Standpunt rechter-commissaris
De rechter-commissaris is van oordeel dat de schuldsaneringsregeling tussentijds dient te worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder a dan wel b, van de Faillissementswet (Fw). Bij toelating tot de schuldsaneringsregeling was volgens het verzoekschrift sprake van een concurrente schuldenlast van € 122.486,02 verdeeld over achttien schuldeisers. Uit het proces-verbaal van de verificatievergadering blijkt dat er twee preferente schulden zijn geverifieerd voor een bedrag van € 8.372,00 en zes concurrente schulden voor een bedrag van € 98.138,95. De totale schuldenlast is bij de verificatievergadering vastgesteld op € 106.510,95.
Tijdens de schuldsaneringsregeling is gebleken dat de woning van schuldenaar overwaarde had. De rechter-commissaris heeft schuldenaar in de gelegenheid gesteld om te onderzoeken of het mogelijk is om zijn woning te herfinancieren zodat hij de woning niet hoeft te verkopen, maar de overwaarde toch in de boedel vloeit. Op 28 januari 2025 is de woning getaxeerd, waaruit bleek dat de marktwaarde € 330.000,00 bedroeg. Daarnaast was er een polis aan de woning gekoppeld met een waarde van € 51.435,85. Het restant van de hypotheekschuld bedroeg op dat moment € 248.000,00. De overwaarde bedroeg daarom € 133.435,85.
De hypotheekhouder heeft de herfinanciering akkoord bevonden. Schuldenaar heeft echter niet de volledige overwaarde gefinancierd maar slechts een gedeelte, namelijk € 82.000,00. Daarmee kwam het boedelsaldo op € 113.004,91. Met dit boedelsaldo kan schuldenaar de geverifieerde schuldenlast voldoen, maar het boedelsaldo is onvoldoende om de schuldenlast genoemd in het verzoekschrift te voldoen. De rechter-commissaris stelt zich op het standpunt dat door het niet volledig financieren van de overwaarde schuldenaar nog vermogen heeft om schuldeisers die eventueel nog kunnen opkomen te voldoen. Dit rechtvaardigt naar zijn oordeel tussentijdse beëindiging van de regeling op grond van artikel 350, derde lid, aanhef en onder a dan wel b, Fw.
Standpunt schuldenaar
Schuldenaar heeft verzocht hem de schone lei te verlenen. Schuldenaar stelt dat de schuldenlast voor 100% kan worden voldaan. Hij stelt dat het buiten zijn macht ligt dat niet alle schuldeisers een vordering hebben ingediend ter verificatie. Door hem geen schone lei te verlenen, loopt hij het risico dat de schuldeisers die hun vordering niet hebben ingediend alsnog hun vordering op hem zullen (proberen te) verhalen.