Rechtbank Rotterdam, eerste aanleg - enkelvoudig insolventierecht

ECLI:NL:RBROT:2026:10721

Op 15 April 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van insolventierecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is FT RK 25-2157, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBROT:2026:10721. De plaats van zitting was Rotterdam.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
FT RK 25-2157
Datum uitspraak:
15 April 2026
Datum publicatie:
27 August 2026
Verwijzingen:
Faillissementswet 284

Indicatie

Verzoek wsnp toegewezen. Geen eerdere ingangsdatum. Er is niet voldaan aan de inspanningsplicht.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

insolventienummer: [nummer]

vonnis van: 15 april 2026

op het verzoek van:

[verzoekster] ,

wonende te [adres]

[postcode] [plaatsnaam].

Waar deze zaak over gaat

[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp).

Dit verzoek wordt toegewezen.

Daarnaast verzoekt [verzoekster] de ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen op

1 april 2025. Dit verzoek wordt afgewezen.

De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1
De procedure
1.1.

[verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp en om een eerdere ingangsdatum te bepalen.

1.2.

Het verzoek is behandeld op de zitting van 31 maart 2026. Op de zitting zijn verschenen:

- [verzoekster],

- mevrouw L.E.M. Koorn, schuldhulpverlener van de Sociale Dienst Drechtsteden,

- mevrouw M. van den Berg, beschermingsbewindvoerder.

Overwegingen

2
De beoordeling

De toelating

2.1.

[verzoekster] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.

2.2.

[verzoekster] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.

Bevoegdheid

2.3.

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoekster] in Nederland ligt.

Duur

2.4.

De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) op 18 maanden.

De ingangsdatum

2.5.

De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.

2.6.

Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.

2.7.

De rechtbank stelt vast dat door [verzoekster] is verzocht om een eerdere ingangsdatum vanaf 1 april 2025. De beschermingsbewindvoerder van [verzoekster] heeft na de zitting de rechtbank een overzicht gestuurd waaruit blijkt dat [verzoekster] twaalf sollicitaties heeft verricht. De sollicitaties zijn allemaal gedateerd op 20 maart 2026 behoudens één sollicitatie, die is van 16 maart 2026. Bovendien zijn de aangeleverde sollicitaties niet volgens de vereiste zoals de bewijsstukken dienen te worden aangeleverd in het Wsnp-traject. Er zijn daarnaast geen sollicitatiebewijzen aangeleverd van de periode voor 20 maart 2026. De rechtbank kan daarom niet vaststellen dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan.

2.8.

De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3
De (controle van) verplichtingen in de Wsnp
3.1.

De verplichtingen waaraan [verzoekster] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).

3.2.

Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.

3.3.

De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alle bezittingen die [verzoekster] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw). [verzoekster] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.

3.4.

Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.

3.5.

De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoekster].

3.6.

Als [verzoekster] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoekster] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

Beslissing

4
De beslissing

De rechtbank:

- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoekster] ,

geboren op [geboortedatum]-1998 te [geboorteplaats],

wonende te [adres], [postcode] [plaatsnaam];

- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. Aukema

en tot bewindvoerder [naam],

gevestigd te [postadres]

;

- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 15 april 2026 en de duur op achttien maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op

15 oktober 2027;

- draagt de bewindvoerder op de post van [verzoekster] in te zien;

- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.

Dit is de beslissing van mr. M. Aukema, rechter, in samenwerking met I. van Gemerde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026. (Voetnoot 1)

Voetnoot

Voetnoot 1

Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.