daarin veelvuldig sprake is van patiëntcontact, maar omdat door de verzekeringsarts geen beperkingen zijn vastgesteld op veelvuldig patiëntcontact is deze functie volgens de arbeidsdeskundige toch geschikt voor eiseres. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft daarom geen aanleiding gezien om af te wijken van het rapport van de arbeidsdeskundige.
12. Met het bestreden besluit heeft het UWV, onder verwijzing naar de rapportages van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep, het primaire besluit gehandhaafd.
Overwegingen
Gronden van het beroep
13. Eiseres betoogt dat het UWV ten onrechte haar uitkering heeft beëindigd. Zij voert daartoe aan dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep haar beperkingen nog steeds niet juist heeft ingeschat. Op de datum in geding had eiseres nog altijd last van somberheid/depressie, stress, slapeloosheid, herbelevingen, nachtmerries en vergeetachtigheid. Overdag was zij moe en gespannen en ze was bang dat er iets ergs met haar kinderen zou gebeuren. In ieder geval op de gebieden sociaal en persoonlijk functioneren had de FML aangescherpt moeten worden. Daarnaast had zij klachten aan haar rug en bekken. Verder zijn er ten onrechte geen beperkingen aangenomen in verband met de verminderde visus van eiseres. Eiseres voert aan dat de geduide functies niet geschikt voor haar zijn. De functie van administratief medewerker-receptionist is niet geschikt vanwege veelvuldig contact met patiënten. Ook de andere geduide functies zijn niet geschikt voor haar.
Beoordeling door de rechtbank
Zijn de medische beperkingen van eiseres goed in kaart gebracht?
14. Het UWV heeft erkend dat eiseres klachten heeft in verband waarmee zij beperkingen voor arbeid heeft, maar verschilt met eiseres van mening over de mate waarin eiseres daardoor beperkingen ondervindt.
15. Uit het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep blijkt dat de verzekeringsarts in bezwaar een anamnese heeft afgenomen, het dagverhaal van eiseres heeft uitgevraagd, een lichamelijk en psychisch onderzoek heeft verricht en informatie van de behandelend sector heeft betrokken. De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek zorgvuldig is verricht en dat inzichtelijk is hoe de verzekeringsarts tot zijn oordeel is gekomen. Voor zover sprake is van stressklachten heeft de verzekeringsarts daar rekening mee gehouden in de FML. Hij heeft toegelicht dat een beperking op doelmatig functioneren niet aan de orde is, omdat dat alleen van toepassing is bij een ernstige stoornis zoals een verstandelijke beperking of een psychose. Met de rug- en bekkenklachten is rekening gehouden door in de FML beperkingen op te nemen voor dynamische handelingen en statische houdingen. Verder heeft de verzekeringsarts toegelicht waarom hij in de FML geen beperkingen heeft opgenomen voor de visusklachten van eiseres. Hij schrijft daarover dat eiseres weliswaar een forse afwijking heeft, maar dat die tot een normaal niveau kan worden teruggebracht door lenzen of een bril te dragen.
16. Wat eiseres in beroep heeft aangevoerd, legt tegenover het gemotiveerde en inzichtelijke medisch oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende gewicht in de schaal om op grond daarvan te twijfelen aan de conclusie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De rechtbank betrekt daarbij dat eiseres in beroep geen nieuwe medische gegevens heeft overgelegd die aanleiding geven om te twijfelen aan het medische oordeel. De medische informatie die namens eiseres op 3 juli 2026 is toegezonden ziet op de recente medische situatie van eiseres en niet op de medische situatie op de datum in geding (24 augustus 2023). Die informatie leidt daarom niet tot een ander oordeel.
Zijn de door de arbeidsdeskundige geduide functies geschikt voor eiseres?
17. Het voorgaande betekent dat de rechtbank ervan uitgaat dat de beperkingen zoals die zijn vermeld in de FML juist zijn. De rechtbank is niet gebleken dat de belasting van de geselecteerde functies de mogelijkheden van eiseres overschrijdt. Voor zover eiseres heeft aangevoerd dat zij de functie van secretarieel medewerker niet kan verrichten vanwege veelvuldig patiëntcontact, slaagt dat niet, omdat in de FML geen beperkingen zijn aangenomen op dit punt.
18. Vergelijking van het inkomen dat eiseres in de in bezwaar geselecteerde functies zou kunnen verdienen met het inkomen dat zij in haar eigen werk zou hebben verdiend als zij niet arbeidsongeschikt was geworden, geeft een verdiencapaciteit te zien van meer dan 65% (82,64%). Dit betekent dat het UWV terecht heeft bepaald dat eiseres met ingang van 24 augustus 2023 geen recht meer heeft op een ZW-uitkering.
Conclusie en gevolgen
19. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.N. Foppen, rechter, in aanwezigheid van E.J. van den Doel, griffier.
de griffier is verhinderd
dit proces-verbaal te
ondertekenen
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Voetnoot
Voetnoot 1
Op grond van artikel 19 en artikel 19aa van de Ziektewet