Rechtbank Rotterdam, beschikking personen- en familierecht
ECLI:NL:RBROT:2026:11605
Op 10 August 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam een beschikking procedure behandeld op het gebied van personen- en familierecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is C/10/723301 / JE RK 26-1402, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBROT:2026:11605. De plaats van zitting was Rotterdam.
Indicatie
afwijzing ondertoezichtstelling
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Zaaknummer: C/10/723301 / JE RK 26-1402
Datum uitspraak: 10 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de Raad,
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen de moeder, zonder bekende woon- of verblijfplaats,
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[naam vader]
,
hierna te noemen de vader, zonder bekende woon- of verblijfplaats.
1
Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van de Raad, ontvangen op 16 juli 2026;
het definitieve rapport, ingekomen op 29 juli 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader, bijgestaan door een tolk;
- de moeder, bijgestaan door een tolk;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 1] ;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam 2] .
Aangezien de ouders de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn, maar wel de Portugese taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van mw. K. Capman, tolk in de Portugese taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.
2. De feiten
2.1.
De moeder is voor zover bekend eenhoofdig belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . De ouders geven aan in [locatie] getrouwd te zijn, maar hebben dit tot op heden niet kunnen aantonen met een huwelijksakte.
2.2.
[minderjarige] woont bij haar moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 12 mei 2026 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 12 augustus 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 mei 2026 de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een ziekenhuis gevolgd door plaatsing in een pleeggezin tot 12 augustus 2026.
3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. [minderjarige] is aanvankelijk met spoed uit huis geplaatst vanwege grote zorgen over haar opvoedsituatie. Gedurende het raadsonderzoek is [minderjarige] weer teruggeplaatst bij de moeder. De ouders zijn nog erg jong en doen hun best om zaken te regelen, maar ze lopen tegen praktische dingen aan. Het lijkt alsof de ouders onvoldoende gemotiveerd zijn. Met [minderjarige] gaat het op dit moment goed. Er zijn geen zorgen meer over haar veiligheid en ontwikkeling. De vraag is vooral of de ouders voldoende probleembesef hebben. De moeder heeft forse persoonlijkheidsproblemen gehad. Dat lijkt nu onder controle, maar blijft wel een stressfactor. De Raad acht een ondertoezichtstelling noodzakelijk om het komende half jaar te monitoren hoe het gaat en om een aantal praktische zaken bij de gemeente te regelen.
4.1.
De GI is het niet eens met het verzoek. De GI erkent dat de situatie zorgelijk was en nu ook nog kwetsbaar is, maar beide ouders hebben gedurende de voorlopige ondertoezichtstelling laten zien mee te willen werken aan hulpverlening. De GI heeft geen zorgen kunnen vaststellen over de psychische gesteldheid van de moeder. Er zijn ook geen zorgen naar voren gekomen bij de begeleide bezoeken en ook na de terugplaatsing hebben de ouders goed meegewerkt aan ambulante spoedhulp. De zorgen liggen vooral bij de praktische zaken. De ouders krijgen daarvoor hulp vanuit Moeders van Rotterdam en staan daarvoor open. Wanneer er een ondertoezichtstelling wordt uitgesproken zal de zaak worden overgedragen vanuit het crisisinterventieteam van de GI (het CIT) naar een vaste jeugdbeschermer, maar op dit moment is niet bekend of er een vaste jeugdbeschermer beschikbaar is.
4.2.
De ouders zijn het eens met het verzoek. Zij willen het beste voor [minderjarige] . De ouders krijgen hulp vanuit hun netwerk en zij krijgen professionele hulp. De ouders begrijpen dat zij geen verblijfsstatus hebben, maar dit is makkelijker te regelen nadat de papieren voor [minderjarige] zijn geregeld. Met [minderjarige] gaat het goed.
Overwegingen
Rechtsmacht Nederlandse rechter
5.1.
De vader en de moeder zijn in respectievelijk 2023 en 2025 naar Nederland gekomen. [minderjarige] is in oktober 2025 in Nederland geboren. [minderjarige] heeft haar gewone verblijfplaats in Nederland. Mede gelet op de datum van indiening van het oorspronkelijke verzoekschrift, te weten 15 juli 2026, acht de rechtbank zich bevoegd om van het verzoek kennis te nemen.
5.2.
Nu de rechtbank bevoegd is, past de rechtbank het Nederlandse recht toe.
5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat niet aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.4.
De kinderrechter is van oordeel dat geen sprake meer is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] . Er waren grote zorgen over de opvoedsituatie van [minderjarige] vanwege de zorgen over de psychische gezondheid van de moeder. [minderjarige] is op 12 mei 2026 met spoed uit huis geplaatst vanwege een suïcidepoging van de moeder. Eerder zijn er al zorgen geuit door het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) dat zij moeder somber over vonden komen. Gedurende het onderzoek van de Raad, zijn de zorgen over het welzijn van [minderjarige] in ieder geval weggenomen. Er zijn geen zorgen over mogelijke mishandeling of verwaarlozing. [minderjarige] ontwikkelt zich goed. De interactie tussen beide ouders en [minderjarige] is goed. De zorgen over het welzijn van de moeder zijn nog niet geheel weggenomen, maar staan niet meer op de voorgrond. Moeder heeft in mei van dit jaar een opname van 11 dagen bij Antes positief afgesloten. Daarnaast hebben de ouders goed meegewerkt aan hulpverlening en geven zij aan hier ook zeker voor open te blijven staan. De ouders hebben hun volledige medewerking verleend aan ASH Zoeklicht en zijn ook blij met de praktische hulp die zij krijgen.
5.5.
De kinderrechter concludeert dat de zorgen vooral nog praktisch van aard zijn. De ouders en [minderjarige] hebben geen verblijfsstatus in Nederland en hebben ook geen BSN-nummer. Deze praktische zorgen rechtvaardigen echter niet het uiterste middel van een ondertoezichtstelling. De ouders ontvangen en accepteren daarvoor maatschappelijke ondersteuning. Hierbij komt dat ook de inzet van een jeugdbeschermer dit proces niet kan bespoedigen, in het geval er überhaupt al een jeugdbeschermer beschikbaar is.
5.6.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat niet aan de wettelijke vereisten voor een ondertoezichtstelling is voldaan en zal zij het verzoek daarom afwijzen.
Beslissing
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2026 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.C.J. Holierhoek als griffier, en op schrift gesteld op 18 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.